Restjes bewaren voor morgen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home after dinner, two adults put leftovers in a container, label them, and keep them for lunch tomorrow..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Restjes bewaren voor morgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

There are a lot of leftovers from dinner.

dèr ar e lot ev lef-tou-vurz frum din-ner. Er zijn veel restjes van het avondeten.
B

Let's put them in a clean container.

lets poet dhem in e kliin kun-tee-ner. Laten we ze in een schone bak doen.
A

Can I reheat them for lunch tomorrow?

ken ai rii-hiit dhem fer lantsj tuh-mor-rou? Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?
B

You can if we keep them in the fridge until then.

joe ken if wie kiip dhem in dhe fridzj un-til dhen. Dat kan als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.
A

Should I put a label on the container?

sjoed ai poet e lee-bul on dhe kun-tee-ner? Zal ik een label op de bak plakken?
B

That way, tomorrow we will know what is inside.

dhat wee, tuh-mor-rou wie wil nou wot iz in-said. Zo weten we morgen wat erin zit.
A

I'll put a clear label on it.

ail poet e klier lee-bul on it. Ik plak er een duidelijk label op.
B

That will make lunch easier.

dhat wil meik lantsj ii-zi-er. Dat maakt de lunch makkelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. There are a lot of leftovers from dinner.

    Er zijn veel restjes van het avondeten.

    There are
    er zijn
    a lot of
    veel
    leftovers
    restjes
    dinner
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    There are is een vaste manier om te zeggen dat iets of meerdere dingen ergens aanwezig zijn of bestaan. There verwijst hier niet naar een bepaalde plaats; samen met are introduceert het wat er aanwezig is. Are is de vorm van be die bij een meervoudig onderwerp past. Vergelijk: There is a problem. = Er is een probleem. There are two problems. = Er zijn twee problemen. a lot of betekent hier veel en staat voor een zelfstandig naamwoord. Het kan zowel met telbare meervoudsvormen als met niet-telbare zelfstandige naamwoorden worden gebruikt: a lot of books = veel boeken; a lot of water = veel water. In deze zin geeft het geen exact aantal. leftovers betekent hier eten dat na een maaltijd is overgebleven. Het is het meervoud van leftover; het enkelvoud kan naar één overgebleven gerecht of portie verwijzen, terwijl leftovers de overgebleven etenswaren als meerdere dingen of als hoeveelheid aanduidt. Voorbeeld: We ate the leftovers. = We aten de restjes op. dinner betekent avondeten, de maaltijd waarnaar de restjes afkomstig zijn. Het is hier een zelfstandig naamwoord. In from dinner betekent from dat de restjes afkomstig zijn van die maaltijd; dinner zelf drukt niet uit dat het om een bepaald aantal gaat. Samen vormen There are + a lot of leftovers de betekenis Er zijn veel restjes. From dinner specificeert waarvan ze afkomstig zijn: Er zijn veel restjes van het avondeten.

  2. Let's put them in a clean container.

    Laten we ze in een schone bak doen.

    Let's
    laten we
    put
    doen; zetten
    them
    ze
    in
    in
    clean
    schoon
    container
    bak; houder
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin is het een voorstel om iets samen te doen: Let's + werkwoord → “Laten we + werkwoord”. Voorbeeld: Let's start. = “Laten we beginnen.” Het werkwoord na Let's staat in de basisvorm. put betekent hier iets ergens plaatsen. De basisvorm is put; de verleden tijd en het voltooid deelwoord hebben ook de vorm put. In de tegenwoordige tijd blijft de vorm put bij de meeste onderwerpen, maar bij he, she en it is de vorm puts. In Let's put ... volgt het werkwoord op de constructie Let's en krijgt het geen extra uitgang. Voorbeeld: Put the book on the table. = “Leg het boek op tafel.” them is een objectvoornaamwoord in het meervoud: volgens de context verwijst het hier naar de restjes uit de vorige zin. Vergelijk de vormen: they is het onderwerp (“zij”), them is het voorwerp (“hen/ze”). Voorbeeld: I saved them. = “Ik heb ze bewaard.” in geeft hier de plaats aan waarin iets terechtkomt: iets wordt in een houder geplaatst. Voorbeeld: Put the fruit in the bowl. = “Doe het fruit in de kom.” clean betekent hier “schoon”, dus vrij van vuil of eerdere resten. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord: a clean container. Het tegenovergestelde is dirty (“vies”). Voorbeeld: Use a clean plate. = “Gebruik een schoon bord.” container is een zelfstandig naamwoord voor een houder waarin je iets kunt bewaren of plaatsen. Het meervoud is containers. In deze zin staat a bij de enkelvoudige, niet nader bepaalde soortnaam container; het lidwoord geeft hier geen nadruk op een numerieke hoeveelheid. Container is algemener dan bijvoorbeeld box (“doos”). Voorbeeld: The food is in a container. = “Het eten zit in een bak.” Samen vormen de delen de herbruikbare structuur Let's + werkwoord + voorwerp + in + a/an + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord. Let's put them in a clean container. betekent dus: “Laten we ze in een schone bak doen.” De context maakt duidelijk dat them naar de restjes verwijst; de zin stelt voor om die restjes in een schone bak te plaatsen. Deze formulering is alledaags en geschikt voor een gezamenlijk voorstel.

  3. Can I reheat them for lunch tomorrow?

    Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?

    Can I
    kan ik ...?
    reheat
    opnieuw opwarmen
    them
    ze / hen
    lunch
    lunch
    tomorrow
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Can I combineert het modale werkwoord can met het onderwerp I. Hier vraagt de spreker of iets mogelijk of toegestaan is: “Kan/mag ik …?” Na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to en zonder persoonsuitgang. Bijvoorbeeld: Can I come in? — “Mag ik binnenkomen?” reheat betekent hier dat je iets opnieuw warm maakt. Het is de basisvorm; na can blijft die vorm onveranderd: Can I reheat it? — “Kan ik het opnieuw opwarmen?” Heat betekent “verwarmen”; reheat voegt het idee van opnieuw verwarmen toe. them is hier een objectvorm van het Engelse voornaamwoord they. Het verwijst naar eerder genoemde personen of zaken; in deze context ondersteunt de vaste vertaling dat het om de eerder besproken zaken gaat, maar de zin identificeert niet afzonderlijk welke zaken dat precies zijn. Them staat na het werkwoord als voorwerp, bijvoorbeeld: I washed them. — “Ik heb ze gewassen.” De vorm kan in andere contexten ook verwijzen naar één persoon die met enkelvoudig they wordt aangeduid. lunch is de maaltijd midden op de dag. In for lunch geeft het aan bij welke maaltijd iets bedoeld is: We have soup for lunch. — “We eten soep als lunch.” tomorrow is een bijwoord voor de dag na vandaag. Het verandert in het Engels niet van vorm: I will call tomorrow. — “Ik bel morgen.” Samen vormt for lunch tomorrow de aanduiding van het doel en de tijd: het opnieuw opwarmen is bedoeld voor de lunch van morgen. De structuur is Can I + werkwoord in basisvorm + object + for lunch + tomorrow? De volledige betekenis is: “Kan ik ze morgen voor de lunch opnieuw opwarmen?”

  4. You can if we keep them in the fridge until then.

    Dat kan als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.

    You can
    je kunt
    if
    als
    we keep
    we bewaren
    them
    ze
    fridge
    koelkast
    until then
    tot die tijd
    Uitgebreide uitleg

    You can betekent hier dat iets mogelijk of haalbaar is: “dat kan”. can is een modaal werkwoord en verandert niet met de persoon: I can, she can, we can. Na can staat normaal de basisvorm van een werkwoord, bijvoorbeeld: You can leave now. — “Je kunt nu weggaan.” In deze zin wordt die verdere handeling uit de context begrepen; can krijgt hier niet de betekenis van lichamelijke vaardigheid. if leidt een voorwaarde in. Het betekent hier “als” en verbindt de mogelijkheid met de voorwaarde die erop volgt. Voorbeeld: You can use it if you clean it first. — “Je kunt het gebruiken als je het eerst schoonmaakt.” we keep betekent hier “we bewaren”. Het werkwoord keep heeft als basisvorm keep; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn kept. In we keep staat de tegenwoordige vorm bij we. Na if kan de tegenwoordige vorm naar een toekomstige voorwaarde verwijzen: “als we het bewaren”. Voorbeeld: We keep the food here. — “We bewaren het eten hier.” them is het meervoudige objectpronomen “ze” of “hen”. Het verwijst hier naar de eerder genoemde dingen die opnieuw opgewarmd zouden worden. Vergelijk them als object met they als onderwerp: They are ready; I will store them. — “Ze zijn klaar; ik zal ze opbergen.” fridge is het zelfstandig naamwoord “koelkast”. In de zin staat het met the: in the fridge betekent “in de koelkast”, dus in een bepaalde, voor de gesprekspartners herkenbare koelkast. Voorbeeld: The milk is in the fridge. — “De melk staat in de koelkast.” until then is een tijdsbepaling: “tot die tijd”. until geeft het eindpunt van een periode aan, en then verwijst naar een eerder bedoelde tijd. De uitdrukking zegt dus dat het bewaren doorgaat tot dat tijdstip; ze zegt niet op zichzelf welk tijdstip dat precies is. Voorbeeld: Wait here until then. — “Wacht hier tot die tijd.” Samen bestaat de zin uit de hoofdzin You can en de voorwaarde if we keep them in the fridge until then. De betekenis is: “Dat kan, als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.” De voorwaarde maakt het bewaren in de koelkast tot de vereiste voorwaarde voor de genoemde mogelijkheid.

  5. Should I put a label on the container?

    Zal ik een label op de bak plakken?

    Should I
    Zal ik …?
    put
    doen; aanbrengen
    label
    label
    container
    bak; container
    Uitgebreide uitleg

    Should I is een vraagpatroon waarmee de spreker vraagt of die persoon iets zal of zou moeten doen. Na should blijft het werkwoord onveranderd: Should I put ...? Een vergelijkbaar patroon is Should we wait? = “Zullen we wachten?” put betekent hier iets ergens aanbrengen of plaatsen. Het is een onregelmatig werkwoord met dezelfde vorm in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord: put – put – put. In deze zin volgt na put eerst het voorwerp en daarna de plaats: put a label on the container. label is hier een zelfstandig naamwoord: een label of etiket waarop informatie kan staan. Het meervoud is labels. In a label staat a bij het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord; het artikel dient hier niet als een afzonderlijke expliciete teluitspraak. De handeling is dat er een label wordt aangebracht. container betekent een bak, doos of ander voorwerp waarin iets wordt bewaard. Het meervoud is containers. on geeft hier het oppervlak aan waarop het label komt; on the container betekent dus “op de bak/container”. The verwijst in deze zin naar de bedoelde bak. Samen vormt Should I put a label on the container? de vraag: “Zal ik een label op de bak plakken?” De spreker vraagt of die persoon een label op de container moet aanbrengen. In de gegeven context kan dat helpen om later te weten wat erin zit.

  6. That way, tomorrow we will know what is inside.

    Zo weten we morgen wat erin zit.

    That way
    zo; op die manier
    tomorrow
    morgen
    we will
    wij zullen
    know
    weten
    what is inside
    wat erin zit
    Uitgebreide uitleg

    That way staat aan het begin en verwijst hier naar de zojuist besproken manier: door een label te gebruiken. Het is een vaste, herbruikbare manier om een gevolg aan een methode te koppelen. Voorbeeld: That way, nobody will be confused. — Zo raakt niemand in de war. tomorrow is een tijdsbepaling voor de volgende dag. Het woord verandert niet van vorm. Het kan vooraan of later in de zin staan, maar hier staat het vóór de toekomstige handeling: Tomorrow, we will check the box. — Morgen controleren we de bak. we will bestaat uit het onderwerp we en het hulpwerkwoord will. We verwijst hier naar de spreker en minstens één andere betrokkene. Will drukt hier uit dat het weten op een later moment plaatsvindt. Na will staat de basisvorm van het werkwoord: we will know, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: We will see the result tomorrow. — Morgen zullen we het resultaat zien. know betekent hier dat men op dat toekomstige moment informatie bezit of begrijpt. De basisvorm is know; in de tegenwoordige tijd krijgt alleen de derde persoon enkelvoud de vorm knows: I know, we know, maar she knows. Voorbeeld: They know the answer. — Zij weten het antwoord. what is inside is een inhoudsdeel bij know: het benoemt welke informatie men zal kennen. What vraagt hier naar datgene wat zich binnenin bevindt, zonder dat dit nader wordt benoemd. In is inside is is de vorm van be voor een enkelvoudig onderwerp, hier what; inside geeft de plaats binnen iets aan. Voorbeeld: I know what is inside. — Ik weet wat erin zit. De constructie know what ... is bruikbaar voor andere informatievragen, bijvoorbeeld We know where it is. — We weten waar het is. Samen betekent de zin: op die manier zullen de spreker en minstens één andere betrokkene morgen weten wat zich erin bevindt. De komma na That way markeert de korte inleidende gevolg- of methodebepaling; de hoofdzin is we will know what is inside.

  7. I'll put a clear label on it.

    Ik plak er een duidelijk label op.

    I'll
    ik zal / ik ga
    put
    zetten / plakken
    clear
    duidelijk
    label
    label
    on it
    erop
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: I is de spreker en will markeert hier een handeling die de spreker zal uitvoeren. In deze zin gaat het om een voorgenomen handeling in de toekomst. Voorbeeld: I'll call you tomorrow. — Ik bel je morgen. put betekent hier niet simpelweg alleen “plaatsen”. Samen met on it beschrijft het de handeling van iets op een voorwerp aanbrengen; de vaste Nederlandse vertaling maakt dat concreet als er een label op plakken. De basisvorm is put; verleden tijd en voltooid deelwoord zijn ook put. Voorbeeld: Put the note on the door. — Plak het briefje op de deur. clear beschrijft hier het label: het label is duidelijk, bijvoorbeeld goed leesbaar of ondubbelzinnig. De vergelijkingsvormen zijn clear, clearer, clearest. Voorbeeld: Write a clearer label. — Schrijf een duidelijker label. label is het zelfstandig naamwoord voor een label of etiket. Het kan ook als werkwoord voorkomen, maar in deze zin is het een zelfstandig naamwoord en is het het voorwerp dat de spreker zal aanbrengen. Voorbeeld: The label is easy to read. — Het label is gemakkelijk te lezen. on it bestaat uit on plus het voornaamwoord it. Samen geeft dit aan waar het label komt: op het eerder bedoelde voorwerp. It is hier een enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord voor een zaak of object; de exacte referent wordt in deze ene zin niet benoemd. Voorbeeld: Put the sticker on it. — Plak de sticker erop. Samen vormt de zin: I'll + put geeft aan dat de spreker iets zal doen, a clear label is wat de spreker aanbrengt, en on it geeft de plaats aan. De volledige betekenis is daarom: Ik plak er een duidelijk label op.

  8. That will make lunch easier.

    Dat maakt de lunch makkelijker.

    That
    dat
    will
    zal
    make
    maken
    lunch
    lunch
    easier
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier dat: een aanwijzend woord dat naar iets eerder genoemde of bekende verwijst. In deze zin is het onderwerp van de hoofdzin; de precieze referent wordt niet verder benoemd. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord staat het tegenover this voor iets dat als verder weg of al genoemd wordt ervaren. will is hier het hulpwerkwoord voor de toekomst. Het verandert niet met het onderwerp: I will, you will, that will. In een gewone mededeling wordt het gevolgd door de basisvorm van het hoofdwerkwoord: will make, niet will makes of will made. De vaste Nederlandse vertaling gebruikt maakt, maar natuurlijk Nederlands kan een Engelse toekomstige betekenis ook met de tegenwoordige tijd weergeven. make betekent hier niet alleen maken in de zin van iets produceren. In het patroon make + iets/iemand + bijvoeglijk naamwoord betekent het dat iets ervoor zorgt dat iets of iemand een bepaalde toestand krijgt. Na will blijft het de basisvorm make. Voorbeeld: The light makes the room brighter. — Het licht maakt de kamer lichter. lunch is het zelfstandig naamwoord voor de middagmaaltijd. Het kan in het Engels ook zonder lidwoord staan wanneer het om de maaltijd als activiteit of gelegenheid gaat, zoals in We had lunch. In deze zin is lunch het object van make: dat zal de lunch gemakkelijker maken. easier is de vergrotende trap van easy (easy – easier – easiest). De vorm easier vergelijkt de bedoelde lunch met de situatie zonder de genoemde hulp of verandering: de lunch wordt gemakkelijker. Bij een kort bijvoeglijk naamwoord zoals easy wordt de vergrotende trap doorgaans met -er gevormd; de spelling verandert hier van y naar i vóór -er. Voorbeeld: This plan is easier. — Dit plan is gemakkelijker. Samen vormt That will make lunch easier het patroon onderwerp + will + make + object + comparative adjective: iets zal ervoor zorgen dat de lunch gemakkelijker wordt. De vaste betekenis is: Dat maakt de lunch makkelijker.

Grammatica

a lot of + meervoudig of ontelbaar zelfstandig naamwoord

a lot of leftovers

e lot ev lef-tou-vurz

veel restjes

a lot of betekent ‘veel’ en staat voor meervoudige of ontelbare zelfstandige naamwoorden.

make + object + adjective

make lunch easier

meik lantsj ii-zi-er

lunch makkelijker maken

Na make volgt eerst het object en daarna een bijvoeglijk naamwoord dat het resultaat beschrijft.

Engels woordenschat

a lot of uitdrukking
e lot ev veel

There are a lot of leftovers from dinner.

clean bijvoeglijk naamwoord
kliin schoon

Let's put them in a clean container.

container zelfstandig naamwoord
kun-tee-ner bak; bewaardoos

Let's put them in a clean container.

dinner zelfstandig naamwoord
din-ner avondeten

There are a lot of leftovers from dinner.

fridge zelfstandig naamwoord
fridzj koelkast

You can if we keep them in the fridge until then.

keep werkwoord
kiip bewaren

You can if we keep them in the fridge until then.

leftovers zelfstandig naamwoord
lef-tou-vurz restjes

There are a lot of leftovers from dinner.

lunch zelfstandig naamwoord
lantsj lunch

Can I reheat them for lunch tomorrow?

put werkwoord
poet doen; zetten

Let's put them in a clean container.

reheat werkwoord
rii-hiit opwarmen

Can I reheat them for lunch tomorrow?

tomorrow bijwoord
tuh-mor-rou morgen

Can I reheat them for lunch tomorrow?

until then uitdrukking
un-til dhen tot die tijd

You can if we keep them in the fridge until then.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat maakt de lunch makkelijker.

Antwoord tonenThat will make lunch easier.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bak; bewaardoos

Antwoord tonencontainer

schoon

Antwoord tonenclean

avondeten

Antwoord tonendinner

lunch

Antwoord tonenlunch