Jassen vergelijken op stof en pasvorm | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a clothing shop, two adults compare similar jackets by fabric, warmth, and fit before deciding..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Jassen vergelijken op stof en pasvorm oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

These two jackets look very similar.

diez toe djekkets loek verrie simmeler Deze twee jassen lijken erg op elkaar.
B

Let's compare the fabric and fit.

lets kəmpeer də febrik end fit Laten we de stof en de pasvorm vergelijken.
A

This one feels light.

dis wan fiilz lait Deze voelt licht aan.
A

The fabric seems thin.

də febrik siimz thien De stof lijkt dun.
B

The other one feels sturdier and warmer.

dhi uhdher wan fiilz sturdiër end wormer De andere voelt steviger en warmer aan.
A

That might be better for everyday use.

dhet mait bie better fer evridee joes Dat is misschien beter voor dagelijks gebruik.
B

Try it on first and see how it feels.

trai it on furst end sii hau it fiilz Pas hem eerst aan en kijk hoe hij zit.
A

I will try both before I decide.

ai wil trai booth bifohr ai disaid Ik zal beide passen voordat ik beslis.
B

That should make the choice easier.

dhet sjoed meik də tjois iizer Dat zou de keuze makkelijker moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. These two jackets look very similar.

    Deze twee jassen lijken erg op elkaar.

    These
    deze
    two
    twee
    jackets
    jassen
    look
    lijken
    very
    erg
    similar
    vergelijkbaar
    Uitgebreide uitleg

    These is een aanwijzend woord voor meerdere dingen die als dichtbij of relevant worden voorgesteld. Het verwijst hier, samen met two jackets, naar twee specifieke jassen. Vergelijk this voor één ding met these voor meerdere dingen. two geeft hier expliciet het aantal aan: het gaat om twee jassen. In het Engels blijft two zelf onveranderd; het zelfstandig naamwoord erna staat in het meervoud. Voorbeeld: two bags = twee tassen. jackets betekent hier ‘jassen’ en is het meervoud van jacket (‘jas’). De uitgang -s markeert in dit geval het meervoud. Voor één jas zeg je one jacket; voor meerdere jassen two jackets. look is hier de vorm van het werkwoord look na het meervoudige onderwerp these two jackets. In deze zin betekent het niet simpelweg ‘kijken’, maar ‘eruitzien’ of ‘de indruk wekken’. In de constructie look + bijvoeglijk naamwoord beschrijft het bijvoeglijk naamwoord hoe iets eruitziet. Voorbeeld: The room looks bright. = De kamer ziet er licht uit. very versterkt het volgende bijvoeglijk naamwoord en betekent hier ‘erg’. Het verandert niet van vorm: very similar betekent ‘erg vergelijkbaar’ of, natuurlijker in deze context, ‘erg op elkaar lijkend’. similar is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘vergelijkbaar’ of ‘op elkaar lijkend’. Het beschrijft hier de twee jassen samen; het zegt niet dat ze noodzakelijk identiek zijn. Na look vormt het de patroonconstructie look + adjective: They look similar. = Ze lijken op elkaar. Het tegengestelde is different (‘verschillend’). Samen vormen de woorden de structuur These two jackets + look + very similar: ‘Deze twee jassen lijken erg op elkaar.’ These two jackets is het meervoudige onderwerp, look verbindt dat onderwerp met de beschrijving very similar, en very versterkt similar.

  2. Let's compare the fabric and fit.

    Laten we de stof en de pasvorm vergelijken.

    Let's
    laten we
    compare
    vergelijken
    fabric
    stof
    fit
    pasvorm
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het met het onderwerp een voorstel voor een gezamenlijke handeling: “laten we …”. Het is hier dus geen gewone beschrijving van een feit. Voorbeeld: Let's start. — “Laten we beginnen.” compare betekent hier dat je twee eigenschappen naast elkaar legt om overeenkomsten en verschillen te beoordelen. Het is een werkwoord; de basisvorm is compare, met bijvoorbeeld de verleden tijd compared. Het kan een direct object krijgen: Compare the two options. — “Vergelijk de twee opties.” fabric betekent hier de stof of het textiel waarvan iets gemaakt is. Het is een zelfstandig naamwoord. In kledingcontext kun je bijvoorbeeld zeggen: This fabric is soft. — “Deze stof is zacht.” Het woord verwijst naar het materiaal, niet naar het uiterlijk of de maat van het kledingstuk. fit betekent hier de pasvorm: hoe goed een kledingstuk qua vorm en maat op iemand aansluit. Het is in deze zin een zelfstandig naamwoord, hoewel fit ook als werkwoord voorkomt, bijvoorbeeld in The jacket fits well. — “De jas past goed.” Die werkwoordsvorm beschrijft het passen; de vorm in de vaste zin benoemt de pasvorm als iets dat je kunt vergelijken. Samen vormen de delen de structuur Let's compare A and B: “Laten we A en B vergelijken.” A is hier the fabric en B is fit. De twee bepaalde woordgroepen verwijzen naar de stof en de pasvorm die bij het vergelijken worden bekeken. De volledige betekenis is daarom: “Laten we de stof en de pasvorm vergelijken.”

  3. This one feels light.

    Deze voelt licht aan.

    This one
    deze
    feels
    voelt aan
    light
    licht
    Uitgebreide uitleg

    This one betekent hier “deze”, waarbij one naar één eerder aangewezen of besproken item verwijst. De precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. This markeert het item als nabij of als het item dat de spreker aanwijst; one voorkomt herhaling van een zelfstandig naamwoord. Het is hier geen zelfstandige bewering over een aantal. Voorbeeld: This one is larger. — “Deze is groter.” Hetzelfde patroon kan dus een gekozen item aanduiden zonder het zelfstandig naamwoord opnieuw te noemen. feels komt van feel. In deze zin betekent het niet alleen “voelen met de hand”, maar “aanvoelen” of “de indruk geven”. De vorm feels heeft een derde-persoons enkelvoudig onderwerp in de tegenwoordige tijd: I/you/we/they feel, maar he/she/it feels. Hier verbindt feels het onderwerp met een eigenschap: something feels + adjective. Voorbeeld: The fabric feels soft. — “De stof voelt zacht aan.” Dat beschrijft de ervaren eigenschap van de stof, niet noodzakelijk een bewuste handeling van de stof. light is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “niet zwaar” of “licht van gewicht”. Het staat na feels, omdat het de eigenschap beschrijft die het aangeduide item lijkt te hebben. Het tegenovergestelde is heavy (“zwaar”). Light kan in andere contexten ook “helder” of “lichtgevend” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vertaling en de vergelijking van stof en pasvorm. Voorbeeld: This bag feels heavy. — “Deze tas voelt zwaar aan.” De vorm light verandert hier niet omdat het aangeduide item enkelvoud is; het is het bijvoeglijk naamwoord, niet one, dat de eigenschap uitdrukt. Light betekent bovendien niet automatisch “dun”: iets kan dun maar zwaar zijn, of dik maar licht. Samen vormen de delen This one + feels + light de betekenis: “Deze voelt licht aan.” De spreker geeft een waargenomen indruk van het aangewezen item en zegt dat het niet zwaar aanvoelt. De tegenwoordige tijd presenteert die indruk als geldig op het moment van spreken.

  4. The fabric seems thin.

    De stof lijkt dun.

    fabric
    stof
    seems
    lijkt
    thin
    dun
    Uitgebreide uitleg

    fabric betekent hier ‘stof’: materiaal waarvan bijvoorbeeld kleding of andere textielproducten gemaakt zijn. Het is een zelfstandig naamwoord. In the fabric verwijst the naar een specifieke stof die in de situatie herkenbaar is; het artikel drukt op zichzelf geen aantal uit. seems komt van seem en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: I/you/we/they seem, maar he/she/it seems. Hier is the fabric het onderwerp. seem wordt vaak gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord om een indruk of beoordeling uit te drukken: The fabric seems soft. — ‘De stof lijkt zacht.’ De vorm seems maakt de uitspraak niet absoluut: de stof wordt als dun ervaren of beoordeeld, maar de zin zegt niet eenvoudigweg zonder voorbehoud dat ze dun is. thin betekent hier ‘dun’ en beschrijft the fabric. Het is een bijvoeglijk naamwoord; voor een vergelijking is de gebruikelijke vorm thinner (‘dunner’), bijvoorbeeld: This fabric is thinner. — ‘Deze stof is dunner.’ In de vaste zin staat geen vergelijking; thin geeft alleen de eigenschap weer die als indruk wordt genoemd. Samen vormen the fabric seems thin en De stof lijkt dun. dezelfde betekenis: een specifieke stof maakt de indruk dun te zijn. De woordvolgorde is onderwerp + seem(s) + bijvoeglijk naamwoord: The fabric is het onderwerp, seems geeft de indruk aan en thin beschrijft de stof.

  5. The other one feels sturdier and warmer.

    De andere voelt steviger en warmer aan.

    The other one
    de andere
    feels
    voelt aan
    sturdier
    steviger
    warmer
    warmer
    Uitgebreide uitleg

    The other one verwijst naar een andere, afzonderlijke optie of zaak dan de eerder besproken optie. one neemt hier de plaats in van een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord; het drukt op zichzelf geen aantal uit. other vormt een tegenstelling tussen opties: the other one betekent hier “de andere”. Voorbeeld: “I’ll take the other one.” = “Ik neem de andere.” feels is de vorm van feel bij he, she, it of een enkelvoudig onderwerp in de tegenwoordige tijd. In deze zin beschrijft feel hoe iets bij aanraking of algemene indruk aanvoelt; de vertaling gebruikt daarom aanvoelen. Voorbeeld: “This fabric feels soft.” = “Deze stof voelt zacht aan.” sturdier is de vergrotende trap van sturdy: sturdy → sturdier → the sturdiest. Bij sturdy verandert de eindletter y in i vóór -er. De vorm betekent hier dat de andere optie steviger lijkt of aanvoelt dan de optie waarmee zij wordt vergeleken. Voorbeeld: “This box is sturdier than that one.” = “Deze doos is steviger dan die andere.” warmer is de vergrotende trap van warm: warm → warmer → the warmest. De uitgang -er vergelijkt de temperatuur of warmte-indruk met die van een andere optie. Voorbeeld: “This jacket feels warmer.” = “Deze jas voelt warmer aan.” Samen vormt The other one feels sturdier and warmer een vergelijking: de andere optie voelt zowel steviger als warmer aan dan de eerder relevante optie. And verbindt de twee vergelijkende eigenschappen; het onderwerp The other one geldt voor beide eigenschappen.

  6. That might be better for everyday use.

    Dat is misschien beter voor dagelijks gebruik.

    That
    dat
    might be
    zou kunnen zijn
    better
    beter
    everyday
    dagelijks
    use
    gebruik
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de situatie al bekend is. Als aanwijzend voornaamwoord staat het zelfstandig; het vervangt dus niet automatisch het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. In andere zinnen kan dezelfde vorm ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld in that option (“die optie”). might be combineert het modale werkwoord might met be. Might drukt hier een mogelijkheid uit: “misschien is” of “zou kunnen zijn”. Het is een afzonderlijk modaal hulpwerkwoord dat nauw verwant is aan may; in deze context klinkt de mogelijkheid voorzichtig of niet-zeker. Na might staat het werkwoord in de basisvorm: might be, niet een vervoegde vorm zoals might is. Voorbeeld: It might rain. — “Het zou kunnen regenen.” better is de vergrotende trap van good: good → better → best. Het betekent hier dat iets geschikter of gunstiger is dan een andere bekende of bedoelde optie; die vergelijking wordt hier niet met than uitgesproken. Better hoort bij het onderwerp that, niet bij use. Voorbeeld: This method is better for beginners. — “Deze methode is beter voor beginners.” everyday is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “voor dagelijks gebruik” of “alledaags”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord use en beschrijft welk soort gebruik bedoeld is. Dit verschilt van every day, twee woorden, dat “elke dag” betekent als tijdsbepaling: I practise every day. — “Ik oefen elke dag.” use is hier een zelfstandig naamwoord: “gebruik”, niet het werkwoord “gebruiken”. In everyday use benoemt het de toepassing in gewone dagelijkse situaties. Als werkwoord krijgt het een andere rol, bijvoorbeeld I use this bag every day. — “Ik gebruik deze tas elke dag.” Samen vormt for everyday use een betekenisvolle bepaling bij better: iets is mogelijk geschikter voor dagelijks gebruik. De volledige structuur is That might be better for everyday use.: “Dat is misschien beter voor dagelijks gebruik.”

  7. Try it on first and see how it feels.

    Pas hem eerst aan en kijk hoe hij zit.

    Try it on
    het passen
    first
    eerst
    see
    kijken
    how it feels
    hoe het aanvoelt
    Uitgebreide uitleg

    Try it on is een vaste, herbruikbare combinatie met het werkwoord try: iets proberen door het aan te trekken of te passen. De vorm Try is hier de gebiedende wijs; het onderwerp you wordt in het Engels meestal niet uitgesproken. it is het lijdend voorwerp en verwijst hier, in overeenstemming met de vertaling hem, naar het voorwerp dat gepast wordt. Vergelijk: Try it. = Probeer het. Voor de betekenis ‘passen’ gebruik je specifiek try something on; try something betekent algemener dat je iets probeert. first betekent hier eerst en geeft de volgorde aan: eerst passen, daarna kijken. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Read the instructions first. = Lees eerst de instructies. see betekent hier kijken of nagaan. Ook dit is een gebiedende wijs, met het onuitgesproken onderwerp you. In combinatie met een volgende bijzin betekent see vaak ‘nagaan wat er gebeurt’: See whether it fits. = Kijk of het past. how it feels is een bijzin die aangeeft wat je moet nagaan: hoe het aanvoelt wanneer je het voorwerp draagt of past. how leidt hier een vraag naar de manier of ervaring; it blijft verwijzen naar het gepaste voorwerp. feels is de tegenwoordige tijd van feel bij it; de uitgang -s hoort bij de derde persoon enkelvoud. Vergelijk: I feel comfortable. = Ik voel me comfortabel. en It feels comfortable. = Het voelt comfortabel aan. In deze context wordt de ervaring van het passen bedoeld, wat in de vaste Nederlandse vertaling natuurlijk wordt weergegeven als hoe hij zit. Samen vormen de delen de volgorde Try it on first + and see how it feels: pas het eerst, en ga daarna na hoe het aanvoelt of zit. De volledige betekenis is daarom: Pas hem eerst aan en kijk hoe hij zit.

  8. I will try both before I decide.

    Ik zal beide passen voordat ik beslis.

    I will
    ik zal
    try
    proberen
    both
    beide
    before
    voordat
    decide
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt hier een voornemen of toekomstige handeling uit. will blijft hetzelfde bij verschillende onderwerpen; de vorm erna is de basisvorm: I will try, she will try. In alledaagse taal wordt dit vaak verkort tot I'll. try betekent hier iets uitproberen of passen. Na will staat de basisvorm try, niet een verleden of vervoegde vorm. Voorbeeld: I will try this jacket. — Ik zal dit jasje passen. both betekent beide: de twee bedoelde mogelijkheden worden allebei meegenomen. Het woord kan zelfstandig staan, zoals hier, of vóór een zelfstandig naamwoord: both options — beide opties. De zin zelf zegt niet welke twee mogelijkheden dat zijn. before leidt hier een tijdsbepaling met een volledige bijzin in: before I decide. Het geeft aan dat het proberen eerder gebeurt dan het beslissen. Een vergelijkbaar patroon is Call me before you leave. — Bel me voordat je vertrekt. decide betekent een beslissing nemen. Na I is de tegenwoordige vorm decide; bij he, she of it krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal -s: she decides. In deze zin staat het in de bijzin na before, maar de handeling is nog toekomstig door de context van het voornemen. Samen betekent I will try both dat de spreker beide bedoelde opties zal uitproberen of passen. before I decide bepaalt de volgorde: eerst probeert de spreker ze allebei, daarna beslist de spreker. De volledige betekenis is dus: Ik zal beide passen voordat ik beslis.

  9. That should make the choice easier.

    Dat zou de keuze makkelijker moeten maken.

    That
    dat
    should
    zou moeten
    make
    maken
    choice
    keuze
    easier
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier als onderwerp naar een eerder genoemde situatie of handeling als geheel; de vertaling bevestigt de lezing “dat”. Als aanwijzend voornaamwoord kan that zelfstandig staan. Het verschilt van this doordat this doorgaans iets als dichterbij presenteert, terwijl that vaak iets meer op afstand of eerder genoemds aanwijst. Voorbeeld: “That is useful.” — “Dat is nuttig.” should drukt hier een verwachting of waarschijnlijk gevolg uit: iets zal naar verwachting de keuze eenvoudiger maken. Het staat vóór de basisvorm van het werkwoord: should make, niet should makes of should made. In andere contexten kan should ook een aanbeveling uitdrukken, maar in deze zin past de verwachte uitkomst bij de Nederlandse vertaling “zou ... moeten maken”. Voorbeeld: “This should help.” — “Dit zou moeten helpen.” make betekent hier “ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt”. Na should blijft het werkwoord in de basisvorm make; de vormen zijn onder meer make, makes, made, making. Het patroon make + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord beschrijft zo’n verandering of effect: make the task easier betekent “de taak makkelijker maken”. choice is het zelfstandig naamwoord voor de handeling of mogelijkheid van kiezen, of voor wat iemand kiest; hier gaat het om de keuze zelf. Het meervoud is choices. Het werkwoord is choose — “kiezen” — met verleden tijd chose en voltooid deelwoord chosen; choice is dus niet de werkwoordsvorm. Voorbeeld: “I made a choice.” — “Ik maakte een keuze.” easier is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord easy (“makkelijk”). De reeks is easy → easier → easiest: makkelijk → makkelijker → makkelijkst. Omdat de zin een vergelijking met de eerdere toestand of moeilijkheid uitdrukt, staat hier easier, niet alleen easy. De uitgang -er hoort bij easy en niet bij choice. Voorbeeld: “The second option is easier.” — “De tweede optie is makkelijker.” Samen vormt make the choice easier het patroon “de keuze makkelijker maken”. That is het onderwerp, en should geeft aan dat dit effect naar verwachting optreedt. De volledige betekenis is daarom: “Dat zou de keuze makkelijker moeten maken.”

Grammatica

comparative adjective + -er

The other jackets seem sturdier and warmer.

dhi uhdher djekkets siim sturdiër end wormer

De andere jassen lijken steviger en warmer.

Bij korte bijvoeglijke naamwoorden gebruikt het Engels vaak -er om een vergelijking te maken.

before + subject + verb

Try it on before you decide.

trai it on bifohr joe disaid

Pas het voordat je beslist.

Na before staat een volledige bijzin met een onderwerp en werkwoord.

Engels woordenschat

compare werkwoord
kəmpeer vergelijken
fabric zelfstandig naamwoord
febrik stof
feels werkwoord
fiilz voelt aan
fit zelfstandig naamwoord
fit pasvorm
jackets zelfstandig naamwoord
djekkets jassen
light bijvoeglijk naamwoord
lait licht
other bepaler
uhdher andere
seems werkwoord
siimz lijkt
similar bijvoeglijk naamwoord
simmeler vergelijkbaar, soortgelijk
sturdier bijvoeglijk naamwoord
sturdiër steviger
thin bijvoeglijk naamwoord
thien dun
warmer bijvoeglijk naamwoord
wormer warmer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze twee jassen lijken erg op elkaar.

Antwoord tonenThese two jackets look very similar.

Laten we de stof en de pasvorm vergelijken.

Antwoord tonenLet's compare the fabric and fit.

Deze voelt licht aan.

Antwoord tonenThis one feels light.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vergelijken

Antwoord tonencompare

lijkt

Antwoord tonenseems

jassen

Antwoord tonenjackets

dun

Antwoord tonenthin