Boodschappen doen met een lijst | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a grocery shop, two adults follow a list, find dry food, add pasta, and head toward checkout..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Boodschappen doen met een lijst oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Let's stick to the grocery list.

lets stik tə de grousəri list Laten we ons aan het boodschappenlijstje houden.
B

That should keep us from buying too much.

det sjoed kiep əs from baijing toe mutsj Dat zou ons moeten helpen om niet te veel te kopen.
A

Where are the pasta and rice?

wer ər de paasta ən rais Waar zijn de pasta en de rijst?
B

They are in the dry food aisle.

dee ər in de drai foed ail Ze liggen in het gangpad met droge voeding.
A

This is the pasta we bought last time.

dis iz de paasta wie bot lest taim Dit is de pasta die we de vorige keer hebben gekocht.
B

Let's put one pack in the cart.

lets poet wan pek in de kart Laten we één pak in het karretje doen.
A

After that, we only need milk.

efter det, wie ounlie nied milk Daarna hebben we alleen nog melk nodig.
B

Then we can head straight to checkout.

den wie kən hed streit tə tsjekaut Dan kunnen we rechtstreeks naar de kassa gaan.

Woord voor woord

Let's “Let's” geeft hier een voorstel om iets samen te doen: laten we ons aan de boodschappenlijst houden. Het is een verkorte vorm van “let us” en wordt gevolgd door de basisvorm van het werkwoord, zoals in “Let's stick”. Je gebruikt het bijvoorbeeld om samen een plan te maken.
stick “Stick” betekent hier dat je iets blijft volgen of je eraan houdt, namelijk de boodschappenlijst. In de vaste combinatie “stick to” staat “to” voor datgene wat je volgt. Nieuw voorbeeld: Je kunt zeggen “stick to the plan” wanneer iemand een plan moet blijven volgen.
to In “stick to the grocery list” laat “to” zien waaraan je je houdt: de boodschappenlijst. Het hoort hier bij de vaste combinatie “stick to”. Nieuw voorbeeld: “stick to the plan” betekent dat je je aan het plan houdt.
the “The” verwijst hier naar een specifieke boodschappenlijst die de gesprekspartners kennen: “the grocery list”. Je gebruikt “the” wanneer de luisteraar kan herkennen over welk ding je praat. Nieuw voorbeeld: “the door” verwijst naar een specifieke deur.
grocery “Grocery” beschrijft hier iets dat met boodschappen of levensmiddelen te maken heeft. In “the grocery list” bepaalt het welk soort lijst bedoeld is. Nieuw voorbeeld: “a grocery shop” is een winkel waar je boodschappen doet.
list “List” betekent hier een geschreven overzicht van dingen die je wilt kopen. In “the grocery list” is dat overzicht specifiek voor boodschappen. Je kunt “list” ook gebruiken voor een overzicht van taken of namen.
That “That” verwijst hier naar het voorafgaande voorstel om de boodschappenlijst te volgen. Het onderwerp is dus een eerder genoemde actie of een verwacht resultaat. Je gebruikt “That” vaak om naar een zojuist genoemde situatie te verwijzen.
should “Should” drukt hier een verwachte of nuttige uitkomst uit: het volgen van de lijst zou moeten voorkomen dat ze te veel kopen. Het staat vóór de basisvorm “keep”. Nieuw voorbeeld: “This should help” betekent dat dit waarschijnlijk zal helpen.
keep In “keep us from buying too much” betekent “keep” ervoor zorgen dat iets niet gebeurt. De combinatie “keep someone from + werkwoord op -ing” beschrijft dat iemand van een handeling wordt weerhouden. Nieuw voorbeeld: “The rain kept us from going outside” betekent dat de regen ons ervan weerhield naar buiten te gaan.
us “Us” verwijst hier naar de twee gesprekspartners als degenen die mogelijk te veel kopen. Het staat na “keep” als degene die door de actie wordt tegengehouden. Nieuw voorbeeld: “Can you help us?” gebruikt “us” voor de mensen die hulp krijgen.
from In “keep us from buying too much” geeft “from” aan welke handeling wordt voorkomen. Na “from” staat hier “buying”, de handeling die ze niet te veel moeten uitvoeren. Deze combinatie gebruik je om te zeggen dat iemand iets niet kan of mag doen door een bepaalde oorzaak.
buying “Buying” verwijst hier naar het kopen van boodschappen door ervoor te betalen. Het staat na “from” in de combinatie “keep us from buying too much”. Nieuw voorbeeld: “Buying food online can save time” gebruikt “buying” voor de activiteit van boodschappen kopen.
too “Too” geeft in “buying too much” aan dat de hoeveelheid boven wat gewenst of nodig is ligt. Samen met “much” vormt het de uitdrukking “too much”. Je gebruikt “too” bijvoorbeeld wanneer iets een probleem wordt door een te grote hoeveelheid.
much “Much” verwijst hier naar een grote hoeveelheid van wat ze kopen, zonder dat het om één specifiek product gaat. In “too much” betekent het samen met “too” dat de hoeveelheid overdreven groot is. Nieuw voorbeeld: “There is too much food” betekent dat er meer eten is dan nodig.
Where “Where” vraagt hier naar de plaats van de pasta en de rijst. Het staat aan het begin van de vraag “Where are the pasta and rice?”. Je gebruikt “Where” om naar een locatie te vragen.
are “Are” is hier de vorm van “be” in de vraag over twee producten: “the pasta and rice”. Het verbindt die producten met hun plaats in de winkel. Nieuw voorbeeld: “Where are the keys?” vraagt waar meerdere sleutels zijn.
pasta “Pasta” betekent hier het voedingsmiddel dat samen met rijst gezocht wordt. Het woord benoemt een product in de winkel. Je kunt “pasta” gebruiken wanneer je naar dit soort voedsel vraagt, koopt of verwijst.
and “And” verbindt hier twee producten in één vraag: “the pasta and rice”. Het voegt de rijst toe aan de pasta. Nieuw voorbeeld: “bread and milk” noemt twee boodschappen samen.
rice “Rice” betekent hier het voedingsmiddel dat samen met pasta gezocht wordt. Het benoemt een product in de winkel. Je kunt “rice” gebruiken om naar rijst te vragen of te zeggen dat je het wilt kopen.
They “They” verwijst hier naar de twee eerder genoemde producten, de pasta en de rijst. Het is het onderwerp van “They are in the dry food aisle”. Je gebruikt “They” om naar meerdere mensen of dingen te verwijzen.
in “In” geeft hier de plaats aan waar de pasta en rijst zich bevinden: “in the dry food aisle”. Het laat zien dat iets zich binnen een bepaald winkelgedeelte bevindt. Nieuw voorbeeld: “The milk is in the fridge” gebruikt “in” voor een plaats.
dry “Dry” beschrijft hier het soort voedsel in “the dry food aisle”: voedsel met weinig vocht dat als voorraad wordt bewaard. Het staat vóór “food” en bepaalt welke afdeling bedoeld is. Nieuw voorbeeld: “dry bread” beschrijft brood dat niet meer zacht of vers is.
food “Food” betekent hier eten, in het bijzonder de categorie droge voedingsmiddelen in de winkel. In “dry food” vormt het samen met “dry” de naam van een soort productgroep. Je kunt “food” algemeen gebruiken voor dingen die mensen eten.
aisle “Aisle” betekent hier het gangpad tussen de schappen in de supermarkt. In “the dry food aisle” gaat het om het gangpad met droge voedingsmiddelen. Nieuw voorbeeld: “Which aisle is the coffee in?” vraagt in welk gangpad koffie staat.
This “This” verwijst hier naar de pasta die de spreker op dat moment aanwijst of voor zich ziet. Het gaat om een nabij of duidelijk aanwezig product. Je gebruikt “This” vaak wanneer je iets aanwijst of identificeert.
is “Is” verbindt hier het aangewezen product met de uitleg dat het de pasta van de vorige keer is: “This is the pasta”. Het verwijst naar één specifiek product. Nieuw voorbeeld: “This is the right bag” identificeert één tas.
we “We” verwijst hier naar de twee gesprekspartners samen. Zij zijn degenen die de pasta de vorige keer hebben gekocht. Je gebruikt “we” wanneer de spreker zichzelf en minstens één andere persoon bedoelt.
bought “Bought” betekent hier dat de gesprekspartners de pasta eerder hebben betaald en meegenomen. Het is de verleden vorm van “buy” en staat in “we bought last time”. Je gebruikt deze vorm om naar een eerdere aankoop te verwijzen.
last “Last” betekent hier de meest recente vorige gelegenheid in “last time”. Het geeft aan dat de aankoop niet deze keer, maar bij de vorige gelegenheid gebeurde. Nieuw voorbeeld: “last week” verwijst naar de meest recente vorige week.
time “Time” betekent hier een bepaalde gelegenheid of keer. Samen met “last” vormt het de uitdrukking “last time”, dus de vorige keer. Nieuw voorbeeld: “I saw her last time” verwijst naar een eerdere gelegenheid.
put “Put” betekent hier iets ergens neerleggen of plaatsen, namelijk één pak in het winkelkarretje. Na “Let's” staat de basisvorm “put”. Nieuw voorbeeld: “Put the keys on the table” geeft aan waar iets geplaatst moet worden.
pack “Pack” betekent hier één verpakking pasta. In “one pack” geeft het aan hoeveel verpakkingen in het karretje moeten. Je kunt “pack” gebruiken voor een product dat samen verpakt wordt verkocht.
cart “Cart” betekent hier het winkelkarretje waarin de boodschappen worden gelegd. In “put one pack in the cart” geeft het de plaats van het pak aan. Nieuw voorbeeld: “The cart is full” betekent dat het winkelkarretje vol is.
After “After” betekent hier dat de volgende stap plaatsvindt nadat ze het pak in het karretje hebben gedaan. Het introduceert de tijdsrelatie in “After that”. Je gebruikt “after” om te zeggen wat later gebeurt dan een gebeurtenis.
only “Only” beperkt hier wat er nog nodig is tot melk: “we only need milk”. Het maakt duidelijk dat er volgens de lijst geen andere boodschappen meer nodig zijn. Nieuw voorbeeld: “I only need one” beperkt de benodigde hoeveelheid tot één.
need “Need” betekent hier dat melk nog vereist is om de boodschappen af te ronden. In “we need milk” wordt gezegd wat de gesprekspartners nog moeten kopen. Nieuw voorbeeld: “We need bread” geeft een andere noodzakelijke boodschap aan.
milk “Milk” betekent hier de drank die als laatste boodschap nog nodig is. Het is het product dat ze na de pasta en rijst moeten halen. Je kunt “milk” gebruiken om naar melk te vragen, te zoeken of te zeggen dat je het nodig hebt.
Then “Then” betekent hier daarna of als volgende stap. Het verwijst naar het moment waarop alleen melk nog over is en ze naar de kassa kunnen gaan. Je gebruikt “Then” om opeenvolgende handelingen te verbinden.
can “Can” drukt hier de mogelijkheid uit om naar de kassa te gaan zodra de laatste boodschap geregeld is. Het staat vóór de basisvorm “head”. Nieuw voorbeeld: “We can leave now” betekent dat we nu kunnen vertrekken.
head “Head” betekent hier ergens naartoe gaan, namelijk naar de kassa. In “head straight to checkout” beschrijft het een doelgerichte beweging. Nieuw voorbeeld: “Let's head home” betekent dat we naar huis gaan.
straight “Straight” betekent hier rechtstreeks, zonder omweg of extra stop. In “head straight to checkout” versterkt het de directe richting naar de kassa. Nieuw voorbeeld: “Go straight to the office” geeft aan dat iemand direct naar het kantoor moet gaan.
checkout “Checkout” betekent hier de plaats in de winkel waar de boodschappen worden afgerekend. In “head straight to checkout” is het de bestemming na het boodschappen doen. Je gebruikt “checkout” wanneer je over betalen of de kassa in een winkel praat.

Grammatica

keep + object + from + -ing

A grocery list keeps me from buying too much pasta.

e grousəri list kieps mie from baijing toe mutsj paasta

Een boodschappenlijst voorkomt dat ik te veel pasta koop.

Na keep from volgt een persoon of zaak en daarna een werkwoord op -ing: keeps me from buying.

head straight to + place

After that, I head straight to the checkout.

efter det, ai hed streit tə de tsjekaut

Daarna ga ik rechtstreeks naar de kassa.

Head straight to betekent dat je zonder omweg naar een bepaalde plaats gaat.

Engels woordenschat

bought werkwoord
bot gekocht
buying werkwoord
baijing kopen
cart zelfstandig naamwoord
kart karretje
dry food aisle zelfstandig naamwoord
drai foed ail gangpad met droge voeding
grocery list zelfstandig naamwoord
grousəri list boodschappenlijst
keep from uitdrukking
kiep from verhinderen om
last time uitdrukking
lest taim de vorige keer
pack zelfstandig naamwoord
pek pak
pasta zelfstandig naamwoord
paasta pasta
rice zelfstandig naamwoord
rais rijst
stick to uitdrukking
stik tə zich houden aan
too much uitdrukking
toe mutsj te veel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we ons aan het boodschappenlijstje houden.

Antwoord tonenLet's stick to the grocery list.

Waar zijn de pasta en de rijst?

Antwoord tonenWhere are the pasta and rice?

Daarna hebben we alleen nog melk nodig.

Antwoord tonenAfter that, we only need milk.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rijst

Antwoord tonenrice

kopen

Antwoord tonenbuying

pasta

Antwoord tonenpasta

gekocht

Antwoord tonenbought