Betalen en de tas controleren bij de kassa | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a shop checkout, a customer pays on a screen and asks staff to separate heavy and glass items while bagging..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Betalen en de tas controleren bij de kassa oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is this checkout open now?

Iz dhis tsjek-aut oupen nau? Is deze kassa nu open?
B

You can place your items here.

Joe ken pleis jer aitemz hier. Je kunt je spullen hier neerleggen.
A

Should I use the screen to pay?

Sjod ai joez dhuh skriin tuh pei? Moet ik het scherm gebruiken om te betalen?
B

Use the screen on your right.

Joes dhuh skriin on jer rait. Gebruik het scherm rechts van je.
A

The bag feels too full.

Dhuh beg fiilz toe foel. De tas voelt te vol aan.
B

I can move the heavy item to another bag.

Ai ken moev dhuh hevie aitem tuh enadher beg. Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.
A

Please put the glass items in a separate bag.

Pleez poet dhuh gles aitemz in uh seperut beg. Doe de glazen artikelen alstublieft in een aparte tas.
B

I'll be careful while bagging them.

Ail bie keerful wail beging dhem. Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze inpak.

Uitleg van de zinnen

  1. Is this checkout open now?

    Is deze kassa nu open?

    Is this
    is deze …?
    checkout
    kassa
    open
    open
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Is this vormt hier een ja/nee-vraag. Is is de tegenwoordige vorm van be bij this (en ook bij he, she en it); in een vraag staat is vóór het onderwerp: Is this ...? Vergelijk: This is open. = Dit is open. Het aanwijzende woord this verwijst in deze zin, zoals de vertaling bevestigt, naar de kassa die wordt genoemd. checkout is hier een zelfstandig naamwoord voor de kassa of het afrekenpunt. Het kan in andere contexten ook naar het afrekenen als handeling of proces verwijzen, maar in deze zin gaat het om de plaats waar je afrekent. Voorbeeld: The checkout is busy. = Het is druk bij de kassa. open is hier een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord: de kassa is beschikbaar voor gebruik. Het is niet de werkwoordsvorm in een opdracht. Het tegenovergestelde is closed: The checkout is closed. = De kassa is gesloten. now geeft het tijdstip aan: op dit moment. Het beperkt de vraag dus tot de huidige situatie. Voorbeeld: Is the shop open now? = Is de winkel nu open? Samen ontstaat de vraag Is this checkout open now?: is staat voor this omdat het een ja/nee-vraag is; this checkout benoemt de bedoelde kassa; open vraagt naar de toestand ervan; en now maakt duidelijk dat het om dit moment gaat. De volledige betekenis is: Is deze kassa nu open?

  2. You can place your items here.

    Je kunt je spullen hier neerleggen.

    You can
    je kunt
    place
    neerleggen
    your
    je
    items
    spullen
    here
    hier
    Uitgebreide uitleg

    You can drukt hier uit dat de aangesproken persoon iets mag of in staat is te doen: “je kunt”. In deze zin is het een mogelijkheid of instructie, niet een vaststelling dat de handeling al gebeurt. Can blijft in het Engels hetzelfde bij verschillende onderwerpen: I can, you can, she can. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to: You can place .... place betekent hier “neerleggen” of “plaatsen”: iets op een bepaalde plek zetten. De basisvorm is place; na can verandert die vorm niet. Bijvoorbeeld: You can place the book here. — “Je kunt het boek hier neerleggen.” your is een bezittelijk woord: het verwijst naar iets dat bij de aangesprokene hoort. Het verandert niet voor enkelvoud of meervoud van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord: your item en your items. Het betekent hier dus “je”, niet “jouw” als afzonderlijk zelfstandig naamwoord. items is het meervoud van item, een voorwerp of onderdeel. De uitgang -s geeft hier meervoud aan: one item, two items. In deze zin verwijst het volgens de vertaling naar de spullen van de aangesprokene. here betekent “hier” en geeft de plek aan waar de spullen kunnen worden neergelegd. Een vergelijkbaar plaatswoord is there — “daar”: You can place your items there. — “Je kunt je spullen daar neerleggen.” Samen vormt de zin het patroon You can + werkwoord in de basisvorm + your + meervoudig zelfstandig naamwoord + plaatswoord. De betekenis is: de aangesprokene kan of mag diens spullen op de bedoelde plek neerleggen. In de context van de kassa gaat het om een praktische aanwijzing tijdens het afrekenen.

  3. Should I use the screen to pay?

    Moet ik het scherm gebruiken om te betalen?

    Should I
    Moet ik…?
    use
    gebruiken
    the screen
    het scherm
    to pay
    betalen
    Uitgebreide uitleg

    Should I staat aan het begin als vraagpatroon: Should + onderwerp + werkwoord in de basisvorm ...? Hier vraagt de spreker of dit een geschikte handeling is; in deze context past de vertaling Moet ik ...?. Na should komt geen -s en geen to: Should I use ...? Voorbeeld: Should I wait here? = Moet ik hier wachten? use betekent hier dat de spreker het scherm als hulpmiddel wil gebruiken. Het is de basisvorm van het werkwoord; na should blijft die vorm onveranderd. Buiten deze constructie krijgt het werkwoord wel gewone vormen, bijvoorbeeld I use en she uses. Voorbeeld: Can I use this machine? = Kan ik deze machine gebruiken? the screen verwijst hier, volgens de vaste vertaling en de context, naar het scherm dat bij de betaalhandeling hoort. screen is een zelfstandig naamwoord; the maakt de verwijzing bepaald. Het meervoud is screens, bijvoorbeeld in The screens are on. = De schermen staan aan. to pay drukt het doel van het gebruiken uit: het scherm wordt gebruikt om te betalen. pay is de basisvorm van het werkwoord en to pay is hier een infinitief met to. Voorbeeld: I went to the desk to pay. = Ik ging naar de balie om te betalen. Samen vormt de zin Should I + use the screen + to pay?: de spreker vraagt of die persoon het scherm moet gebruiken om te betalen. De constructie is herbruikbaar in Should I use the machine to check in? = Moet ik de machine gebruiken om in te checken?

  4. Use the screen on your right.

    Gebruik het scherm rechts van je.

    Use
    gebruik
    screen
    scherm
    on your right
    rechts van je
    Uitgebreide uitleg

    Use is hier de gebiedende wijs van use (“gebruiken”). De vorm heeft geen zichtbaar onderwerp: de aangesprokene is het bedoelde onderwerp. In een mededeling kun je dezelfde handeling bijvoorbeeld met I use the screen formuleren: “Ik gebruik het scherm.” De gebiedende wijs kan ook ontkennend worden met Don’t use .... screen betekent hier “scherm” en is een zelfstandig naamwoord. Het kan in andere contexten bijvoorbeeld ook een afscheiding of een bioscoopscherm aanduiden; in deze zin wordt door de vaste vertaling de betekenis “scherm” bedoeld. Een bruikbaar meervoud is screens: “schermen”. on your right geeft de plaats aan: “rechts van je”. your verwijst grammaticaal naar de aangesprokene; right betekent hier de rechterkant, niet “juist”. Vergelijk on your left (“links van je”). In deze Engelse uitdrukking staat on vóór de aanduiding van de kant: on my right betekent “rechts van mij”. Samen vormen de delen een instructie: Use zegt wat de aangesprokene moet doen, the screen noemt het hulpmiddel, en on your right specificeert welk scherm bedoeld wordt. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik het scherm rechts van je.”

  5. The bag feels too full.

    De tas voelt te vol aan.

    bag
    tas
    feels
    voelt
    too
    te
    full
    vol
    Uitgebreide uitleg

    bag betekent hier ‘tas’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; het enkelvoud is bag en het meervoud is bags. In the bag maakt the de tas bepaald: de tekst behandelt haar als een tas die in de context identificeerbaar is. De aangeleverde informatie zegt niet precies waardoor de tas identificeerbaar is. Voorbeeld: The bags are heavy. — ‘De tassen zijn zwaar.’ feels is de vorm van feel bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier beschrijft feel een waargenomen toestand: de tas voelt volgens de spreker te vol aan. Bij andere onderwerpen is de vorm feel: I feel tired. — ‘Ik voel me moe.’ Feel kan ook een zintuiglijke indruk beschrijven, bijvoorbeeld The fabric feels soft. — ‘De stof voelt zacht aan.’ too geeft aan dat een graad hoger is dan gewenst of geschikt: ‘te’. Het betekent hier niet simpelweg ‘heel’. Vergelijk The bag is very full. — ‘De tas is erg vol’ — met The bag is too full. — ‘De tas is te vol.’ In het tweede voorbeeld is de mate ongeschikt voor het bedoelde gebruik. full is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘vol’, tegenover empty (‘leeg’). De gebruikelijke vergelijkingsvormen zijn full, fuller en fullest; in deze zin staat de basisvorm na feels. Voorbeeld: The box feels empty. — ‘De doos voelt leeg aan.’ Samen vormen the bag en feels too full de betekenis: ‘De tas voelt te vol aan.’ The maakt bag bepaald; feels koppelt de tas aan de waargenomen toestand too full. De zin zegt dus dat de tas volgens de waarneming voller is dan gewenst of geschikt.

  6. I can move the heavy item to another bag.

    Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.

    I can
    ik kan
    move
    verplaatsen
    heavy
    zwaar
    item
    artikel
    another
    een andere
    bag
    tas
    Uitgebreide uitleg

    I can geeft aan dat de spreker iets kan of in staat is te doen. In deze zin staat can vóór het werkwoord: I can + werkwoord. Na can komt de basisvorm, dus move, niet een vorm met to of een persoonsuitgang. Voorbeeld: She can help. — Zij kan helpen. move betekent hier iets van de ene plaats naar een andere plaats brengen of verplaatsen. De basisvorm is move; na can blijft die vorm onveranderd. In een andere constructie krijgt het werkwoord wel een andere vorm, bijvoorbeeld He moves the box. — Hij verplaatst de doos. heavy beschrijft hier het gewicht van item: het artikel is zwaar. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord: a heavy item. De vergrotende trap is heavier — zwaarder; de overtreffende trap is heaviest — zwaarst. item betekent hier een afzonderlijk artikel of voorwerp. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. Het enkelvoud is item, het meervoud items: two items — twee artikelen. another betekent hier ‘een andere’ en verwijst naar één alternatief exemplaar van hetzelfde algemene soort. Het staat vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord, zoals another bag. Voor meer dan één exemplaar wordt doorgaans other gebruikt, bijvoorbeeld other bags — andere tassen. bag betekent ‘tas’. Het enkelvoud is bag, het meervoud bags. In another bag is het zelfstandig naamwoord enkelvoudig en wordt het voorafgegaan door another. Samen vormen de woorden de structuur I can + werkwoord + voorwerp + plaatsrichting: de spreker kan het zware artikel verplaatsen naar een andere tas. to another bag geeft het doel van de verplaatsing aan. De volledige betekenis is daarom: ‘Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.’

  7. Please put the glass items in a separate bag.

    Doe de glazen artikelen alstublieft in een aparte tas.

    Please
    alstublieft
    put
    doen; zetten
    glass
    glazen
    items
    artikelen
    separate
    apart
    bag
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Please maakt het verzoek beleefd. Het staat hier aan het begin van een opdracht; het verandert de handeling zelf niet in een vraag naar informatie. put is de basisvorm van het werkwoord, gebruikt in deze gebiedende wijs. De betekenis wordt hier aangevuld door waar iets moet komen: put + voorwerp + plaats. Het werkwoord put heeft dezelfde vorm in de tegenwoordige tijd en in het verleden: put – put – put. Voorbeeld: Put the book on the table. — Zet het boek op tafel. glass staat vóór items en beschrijft hier het materiaal: artikelen van glas. In deze positie werkt het als een zelfstandig naamwoord dat als bepaling wordt gebruikt. Het is dus niet het hoofdzelfstandig naamwoord van deze woordgroep. items is het meervoud van item, hier met de betekenis ‘artikelen’ of ‘voorwerpen’. Het meervoud laat zien dat het om meer dan één voorwerp gaat. Voorbeeld: These items are fragile. — Deze artikelen zijn breekbaar. separate beschrijft bag en betekent hier ‘apart gehouden van andere tassen’. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergelijkende vorm is more separate in contexten waarin een vergelijking echt nodig is, maar voor een eenvoudige tegenstelling is separate natuurlijker. Voorbeeld: Keep the documents in a separate folder. — Bewaar de documenten in een aparte map. bag is het hoofdzelfstandig naamwoord van a separate bag. De combinatie in a separate bag geeft de bestemming of plaats aan waar de artikelen moeten komen. A hoort bij het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord bag; het legt hier niet zelfstandig een nadruk op een aantal, maar maakt de woordgroep grammaticaal compleet. Samen vormt de zin een beleefde opdracht: Please + de gebiedende wijs put + het voorwerp the glass items + de plaats in a separate bag. De bedoelde betekenis is daarom: doe de glazen artikelen alstublieft in een aparte tas. De gebiedende wijs gebruikt hier het onveranderde werkwoord put en heeft als begrepen onderwerp de aangesprokene.

  8. I'll be careful while bagging them.

    Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze inpak.

    I'll
    ik zal
    be
    zijn
    careful
    voorzichtig
    while
    terwijl
    bagging
    inpakken
    them
    ze
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will. Hier drukt will uit dat de spreker van plan is of toezegt iets te zullen doen; I is het onderwerp. Na will staat de onverbogen basisvorm van het werkwoord: I will be, niet bijvoorbeeld een vorm met persoonsuitgang. be is hier de basisvorm van het werkwoord to be, omdat het na will staat. Samen met careful vormt het de toestand be careful: voorzichtig zijn. Vergelijk: I am careful (ik ben voorzichtig) tegenover I will be careful (ik zal voorzichtig zijn). careful betekent hier ‘voorzichtig’ en beschrijft de toestand of manier waarop de spreker zal handelen. Het is een bijvoeglijk naamwoord na be. Het tegengestelde is careless (‘onvoorzichtig’). Voorbeeld: Be careful with the glasses. — ‘Wees voorzichtig met de glazen.’ while leidt hier een bijzin in die aangeeft dat twee handelingen tegelijk plaatsvinden: terwijl de spreker iets doet. Het verbindt I'll be careful met de daaropvolgende handeling. Voorbeeld: She listens while cooking. — ‘Ze luistert terwijl ze kookt.’ bagging is de -ing-vorm van het werkwoord bag, ‘in een tas doen’ of ‘inpakken’. In deze bijzin beschrijft de vorm een handeling die op dat moment plaatsvindt: while bagging them betekent ‘terwijl ik ze inpak’. De vorm bagging krijgt hier een dubbele g, zoals bij bag + -ing; het is geen aparte basisvorm. them is het objectvormige voornaamwoord van de derde persoon meervoud. In deze vaste context verwijst het naar de glazen artikelen uit de voorafgaande zin: de spreker zal die artikelen inpakken. De objectvorm staat omdat de artikelen het voorwerp zijn van bagging; het onderwerp van die handeling is in het Engels niet apart herhaald en wordt uit I'll begrepen. Vergelijk: I packed them carefully. — ‘Ik pakte ze voorzichtig in.’ De volledige structuur is I'll be careful + while + bagging them. Eerst zegt de spreker dat die voorzichtig zal zijn; daarna specificeert de bijzin dat dit gebeurt tijdens het inpakken van de glazen artikelen. Samen betekent de zin: ‘Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze inpak.’

Grammatica

another + singular noun

Use another bag.

Joes enadher beg.

Gebruik een andere tas.

another staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en betekent ‘een andere’ of ‘nog een’.

while + verb-ing

Use another bag while bagging.

Joes enadher beg wail beging.

Gebruik een andere tas tijdens het inpakken.

Na while kan een werkwoord op -ing staan wanneer twee handelingen tegelijkertijd plaatsvinden.

Engels woordenschat

bag zelfstandig naamwoord
beg tas

The bag feels too full.

checkout zelfstandig naamwoord
tsjek-aut kassa

Is this checkout open now?

feel werkwoord
fiil aanvoelen; voelen feels

The bag feels too full.

full bijvoeglijk naamwoord
foel vol

The bag feels too full.

item zelfstandig naamwoord
aitem artikel; voorwerp items

You can place your items here.

move werkwoord
moev verplaatsen

I can move the heavy item to another bag.

open bijvoeglijk naamwoord
oupen open

Is this checkout open now?

pay werkwoord
pei betalen

Should I use the screen to pay?

place werkwoord
pleis neerleggen; plaatsen

You can place your items here.

right zelfstandig naamwoord
rait rechterkant; rechts

Use the screen on your right.

screen zelfstandig naamwoord
skriin scherm

Should I use the screen to pay?

use werkwoord
joez gebruiken

Use the screen on your right.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is deze kassa nu open?

Antwoord tonenIs this checkout open now?

Je kunt je spullen hier neerleggen.

Antwoord tonenYou can place your items here.

Gebruik het scherm rechts van je.

Antwoord tonenUse the screen on your right.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rechterkant; rechts

Antwoord tonenright

scherm

Antwoord tonenscreen

artikel; voorwerp

Antwoord tonenitems

open

Antwoord tonenopen