Excuse
In "Excuse me" wordt "Excuse" gebruikt om beleefd iemands aandacht te vragen. Nieuw voorbeeld: "Excuse me, where is the station?" is een gebruikelijke manier om een vraag aan een onbekende te beginnen.
me
In "Excuse me" betekent "me" ‘mij’ en verwijst het naar de persoon die spreekt. "Me" staat hier na het werkwoord; dezelfde vorm komt ook voor in "Can you help me?".
is
In "is the bus delayed?" verbindt "is" de bus met de toestand dat die vertraagd is. "Is" staat hier voor een onderwerp in het enkelvoud; in een vraag staat het vóór het onderwerp.
the
In "the bus" verwijst "the" naar een specifieke bus die in deze situatie bekend is. Gebruik "the" bijvoorbeeld bij een bus, trein of andere zaak die de gesprekspartners bedoelen.
bus
"Bus" betekent hier een voertuig voor openbaar vervoer. Nieuw voorbeeld: "The bus is late."
delayed
"Delayed" zegt hier dat de bus later komt dan gepland. Nieuw voorbeeld: "The train is delayed."
There's
"There's" betekent in "There's heavy traffic nearby" ‘er is’ en is de verkorte vorm van "there is". Gebruik "There's" om te zeggen dat iets aanwezig is of bestaat, bijvoorbeeld in "There's a problem."
heavy
In "heavy traffic" betekent "heavy" niet fysiek zwaar, maar dat er veel en langzaam verkeer is. "Heavy" wordt hier direct vóór het zelfstandig naamwoord "traffic" gebruikt; nieuw voorbeeld: "heavy rain".
traffic
"Traffic" betekent hier het verkeer op de weg, dat de bus vertraagt. Het woord komt vaak voor in de combinatie "heavy traffic"; nieuw voorbeeld: "The traffic is slow today."
nearby
"Nearby" betekent hier ‘in de buurt’ en zegt dat het verkeer niet ver van de bushalte is. Het kan aan het einde van een zin staan, zoals in "There is a shop nearby."
Do
In "Do you know when it will arrive?" helpt "Do" om een vraag in te leiden. Bij een vraag met "Do" blijft het hoofdwerkwoord in de vorm "know"; nieuw voorbeeld: "Do you need help?"
you
"You" verwijst hier naar de persoon die bij de bushalte wordt aangesproken. Het kan één persoon of meerdere personen aanduiden; nieuw voorbeeld: "Do you have a ticket?"
know
In "Do you know when it will arrive?" betekent "know" dat je informatie hebt. Het wordt hier gebruikt in het patroon "Do you know ...?", waarmee je beleefd naar informatie vraagt.
when
"When" vraagt hier naar het tijdstip waarop de bus aankomt. Het leidt de bijzin "when it will arrive" in; nieuw voorbeeld: "Do you know when the shop opens?"
it
In "when it will arrive" verwijst "it" naar de bus die eerder is genoemd. Gebruik "it" hier voor een eerder genoemd ding of voertuig, niet voor een persoon.
will
In "it will arrive" geeft "will" aan dat het aankomen in de toekomst ligt. Na "will" staat de werkwoordsvorm "arrive"; nieuw voorbeeld: "The bus will arrive soon."
arrive
"Arrive" betekent hier dat de bus op de bushalte aankomt. Na "will" blijft het woord in de vorm "arrive"; nieuw voorbeeld: "What time will you arrive?"
It's
"It's" betekent in "It's still on the way" ‘het is’ en is de verkorte vorm van "it is". Hier verwijst "it" naar de bus; nieuw voorbeeld: "It's late."
still
In "It's still on the way" betekent "still" dat de bus onderweg is en dat nog steeds is. Het staat hier vóór de uitdrukking "on the way"; nieuw voorbeeld: "She is still at work."
on the way
"On the way" betekent als geheel ‘onderweg’: de bus is vertrokken of op weg naar de bestemming. De uitdrukking bestaat hier uit "on", "the" en "way" en wordt gebruikt in "be on the way"; nieuw voorbeeld: "Your order is on the way."
So
"So" betekent hier ‘dus’ en leidt een gevolg van de verkeerssituatie of vertraging in. Het staat aan het begin van "So the wait may be longer"; nieuw voorbeeld: "So, we should leave now."
wait
In "the wait" betekent "wait" de wachttijd, niet de handeling ‘wachten’. Het staat hier na "the"; nieuw voorbeeld: "The wait was short."
may
In "the wait may be longer" geeft "may" aan dat de wachttijd mogelijk langer wordt. Na "may" staat de vorm "be"; nieuw voorbeeld: "The bus may be late."
be
In "may be longer" verbindt "be" de wachttijd met de eigenschap ‘langer’. Na het hulpwerkwoord "may" staat hier de vorm "be"; nieuw voorbeeld: "It may be difficult."
longer
"Longer" betekent hier dat de wachttijd meer tijd zal kosten dan verwacht of dan een andere optie. Het is de vergelijkende vorm van "long" en kan vóór een tijdsduur staan, zoals in "a longer journey".
another
In "another bus" betekent "another" ‘een andere’ of ‘nog een’ bus naast de bus die al wordt besproken. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord; nieuw voorbeeld: "Is there another way?"
for
In "for the same route" verbindt "for" de andere bus met de route waarvoor die bedoeld is. De combinatie "a bus for ..." kan aangeven waarvoor een bus of dienst bedoeld is; nieuw voorbeeld: "Is there a bus for the airport?"
same
In "the same route" betekent "same" dat het om precies dezelfde route gaat als eerder genoemd. Het staat vóór "route" en meestal samen met "the"; nieuw voorbeeld: "We are on the same bus."
route
"Route" betekent hier de vaste weg of lijn die de bus volgt. Het woord kan gebruikt worden in de combinatie "the same route"; nieuw voorbeeld: "This bus follows a different route."
There
In "There is, but that option takes longer" verwijst "There" niet naar een plaats, maar hoort het bij de constructie "There is" om het bestaan van iets aan te geven. Hier betekent de volledige reactie dat er inderdaad een andere bus is.
but
"But" betekent hier ‘maar’ en verbindt het bestaan van een andere bus met het nadeel dat die optie langer duurt. Het leidt dus een tegenstelling of beperking in; nieuw voorbeeld: "I can wait, but I need a seat."
that
In "that option" verwijst "that" naar de andere bus die net is genoemd. Het staat vóór "option" om naar die specifieke mogelijkheid te verwijzen; nieuw voorbeeld: "That bus is faster."
option
"Option" betekent hier de mogelijkheid om de andere bus te nemen. Het woord wordt gebruikt voor een keuze tussen mogelijkheden; nieuw voorbeeld: "This is the best option."
takes
In "that option takes longer" betekent "takes" dat die optie meer tijd kost. Het staat hier samen met een tijdsvergelijking in het patroon "something takes longer"; nieuw voorbeeld: "The train takes longer."
I'll
"I'll" betekent in "I'll stay here for this bus" ‘ik zal’ en is de verkorte vorm van "I will". Het geeft hier de beslissing of het voornemen van de spreker aan; nieuw voorbeeld: "I'll wait here."
stay
"Stay" betekent hier dat de spreker op deze plek blijft in plaats van een andere bus te nemen. Na "I'll" staat de vorm "stay"; nieuw voorbeeld: "I'll stay at home tonight."
here
"Here" verwijst in "I'll stay here" naar de plaats waar de spreker nu is, bij de bushalte. Het wordt vaak gebruikt met werkwoorden zoals "stay", "wait" en "sit"; nieuw voorbeeld: "Please wait here."
this
In "this bus" verwijst "this" naar de bus waarop de spreker wil wachten. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord voor iets dat in de huidige situatie wordt aangewezen; nieuw voorbeeld: "This train goes to London."
That's
"That's" betekent in "That's probably best" ‘dat is’ en is de verkorte vorm van "that is". Hier verwijst "that" naar de keuze om bij deze bus te blijven; nieuw voorbeeld: "That's a good idea."
probably
"Probably" betekent hier ‘waarschijnlijk’ en maakt de uitspraak minder absoluut. Het staat vóór "best" in "probably best"; nieuw voorbeeld: "The bus will probably arrive soon."
best
In "That's probably best" betekent "best" dat deze keuze de verstandigste of meest geschikte is. Het wordt hier gebruikt in het patroon "That is best" om een advies of beoordeling te geven; nieuw voorbeeld: "It is best to wait."
if
"If" betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in waaronder wachten de beste keuze is. Het staat vóór de bijzin "if you can wait"; nieuw voorbeeld: "We can go if you are ready."
can
In "if you can wait" betekent "can" dat je in staat bent of de mogelijkheid hebt om te wachten. Na "can" staat de vorm "wait"; nieuw voorbeeld: "Can you stay here?"
surface_forms
"surface_forms" is hier geen woord uit de Engelse dialoog, maar een technische aanduiding in de aangeleverde woordenlijst voor de exacte vormen die in de tekst voorkomen.