Een treinkaartje met een overstap kopen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a train ticket machine, one adult helps another choose a destination, check the transfer point, and keep the ticket..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een treinkaartje met een overstap kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need help buying a ticket for this trip.

ai niid help BAI-ing uh TIK-it fer dhis trip. Ik heb hulp nodig bij het kopen van een kaartje voor deze reis.
B

You can buy it from this machine.

joe ken bai it frum dhis muh-SJIIN. Je kunt het bij deze automaat kopen.
A

Which option should I choose first?

witsj OP-sjun sjoed ai tsjoez ferst? Welke optie moet ik eerst kiezen?
B

Choose your destination on the screen.

tsjoez jer des-tuh-NEE-sjun on dhuh skriin. Kies je bestemming op het scherm.
A

How do I check where to change?

hau doe ai tsjek wèr tə tsjeindzj? Hoe kan ik controleren waar ik moet overstappen?
B

The route details appear before payment.

dhuh roet DII-teelz uh-PIER bi-FOR PEE-j-muhnt. De details van de route verschijnen vóór de betaling.
A

I can see the transfer point now.

ai ken sii dhuh TRANS-fer point nau. Ik kan het overstappunt nu zien.
B

Keep the ticket with you until the trip is over.

kiip dhuh TIK-it widh joe ən-TIL dhuh trip iz OU-ver. Houd het kaartje bij je totdat de reis voorbij is.

Uitleg van de zinnen

  1. I need help buying a ticket for this trip.

    Ik heb hulp nodig bij het kopen van een kaartje voor deze reis.

    I need
    ik heb nodig
    help
    hulp
    buying
    kopen
    ticket
    kaartje
    this
    deze
    trip
    reis
    Uitgebreide uitleg

    I need betekent hier “ik heb nodig” en drukt een huidige behoefte uit. need is het werkwoord in de basisvorm; bij I krijgt het geen uitgang. Vergelijk: She needs help. = “Zij heeft hulp nodig.” help is hier een zelfstandig naamwoord: hulp die iemand nodig heeft. Hetzelfde woord kan ook een werkwoord zijn: Can you help me? = “Kun je me helpen?” In de vaste zin is het geen handeling maar datgene wat nodig is. buying komt van het werkwoord buy = kopen. De vorm buying is de -ing-vorm. Na help kan Engels een -ing-vorm gebruiken om de activiteit te noemen waarbij hulp nodig is: I need help finding the station. = “Ik heb hulp nodig bij het vinden van het station.” ticket is een zelfstandig naamwoord voor een kaartje of ticket. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het met a, dus als een niet nader bepaald kaartje: I need a ticket. = “Ik heb een kaartje nodig.” this verwijst grammaticaal naar iets enkelvoudigs dat als dichtbij of als het hier aangewezen wordt voorgesteld. In deze zin bepaalt this het daaropvolgende zelfstandig naamwoord trip; samen gaat het om deze specifieke reis. De vorm verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk, want Engels kent bij dit aanwijzende woord geen zulke vormen. Het meervoud is these: these trips = “deze reizen”. trip betekent een reis of uitstap. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a trip is “een reis” en trips is “reizen”. Hier staat het in het enkelvoud na this. Samen betekent I need help buying a ticket for this trip.: “Ik heb hulp nodig bij het kopen van een kaartje voor deze reis.” De structuur is I need help + -ing-activiteit: de spreker heeft hulp nodig bij de activiteit buying a ticket. for this trip geeft aan waarvoor het kaartje bedoeld is.

  2. You can buy it from this machine.

    Je kunt het bij deze automaat kopen.

    You can
    je kunt
    buy
    kopen
    it
    het
    from
    bij, van
    this
    deze
    machine
    automaat
    Uitgebreide uitleg

    You can geeft hier aan dat de aangesproken persoon iets kan doen: can drukt mogelijkheid of toestemming uit, afhankelijk van de context. Het onderwerp you blijft hetzelfde bij can; daarna komt het werkwoord in de basisvorm, dus can buy, niet een vervoegde vorm zoals can buys. Voorbeeld: You can choose now. — Je kunt nu kiezen. buy betekent hier iets aanschaffen of verkrijgen door ervoor te betalen. De vorm is de basisvorm na can. De belangrijke reeks is buy — kopen, bought — kocht/heeft gekocht, bought — gekocht. Voorbeeld: You can buy a ticket here. — Je kunt hier een kaartje kopen. it is een Engels voornaamwoord voor het voorwerp dat gekocht wordt. In deze context sluit het aan bij het kaartje uit de voorafgaande zin over hulp bij het kopen van een kaartje. Het voornaamwoord zelf noemt dat voorwerp niet opnieuw; het verwijst ernaar. Voorbeeld: I found the ticket. I can buy it now. — Ik heb het kaartje gevonden. Ik kan het nu kopen. from geeft hier de bron of plaats aan waar je iets verkrijgt. In combinatie met buy betekent buy it from ... dat je het bij of via die bron koopt; het hoeft geen beweging weg van de machine te beschrijven. Voorbeeld: You can buy a ticket from the desk. — Je kunt een kaartje bij de balie kopen. this wijst naar één dichtbij aangewezen ding of naar iets dat in de situatie als dichtbij of relevant wordt aangewezen. Het Engelse this verandert niet naar grammaticaal geslacht of naamval. Voor een meervoudige verwijzing gebruik je these, bijvoorbeeld: these machines — deze machines. machine betekent een apparaat dat een taak uitvoert. Het is hier het apparaat waar de aankoop plaatsvindt. Het meervoud is machines; het enkelvoudige zelfstandig naamwoord staat na this, omdat this machine naar één apparaat verwijst. Voorbeeld: This machine prints tickets. — Deze automaat print kaartjes. Samen vormt You can buy it de betekenis “Je kunt het kopen”. from this machine specificeert waar of via welke automaat je het kunt verkrijgen. De volledige betekenis is daarom: “Je kunt het bij deze automaat kopen.”

  3. Which option should I choose first?

    Welke optie moet ik eerst kiezen?

    Which
    welke
    option
    optie
    should I
    moet ik
    choose
    kiezen
    first
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Which betekent hier ‘welke’ en vraagt om één keuze uit een bekende of relevante reeks. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: which option = ‘welke optie’. Een vergelijkbaar patroon is Which train should I take? — ‘Welke trein moet ik nemen?’ option betekent ‘optie’ of ‘keuzemogelijkheid’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: one option, two options. Het meervoud is dus options. should I vormt hier samen met de vraagstructuur een vraag naar de aanbevolen of juiste handelwijze: ‘moet ik’ in de vaste vertaling. Should staat vóór het onderwerp I, zoals in een ja-neevraag of een vraag met een vraagwoord: Which option should I choose? Het is niet hetzelfde als een bevel; de vraag vraagt welke keuze de spreker het beste kan maken. choose betekent ‘kiezen’. De basisvorm is choose; belangrijke vormen zijn chose voor de verleden tijd en chosen na bijvoorbeeld have: I chose an option — ‘Ik koos een optie’; I have chosen an option — ‘Ik heb een optie gekozen.’ In de gegeven vraag blijft choose de basisvorm na should. first betekent hier ‘eerst’ en geeft de volgorde aan: deze keuze komt vóór eventuele volgende keuzes. Het is een bijwoord en beschrijft de handeling choose, niet het zelfstandig naamwoord option. Which option should I choose first? vraagt dus welke optie als eerste gekozen moet worden. Samen bestaat de zin uit which option (‘welke optie’), should I choose (‘moet ik kiezen’) en first (‘eerst’). De volledige betekenis is: ‘Welke optie moet ik eerst kiezen?’

  4. Choose your destination on the screen.

    Kies je bestemming op het scherm.

    Choose
    kiezen
    destination
    bestemming
    screen
    scherm
    Uitgebreide uitleg

    Choose betekent hier “kies” en is de gebiedende wijs van choose (“kiezen”). De gebiedende wijs heeft in het Engels meestal geen uitgesproken onderwerp: de aangesprokene is het bedoelde onderwerp. Voor een mededeling over het verleden gebruik je bijvoorbeeld chose: “She chose a seat.” = “Zij koos een stoel.” your betekent “je/jouw” en geeft bezit of verbondenheid met de aangesprokene aan. Het verandert niet door het geslacht of het aantal van het bezitene zelfstandig naamwoord: your destination kan dus naar één bestemming verwijzen, terwijl your destinations naar meerdere bestemmingen kan verwijzen. Your is de bezitsvorm vóór een zelfstandig naamwoord; zelfstandig gebruikt staat vaak yours, zoals in “This bag is yours.” = “Deze tas is van jou.” destination betekent hier “bestemming”: de plaats waar iemand naartoe wil reizen. Het meervoud is destinations. Een bruikbaar contrast is destination tegenover origin: een bestemming is waar je heen gaat, een vertrekpunt is waar je vandaan gaat. Voorbeeld: “The station is my destination.” = “Het station is mijn bestemming.” on geeft hier de positie aan: iets staat of verschijnt op het oppervlak of de interface van iets anders. the screen betekent “het scherm”; the verwijst naar een bepaald scherm dat in de situatie herkenbaar is. Voorbeeld: “The name is on the screen.” = “De naam staat op het scherm.” Samen vormt Choose your destination on the screen een directe instructie: “Kies je bestemming op het scherm.” Choose is de handeling, your destination is wat gekozen moet worden, en on the screen geeft aan waar de bestemming moet worden geselecteerd.

  5. How do I check where to change?

    Hoe kan ik controleren waar ik moet overstappen?

    How do I
    Hoe kan ik ...?
    check
    controleren
    where
    waar
    change
    overstappen
    Uitgebreide uitleg

    How do I is een vaste vraagopbouw voor “Hoe kan ik ...?” of “Hoe doe ik ...?”. do is hier een hulpwerkwoord voor de vraag; I is het onderwerp. Na do staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm, dus check, niet een vervoegde vorm. Bijvoorbeeld: How do I open the app? — “Hoe open ik de app?” check betekent hier “controleren” of “nagaan”. De basisvorm is check; na do blijft die vorm onveranderd. Bijvoorbeeld: I check the route. — “Ik controleer de route.” where vraagt naar een plaats of locatie. In deze zin leidt het de ingebedde vraag aan: waar ik moet overstappen. Een vergelijkbaar patroon is I know where to wait. — “Ik weet waar ik moet wachten.” change betekent hier niet algemeen “veranderen”, maar, zoals de Nederlandse vertaling aangeeft, “overstappen” tijdens een reis. Het is de basisvorm na to in where to change. In andere contexten kan change wel “veranderen” of “wisselen” betekenen; de reiscontext bepaalt hier de betekenis. Bijvoorbeeld: We change at Central Station. — “We stappen over bij Central Station.” Samen bestaat de zin uit de vraagopbouw How do I + check, gevolgd door de ingebedde vraag where to change. De volledige betekenis is: “Hoe kan ik controleren waar ik moet overstappen?” De zin vraagt dus naar de manier om te vinden waar de spreker moet overstappen.

  6. The route details appear before payment.

    De details van de route verschijnen vóór de betaling.

    route
    route
    details
    details
    appear
    verschijnen
    before payment
    vóór de betaling
    Uitgebreide uitleg

    route betekent een weg of traject van een vertrekpunt naar een bestemming. In route details geeft het aan over welk traject de details gaan. Bijvoorbeeld: “The route is short.” = “De route is kort.” details betekent hier concrete informatie of bijzonderheden. Het is het meervoud van detail; het enkelvoud is detail. Bijvoorbeeld: “The details are clear.” = “De details zijn duidelijk.” appear betekent hier dat iets verschijnt of zichtbaar wordt. Omdat het onderwerp details meervoud is, staat het werkwoord hier in de vorm appear; bij he, she of it staat de tegenwoordige vorm appears. De verleden tijd is appeared. Bijvoorbeeld: “The details appear on the screen.” = “De details verschijnen op het scherm.” before payment plaatst het verschijnen vóór de betaling in de tijd. before betekent hier “vóór” en payment is een zelfstandig naamwoord voor het betalen of de betaling. Het werkwoord pay betekent “betalen”; payment is de bijbehorende zelfstandige vorm. Bijvoorbeeld: “Check the details before payment.” = “Controleer de details vóór de betaling.” Samen betekent The route details “de details van de route”, appear “verschijnen” en before payment “vóór de betaling”. De volledige zin betekent: “De details van de route verschijnen vóór de betaling.”

  7. I can see the transfer point now.

    Ik kan het overstappunt nu zien.

    I can
    ik kan
    see
    zien
    the transfer point
    het overstappunt
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I can geeft hier aan dat de spreker nu in staat is iets waar te nemen. In een Engelse mededelende zin staat het onderwerp vóór can, en na can komt de onverbogen basisvorm van het werkwoord: I can see, niet I can sees. Can verandert hier niet bij het onderwerp: I can, she can, they can. see betekent hier ‘zien’ of ‘kunnen waarnemen’. De vorm is de basisvorm na can; zonder can krijgt de tegenwoordige tijd bij he/she/it wel de vorm sees: I see the sign = ‘Ik zie het bord’; She sees the sign = ‘Zij ziet het bord.’ the transfer point benoemt hier het bedoelde overstappunt. Transfer point is een zelfstandig naamwoordelijk samenstellingspatroon: het eerste deel specificeert het soort punt. Het lidwoord the verwijst hier naar het bedoelde overstappunt, zonder zelf een aantal uit te drukken. Een vergelijkbaar voorbeeld is the bus stop = ‘de bushalte’. now betekent ‘nu’ en plaatst het zien in het huidige moment. Het staat in deze zin achter het object, maar het kan in andere Engelse zinnen ook eerder staan, bijvoorbeeld: Now I can see the sign. = ‘Nu kan ik het bord zien.’ Samen vormen de delen I can see the transfer point now de betekenis: ‘Ik kan het overstappunt nu zien.’ De spreker zegt dat het bedoelde overstappunt op dit moment zichtbaar of waarneembaar is.

  8. Keep the ticket with you until the trip is over.

    Houd het kaartje bij je totdat de reis voorbij is.

    Keep
    houd; bewaar
    ticket
    kaartje; ticket
    with you
    bij je
    trip
    reis; uitstap
    is over
    is voorbij
    Uitgebreide uitleg

    Keep is hier de gebiedende wijs van keep: bewaren of behouden. Het onderwerp you wordt in een Engelse opdracht meestal niet uitgesproken. In combinatie met with you krijgt het hier de betekenis ‘bij je houden’. De opdracht kan als patroon worden hergebruikt: Keep + voorwerp + .... Bijvoorbeeld: Keep the receipt. — Bewaar de bon. ticket betekent hier een kaartje of ticket dat je bij je moet houden. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is tickets. In the ticket verwijst the naar een specifiek kaartje. Voor een niet nader bepaald exemplaar gebruik je bijvoorbeeld a ticket: I need a ticket. — Ik heb een kaartje nodig. with you betekent hier dat het kaartje bij de aangesprokene blijft. you is de Engelse vorm voor de aangesproken persoon of personen en verandert niet naar getal. Het patroon keep something with you is bruikbaar wanneer iemand iets niet moet achterlaten: Keep your passport with you. — Houd je paspoort bij je. until geeft het eindpunt aan: de handeling geldt tot het moment of de toestand die erop volgt. In deze zin leidt het een bijzin in: until + onderwerp + werkwoord. Het betekent hier niet dat de reis al voorbij is, maar dat het kaartje bij je moet blijven tot dat moment. trip betekent hier een reis of uitstap. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is trips. In the trip gaat het om een specifieke reis. Een bruikbaar contrast is trip voor de reis als geheel en journey voor de verplaatsing van de ene plaats naar de andere; dat onderscheid is contextafhankelijk. is over bestaat uit is, de vorm van be voor he, she, it en enkelvoudige naamwoordgroepen, plus over, dat hier ‘voorbij’ betekent. Samen beschrijft het een toestand: de reis is afgelopen. Over heeft in andere contexten ook andere functies, dus de betekenis ‘voorbij’ komt hier uit de combinatie is over. Bijvoorbeeld: The meeting is over. — De vergadering is voorbij. Samen betekent Keep the ticket with you dat de aangesprokene het specifieke kaartje bij zich moet houden. until the trip is over begrenst die opdracht: het kaartje moet bij de aangesprokene blijven totdat de specifieke reis voorbij is. De volledige betekenis is daarom: ‘Houd het kaartje bij je totdat de reis voorbij is.’

Grammatica

need to + werkwoord

You need to check the route first.

joe niid tə tsjek dhuh roet ferst.

Je moet eerst de route controleren.

need to + werkwoord drukt uit dat iets nodig is of moet gebeuren.

Engels woordenschat

buy werkwoord
bai kopen
check werkwoord
tsjek controleren
choose werkwoord
tsjoez kiezen
destination zelfstandig naamwoord
des-tuh-NEE-sjun bestemming
first bijwoord
ferst eerst
help zelfstandig naamwoord
help hulp
machine zelfstandig naamwoord
muh-SJIIN automaat
need werkwoord
niid nodig hebben
option zelfstandig naamwoord
OP-sjun optie
screen zelfstandig naamwoord
skriin scherm
ticket zelfstandig naamwoord
TIK-it kaartje
trip zelfstandig naamwoord
trip reis

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke optie moet ik eerst kiezen?

Antwoord tonenWhich option should I choose first?

Kies je bestemming op het scherm.

Antwoord tonenChoose your destination on the screen.

De details van de route verschijnen vóór de betaling.

Antwoord tonenThe route details appear before payment.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

automaat

Antwoord tonenmachine

nodig hebben

Antwoord tonenneed

hulp

Antwoord tonenhelp

reis

Antwoord tonentrip