Could
In “Could you drop us near the clinic entrance, please?”, “Could” maakt een verzoek beleefd en minder direct. Een veelgebruikt patroon is “Could you” plus een werkwoord, bijvoorbeeld in een taxi of winkel. Je gebruikt dit wanneer je iemand beleefd vraagt iets voor je te doen.
you
In “Could you drop us near the clinic entrance, please?”, verwijst “you” naar de persoon die wordt aangesproken: hier de taxichauffeur. Het staat na “Could” in het patroon “Could you” plus een werkwoord. Je gebruikt “you” voor één of meer aangesproken personen.
drop
In “Could you drop us near the clinic entrance, please?”, betekent “drop” passagiers naar een plaats brengen en hen daar laten uitstappen. Het staat in het patroon “drop” plus een persoon plus een plaats. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je een chauffeur vraagt je ergens af te zetten.
us
In “Could you drop us near the clinic entrance, please?”, verwijst “us” naar de passagiers, dus naar de sprekers samen. Het staat na “drop” als de personen die worden afgezet. Je gebruikt “us” wanneer de groep waartoe je zelf behoort het voorwerp van de handeling is.
near
In “Could you drop us near the clinic entrance, please?”, betekent “near” dicht bij een plaats, maar niet noodzakelijk precies op die plaats. Het staat vóór de plaatsaanduiding “the clinic entrance”. Je gebruikt “near” om een nabijgelegen locatie aan te geven, bijvoorbeeld bij een gebouw of halte.
the
In “the clinic entrance” verwijst “the” naar een specifieke ingang die in deze situatie bedoeld is. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord in een patroon als “the” plus plaats of ding. Je gebruikt het wanneer de luisteraar kan weten over welke specifieke plaats of zaak je spreekt.
clinic
In “the clinic entrance” betekent “clinic” een medische instelling. Het staat vóór “entrance” om aan te geven bij welk gebouw de ingang hoort. Je gebruikt “clinic” wanneer je over een medische locatie spreekt, bijvoorbeeld bij het geven van een route.
entrance
In “the clinic entrance” betekent “entrance” de plek waar je een gebouw binnengaat. Het staat na “clinic” in de combinatie “the clinic entrance”. Je gebruikt “entrance” om een chauffeur of bezoeker naar de juiste toegang van een gebouw te leiden.
please
In “Could you drop us near the clinic entrance, please?” maakt “please” het verzoek beleefder. Het staat hier aan het einde van de vraag, maar kan ook elders in een beleefd verzoek staan. Je gebruikt “please” wanneer je iets vriendelijk aan iemand vraagt.
Is
In “Is that just past the main intersection?” vormt “Is” een vraag over de locatie van “that”. De vorm “Is” staat aan het begin van de vraag; in “the pharmacy is on your right” staat de vorm “is” later in de zin. Je gebruikt deze vorm om te vragen of iets op een bepaalde plaats is of om een plaats te beschrijven.
that
In “Is that just past the main intersection?”, verwijst “that” naar de plaats waar de passagiers moeten worden afgezet. Het staat vóór de beschrijving van die plaats. Je gebruikt “that” om naar een eerder genoemde of aangewezen plaats of zaak te verwijzen.
just
In “just past the main intersection” geeft “just” aan dat de plaats maar een klein stukje voorbij het kruispunt ligt. Het versterkt hier de korte afstand en betekent niet “precies” als zelfstandige plaatsaanduiding. Je gebruikt “just” vóór een plaatsaanduiding om een kleine afstand of beperkte mate aan te geven.
past
In “just past the main intersection” betekent “past” voorbij het kruispunt, aan de andere kant ervan. Het staat vóór de plaats die als herkenningspunt dient. Je gebruikt “past” in routebeschrijvingen om aan te geven dat je langs of voorbij een punt moet gaan.
main
In “the main intersection” betekent “main” het belangrijkste of centrale kruispunt in de omgeving. Het staat vóór “intersection” en beschrijft welk kruispunt bedoeld wordt. Je gebruikt “main” vóór een zelfstandig naamwoord om het centrale of belangrijkste exemplaar aan te geven.
intersection
In “the main intersection” betekent “intersection” een plaats waar wegen elkaar kruisen. Het staat na “main” als herkenningspunt in de route. Je gebruikt “intersection” wanneer je aanwijzingen geeft bij een kruising van wegen.
Turn
In “Turn left after the bank.” betekent “Turn” dat de bestuurder van richting moet veranderen. De vorm “Turn” staat aan het begin van deze directe aanwijzing; de vorm “turn” verschijnt ook in “after the turn” als verwijzing naar de afslag. Je gebruikt “Turn” plus een richting om iemand tijdens een route te instrueren.
left
In “Turn left after the bank.” geeft “left” de richting van de afslag aan. Het staat na “Turn” in het patroon “Turn left”. Je gebruikt “left” om aan te geven dat iemand naar de linkerzijde moet afslaan of gaan.
after
In “Turn left after the bank.” betekent “after” dat de afslag volgt nadat de bestuurder de bank is gepasseerd. Het staat vóór het herkenningspunt “the bank”. Je gebruikt “after” in routebeschrijvingen om de volgorde van een handeling en een plaats of gebeurtenis aan te geven.
bank
In “after the bank” betekent “bank” een financiële instelling en dient het als herkenningspunt langs de route. Het staat na “the” in de plaatsaanduiding “the bank”. Je gebruikt “bank” bijvoorbeeld om een gebouw aan te wijzen waar iemand langs rijdt.
Then
In “Then follow the road toward the pharmacy.” geeft “Then” aan dat deze handeling de volgende stap in de route is. Het staat aan het begin van de zin om de volgorde duidelijk te maken. Je gebruikt “Then” wanneer je opeenvolgende aanwijzingen geeft.
follow
In “Then follow the road toward the pharmacy.” betekent “follow” de weg blijven nemen in de aangegeven richting. Het staat vóór “the road” als object in het patroon “follow the road”. Je gebruikt dit in routebeschrijvingen wanneer iemand een weg of route moet blijven volgen.
road
In “follow the road toward the pharmacy” betekent “road” de weg waarlangs de taxi verder rijdt. Het staat na “the” en is het object van “follow”. Je gebruikt “road” om een route voor voertuigen of een herkenbare weg aan te duiden.
toward
In “toward the pharmacy” geeft “toward” de richting van de apotheek aan, zonder te zeggen dat de taxi er meteen aankomt. Het staat vóór de plaatsaanduiding “the pharmacy”. Je gebruikt “toward” wanneer je zegt in welke richting iemand moet bewegen.
pharmacy
In “toward the pharmacy” en “until the pharmacy is on your right” betekent “pharmacy” een apotheek, waar medicijnen worden verkocht. Het woord dient hier als bestemming en als herkenningspunt langs de route. Je gebruikt “pharmacy” bijvoorbeeld wanneer je iemand naar een apotheek verwijst.
Should
In “Should I keep going straight after the turn?” vraagt “Should” of de voorgestelde handeling de juiste volgende stap is. Het staat aan het begin van de vraag vóór “I”. Je gebruikt “Should I” wanneer je om bevestiging of advies over je volgende handeling vraagt.
I
In “Should I keep going straight after the turn?” verwijst “I” naar de bestuurder die vraagt wat hij moet doen. Het staat na “Should” in het patroon “Should I” plus een werkwoord. Je gebruikt “I” wanneer je over je eigen handeling of situatie spreekt.
keep
In “keep going straight” betekent “keep” doorgaan met de beweging. Het staat vóór “going” in de constructie “keep going”. Je gebruikt “keep” plus een activiteit wanneer je wilt zeggen dat iemand daarmee verder moet gaan.
going
In “keep going straight” betekent “going” hier verder rijden of bewegen; de vorm komt van “go”. Samen met “keep” vormt het de aanwijzing om door te gaan. Je gebruikt “keep going” bijvoorbeeld wanneer je iemand zegt niet te stoppen en verder te bewegen.
straight
In “keep going straight” betekent “straight” rechtdoor, zonder af te slaan. Het staat na “going” en beschrijft de richting van de beweging. Je gebruikt “go straight” of “keep going straight” in routeaanwijzingen.
until
In “Keep going until the pharmacy is on your right.” geeft “until” het punt aan waarop de bestuurder met de aanwijzing moet stoppen of verder moet beslissen. Het verbindt de beweging met het herkenningspunt “the pharmacy is on your right”. Je gebruikt “until” plus een gebeurtenis of punt om de grens van een handeling aan te geven.
on
In “the pharmacy is on your right” geeft “on” aan dat de apotheek zich aan de rechterzijde van de bestuurder bevindt. Het hoort bij de plaatsaanduiding “on your right”. Je gebruikt dit patroon om te zeggen aan welke kant een plaats of object ligt.
your
In “on your right” verwijst “your” naar de persoon die wordt aangesproken, hier de taxichauffeur. Het geeft aan wiens rechterzijde bedoeld is. Je gebruikt “your” vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat bij de aangesproken persoon hoort.
right
In “on your right” betekent “right” de rechterzijde, niet “correct”. Het vormt samen met “on your” de plaatsaanduiding voor de kant van de bestuurder. Je gebruikt “on your right” wanneer je iemand vertelt dat iets aan diens rechterkant ligt.
Where
In “Where would you like me to stop?” vraagt “Where” naar de gewenste plaats. Het staat aan het begin van de vraag vóór “would you like”. Je gebruikt “Where” om naar een locatie of bestemming te vragen.
would
In “Where would you like me to stop?” maakt “would” de vraag naar de voorkeur van de passagier beleefd. Het staat vóór “you” in het patroon “Where would you like me to”. Je gebruikt deze constructie wanneer je vriendelijk naar iemands gewenste keuze of plaats vraagt.
like
In “Where would you like me to stop?” betekent “like” willen of verkiezen. In de constructie “would you like me to” vraagt het naar wat de aangesproken persoon wil dat iemand doet. Je gebruikt “would you like” om beleefd naar een voorkeur of wens te vragen.
me
In “Where would you like me to stop?” verwijst “me” naar de bestuurder die de handeling zal uitvoeren. Het staat vóór “to stop” in de constructie “would you like me to” plus een werkwoord. Je gebruikt “me” wanneer je jezelf noemt als persoon die iets moet doen.
to
In “Where would you like me to stop?” verbindt “to” de persoon “me” met de handeling “stop”. Het staat in het patroon “would you like me to” plus een werkwoord. Je gebruikt deze constructie om te vragen welke handeling iemand wil dat een andere persoon uitvoert.
stop
In “Where would you like me to stop?” betekent “stop” dat de taxi ophoudt met rijden. Het staat na “to” in de constructie “me to stop”. Je gebruikt “stop” bijvoorbeeld wanneer je een voertuig op een bepaalde plaats wilt laten stoppen.
Anywhere
In “Anywhere near the front door is fine.” betekent “Anywhere” elke plaats binnen de bedoelde omgeving. Het staat aan het begin van de zin en maakt duidelijk dat de exacte stopplaats niet belangrijk is. Je gebruikt “anywhere” wanneer meerdere plaatsen aanvaardbaar zijn.
front
In “the front door” betekent “front” de deur aan de voorkant of hoofdzijde van het gebouw. Het staat vóór “door” in de vaste combinatie “front door”. Je gebruikt “front door” om de gebruikelijke ingang aan de voorzijde van een gebouw aan te duiden.
door
In “the front door” betekent “door” de ingang waardoor je een gebouw binnengaat of verlaat. Samen met “front” verwijst het naar de voordeur. Je gebruikt “door” wanneer je een specifieke ingang van een gebouw beschrijft.
fine
In “Anywhere near the front door is fine.” betekent “fine” dat die plaats aanvaardbaar is. Het staat na “is” en geeft de beoordeling van de voorgestelde stopplaats. Je gebruikt “is fine” om te zeggen dat iets goed of acceptabel is.
can
In “I can pull over just beyond the entrance.” geeft “can” aan dat de bestuurder de mogelijkheid heeft om daar te stoppen. Het staat vóór “pull over” in het patroon “I can” plus een werkwoord. Je gebruikt “can” om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
pull over
In “I can pull over just beyond the entrance.” betekent “pull over” met een voertuig naar de kant van de weg gaan en stoppen. “Pull” draagt het idee van bewegen en “over” geeft de beweging naar de zijkant aan; samen vormen ze de volledige handeling. Je gebruikt “pull over” wanneer een bestuurder veilig aan de kant moet gaan staan, bijvoorbeeld om iemand te laten uitstappen.
beyond
In “just beyond the entrance” betekent “beyond” verder voorbij de ingang. Het staat vóór “the entrance” en geeft de stopplaats ten opzichte van dat herkenningspunt aan. Je gebruikt “beyond” in routebeschrijvingen om een plaats aan de andere kant van een punt aan te duiden.