Could
In 'Could you tell me where the conference room is?', 'Could' maakt het verzoek beleefd. Een bruikbaar patroon is 'Could you tell me ...?' wanneer je iemand vriendelijk om informatie vraagt.
you
In 'Could you tell me ...?', 'you' verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. Het staat hier als degene die de informatie kan geven, bijvoorbeeld bij een vraag aan een medewerker.
tell
In 'Could you tell me ...?', 'tell' betekent iemand informatie geven of iets aan iemand meedelen. Het komt hier samen met de ontvanger in 'tell me'; dit patroon gebruik je wanneer je om informatie vraagt.
me
In 'Could you tell me ...?', 'me' verwijst naar de spreker als ontvanger van de informatie. Het patroon 'tell me' is bruikbaar wanneer je iemand vraagt iets aan jou uit te leggen of mee te delen.
where
In 'where the conference room is' vraagt 'where' naar de plaats van iets. Het staat hier in een vraag naar een locatie, zoals wanneer je bij een receptie de weg vraagt.
the
'the' verwijst naar een specifieke plaats of zaak, zoals in 'the conference room', 'the lobby' en 'the elevators'. In het gesprek staat dezelfde vorm aan het begin van 'The room'; gebruik 'the' wanneer de gesprekspartners weten over welke plaats of zaak het gaat.
conference
In 'the conference room' geeft 'conference' aan dat de ruimte voor een conferentie of bijeenkomst bedoeld is. 'Conference room' is een vaste combinatie voor een vergaderruimte, bijvoorbeeld in een kantoor of congresgebouw.
room
In 'the conference room' betekent 'room' een afgesloten ruimte; later verwijst 'The room' naar dezelfde ruimte. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een bepaalde kamer of ruimte in een gebouw aan te duiden.
is
In 'where the conference room is' en 'It's near the elevators' geeft 'is' aan waar de ruimte zich bevindt. In 'is marked' maakt het deel uit van de mededeling dat de ruimte is aangegeven; het patroon 'X is near Y' gebruik je om een locatie te beschrijven.
Go
In 'Go past the lobby' geeft 'Go' een aanwijzing om je in een bepaalde richting te bewegen. Het staat aan het begin van een route-instructie, zoals wanneer je iemand de weg door een gebouw uitlegt.
past
In 'Go past the lobby' betekent 'past' dat je voorbij of langs de lobby gaat. Het bruikbare patroon is 'go past + plaats' bij routebeschrijvingen.
lobby
In 'the lobby' betekent 'lobby' de entree- of ontvangsthal van een gebouw. Je gebruikt dit woord wanneer je een route beschrijft in bijvoorbeeld een hotel, kantoor of congresgebouw.
It's
In 'It's near the elevators' verwijst 'It's' naar de vergaderruimte en betekent het 'it is'. Deze verkorte vorm gebruik je in een gewone mededeling over de plaats of toestand van iets.
near
In 'It's near the elevators' betekent 'near' dat iets dichtbij een plaats is. Het patroon 'near + plaats' is bruikbaar om de locatie van een ruimte, persoon of voorwerp te beschrijven.
elevators
In 'the elevators' verwijst 'elevators' naar de liften in het gebouw. Je gebruikt dit woord wanneer je meerdere liften of de liftzone als locatie noemt, zoals in 'near the elevators'.
Should
In 'Should I take the elevator from here?' vraagt 'Should' of een handeling in deze situatie de juiste of geschikte keuze is. Het patroon 'Should I + werkwoord?' gebruik je wanneer je iemand om advies of bevestiging vraagt.
I
In 'Should I take the elevator from here?' verwijst 'I' naar de spreker. De vorm komt hier voor in een vraag waarin de spreker wil weten wat hij of zij moet doen.
take
In 'take the elevator' betekent 'take' de lift gebruiken of ermee naar een andere verdieping gaan. De vaste combinatie 'take the elevator' is bruikbaar wanneer je uitlegt welk vervoermiddel in een gebouw iemand moet nemen.
elevator
In 'take the elevator' betekent 'elevator' een lift tussen verdiepingen. Je gebruikt het woord wanneer je aanwijzingen geeft over verplaatsing in een gebouw.
from
In 'from here' geeft 'from' het vertrekpunt aan. Het patroon 'from + plaats' gebruik je om te zeggen waar een beweging of handeling begint.
here
In 'from here' verwijst 'here' naar de huidige plaats van de spreker. Je gebruikt het wanneer je aanwijzingen geeft vanaf de plek waar iemand op dat moment staat.
it
In 'Take it up one floor' verwijst 'it' naar de elevator uit de vorige zin. Het voorkomt dat 'the elevator' opnieuw wordt herhaald wanneer al duidelijk is welk voorwerp bedoeld wordt.
up
In 'Take it up one floor' geeft 'up' aan dat de beweging naar een hogere verdieping gaat. Het patroon 'take it up + aantal verdiepingen' past bij aanwijzingen voor een lift.
one
In 'one floor' betekent 'one' precies één verdieping; in 'There's one' verwijst het naar één kaart. De betekenis hangt hier af van het zelfstandig naamwoord of de zaak waarnaar wordt verwezen.
floor
In 'one floor' betekent 'floor' een niveau van een gebouw. Je gebruikt het bijvoorbeeld om aan te geven hoeveel verdiepingen iemand met de lift omhoog moet gaan.
Then
In 'Then turn left into the hallway' betekent 'Then' dat deze handeling volgt op de vorige aanwijzing. Het is bruikbaar om opeenvolgende stappen in een route of instructie te verbinden.
turn
In 'turn left' betekent 'turn' van richting veranderen. Het patroon 'turn + richting' gebruik je bij concrete routebeschrijvingen.
left
In 'turn left' geeft 'left' de richting aan waarin iemand moet afslaan. Deze combinatie gebruik je wanneer je iemand vertelt hoe die verder moet lopen.
into
In 'turn left into the hallway' geeft 'into' aan dat de beweging de gang in gaat. Het patroon 'turn ... into + plaats' is bruikbaar wanneer iemand een ruimte of doorgang binnengaat.
hallway
In 'the hallway' betekent 'hallway' een gang of doorgang binnen een gebouw. Je gebruikt het woord om een deel van een gebouw aan te duiden waarlangs iemand verder loopt.
there
In 'Is there a map I can use?' en 'There's one by the reception desk' helpt 'there' om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven. Je gebruikt deze vorm om te vragen of ergens iets beschikbaar of aanwezig is.
a
In 'a map I can use' introduceert 'a' één kaart zonder dat die eerder specifiek is genoemd. Het patroon 'a + zelfstandig naamwoord' gebruik je wanneer je een niet nader bepaalde zaak noemt.
map
In 'a map I can use' betekent 'map' een plattegrond waarop plaatsen of routes staan aangegeven. Je gebruikt het woord wanneer je een hulpmiddel vraagt om de weg te vinden.
can
In 'I can use' geeft 'can' aan dat de spreker de kaart kan gebruiken of daarvoor de mogelijkheid heeft. Het patroon 'I can + werkwoord' gebruik je om een mogelijkheid of vaardigheid te beschrijven.
use
In 'a map I can use' betekent 'use' een kaart als hulpmiddel gebruiken. Het staat hier na 'can' in de combinatie 'can use', die je gebruikt om te zeggen waarvoor je iets wilt inzetten.
There's
In 'There's one by the reception desk' introduceert 'There's' iets dat aanwezig of beschikbaar is. De vorm betekent 'there is' en is bruikbaar om een enkel voorwerp of een enkele plaats te noemen.
by
In 'by the reception desk' betekent 'by' naast of dichtbij de receptiebalie. Het patroon 'by + plaats' gebruik je om de locatie van iets te beschrijven.
reception
In 'the reception desk' verwijst 'reception' naar de receptie of ontvangstfunctie van het gebouw. Samen met 'desk' vormt het de vaste combinatie voor de balie waar bezoekers worden geholpen.
desk
In 'the reception desk' betekent 'desk' een balie of werktafel; hier gaat het om de balie van de receptie. Je gebruikt het woord in combinaties voor een plek waar iemand werkt of bezoekers ontvangt.
That
In 'That helps' verwijst 'That' naar de informatie over de kaart die zojuist is gegeven. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde mededeling, handeling of situatie te verwijzen.
helps
In 'That helps' betekent 'helps' dat de gegeven informatie de situatie gemakkelijker maakt. Deze korte uitdrukking is bruikbaar om te reageren wanneer iemand je praktische informatie of ondersteuning geeft.
my
In 'my first time' geeft 'my' aan dat de ervaring bij de spreker hoort. Het patroon 'my + zelfstandig naamwoord' gebruik je om iets van of met betrekking tot jezelf aan te duiden.
first
In 'my first time in this building' betekent 'first' de eerste of aanvankelijke keer. Het patroon 'my first time + plaats' gebruik je wanneer je zegt dat je ergens nog niet eerder bent geweest.
time
In 'my first time in this building' betekent 'time' een gelegenheid of ervaring. Samen met 'first' verwijst het naar de eerste keer dat de spreker in het gebouw is.
in
In 'in this building' geeft 'in' aan dat de spreker zich binnen het gebouw bevindt. Het patroon 'in + gebouw of plaats' gebruik je om een locatie binnen een ruimte aan te geven.
this
In 'this building' wijst 'this' het gebouw aan waarover de gesprekspartners het op dat moment hebben. Je gebruikt het voor iets dat dichtbij is of centraal staat in de huidige situatie.
building
In 'this building' betekent 'building' het gebouw waarin de receptie, lift en vergaderruimte zich bevinden. Je gebruikt het woord wanneer je naar de hele constructie verwijst, niet alleen naar één kamer.
marked
In 'The room is marked near the end of the hall' betekent 'marked' dat de ruimte op een plattegrond of aanwijzing is aangegeven. Het helpt de bezoeker de genoemde ruimte terug te vinden wanneer die de route volgt.
end
In 'near the end of the hall' betekent 'end' het verste of laatste deel van de gang. Het patroon 'near the end of + plaats' gebruik je om een locatie dicht bij het uiteinde van iets te beschrijven.
of
In 'the end of the hall' verbindt 'of' het deel 'the end' met het geheel 'the hall'. Zo wordt aangegeven welk uiteinde bedoeld is; dit patroon gebruik je om een deel van een plaats of zaak te benoemen.
hall
In 'the end of the hall' betekent 'hall' een gang of doorgang in een gebouw. Je gebruikt het hier om het deel van het gebouw aan te duiden waarvan het einde als locatie wordt genoemd.