Uitchecken bij de hotelreceptie | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a hotel reception desk, a guest checks out, returns the room key, and asks for help with a bag..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Uitchecken bij de hotelreceptie oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I'd like to check out, please.

Aid laik te tsjek aut, pliiz. Ik wil graag uitchecken, alstublieft.
B

Do you have your room key with you?

Doe joe hev jor roem kie widh joe? Heeft u uw kamersleutel bij u?
A

Yes, here it is.

Jes, hier it iz. Ja, hier is hij.
B

I'll check you out now.

Ail tsjek joe aut nau. Ik check u nu uit.
A

Could someone help me with my bag?

Kud samwan help mie widh mai bek? Kan iemand me helpen met mijn tas?
B

I can ask someone to meet you at the desk.

Ai ken aask samwan te miit joe et de desk. Ik kan iemand vragen om u bij de balie op te wachten.
A

The room was very comfortable.

De roem woz veri kamfterbel. De kamer was erg comfortabel.
B

I'm glad to hear that.

Aim gled te hier det. Dat hoor ik graag.
B

Have a safe trip.

Hev e seef trip. Ik wens u een veilige reis.

Uitleg van de zinnen

  1. I'd like to check out, please.

    Ik wil graag uitchecken, alstublieft.

    I'd like
    ik zou graag willen
    check out
    uitchecken
    please
    alstublieft
    Uitgebreide uitleg

    I'd like is de verkorte vorm van I would like. Hier drukt die beleefd een wens of verzoek uit: “ik wil graag”. De vorm would like is een beleefde constructie met daarna meestal een zelfstandig naamwoord of to + werkwoord: I'd like to pay. = “Ik wil graag betalen.” I'd like is geen verleden tijd in deze betekenis; would maakt het verzoek beleefder en minder direct dan I want. check out is een scheidbaar samengesteld werkwoord dat hier “uitchecken” betekent, dus de hotelkamer of accommodatie verlaten en de rekening afronden. Na to blijft het werkwoord in de basisvorm: I'd like to check out. In een andere betekenis kan check out ook “bekijken” of “controleren” betekenen, maar de hotelcontext en de Nederlandse vertaling ondersteunen hier de betekenis “uitchecken”. please is een beleefdheidswoord dat een verzoek verzacht. Het kan aan het einde van een verzoek staan, zoals hier, maar ook elders in een zin: Please check out by noon. = “Checkt u alstublieft vóór de middag uit.” Samen vormen de delen I'd like + to check out + please een beleefd verzoek om uit te checken: “Ik wil graag uitchecken, alstublieft.”

  2. Do you have your room key with you?

    Heeft u uw kamersleutel bij u?

    Do you
    heb je/u …?
    have
    hebben
    your
    je/jouw of uw
    room
    kamer
    key
    sleutel
    with you
    bij je/u
    Uitgebreide uitleg

    Do you staat hier aan het begin van een ja/nee-vraag. Do is het hulpwerkwoord dat in de tegenwoordige tijd de vraag vormt; you is de aangesproken persoon. In het Engels blijft you hetzelfde voor één of meer personen en voor informeel of formeel aanspreken. In deze vertaling past u bij de beleefde aanspreekvorm. have betekent hier ‘bij zich hebben’ of ‘in bezit hebben’. Het is de basisvorm na do: bij een gewone bevestigende zin krijg je bijvoorbeeld You have a key. — ‘U hebt een sleutel.’ In de vraag draagt do de vraagvorm, terwijl have basisvorm blijft. Have kan ook bezit in ruimere zin uitdrukken; hier gaat het concreet om iets dat de aangesprokene bij zich heeft. your is een bezittelijke bepaler: het verwijst naar de aangesprokene als bezitter. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in your bag — ‘uw tas’. De vorm your verandert in het Engels niet met enkelvoud of meervoud van het bezit; your key en your keys gebruiken dezelfde vorm. De Nederlandse vertaling kan afhankelijk van de aanspreekvorm je/jouw of uw zijn. room betekent hier ‘kamer’. Samen met het daaropvolgende key vormt het de vaste naamwoordgroep room key: een sleutel die bij een kamer hoort, dus ‘kamersleutel’. In het Engels staat het eerste zelfstandig naamwoord vóór het hoofdwoord en beschrijft het soort sleutel. Voorbeeld: a car key — ‘een autosleutel’. key betekent ‘sleutel’. Het is hier het hoofdwoord van room key en verwijst naar het concrete voorwerp waarnaar gevraagd wordt. Het meervoud is keys, bijvoorbeeld in These are my keys. — ‘Dit zijn mijn sleutels.’ with you betekent hier ‘bij u/je’, in de betekenis dat iets zich bij de aangesprokene bevindt. With drukt in deze combinatie aanwezigheid samen met een persoon uit; you blijft dezelfde Engelse vorm voor de aangesproken persoon. Voorbeeld: Do you have your passport with you? — ‘Hebt u uw paspoort bij u?’ De volledige vraag bouwt op als Do you have + your room key + with you?: het hulpwerkwoord en onderwerp openen de ja/nee-vraag, have vraagt of de persoon het voorwerp bezit of bij zich heeft, your room key benoemt het voorwerp, en with you maakt de betekenis ‘bij u’ expliciet. Samen betekent de zin: ‘Heeft u uw kamersleutel bij u?’

  3. Yes, here it is.

    Ja, hier is hij.

    Yes
    ja
    here
    hier
    it is
    het is
    Uitgebreide uitleg

    Yes bevestigt hier het voorafgaande antwoord op de vraag of de spreker de kamersleutel bij zich heeft. Het is een zelfstandig antwoordwoord. Voorbeeld: “Yes, I have it.” = “Ja, ik heb hem.” here betekent “hier” en is een bijwoord van plaats. In deze zin lokaliseert het de sleutel op de plaats waar die wordt aangewezen of aangeboden. Een bruikbaar patroon is Here is ...: “Here is your key.” = “Hier is uw sleutel.” it is bevat het voornaamwoord it en de vorm is van be. Volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context verwijst it hier naar de kamersleutel. Is is de tegenwoordige enkelvoudsvorm die bij it hoort; de basisvorm is be, met onder andere de vormen am, are, is. It is kan informeel worden verkort tot it's, maar de gegeven zin gebruikt de volledige vorm. Samen betekent here it is dat de bedoelde sleutel hier wordt aangewezen of aangeboden. Yes bevestigt dat de spreker de sleutel bij zich heeft, dus de hele zin betekent: “Ja, hier is hij.” Het Nederlandse hij voor de sleutel verandert niet dat Engels hiervoor it gebruikt; it markeert in het Engels geen mannelijk geslacht.

  4. I'll check you out now.

    Ik check u nu uit.

    I'll
    ik zal
    check … out
    nakijken; controleren
    you
    u
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: I is het onderwerp en will markeert hier een handeling die de spreker nu gaat uitvoeren. In verzorgd schrijven kan dit ook als I’ll verschijnen. Voorbeeld: I’ll call you later. — Ik bel je later. check en out vormen hier samen de scheidbare werkwoordelijke constructie check someone out. In deze zin staat het object ertussen: check you out. De combinatie betekent hier dat de spreker de aangesproken persoon gaat nakijken of controleren; dat is dus meer dan alleen het losse werkwoord check. De precieze betekenis van check out kan per context verschillen, maar hier volgt de bedoelde betekenis uit de vaste vertaling. Voorbeeld: The receptionist will check us out. — De receptionist zal ons uitchecken. you is het object van check ... out: de handeling is op de aangesprokene gericht. Engels gebruikt you zowel voor één persoon als voor meerdere personen en maakt in deze vorm geen formeel/informeel onderscheid. De vaste Nederlandse vertaling kiest hier voor het beleefde u. now plaatst de handeling in het heden, meer bepaald op dit moment of onmiddellijk. Het verandert niet wie de handeling uitvoert: de spreker blijft het onderwerp van I’ll. Samen vormt I’ll check you out now de volgorde onderwerp + will + werkwoordelijke constructie + object + tijdsbepaling: de spreker zegt dat die de aangesprokene nu zal nakijken of controleren. Dat correspondeert met de vaste vertaling: Ik check u nu uit.

  5. Could someone help me with my bag?

    Kan iemand me helpen met mijn tas?

    Could someone
    zou iemand …?
    help
    helpen
    me
    mij / me
    with
    met
    my
    mijn
    bag
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Could someone opent een beleefd verzoek: de spreker vraagt of een niet nader genoemde persoon kan helpen. Could is historisch en qua vorm de verleden-vorm van can, maar heeft hier geen verledenbetekenis; het verzacht de vraag. Someone betekent ‘iemand’ en laat de identiteit van die persoon open. Voorbeeld: “Could someone open the window?” = “Zou iemand het raam kunnen openen?” help staat na could in de basisvorm. Na een modaal werkwoord zoals could komt in het Engels geen to en geen derde-persoonsuitgang: could help, niet could helps. De basisvorm is help; in andere constructies zie je bijvoorbeeld helps bij he/she/it en helped voor de verleden tijd. Voorbeeld: “Can you help me?” = “Kun je me helpen?” me is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord I. Het verwijst hier naar de spreker en is degene die hulp nodig heeft. Vergelijk de vormen: I als onderwerp (“I need help” = “Ik heb hulp nodig”) en me als object (“Someone helps me” = “Iemand helpt mij/me”). with verbindt de hulp met datgene waarbij of waarmee hulp nodig is. In deze zin leidt het de woordgroep my bag in: hulp met de tas. Deze voorzetselkeuze hoort bij de vaste gebruikswijze help someone with something. Voorbeeld: “She helped me with my homework.” = “Ze hielp me met mijn huiswerk.” my is een bezittelijk bepalend woord bij bag: de tas behoort aan de spreker. Het verandert niet naar geslacht of meervoud van het bezeten zelfstandig naamwoord: my bag en my bags. Het contrasteert met your voor bezit van de aangesprokene. Voorbeeld: “Where is my coat?” = “Waar is mijn jas?” bag is het zelfstandig naamwoord voor een tas. Het is hier enkelvoud; het meervoud is bags. Het bezittelijk woord my staat ervoor: my bag. Voorbeeld: “This bag is heavy.” = “Deze tas is zwaar.” Samen vormt Could someone help me with my bag? een beleefd verzoek om hulp: de spreker vraagt of iemand hem of haar kan helpen met de eigen tas. De vraag blijft open welke persoon zal helpen; someone benoemt die persoon niet nader.

  6. I can ask someone to meet you at the desk.

    Ik kan iemand vragen om u bij de balie op te wachten.

    I can
    ik kan
    ask
    vragen
    someone
    iemand
    meet
    opwachten
    you
    u
    desk
    balie
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt uit dat de spreker iets kan of in staat is te doen. can is een modaal werkwoord en verandert niet met het onderwerp: I can, she can, they can. Na can komt het werkwoord zonder to: I can ask = “ik kan vragen”. Voorbeeld: We can help. = “Wij kunnen helpen.” ask betekent hier “vragen”. De basisvorm is ask; na can blijft die basisvorm staan. Een belangrijk patroon is ask someone to do something: iemand vragen om iets te doen. Voorbeeld: I asked him to wait. = “Ik vroeg hem om te wachten.” someone betekent “iemand”: een niet nader bepaalde persoon. In ask someone to ... is deze persoon degene aan wie iets wordt gevraagd en degene die de daaropvolgende handeling uitvoert. Het voornaamwoord is enkelvoudig, maar bij someone gebruik je in de tegenwoordige tijd vaak they wanneer je naar die persoon verwijst: Someone is waiting. = “Iemand wacht.” meet is de basisvorm na to in to meet you. In deze zin past de vaste vertaling “u opwachten” bij de bedoelde situatie. In andere contexten kan meet ook “ontmoeten” betekenen. Voorbeeld: They will meet us at six. = “Ze ontmoeten ons om zes uur.” you is hier het voornaamwoord voor de persoon die door de spreker wordt aangesproken; de vaste vertaling geeft die persoon weer met het beleefde Nederlandse u. Engels gebruikt you zowel voor één persoon als voor meerdere personen en maakt in deze vorm geen onderscheid tussen beleefd en informeel. In meet you is you degene die opgewacht wordt. at the desk geeft de plaats aan: bij de balie. at wordt hier gebruikt om een plaats aan te geven. desk is een zelfstandig naamwoord; the maakt de woordgroep bepaald en verwijst dus naar een specifieke desk of balie die uit de context bepaalbaar is. Voorbeeld: She is at the desk. = “Zij is bij de balie.” De zin bouwt zo op: I can + ask someone + to meet you + at the desk. De spreker zegt dat diegene iemand kan vragen om de aangesproken persoon bij de balie op te wachten. De hele betekenis is dus: “Ik kan iemand vragen om u bij de balie op te wachten.”

  7. The room was very comfortable.

    De kamer was erg comfortabel.

    room
    kamer
    was
    was
    very
    erg
    comfortable
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    room betekent hier “kamer”. Het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is rooms: één kamer, meerdere kamers. Voorbeeld: The room is large. = “De kamer is groot.” was is de verleden tijd van be bij I, he, she en it; in deze zin hoort het bij het enkelvoudige onderwerp the room. De tegenwoordige vorm daarbij is is; bij een meervoudig onderwerp staat in de verleden tijd were. Voorbeeld: The rooms were comfortable. = “De kamers waren comfortabel.” very versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt: “erg” of “heel”. Het beschrijft hier de mate van comfort en verandert niet van vorm. Voorbeeld: The room was very quiet. = “De kamer was erg stil.” comfortable is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “comfortabel”. Het beschrijft een aangename toestand of eigenschap. De vergrotende trap is meestal more comfortable en de overtreffende trap most comfortable. Voorbeeld: This chair is more comfortable. = “Deze stoel is comfortabeler.” Samen vormen de woorden The room (het onderwerp), was (de verleden tijd van be), very (de versterking) en comfortable (de beschreven eigenschap) de betekenis: “De kamer was erg comfortabel.” De zin beschrijft dus dat de kamer in het verleden een hoog comfortniveau had.

  8. I'm glad to hear that.

    Dat hoor ik graag.

    I'm
    ik ben
    glad
    blij
    to hear
    horen
    that
    dat
    Uitgebreide uitleg

    I'm is de samentrekking van I am: I is het onderwerp en am is de vorm van be voor de eerste persoon enkelvoud. In deze zin staat het voor de toestand of houding van de spreker. glad is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “blij” of “tevreden”. Na glad kan een infinitief met to aangeven waarover de spreker blij is: I’m glad to help. = “Ik help graag / Ik ben blij om te helpen.” to hear bestaat uit to plus de basisvorm hear. Hear betekent hier informatie vernemen of te horen krijgen, niet noodzakelijk alleen geluid waarnemen. Na to blijft het werkwoord in de basisvorm; bijvoorbeeld: I’m glad to see you. = “Ik ben blij je te zien.” that is hier een aanwijzend voornaamwoord voor de eerder genoemde informatie. In de gegeven context gaat het om de mededeling dat de kamer comfortabel was. Het woord verwijst dus naar de inhoud van die mededeling en is niet zelf de spreker of de persoon die hoort. Samen vormen I’m glad en to hear that de structuur I am glad to + werkwoord ...: de spreker zegt dat hij of zij blij is om bepaalde informatie te vernemen. De volledige zin betekent daarom: “Ik ben blij dat te horen.” Dat sluit aan bij de vaste vertaling Dat hoor ik graag.

  9. Have a safe trip.

    Ik wens u een veilige reis.

    Have
    hebben
    safe
    veilig
    trip
    reis
    Uitgebreide uitleg

    Have staat hier niet voor letterlijk ‘bezitten’. In de vaste wens Have a safe trip werkt het als een gebiedende vorm: de spreker wenst de aangesprokene een veilige reis toe. De gebiedende vorm gebruikt de basisvorm van het werkwoord, zonder genoemd onderwerp. In andere contexten kan have wel ‘hebben’ betekenen, zoals in I have a ticket — ‘Ik heb een ticket’.\n\nsafe betekent hier dat de reis zonder gevaar verloopt. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergrotende trap is safer en de overtreffende trap safest. Voorbeeld: This route is safer. — ‘Deze route is veiliger.’\n\ntrip is een zelfstandig naamwoord voor een reis of uitstap. Het meervoud is trips. Voorbeeld: The trip was short. — ‘De reis was kort.’\n\nSamen vormt Have a safe trip een gebruikelijke goede-wensformule: Have a + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord. Het lidwoord a maakt het zelfstandig naamwoord enkelvoudig, maar drukt op zichzelf geen specifiek aantal als bedoeling uit. De volledige betekenis is: ‘Ik wens u een veilige reis.’

Grammatica

Verb + now

Check out now.

Tsjek aut nau.

Check nu uit.

In de gebiedende wijs staat het werkwoord vooraan en wordt het onderwerp weggelaten.

Here it is

Here it is.

Hier it iz.

Hier is het.

Deze vaste uitdrukking gebruikt it als verwijzing naar iets dat wordt aangewezen of overhandigd.

Engels woordenschat

ask werkwoord
aask vragen

I can ask someone to meet you at the desk.

bag zelfstandig naamwoord
bek tas

Could someone help me with my bag?

check out werkwoord
tsjek aut uitchecken

I'd like to check out, please.

desk zelfstandig naamwoord
desk balie

I can ask someone to meet you at the desk.

help werkwoord
help helpen

Could someone help me with my bag?

here it is uitdrukking
hier it iz hier is het

Yes, here it is.

meet werkwoord
miit ontmoeten of opwachten

I can ask someone to meet you at the desk.

now bijwoord
nau nu

I'll check you out now.

room zelfstandig naamwoord
roem kamer

The room was very comfortable.

room key uitdrukking
roem kie kamersleutel

Do you have your room key with you?

someone voornaamwoord
samwan iemand

Could someone help me with my bag?

with you uitdrukking
widh joe bij je hebben

Do you have your room key with you?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil graag uitchecken, alstublieft.

Antwoord tonenI'd like to check out, please.

Ja, hier is hij.

Antwoord tonenYes, here it is.

Ik check u nu uit.

Antwoord tonenI'll check you out now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpen

Antwoord tonenhelp

iemand

Antwoord tonensomeone

balie

Antwoord tonendesk

kamer

Antwoord tonenroom