Controle en overdracht na een taak | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, two adults plan review and handoff steps after the main task is finished..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Controle en overdracht na een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I finished the main task.

ai finisht dhe meen taask. Ik heb de hoofdtaak afgerond.
B

Have someone review it before you share it.

hev samwan rivjoe it bifoor joe sjer it. Laat iemand het nakijken voordat je het deelt.
A

Who should review it?

hoe sjoed rivjoe it? Wie moet het nakijken?
B

Ask the team lead because the plan may change.

esk dhe tiem lied bikoz dhe plen mee tsjeendzj. Vraag het aan de teamleider, omdat het plan misschien verandert.
A

Should I prepare a short message too?

sjoed ai pripèr uh sjort messidzj toe? Moet ik ook een kort bericht voorbereiden?
B

Explain what changed and where to find the file.

ikspleen wot tsjeendjd en wehr tuh faind dhe faail. Leg uit wat er is veranderd en waar je het bestand kunt vinden.
A

I will ask for the review and add a short note.

ai wil esk fer dhe rivjoe en ed uh sjort noot. Ik zal om een controle vragen en een korte notitie toevoegen.
B

That should make the handoff clearer.

dhet sjoed meek dhe hendof klir-er. Dat zou de overdracht duidelijker moeten maken.

Woord voor woord

I “I” verwijst hier naar de spreker: die persoon heeft de hoofdtaak afgerond. Je gebruikt “I” als onderwerp vóór een werkwoord, bijvoorbeeld in “I finished the main task.” In een werksituatie gebruik je het om je eigen voortgang of actie te melden.
finished “finished” betekent hier dat de spreker de taak heeft voltooid. Het is de vorm van “finish” die in “I finished the main task.” wordt gebruikt voor een afgeronde actie. Je kunt “I finished” gebruiken wanneer je meldt dat je klaar bent met een taak.
the “the” maakt duidelijk dat het om een specifieke taak gaat: “the main task”. Je gebruikt “the” vóór iets dat de gesprekspartners kunnen identificeren of al kennen. In een werksituatie helpt “the” om naar een bepaalde taak, file of boodschap te verwijzen.
main “main” betekent hier de belangrijkste of centrale taak. In “the main task” staat het vóór “task” en beschrijft het welke taak bedoeld wordt. Je kunt “main” gebruiken voor het belangrijkste onderdeel van een plan of project.
task “task” betekent hier een concrete opdracht of een stuk werk. In “the main task” verwijst het naar het centrale werk dat eerst afgerond moest worden. Je gebruikt “task” bijvoorbeeld wanneer je werk verdeelt, afrondt of controleert.
Have “Have” betekent hier dat je ervoor zorgt dat iemand anders iets doet: “Have someone review it”. “Have” staat aan het begin van een instructie en wordt gevolgd door een persoon en daarna een actie. Je kunt deze constructie gebruiken wanneer je op het werk iemand vraagt om iets voor je te controleren of uit te voeren.
someone “someone” betekent hier een niet nader genoemde persoon. In “Have someone review it” geeft het aan dat om het even welke geschikte persoon de controle kan uitvoeren. Je gebruikt “someone” wanneer de persoon nog niet genoemd is of niet belangrijk is voor de boodschap.
review “review” betekent hier iets zorgvuldig controleren, namelijk het materiaal waarnaar “it” verwijst. In “Have someone review it” volgt “review” op de persoon die de actie uitvoert. Je kunt “review” gebruiken voor het controleren van een document, plan of ander werk voordat je het deelt.
it “it” verwijst hier naar de taak of het materiaal dat gecontroleerd moet worden. In “Have someone review it” voorkomt “it” dat dezelfde zaak opnieuw genoemd moet worden. Je gebruikt “it” voor een eerder genoemde zaak wanneer duidelijk is waarnaar je verwijst.
before “before” geeft hier aan dat de controle eerst moet gebeuren en het delen daarna. In “before you share it” leidt het een tijdsbepaling met een persoon en actie in. Je kunt “before” gebruiken om twee stappen in de juiste volgorde te plaatsen.
you “you” verwijst hier naar de persoon die wordt aangesproken. In “before you share it” is die persoon degene die het materiaal zal delen. Je gebruikt “you” om rechtstreeks naar één of meer gesprekspartners te verwijzen.
share “share” betekent hier iets met anderen delen of voor anderen beschikbaar maken. In “before you share it” volgt “share” op “you” en heeft “it” de rol van wat gedeeld wordt. Je gebruikt “share” bijvoorbeeld wanneer je een bestand, plan of bericht met een team deelt.
Who “Who” vraagt hier naar de persoon die de controle moet uitvoeren. In “Who should review it?” staat “Who” aan het begin van de vraag. Je gebruikt “Who” wanneer je wilt weten welke persoon verantwoordelijk is voor een actie.
should “should” drukt hier uit wat passend of gewenst is: “Who should review it?” vraagt wie dat volgens de situatie moet doen. In “That should make the handoff clearer.” geeft “should” aan dat iets naar verwachting een effect zal hebben. Je gebruikt “should” vaak om advies, een geschikte keuze of een verwachting uit te drukken.
Ask “Ask” betekent hier iemand om informatie of actie vragen. In “Ask the team lead” is “the team lead” de persoon aan wie de vraag gericht wordt. Je gebruikt “ask” bijvoorbeeld om een collega om hulp, uitleg of een controle te vragen.
team “team” betekent hier een groep mensen die samenwerkt. In “the team lead” maakt “team” duidelijk dat de leidinggevende bij die groep hoort. Je kunt “team” gebruiken in combinaties zoals “the team” en “team lead” wanneer je over een werkgroep spreekt.
lead “lead” verwijst hier naar de persoon die het team begeleidt of ervoor verantwoordelijk is. In “the team lead” vormt het samen met “team” de benaming voor die rol. Je gebruikt “team lead” bijvoorbeeld wanneer je wilt weten wie een plan kan beoordelen of goedkeuren.
because “because” introduceert hier de reden voor het advies om de teamleider te vragen. In “because the plan may change” volgt na “because” de reden zelf. Je kunt “because” gebruiken om een advies of beslissing kort te motiveren.
plan “plan” betekent hier de voorgenomen reeks stappen voor het werk. In “the plan may change” gaat het om een specifiek plan dat mogelijk aangepast wordt. Je gebruikt “plan” wanneer je toekomstige acties, werkstappen of afspraken bespreekt.
may “may” geeft hier aan dat het mogelijk is dat het plan verandert, maar dat dit niet zeker is. In “the plan may change” staat “may” vóór de actie “change”. Je gebruikt “may” om een mogelijkheid voorzichtig uit te drukken.
change “change” betekent hier anders worden: het plan kan anders worden dan eerst gedacht. In “the plan may change” volgt “change” na “may”. Je gebruikt “change” bijvoorbeeld voor wijzigingen in een plan, afspraak of werkproces.
prepare “prepare” betekent hier iets gereedmaken, namelijk een kort bericht. In “Should I prepare a short message too?” volgt “prepare” op “Should I” en krijgt het “a short message” als object. Je gebruikt “prepare” voor het klaarmaken van een bericht, document of vergadering.
a “a” introduceert hier één niet nader bepaald bericht: “a short message”. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “message”. Je gebruikt “a” wanneer je iets voor het eerst noemt en het niet om een specifiek eerder genoemd exemplaar gaat.
short “short” betekent hier dat het bericht niet lang hoeft te zijn. In “a short message” staat “short” vóór “message” en beschrijft het de lengte ervan. Je kunt “short” gebruiken wanneer je om een beknopte boodschap of uitleg vraagt.
message “message” betekent hier een korte schriftelijke of gesproken mededeling over het werk. In “a short message” verwijst het naar informatie die samen met de overdracht kan worden gedeeld. Je gebruikt “message” bijvoorbeeld om wijzigingen, instructies of een locatie van een file door te geven.
too “too” betekent hier “ook”: de spreker vraagt of er naast de andere stappen eveneens een kort bericht nodig is. In “a short message too” staat “too” aan het einde van de vraag. Je gebruikt “too” om extra informatie of een extra actie toe te voegen.
Explain “Explain” betekent hier dat je duidelijk maakt wat er veranderd is en waar de file te vinden is. In “Explain what changed and where to find the file.” staat het als instructie aan het begin van de zin. Je gebruikt “explain” wanneer iemand informatie, wijzigingen of instructies begrijpelijk moet maken.
what “what” verwijst hier naar de informatie over de verandering: “what changed”. Het vormt samen met “changed” een ingebedde vraag naar de inhoud van de verandering. Je kunt “explain what ...” gebruiken wanneer je iemand vraagt uit te leggen welke informatie of gebeurtenis bedoeld wordt.
changed “changed” betekent hier anders is geworden in vergelijking met de eerdere versie of situatie. In “what changed” vraagt het naar de verandering die heeft plaatsgevonden. Dit is de vorm van “change” die je gebruikt om naar een al gebeurde verandering te verwijzen.
and “and” verbindt hier twee dingen die uitgelegd moeten worden: “what changed” en “where to find the file”. Je gebruikt “and” om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of informatiepunten samen te voegen. In een werkinstructie helpt het om meerdere benodigde punten in één zin te noemen.
where “where” verwijst hier naar de plaats waar de file gevonden kan worden. In “where to find the file” leidt het een ingebedde vraag naar een locatie. Je gebruikt “where” wanneer je naar een plek of locatie vraagt of die aangeeft.
to “to” markeert hier de actie die uitgevoerd moet worden in “where to find the file”. Het staat vóór “find” in de combinatie “to find”. Je gebruikt deze vorm na woorden zoals “where” om een mogelijke of bedoelde actie te beschrijven.
find “find” betekent hier de file lokaliseren. In “where to find the file” staat “find” na “to” en krijgt het “the file” als object. Je gebruikt “find” bijvoorbeeld wanneer je uitlegt waar iemand een document of ander digitaal bestand kan lokaliseren.
file “file” betekent hier het digitale document dat de ander moet kunnen lokaliseren. In “the file” gaat het om een specifieke file die in de werkomgeving bekend is. Je gebruikt “file” wanneer je informatie over een document, opslagplaats of gedeeld werkstuk geeft.
will “will” geeft hier aan dat de spreker van plan is om de controle te vragen en een notitie toe te voegen. In “I will ask for the review” staat “will” vóór de actie. Je gebruikt “will” om een toekomstige beslissing, toezegging of geplande actie uit te drukken.
for “for” hoort hier bij de combinatie “ask for the review” en geeft aan waar de vraag om gaat. Het staat vóór het gevraagde, namelijk “the review”. Je kunt “ask for” gebruiken wanneer je iets specifieks vraagt, zoals een controle, uitleg of toestemming.
add “add” betekent hier iets extra’s bijvoegen: de spreker zal een korte notitie aan het materiaal of de boodschap toevoegen. In “add a short note” staat “a short note” als wat wordt toegevoegd. Je gebruikt “add” wanneer je extra informatie, tekst of een onderdeel aan iets bestaands toevoegt.
note “note” betekent hier een korte geschreven opmerking of toelichting. In “a short note” gaat het om extra informatie naast de controleaanvraag. Je gebruikt “note” bijvoorbeeld om een wijziging, herinnering of korte uitleg bij een document te zetten.
That “That” verwijst hier naar de zojuist genoemde combinatie van een controle vragen en een korte notitie toevoegen. In “That should make the handoff clearer.” staat het als onderwerp van de volgende beoordeling. Je gebruikt “That” om naar een eerder genoemde actie, gebeurtenis of situatie te verwijzen.
make “make” betekent hier ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt: de actie maakt de overdracht duidelijker. In “make the handoff clearer” volgt “make” op “should” en wordt daarna het gevolg beschreven. Je gebruikt deze constructie om een actie en het effect ervan met elkaar te verbinden.
handoff “handoff” betekent hier de overdracht van het werk of de verantwoordelijkheid aan een andere persoon of groep. In “the handoff” gaat het om de specifieke overdracht die na de afgeronde taak plaatsvindt. Je gebruikt “handoff” wanneer werk, informatie of verantwoordelijkheid aan iemand anders wordt doorgegeven.
clearer “clearer” betekent hier gemakkelijker te begrijpen of beter gestructureerd. In “make the handoff clearer” beschrijft het het gewenste effect van de controle en de korte notitie. Dit is de vorm van “clear” die gebruikt wordt om de overdracht met een eerdere, minder duidelijke toestand te vergelijken.

Grammatica

ask for + noun

Ask for a clearer plan.

esk fer uh klir-er plen.

Vraag om een duidelijker plan.

Na ask for volgt het gevraagde ding: ask for + zelfstandig naamwoord.

Engels woordenschat

change werkwoord
tsjeendzj veranderen

Ask the team lead because the plan may change.

explain werkwoord
ikspleen uitleggen

Explain what changed and where to find the file.

find werkwoord
faind vinden

Explain what changed and where to find the file.

finished werkwoord
finisht afgerond

I finished the main task.

main task zelfstandig naamwoord
meen taask hoofdtaak

I finished the main task.

message zelfstandig naamwoord
messidzj bericht

Should I prepare a short message too?

plan zelfstandig naamwoord
plen plan

Ask the team lead because the plan may change.

prepare werkwoord
pripèr voorbereiden

Should I prepare a short message too?

review werkwoord
rivjoe nakijken; controleren

Have someone review it before you share it.

share werkwoord
sjer delen

Have someone review it before you share it.

short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort

Should I prepare a short message too?

team lead zelfstandig naamwoord
tiem lied teamleider

Ask the team lead because the plan may change.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb de hoofdtaak afgerond.

Antwoord tonenI finished the main task.

Wie moet het nakijken?

Antwoord tonenWho should review it?

Dat zou de overdracht duidelijker moeten maken.

Antwoord tonenThat should make the handoff clearer.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kort

Antwoord tonenshort

nakijken; controleren

Antwoord tonenreview

afgerond

Antwoord tonenfinished

voorbereiden

Antwoord tonenprepare