Een klein doel voor je taaloefening kiezen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language learning setting, two adults set a small speaking practice goal and choose a way to track progress..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een klein doel voor je taaloefening kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I want to set a goal for my language practice.

aj wont tuh set uh gool fer mai lenggwidz praktis. Ik wil een doel voor mijn taaloefening stellen.
B

Which skill feels hardest right now?

witsj skil fielz haardist rait nau? Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?
A

Speaking smoothly in short conversations.

spieking smoedhli in sjort konvurseejənz. Vloeiend spreken in korte gesprekken.
B

Then choose one small speaking task each day.

den tsjoez wan smool spieking taask ietsj dee. Kies dan elke dag een kleine spreektaak.
A

How can I track my progress?

hau ken aj trak mai prohgres? Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?
B

Record one answer and listen to it again later.

rikórd wan aansur end lissen tuh it uhgen lee-tur. Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.
A

That routine sounds easy to follow.

det roetien saundz iezie tuh foloow. Die routine klinkt makkelijk om te volgen.
B

Keep the task short and repeat it often.

kiep də taask sjort end ripiet it ofən. Houd de taak kort en herhaal hem vaak.

Woord voor woord

I In “I want to set a goal” betekent “I” de spreker: ik. Deze vorm staat als onderwerp vooraan in de zin.
want In “I want to set a goal” betekent “want” dat de spreker iets wil doen. Een veelgebruikt patroon is “want to” gevolgd door een werkwoord, zoals in “I want to set”.
to In “want to set” maakt “to” deel uit van de constructie voor wat iemand wil doen: willen om iets te doen. Hier staat het direct voor “set”.
set In “set a goal” betekent “set” een doel stellen of bepalen. De combinatie “set a goal” is bruikbaar wanneer je een doel voor studie, werk of een andere activiteit kiest.
a In “a goal” verwijst “a” naar één niet nader bepaald doel. Het staat hier vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “goal”.
goal In “set a goal” betekent “goal” een doel dat je wilt bereiken. Je kunt “goal” gebruiken voor een concreet leerdoel, zoals een kleine taak voor elke dag.
for In “a goal for my language practice” geeft “for” aan waarvoor het doel bedoeld is: voor de taaloefening. Het verbindt hier “goal” met het doelgebied “my language practice”.
my In “my language practice” geeft “my” aan dat de taaloefening bij de spreker hoort: mijn. Het staat vóór de woordgroep die benoemt waarvan iets van de spreker is.
language In “language practice” betekent “language” taal. Samen verwijst “my language practice” naar het oefenen van een taal.
practice In “language practice” betekent “practice” oefening of het oefenen zelf. De combinatie kan gebruikt worden voor activiteiten waarmee je een taalvaardigheid verbetert.
Which In “Which skill feels hardest” vraagt “Which” welke keuze uit mogelijke vaardigheden bedoeld wordt. Het staat vóór “skill” in een vraag naar één specifieke vaardigheid.
skill In “Which skill feels hardest” betekent “skill” een vaardigheid, hier een onderdeel van taal leren. Je kunt “skill” gebruiken voor bijvoorbeeld spreken, luisteren of schrijven.
feels In “Which skill feels hardest” betekent “feels” hier dat iets door iemand als moeilijk wordt ervaren. De vorm hoort bij het onderwerp “Which skill”.
hardest In “feels hardest” betekent “hardest” het moeilijkst van de vaardigheden waaruit je kunt kiezen. De vorm wordt gebruikt om de hoogste mate van moeilijkheid aan te geven.
right In de uitdrukking “right now” versterkt “right” de betekenis van het huidige moment: precies nu. Gebruik “right now” wanneer je iets over dit moment zegt.
now In “right now” betekent “now” nu, dus op het moment van spreken. Samen met “right” verwijst het nadrukkelijk naar precies dit moment.
Speaking In “Speaking smoothly in short conversations” noemt “Speaking” de activiteit spreken. De vorm staat hier aan het begin van de korte beschrijving van de vaardigheid die moeilijk voelt.
smoothly In “Speaking smoothly” betekent “smoothly” vloeiend of zonder veel haperingen. Je kunt het gebruiken om te beschrijven hoe een activiteit verloopt.
in In “in short conversations” geeft “in” aan binnen welke context het spreken plaatsvindt: in korte gesprekken. Het staat vóór “short conversations”.
short In “short conversations” betekent “short” kort van duur of omvang. Het beschrijft hier de gesprekken waarin de spreker wil oefenen.
conversations In “short conversations” betekent “conversations” gesprekken. De meervoudsvorm verwijst naar meerdere korte gesprekken waarin je kunt oefenen met spreken.
Then Aan het begin van “Then choose one small speaking task” betekent “Then” dan of in dat geval. Het leidt hier de volgende stap in het advies in.
choose In “choose one small speaking task” betekent “choose” kiezen. De zin geeft een directe instructie om één kleine oefentaak te selecteren.
one In “one small speaking task” betekent “one” één. Het beperkt de keuze hier tot precies één taak.
small In “one small speaking task” betekent “small” klein en haalbaar van omvang. Het beschrijft hier een taak die niet te veel tijd of inspanning vraagt.
task In “speaking task” betekent “task” een taak of oefenopdracht. De woordgroep verwijst hier naar een concrete opdracht om te spreken.
each In “each day” verdeelt “each” de herhaling over de afzonderlijke dagen: elke dag. De combinatie “each day” geeft een dagelijks ritme aan.
day In “each day” betekent “day” dag. Samen geeft de uitdrukking aan dat de taak dagelijks wordt gekozen of gedaan.
How Aan het begin van “How can I track my progress?” vraagt “How” op welke manier iets mogelijk is. Het vraagt hier naar een methode om vooruitgang bij te houden.
can In “How can I track my progress?” drukt “can” de mogelijkheid uit: kunnen. Het staat vóór “I” en daarna volgt het werkwoord “track”.
track In “track my progress” betekent “track” bijhouden of volgen hoe iets zich ontwikkelt. Je kunt het gebruiken met iets dat je regelmatig controleert, zoals “my progress”.
progress In “track my progress” betekent “progress” vooruitgang. Het verwijst hier naar de ontwikkeling van de taalvaardigheid van de spreker.
Record In “Record one answer” betekent “Record” opnemen, hier waarschijnlijk een gesproken antwoord. De vorm geeft een directe instructie: neem één antwoord op.
answer In “Record one answer” betekent “answer” een antwoord. Het is hier iets dat de lerende inspreekt en later opnieuw beluistert.
and In “Record one answer and listen to it” verbindt “and” twee opeenvolgende handelingen. Eerst wordt het antwoord opgenomen en daarna wordt ernaar geluisterd.
listen In “listen to it” betekent “listen” luisteren. Bij deze betekenis staat het object met “to”, zoals in “listen to it”.
it In “listen to it” verwijst “it” naar het eerder genoemde antwoord. Het voorkomt dat “one answer” opnieuw wordt herhaald.
again In “listen to it again” betekent “again” nog eens of opnieuw. Het geeft aan dat het antwoord opnieuw wordt beluisterd.
later In “again later” betekent “later” op een moment na het huidige moment. Hier wordt het antwoord niet meteen, maar later opnieuw beluisterd.
That In “That routine sounds easy to follow” verwijst “That” naar de routine die net is voorgesteld. Het wijst zo naar die specifieke routine.
routine In “That routine” betekent “routine” een vaste werkwijze of reeks handelingen. Hier gaat het om opnemen en later opnieuw luisteren als regelmatige oefening.
sounds In “sounds easy to follow” betekent “sounds” dat iets een bepaalde indruk geeft, hier dat het makkelijk lijkt. Het onderwerp is “That routine”.
easy In “easy to follow” betekent “easy” makkelijk om uit te voeren of aan te houden. Het beschrijft hier hoe moeilijk de voorgestelde routine is.
follow In “easy to follow” betekent “follow” de routine aanhouden of uitvoeren. De constructie “easy to follow” beschrijft een plan of instructie die eenvoudig te volgen is.
Keep In “Keep the task short” betekent “Keep” houd of zorg dat iets zo blijft. De zin geeft de instructie om de taak kort te houden.
the In “the task” verwijst “the” naar de specifieke taak die eerder is genoemd. Het gaat dus niet om zomaar een taak, maar om die gekozen oefentaak.
repeat In “repeat it often” betekent “repeat” herhalen. De instructie is om dezelfde taak regelmatig opnieuw te doen.
often In “repeat it often” betekent “often” vaak of regelmatig. Het geeft aan dat de taak meerdere keren terugkomt, zonder een exact aantal te noemen.

Grammatica

the + superlative adjective

Speaking smoothly is the hardest skill.

spieking smoedhli iz də haardist skil.

Vloeiend spreken is de moeilijkste vaardigheid.

In het Engels staat meestal the voor een overtreffende trap: the hardest, the easiest.

adjective + to-infinitive

This routine is easy to follow.

dis roetien iz iezie tuh foloow.

Deze routine is makkelijk om te volgen.

Na een bijvoeglijk naamwoord gebruikt het Engels vaak to + werkwoord: easy to follow.

Engels woordenschat

choose werkwoord
tsjoez kiezen
each day bijwoord
ietsj dee elke dag
hardest bijvoeglijk naamwoord
haardist moeilijkst
language practice uitdrukking
lenggwidz praktis taaloefening
progress zelfstandig naamwoord
prohgres vooruitgang
right now bijwoord
rait nau op dit moment
set a goal uitdrukking
set uh gool een doel stellen
short conversations uitdrukking
sjort konvurseejənz korte gesprekken
skill zelfstandig naamwoord
skil vaardigheid
speaking smoothly uitdrukking
spieking smoedhli vloeiend spreken
speaking task uitdrukking
spieking taask spreektaak
track werkwoord
trak bijhouden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?

Antwoord tonenWhich skill feels hardest right now?

Vloeiend spreken in korte gesprekken.

Antwoord tonenSpeaking smoothly in short conversations.

Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

Antwoord tonenHow can I track my progress?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

moeilijkst

Antwoord tonenhardest

kiezen

Antwoord tonenchoose

vaardigheid

Antwoord tonenskill

bijhouden

Antwoord tonentrack