Een klein doel voor je taaloefening kiezen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language learning setting, two adults set a small speaking practice goal and choose a way to track progress..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een klein doel voor je taaloefening kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I want to set a goal for my language practice.

aj wont tuh set uh gool fer mai lenggwidz praktis. Ik wil een doel voor mijn taaloefening stellen.
B

Which skill feels hardest right now?

witsj skil fielz haardist rait nau? Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?
A

Speaking smoothly in short conversations.

spieking smoedhli in sjort konvurseejənz. Vloeiend spreken in korte gesprekken.
B

Then choose one small speaking task each day.

den tsjoez wan smool spieking taask ietsj dee. Kies dan elke dag een kleine spreektaak.
A

How can I track my progress?

hau ken aj trak mai prohgres? Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?
B

Record one answer and listen to it again later.

rikórd wan aansur end lissen tuh it uhgen lee-tur. Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.
A

That routine sounds easy to follow.

det roetien saundz iezie tuh foloow. Die routine klinkt makkelijk om te volgen.
B

Keep the task short and repeat it often.

kiep də taask sjort end ripiet it ofən. Houd de taak kort en herhaal hem vaak.

Uitleg van de zinnen

  1. I want to set a goal for my language practice.

    Ik wil een doel voor mijn taaloefening stellen.

    want
    willen
    set
    stellen; vastleggen
    goal
    doel
    language
    taal
    practice
    oefening
    Uitgebreide uitleg

    want betekent hier “willen”. In want to + werkwoord volgt na to de basisvorm: I want to learn. — Ik wil leren. In de tegenwoordige tijd is de vorm want bij I, you, we en they; bij he, she en it is het wants. set betekent hier in set a goal “stellen” of “vastleggen”. De vorm is onregelmatig maar gelijk in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord: set – set – set. Voorbeeld: She set a clear goal. — Zij stelde een duidelijk doel. goal is een zelfstandig naamwoord voor iets dat iemand wil bereiken. Het meervoud is goals: small goals — kleine doelen. In a goal introduceert a een niet nader bepaald enkelvoudig, telbaar zelfstandig naamwoord; het artikel drukt op zichzelf geen specifieke hoeveelheid uit. language betekent hier “taal”. Het kan vóór een zelfstandig naamwoord staan om het soort of onderwerp daarvan aan te geven, zoals in language practice: taaloefening. Het meervoud is languages. practice is hier een zelfstandig naamwoord en betekent “oefening”: activiteiten waarmee je een vaardigheid traint. Het werkwoord heeft dezelfde spelling in to practice: I practice every day. — Ik oefen elke dag. In language practice geeft language aan dat de oefening met taal te maken heeft. De combinatie for my language practice geeft het doel of de bestemming van het doel aan: het is bedoeld voor de taaloefening van de spreker. Samen vormen I want to set a goal en for my language practice de betekenis: Ik wil een doel voor mijn taaloefening stellen.

  2. Which skill feels hardest right now?

    Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?

    Which
    welke
    skill
    vaardigheid
    feels
    voelt
    hardest
    het moeilijkst
    right now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Which vraagt om een keuze binnen een niet nader genoemde reeks en staat hier aan het begin van de onderwerpwoordgroep Which skill: “welke vaardigheid”. Het is hier een bepalend vraagwoord, niet een zelfstandig genoemd persoon of voorwerp. Vergelijk: Which book do you want? = “Welk boek wil je?” skill betekent hier “vaardigheid”: iets wat iemand kan leren of ontwikkelen. Het meervoud is skills. In deze zin gaat het om één vaardigheid, omdat skill enkelvoud is en which samen met het zelfstandig naamwoord één te kiezen vaardigheid aanduidt. feels is de tegenwoordige tijd van feel met een onderwerp in de derde persoon enkelvoud. feel kan lichamelijk voelen betekenen, maar in skill feels hard beschrijft het hoe iets wordt ervaren of aanvoelt. De vorm feels krijgt hier de uitgang -s omdat skill het onderwerp is. Vergelijk: I feel ready = “Ik voel me klaar” en She feels ready = “Zij voelt zich klaar.” hardest is de overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord hard: hard → harder → hardest. Hier betekent het “het moeilijkst”, dus de vaardigheid die binnen de bedoelde keuze als het moeilijkst wordt ervaren. De overtreffende trap vergelijkt één element met andere elementen; harder vergelijkt er twee. In deze zin staat hardest na feels als beschrijving van skill. right now is een vaste tijdsbepaling met de betekenis “nu, op dit moment”. now alleen betekent ook “nu”, terwijl right now de onmiddellijke huidige situatie sterker benadrukt. Voorbeeld: I am busy right now. = “Ik ben nu bezig.” Samen vormt Which skill feels hardest right now? een vraag naar de vaardigheid die de spreker op dit moment als het moeilijkst ervaart: “Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?” De onderwerpwoordgroep Which skill staat vooraan; daarna volgen feels en de beschrijving hardest. right now beperkt die beoordeling tot het huidige moment.

  3. Speaking smoothly in short conversations.

    Vloeiend spreken in korte gesprekken.

    Speaking
    spreken
    smoothly
    vloeiend
    short
    kort
    conversations
    gesprekken
    Uitgebreide uitleg

    Speaking is hier de -ing-vorm van speak. De vorm benoemt de activiteit “spreken” en staat niet als een persoonsvorm met een expliciet onderwerp. Dezelfde vorm kan in andere zinnen ook deel zijn van een werkwoordsvorm, bijvoorbeeld: “She is speaking.” = “Zij spreekt.” In deze woordgroep gaat het om de activiteit als vaardigheidsdoel. Smoothly is een bijwoord: het beschrijft hoe het spreken gebeurt. Het is afgeleid van het bijvoeglijk naamwoord smooth (“vloeiend” of “soepel”); smoothly betekent hier “vloeiend”. Vergelijk: “He speaks smoothly.” = “Hij spreekt vloeiend.” Het bijwoord hoort dus bij speaking, niet bij conversations. Short is een bijvoeglijk naamwoord bij conversations. Het betekent hier “kort”: de gesprekken duren of zijn beperkt in omvang. De vorm verandert in het Engels niet voor meervoud: zowel a short conversation als short conversations gebruikt short. Conversations is het meervoud van conversation, een zelfstandig naamwoord voor gesprekken. De uitgang -s markeert hier het meervoud. In short conversations beschrijft short het zelfstandig naamwoord conversations; het zegt niet dat er noodzakelijk een bepaald aantal gesprekken is. Samen vormen de woorden een beknopte woordgroep: Speaking smoothly benoemt vloeiend spreken, en in short conversations geeft de situaties aan waarin dat gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Vloeiend spreken in korte gesprekken.” Als herbruikbaar patroon kun je bijvoorbeeld -ing-vorm + bijwoord + in + bijvoeglijk naamwoord + meervoudig zelfstandig naamwoord gebruiken voor een activiteit en de context waarin die plaatsvindt. Omdat de bron geen volledige zin met persoonsvorm is, staat er geen expliciet onderwerp of tijd in deze formulering.

  4. Then choose one small speaking task each day.

    Kies dan elke dag een kleine spreektaak.

    Then
    dan
    choose
    kiezen
    one
    één
    small
    klein
    speaking
    spreken
    task
    taak
    each day
    elke dag
    Uitgebreide uitleg

    Then verwijst hier naar een volgende stap in de tijd of volgorde: “dan”. Het staat aan het begin en verbindt deze instructie met wat eraan voorafgaat. Vergelijk: First ... Then ... = “Eerst ... Dan ...”. choose betekent hier “kies” en is de gebiedende wijs van choose (“kiezen”). In een Engelse instructie is het onderwerp you meestal niet uitgesproken: Choose one task. = “Kies één taak.” De verleden tijd is chose, het voltooid deelwoord chosen. one maakt het aantal expliciet: het gaat om precies één taak per dag, niet om meerdere taken. Als het aantal niet belangrijk is, kan Engels in een andere zin bijvoorbeeld a task gebruiken; dat betekent niet op zichzelf “precies één”. small beschrijft task en betekent hier “klein”, in de zin van beperkt of gemakkelijk te overzien. De vergelijkingsvormen zijn small, smaller, the smallest. speaking komt van het werkwoord speak (“spreken”). Hier staat het niet als zelfstandig werkwoord voor een handeling die nu bezig is, maar als beschrijving van het soort taak: speaking task = “spreektaak”, een taak waarbij spreken centraal staat. In I am speaking heeft speaking wel de functie van een werkwoordsvorm in een voortdurende constructie. task is een afgebakende opdracht of oefening. Het meervoud is tasks. In deze zin is het enkelvoud omdat one één exemplaar aanduidt. each day betekent “elke dag” en verdeelt de handeling over afzonderlijke dagen. each staat hier voor een herhaald distributief patroon: each day, each week, each lesson. Het betekent niet dat alle taken noodzakelijk tegelijk worden gekozen. Samen vormt small speaking task de nominale groep “kleine spreektaak”. choose one small speaking task betekent “kies één kleine spreektaak”; each day bepaalt hoe vaak die keuze geldt. De volledige instructie is daarom: “Kies dan elke dag een kleine spreektaak.”

  5. How can I track my progress?

    Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

    How can I
    Hoe kan ik …?
    track
    bijhouden
    progress
    vooruitgang
    Uitgebreide uitleg

    How can I opent een vraag naar een mogelijke of geschikte manier: How can I + werkwoord in de basisvorm? Na can komt dus geen to en geen derde-persoonsuitgang. I is het onderwerp en verwijst hier naar de spreker. Voorbeeld: How can I improve? — Hoe kan ik verbeteren? track betekent hier iets doelgericht volgen of bijhouden, zodat je veranderingen kunt zien. Het is een zelfstandig werkwoord; de basisvorm is track, de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn ook tracked. Voorbeeld: I track my practice time. — Ik houd mijn oefentijd bij. In deze vraag staat track in de basisvorm omdat het na can komt. progress is hier het zelfstandig naamwoord voor vooruitgang of ontwikkeling. In deze betekenis wordt het vaak zonder meervoud gebruikt: make progress en track progress. Het bijvoeglijk naamwoord progressive is niet gewoon een andere vorm van dit zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Her progress is easy to see. — Haar vooruitgang is gemakkelijk te zien. my staat voor het zelfstandig naamwoord en geeft aan dat de vooruitgang bij de spreker hoort. De combinatie track my progress betekent daarom “mijn vooruitgang bijhouden”; my voegt bezit toe, niet een extra handeling. Samen vormt How can I track my progress? de vraag: “Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?” De vraag vraagt naar een methode of manier om de eigen ontwikkeling te volgen. Het patroon is herbruikbaar: How can I track my vocabulary? — Hoe kan ik mijn woordenschat bijhouden?

  6. Record one answer and listen to it again later.

    Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.

    Record
    neem op
    one
    één
    answer
    antwoord
    listen to
    luister naar
    it
    het
    again
    nog eens
    later
    later
    Uitgebreide uitleg

    Record is hier een bevel: neem iets op, bijvoorbeeld met een audio- of video-opname. De basisvorm is record; als zelfstandig naamwoord kan hetzelfde woord ook “opname” betekenen, maar hier is het een werkwoord in de gebiedende wijs. Voorbeeld: Record the message. = “Neem het bericht op.” one geeft hier expliciet het aantal aan: precies één. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord answer en maakt daar een enkelvoudige woordgroep van. one answer betekent dus “één antwoord”; dit is niet alleen een onbepaald artikel. answer is het zelfstandig naamwoord voor een antwoord op een vraag of probleem. Het werkwoord is ook answer: She answered the question. = “Zij beantwoordde de vraag.” In de vaste zin gaat het om één antwoord dat wordt opgenomen. listen to is een vaste combinatie voor aandachtig luisteren naar geluid of spraak. Listen is de gebiedende wijs van listen; in deze constructie staat to vóór datgene waarnaar je luistert. Voorbeeld: Listen to the recording. = “Luister naar de opname.” it is een persoonlijk voornaamwoord voor een niet-menselijk enkelvoudig ding, object of inhoud. Hier is het het object na to: listen to it betekent “ernaar luisteren”. De tekst maakt niet afzonderlijk duidelijk welk concreet luisterobject met it wordt bedoeld; wel is duidelijk dat het om het opgenomen luistermateriaal gaat. again betekent dat de handeling nog een keer gebeurt. Het verandert listen dus in “opnieuw luisteren”, zonder zelf de tijd van de handeling vast te leggen. Voorbeeld: Read it again. = “Lees het nog eens.” later plaatst de handeling op een later moment dan het moment van opnemen. Het is een bijwoord en verandert de vorm van listen niet. Voorbeeld: We can listen later. = “We kunnen later luisteren.” Samen vormt Record one answer een bevel om één antwoord op te nemen. Daarna volgt met and een tweede bevel: luister er op een later moment nog eens naar. De volledige betekenis is daarom: “Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.”

  7. That routine sounds easy to follow.

    Die routine klinkt makkelijk om te volgen.

    That
    die
    routine
    routine
    sounds
    klinkt
    easy
    makkelijk
    to follow
    om te volgen
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier die en verwijst naar een specifieke routine binnen de bedoelde context. Als aanwijzend woord staat het vóór routine; het Engelse that verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord kan het ook naar iets verwijzen: That is useful. — “Dat is nuttig.” routine betekent hier een vaste werkwijze of reeks handelingen. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a routine, the routine, two routines. Het meervoud is routines. sounds betekent hier “klinkt” in de betekenis “komt over als” of “lijkt bij het horen”. De basisvorm is sound; bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud krijgt de tegenwoordige tijd sounds: The plan sounds good. — “Het plan klinkt goed.” Dit verschilt van listen, dat “luisteren” betekent; sound beschrijft wat iemand hoort of welke indruk iets maakt. easy betekent “makkelijk” of “gemakkelijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en blijft in het Engels hetzelfde bij enkelvoud en meervoud: an easy task, easy tasks. Mogelijke tegenstellingen zijn difficult en hard, afhankelijk van de context. to follow betekent hier “te volgen”. follow is de basisvorm; to follow is de infinitief met to. In deze constructie volgt de infinitief op het bijvoeglijk naamwoord: This guide is easy to use. — “Deze handleiding is gemakkelijk te gebruiken.” Samen vormt That routine het onderwerp. sounds geeft de indruk weer, easy beschrijft de moeilijkheid en to follow zegt welke handeling gemakkelijk is. De hele zin betekent daarom: “Die routine klinkt makkelijk om te volgen”, natuurlijker geformuleerd: “Die routine lijkt makkelijk te volgen.”

  8. Keep the task short and repeat it often.

    Houd de taak kort en herhaal hem vaak.

    Keep
    houd
    task
    taak
    short
    kort
    repeat
    herhaal
    it
    hem
    often
    vaak
    Uitgebreide uitleg

    Keep staat hier aan het begin van een gebiedende zin: het is de basisvorm van het werkwoord keep en betekent hier “houd”. In een bevel staat het onderwerp meestal niet uitgedrukt; de aangesproken persoon is de uitvoerder. Andere veelgebruikte vormen zijn kept (verleden tijd en voltooid deelwoord) en keeping (vorm op -ing). Voorbeeld: Keep the door open. = “Houd de deur open.” task is een zelfstandig naamwoord voor een taak of opdracht. Het meervoud is tasks: one task, maar several tasks. In the task verwijst the naar een specifieke, in de context identificeerbare taak. short is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. In keep the task short beschrijft het de toestand waarin de taak moet blijven: de taak moet kort blijven. De vergelijkingsvormen zijn shorter en the shortest. Voorbeeld: Make the explanation shorter. = “Maak de uitleg korter.” Samen vormen Keep the task short een patroon: keep + voorwerp + bijvoeglijk naamwoord betekent dat je ervoor zorgt dat iets in een bepaalde toestand blijft. Het betekent hier dus niet alleen dat je de taak vasthoudt, maar dat je haar kort houdt. repeat is opnieuw de gebiedende basisvorm van een werkwoord en betekent hier “herhaal”. Het voorwerp kan er direct achter staan, zoals in repeat it. De vormen zijn repeated (verleden tijd en voltooid deelwoord) en repeating (vorm op -ing). Voorbeeld: Repeat the sentence. = “Herhaal de zin.” it is de objectvorm van een Engels persoonlijk voornaamwoord voor één referent. In deze zin verwijst het, overeenkomstig de vaste vertaling, naar de taak; in het Nederlands staat daarom hem. De Engelse vorm it verandert niet mee met het grammaticale geslacht van het voorafgaande zelfstandig naamwoord. often is een bijwoord van frequentie en betekent “vaak”. Het zegt hoe regelmatig de handeling plaatsvindt en hoort hier bij repeat: herhaal de taak vaak. Het staat na het object it; een andere veelgebruikte plaats is vóór het hoofdwerkwoord, bijvoorbeeld I often repeat it. = “Ik herhaal het vaak.” De twee bevelen zijn verbonden door and: Keep the task short + repeat it often. Samen betekent de hele zin: “Houd de taak kort en herhaal hem vaak.” De eerste helft geeft de gewenste toestand van de taak; de tweede instrueert de aangesproken persoon om die taak vaak opnieuw te herhalen.

Grammatica

the + superlative adjective

Speaking smoothly is the hardest skill.

spieking smoedhli iz də haardist skil.

Vloeiend spreken is de moeilijkste vaardigheid.

In het Engels staat meestal the voor een overtreffende trap: the hardest, the easiest.

adjective + to-infinitive

This routine is easy to follow.

dis roetien iz iezie tuh foloow.

Deze routine is makkelijk om te volgen.

Na een bijvoeglijk naamwoord gebruikt het Engels vaak to + werkwoord: easy to follow.

Engels woordenschat

choose werkwoord
tsjoez kiezen
each day bijwoord
ietsj dee elke dag
hardest bijvoeglijk naamwoord
haardist moeilijkst
language practice uitdrukking
lenggwidz praktis taaloefening
progress zelfstandig naamwoord
prohgres vooruitgang
right now bijwoord
rait nau op dit moment
set a goal uitdrukking
set uh gool een doel stellen
short conversations uitdrukking
sjort konvurseejənz korte gesprekken
skill zelfstandig naamwoord
skil vaardigheid
speaking smoothly uitdrukking
spieking smoedhli vloeiend spreken
speaking task uitdrukking
spieking taask spreektaak
track werkwoord
trak bijhouden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?

Antwoord tonenWhich skill feels hardest right now?

Vloeiend spreken in korte gesprekken.

Antwoord tonenSpeaking smoothly in short conversations.

Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

Antwoord tonenHow can I track my progress?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

moeilijkst

Antwoord tonenhardest

kiezen

Antwoord tonenchoose

vaardigheid

Antwoord tonenskill

bijhouden

Antwoord tonentrack