Een grammaticaal patroon begrijpen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults discuss a grammar pattern, why a verb form changes, and how to make another example..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een grammaticaal patroon begrijpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Could you explain this grammar pattern again?

kud joe iksplein dhis gremmer pettern egen? Kun je dit grammaticale patroon nog eens uitleggen?
B

It shows that an action is already complete.

it sjooz dhæt en eksjun iz olredi kuhmpliit. Het laat zien dat een handeling al voltooid is.
A

Why does the verb change in this sentence?

wai daz dhe vurb tsjeendzj in dhis sentens? Waarom verandert het werkwoord in deze zin?
B

The form changes because the event is finished.

dhe form tsjeendzjiz bikuz dhi iewent iz finisjt. De vorm verandert omdat de gebeurtenis voorbij is.
A

Can you give me another example?

ken joe giv mie enadher igzempel? Kun je me nog een voorbeeld geven?
B

Someone opened the book before class.

samwan oopened dhe boek bifor kles. Iemand deed het boek open voor de les.
A

That makes the pattern easier to understand.

dhæt meeks dhe pettern iizier te anderstend. Dat maakt het patroon gemakkelijker te begrijpen.
B

Now try making your own sentence.

nau trai meiking jer oon sentens. Probeer nu je eigen zin te maken.

Woord voor woord

Could In “Could you explain this grammar pattern again?”, “Could” maakt het verzoek beleefd en voorzichtig. Gebruik “Could you ...?” wanneer je iemand vriendelijk om iets vraagt, bijvoorbeeld in een klas of gesprek.
you “you” verwijst naar de persoon tot wie de spreker zich richt. In “Could you explain ...?” is die persoon degene die de uitleg kan geven. Gebruik “you” voor één persoon of voor meerdere aangesproken personen.
explain “explain” betekent hier iets duidelijk maken door er uitleg over te geven. Na “Could you” staat de vorm “explain” in “Could you explain this grammar pattern again?”. Een bruikbaar patroon is “Could you explain [iets]?”.
this “this” verwijst hier naar het grammaticale patroon dat op dat moment wordt besproken. In “this grammar pattern” staat het vóór het zelfstandig naamwoord en maakt het duidelijk welk patroon bedoeld wordt. Gebruik “this” voor iets dat dichtbij is in de situatie of in het gesprek.
grammar “grammar” verwijst hier naar de regels en structuur van een taal. In “this grammar pattern” bepaalt het welk soort patroon wordt besproken. Gebruik “grammar” bijvoorbeeld in combinaties zoals “grammar rule” of “grammar pattern”.
pattern “pattern” betekent hier een terugkerende structuur in de grammatica. In “this grammar pattern” gaat het om de vorm waar de leerlingen uitleg over vragen. Gebruik “pattern” voor een structuur die je opnieuw kunt herkennen of toepassen.
again “again” betekent hier dat de uitleg nog een keer moet worden gegeven. In “explain this grammar pattern again” staat het aan het einde van het verzoek. Gebruik “again” wanneer iets opnieuw gebeurt of opnieuw wordt gevraagd.
It “It” verwijst hier terug naar het grammaticale patroon. In “It shows that an action is already complete” is “It” het onderwerp dat iets laat zien. Gebruik “it” om terug te verwijzen naar een eerder genoemd ding, idee of patroon.
shows “shows” betekent hier dat het patroon aangeeft of zichtbaar maakt dat een handeling voltooid is. In “It shows that ...” volgt na “shows” de informatie die wordt aangegeven. Gebruik het patroon “It shows that [een zin of feit]” om uit te leggen wat iets duidelijk maakt.
that In “It shows that an action is already complete” introduceert “that” de inhoud van wat het patroon laat zien. In “That makes the pattern easier to understand” verwijst “That” juist terug naar de voorafgaande uitleg. Let dus op de plaats en hoofdletter: “that” kan een mededeling inleiden, terwijl “That” naar iets eerder genoemd kan verwijzen.
an “an” betekent hier dat het om één niet nader bepaalde handeling gaat: “an action”. Deze vorm staat vóór “action”, dat met een klinkerklank begint. Gebruik “an” vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord met een klinkerklank aan het begin.
action “action” betekent hier iets wat iemand doet, namelijk een handeling. In “an action is already complete” is het de handeling waarvan de toestand wordt beschreven. Gebruik “action” voor een concrete of beschreven activiteit.
is “is” verbindt “an action” met de toestand “already complete”. In “an action is already complete” zegt het dat de handeling voltooid is. Gebruik “is” in een patroon als “[iets] is [een toestand of beschrijving]”.
already “already” betekent hier dat iets vóór het bedoelde moment voltooid is. In “is already complete” benadrukt het dat de handeling nu al klaar is. Gebruik “already” wanneer je wilt aangeven dat iets eerder klaar of gebeurd is dan misschien verwacht werd.
complete “complete” betekent hier volledig afgerond of voltooid. In “an action is already complete” beschrijft het de toestand van de handeling. Gebruik “complete” bijvoorbeeld om te zeggen dat een taak, proces of handeling klaar is.
Why “Why” vraagt hier naar de reden voor een verandering van het werkwoord. In “Why does the verb change ...?” staat het aan het begin van de vraag. Gebruik “Why does ...?” om naar de reden van een gebeurtenis of handeling te vragen.
does “does” helpt hier om de vraag “Why does the verb change in this sentence?” te vormen. Het staat vóór het onderwerp “the verb”, terwijl “change” daarna de handeling noemt. Gebruik het patroon “Why does [iets] change?” om naar de reden voor een verandering te vragen.
the “the” verwijst hier naar een specifiek werkwoord dat al in de besproken zin staat: “the verb”. In “The form changes ...” verwijst “The” naar een specifieke vorm die bij het patroon hoort. Gebruik “the” wanneer de luisteraar kan weten welk ding of begrip bedoeld wordt.
verb “verb” betekent hier het woord in de zin dat een handeling of toestand uitdrukt. In “the verb change” gaat het om de vorm van dat woord die verandert. Gebruik “verb” wanneer je over een grammaticaal werkwoord praat.
change “change” betekent hier anders worden, zoals het werkwoord in de besproken zin. In “Why does the verb change ...?” staat “change” na “does”. Gebruik “change” bijvoorbeeld in “the form can change” wanneer je uitlegt dat een vorm anders wordt.
in “in” betekent hier binnen de zin of als onderdeel van de zin. In “in this sentence” geeft het aan waar de verandering zichtbaar is. Gebruik “in” met een plaats, tekst of situatie waarin iets voorkomt.
sentence “sentence” betekent hier een groep woorden die samen een volledige mededeling of vraag vormt. In “this sentence” gaat het om de zin waarin het werkwoord van vorm verandert. Gebruik “sentence” wanneer je naar een afzonderlijke zin in een tekst of les verwijst.
form “form” betekent hier de specifieke vorm of versie van een woord. In “The form changes because the event is finished” gaat het om de grammaticale vorm die verandert. Gebruik “the form of [een woord]” om een bepaalde woordvorm te bespreken.
changes “changes” betekent hier dat de vorm anders wordt. In “The form changes ...” beschrijft het wat er met de vorm gebeurt. Gebruik “The form changes when [een voorwaarde]” om uit te leggen wanneer een woordvorm anders wordt.
because “because” leidt hier de reden in waarom de vorm verandert. In “changes because the event is finished” volgt na “because” de uitleg van die verandering. Gebruik “because” om een reden aan een mededeling toe te voegen.
event “event” betekent hier iets dat gebeurt of heeft plaatsgevonden. In “the event is finished” verwijst het naar de gebeurtenis waarvan het einde relevant is voor de grammaticale vorm. Gebruik “event” wanneer je over een afzonderlijke gebeurtenis praat.
finished “finished” betekent hier dat de gebeurtenis voorbij is en niet meer bezig is. In “the event is finished” beschrijft het de toestand van de gebeurtenis. Gebruik “finished” bijvoorbeeld voor iets dat klaar of afgelopen is.
Can In “Can you give me another example?” maakt “Can” een beleefd verzoek om een voorbeeld te geven. Het kan ook naar mogelijkheid of vaardigheid vragen, maar hier is de verzoekfunctie bedoeld. Gebruik “Can you ...?” in gewone gesprekken wanneer je iemand vriendelijk iets vraagt.
give “give” betekent hier een voorbeeld aan de spreker verstrekken. In “Can you give me another example?” volgt na “give” de persoon “me” en daarna het gegevene “another example”. Een bruikbaar patroon is “Can you give me [iemand] [iets]?”.
me “me” verwijst hier naar de persoon die om het voorbeeld vraagt en het voorbeeld wil ontvangen. In “give me another example” staat het direct na “give”. Gebruik “me” voor de spreker wanneer die persoon iets ontvangt of bij een handeling betrokken is.
another “another” betekent hier nog één extra of verschillend voorbeeld. In “another example” staat het vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “example”. Gebruik “another” wanneer je om één extra exemplaar of mogelijkheid vraagt.
example “example” betekent hier een concrete zin of situatie die het grammaticale patroon illustreert. In “give me another example” vraagt de spreker om zo’n extra illustratie. Gebruik “an example of [iets]” om een voorbeeld van een patroon of idee te geven.
Someone “Someone” betekent hier een niet genoemde persoon die het boek opende. In “Someone opened the book before class” is niet belangrijk of bekend wie dat was. Gebruik “someone” wanneer je naar één onbekende of niet nader genoemde persoon verwijst.
opened “opened” betekent hier dat iemand het boek niet langer gesloten maakte, vóór de les begon. De vorm “opened” beschrijft in deze zin een afgeronde gebeurtenis. Gebruik “opened” bijvoorbeeld in “Someone opened the door” wanneer je vertelt dat iemand iets opende.
book “book” betekent hier een boek met geschreven pagina’s dat iemand opende. In “opened the book” staat het na “the”, omdat naar een specifiek boek wordt verwezen. Gebruik “book” voor een fysiek boek of voor het werk dat daarin staat.
before “before” betekent hier eerder dan het begin van de les. In “before class” staat het vóór het tijdstip of de activiteit waarmee je de gebeurtenis vergelijkt. Gebruik “before [een tijdstip of gebeurtenis]” om aan te geven dat iets eerder gebeurt.
class “class” betekent hier de les of het moment waarop de les plaatsvindt. In “before class” wordt het gebruikt als tijdsaanduiding zonder extra bepaling. Gebruik “class” bijvoorbeeld in “after class” wanneer je naar de periode na de les verwijst.
makes “makes” betekent hier dat iets ervoor zorgt dat het patroon gemakkelijker te begrijpen wordt. In “That makes the pattern easier to understand” verbindt het “That” met het resultaat “easier to understand”. Gebruik “make [iets] [bijvoeglijke beschrijving]” om een gevolg of verandering te beschrijven.
easier “easier” betekent hier minder moeilijk om te begrijpen. In “makes the pattern easier to understand” beschrijft het het resultaat van de uitleg. Gebruik “easier to [handeling]” wanneer iets een handeling minder moeilijk maakt.
to “to” markeert hier de handeling die gemakkelijker wordt: “to understand”. In “easier to understand” hoort het bij de beschrijving van wat iemand kan doen. Gebruik “to” vóór een werkwoord in patronen zoals “[iets] is easy to use”.
understand “understand” betekent hier de betekenis en werking van het patroon kunnen volgen. In “easier to understand” benoemt het de handeling die door de uitleg eenvoudiger wordt. Gebruik “understand [iets]” wanneer je zegt dat je de betekenis of werking van iets begrijpt.
Now “Now” betekent hier op dit moment, na de gegeven uitleg. In “Now try making your own sentence” markeert het de volgende stap in de les. Gebruik “Now” om iemand naar een handeling in het huidige moment te leiden.
try “try” betekent hier een poging doen om zelf een zin te maken. In “try making your own sentence” wordt de poging gevolgd door “making”. Gebruik “try + -ing-vorm” wanneer je iemand aanmoedigt een handeling uit te proberen.
making “making” betekent hier het creëren of formuleren van een eigen zin. In “try making your own sentence” is het de handeling die de leerling moet proberen. Gebruik “try making [iets]” wanneer je iemand vraagt een bepaalde handeling uit te proberen.
your “your” geeft aan dat de zin toebehoort aan de persoon die wordt aangesproken. In “your own sentence” staat het vóór “own sentence”. Gebruik “your” vóór iets dat van de aangesproken persoon is of door die persoon wordt gemaakt.
own “own” benadrukt hier dat de leerling de zin zelf maakt en dat de zin persoonlijk van die leerling is. In “your own sentence” versterkt het de betekenis van “your”. Gebruik “your own [zelfstandig naamwoord]” om persoonlijke keuze, bezit of eigen werk te benadrukken.

Grammatica

try + verb-ing

Try making your own example.

trai meiking jer oon igzempel.

Probeer je eigen voorbeeld te maken.

Na try gebruiken we vaak een werkwoord op -ing. In het Nederlands gebruiken we meestal een infinitief: proberen te maken.

past simple + before

Someone opened the book before class.

samwan oopened dhe boek bifor kles.

Iemand opende het boek voor de les.

De past simple beschrijft een afgeronde gebeurtenis in het verleden. Before geeft aan wat eerder gebeurde.

Engels woordenschat

action zelfstandig naamwoord
eksjun handeling

It shows that an action is already complete.

again bijwoord
egen opnieuw; nog eens

Could you explain this grammar pattern again?

already bijwoord
olredi al

It shows that an action is already complete.

because voegwoord
bikuz omdat

The form changes because the event is finished.

change werkwoord
tsjeendzj veranderen

Why does the verb change in this sentence?

complete bijvoeglijk naamwoord
kuhmpliit voltooid

It shows that an action is already complete.

explain werkwoord
iksplein uitleggen

Could you explain this grammar pattern again?

form zelfstandig naamwoord
form vorm

The form changes because the event is finished.

grammar pattern uitdrukking
gremmer pettern grammaticaal patroon

Could you explain this grammar pattern again?

sentence zelfstandig naamwoord
sentens zin

Why does the verb change in this sentence?

show werkwoord
sjoo laten zien shows

It shows that an action is already complete.

verb zelfstandig naamwoord
vurb werkwoord

Why does the verb change in this sentence?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je me nog een voorbeeld geven?

Antwoord tonenCan you give me another example?

Iemand deed het boek open voor de les.

Antwoord tonenSomeone opened the book before class.

Probeer nu je eigen zin te maken.

Antwoord tonenNow try making your own sentence.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

laten zien

Antwoord tonenshows

uitleggen

Antwoord tonenexplain

voltooid

Antwoord tonencomplete

opnieuw; nog eens

Antwoord tonenagain