Een korte toets voorbereiden | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults prepare for a short test by choosing what to review and trying practice questions..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een korte toets voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

We have a short test coming up, right?

wie hev uh sjort test kamming ap, rait? We hebben binnenkort een korte toets, toch?
B

It covers the main sections from this unit.

it kavurz duh mein sekshunz from dhis joenit. Die gaat over de belangrijkste onderdelen van deze unit.
A

Which section should I review first?

witsj sekshun sjud ai rivjoe furst? Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?
B

Start with listening, since it usually affects your score.

start widh lissening, sins it joesjoeli uhfekts jor skor. Begin met luisteren, omdat dat meestal invloed heeft op je score.
A

Can we try some practice questions together?

ken wie trai sum praktis kwesjuns tuge dher? Kunnen we samen een paar oefenvragen maken?
B

We can use a few short questions and check each answer.

wie ken joez uh fjoe sjort kwesjuns en tsjek ietsj ensur. We kunnen een paar korte vragen gebruiken en elk antwoord controleren.
A

I will review my mistakes after each one.

ai wil rivjoe mai misteeks aftur ietsj wan. Ik zal mijn fouten na elke vraag doornemen.
B

That should help you prepare.

dhet sjud help joe pripèr. Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.

Woord voor woord

We 'We' verwijst hier naar de twee sprekers samen. In 'We have a short test coming up' staat het als onderwerp voor de zin; je gebruikt het wanneer je over jezelf en minstens één andere persoon spreekt.
have 'have' betekent hier dat de sprekers een korte toets op komst hebben. Het staat in 'We have a short test' na het onderwerp en vóór wat ze hebben; je gebruikt 'have' ook om bezit of een situatie uit te drukken.
a 'a' introduceert één niet nader bepaalde toets in 'a short test'. Het staat vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord; je gebruikt dit wanneer je iets voor het eerst of niet-specifiek noemt.
short 'short' geeft in 'a short test' aan dat de toets beperkt van duur of omvang is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord 'test'; je gebruikt het om iets met een beperkte lengte of duur te beschrijven.
test 'test' betekent hier een toets waarmee kennis of vaardigheden worden beoordeeld. In 'a short test' staat het na het lidwoord en het bijvoeglijk naamwoord; je gebruikt het bijvoorbeeld in een klas wanneer er een beoordeling aankomt.
coming up 'coming up' betekent als geheel dat iets binnenkort gebeurt of plaatsvindt. In 'We have a short test coming up' geeft 'coming' het naderen aan en maakt 'up' deel uit van deze vaste uitdrukking; je gebruikt dit om naar een naderende gebeurtenis te verwijzen.
right 'right' vraagt aan het einde van 'We have a short test coming up, right?' om bevestiging. Je gebruikt 'right?' na een mededeling wanneer je wilt controleren of de ander het ermee eens is of dezelfde informatie heeft.
It 'It' verwijst in 'It covers the main sections from this unit' naar de toets; later verwijst 'it' in 'it usually affects your score' naar listening. Je gebruikt 'it' als onderwerp wanneer de genoemde zaak of activiteit niet opnieuw wordt herhaald.
covers 'covers' betekent in 'It covers the main sections from this unit' dat de toets deze onderdelen behandelt. De basisvorm is cover; 'covers' staat hier bij 'It' en wordt gebruikt wanneer je zegt welke onderwerpen een toets, boek of les behandelt.
the 'the' maakt in 'the main sections' duidelijk dat het om specifieke onderdelen gaat. Het staat vóór de combinatie 'main sections'; je gebruikt het wanneer de luisteraar weet over welke zaken je spreekt.
main 'main' betekent in 'the main sections' de belangrijkste of centrale onderdelen. Het staat vóór 'sections' en helpt aangeven welke onderdelen prioriteit hebben bij het leren.
sections 'sections' verwijst in 'the main sections from this unit' naar meerdere onderdelen van de unit. Het is de meervoudsvorm van section en past hier bij het feit dat de toets verschillende onderdelen behandelt.
from 'from' geeft in 'sections from this unit' aan uit welke bron de onderdelen komen. Het staat vóór 'this unit'; je gebruikt 'from' om de herkomst van lesmateriaal of informatie aan te geven.
this 'this' verwijst in 'this unit' naar de unit die in de huidige lessen wordt behandeld. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord 'unit'; je gebruikt het om iets in de directe context aan te wijzen.
unit 'unit' betekent hier een afgebakend deel van een taalcursus. In 'this unit' verwijst het naar de huidige cursussectie; je gebruikt het om over een onderdeel van lesmateriaal te spreken.
Which 'Which' vraagt in 'Which section should I review first?' om één keuze uit een bekende groep. Het staat aan het begin van de vraag vóór 'section'; je gebruikt het wanneer er meerdere mogelijke onderdelen zijn.
section 'section' betekent in 'Which section' één onderdeel van de unit. Het staat na 'Which' en vormt samen daarmee de vraag naar een specifieke keuze; je gebruikt het om één deel van een les of cursus aan te wijzen.
should 'should' vraagt in 'Which section should I review first?' om advies over wat passend of verstandig is. Het staat vóór het onderwerp 'I' en vóór de basisvorm 'review'; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je vraagt wat je eerst moet doen.
I 'I' verwijst naar de persoon die spreekt. In 'should I review' en 'I will review my mistakes' is het de spreker die de leeractiviteit uitvoert; je gebruikt 'I' als onderwerp voor jezelf.
review 'review' betekent hier opnieuw bestuderen of doornemen, zoals in 'review first' en 'review my mistakes'. Het staat na 'should' in de vraag en na 'will' in de mededeling; je gebruikt 'review' met het onderwerp of materiaal dat je opnieuw bekijkt.
first 'first' geeft in 'Which section should I review first?' aan dat dit onderdeel vóór de andere onderdelen komt. Het staat na 'review' en helpt een volgorde vastleggen; je gebruikt het wanneer je prioriteit wilt aangeven.
Start 'Start' betekent in 'Start with listening' dat iemand moet beginnen. Het staat aan het begin van een directe instructie; je gebruikt het wanneer je iemand vertelt met welke activiteit hij of zij moet beginnen.
with 'with' geeft in 'Start with listening' aan waarmee de activiteit begint. Het staat vóór 'listening'; je gebruikt 'Start with' gevolgd door een activiteit of onderwerp om een beginpunt aan te wijzen.
listening 'listening' verwijst in 'Start with listening' naar de luisteractiviteit of het luisteronderdeel. Het staat na 'with' als het gekozen beginpunt; je gebruikt het wanneer je een vaardigheid of onderdeel van een taalles benoemt.
since 'since' introduceert in 'since it usually affects your score' de reden voor het advies. Het staat vóór een volledige bijzin; je gebruikt het om uit te leggen waarom iets gebeurt of waarom een advies geldt.
usually 'usually' betekent in 'it usually affects your score' dat iets in de meeste gevallen gebeurt. Het staat vóór 'affects', dus vóór het werkwoord; je gebruikt het om een algemene, maar niet absolute regel te beschrijven.
affects 'affects' betekent in 'it usually affects your score' dat iets invloed heeft op je score. De basisvorm is affect; 'affects' staat hier bij 'it' en wordt gebruikt om een effect op een resultaat te beschrijven.
your 'your' geeft in 'your score' aan dat de score bij de aangesproken persoon hoort. Het staat vóór 'score'; je gebruikt 'your' om bezit of verbondenheid met de persoon aan wie je spreekt aan te geven.
score 'score' betekent hier het resultaat dat je op de toets behaalt. In 'your score' staat het na 'your'; je gebruikt het wanneer je over een behaalde uitslag in een test of oefening spreekt.
Can 'Can' vraagt in 'Can we try some practice questions together?' of iets mogelijk is. Het staat aan het begin van de vraag, vóór 'we'; je gebruikt 'Can' bijvoorbeeld om samen iets voor te stellen of toestemming te vragen.
try 'try' betekent in 'Can we try some practice questions together?' dat de sprekers een poging doen om de oefenvragen te maken. Het staat na 'we' en na het modale werkwoord 'Can'; je gebruikt 'try' met een activiteit of taak die je wilt uitvoeren.
some 'some' geeft in 'some practice questions' een niet nader bepaald aantal aan. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord 'practice questions'; je gebruikt het wanneer de precieze hoeveelheid niet belangrijk is.
practice 'practice' geeft in 'practice questions' aan dat de vragen bedoeld zijn om te oefenen. Het staat vóór 'questions' en beschrijft het doel van die vragen; je gebruikt deze combinatie in een leer- of trainingssituatie.
questions 'questions' verwijst in 'some practice questions' naar meerdere vragen waarop antwoorden nodig zijn. Het staat na 'practice'; je gebruikt het voor afzonderlijke opdrachten of vragen in een toets of oefening.
together 'together' betekent in 'try some practice questions together' dat de twee personen dit samen doen. Het staat aan het einde van de vraag; je gebruikt het om samenwerking of een gezamenlijke activiteit aan te geven.
use 'use' betekent in 'We can use a few short questions' dat de sprekers de vragen inzetten voor hun oefening. Het staat na 'can' en vóór het object 'a few short questions'; je gebruikt 'use' wanneer je iets toepast voor een bepaald doel.
few 'few' geeft in 'a few short questions' een klein aantal vragen aan. Het staat vóór 'short questions' en maakt deel uit van de hoeveelheidsaanduiding 'a few'; je gebruikt dit wanneer je een beperkte maar concrete reeks bedoelt.
and 'and' verbindt in 'use a few short questions and check each answer' twee handelingen. Het koppelt 'use' en 'check' bij hetzelfde onderwerp; je gebruikt het om opeenvolgende of samenhangende acties te verbinden.
check 'check' betekent in 'check each answer' dat je elk antwoord bekijkt om te controleren of het klopt. Het staat vóór het object 'each answer'; je gebruikt het bijvoorbeeld na een oefening om resultaten te verifiëren.
each 'each' betekent in 'each answer' elk afzonderlijk antwoord. Het staat vóór het enkelvoudige 'answer'; je gebruikt het wanneer je de leden van een groep één voor één bedoelt.
answer 'answer' betekent in 'each answer' een reactie op een vraag. Het staat na 'each'; je gebruikt het wanneer je verwijst naar wat iemand op een vraag invult of zegt.
will 'will' geeft in 'I will review my mistakes' aan dat de spreker deze handeling later zal uitvoeren. Het staat vóór de basisvorm 'review'; je gebruikt het om een toekomstige actie of voornemen uit te drukken.
my 'my' geeft in 'my mistakes' aan dat de fouten bij de spreker horen. Het staat vóór 'mistakes'; je gebruikt het om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
mistakes 'mistakes' verwijst in 'review my mistakes' naar fouten die de spreker heeft gemaakt. Het is het meervoud van mistake en staat na 'my'; je gebruikt het wanneer je meerdere onjuiste antwoorden of handelingen bespreekt.
after 'after' geeft in 'after each one' aan dat de fouten later worden doorgenomen dan de afzonderlijke vragen. Het staat vóór 'each one'; je gebruikt 'after' om een tijdsvolgorde aan te geven.
one 'one' staat in 'after each one' voor één afzonderlijke vraag of oefening die al is genoemd. Het voorkomt herhaling van 'question'; je gebruikt 'one' zo om naar één item uit een bekende groep te verwijzen.
That 'That' verwijst in 'That should help you prepare' naar de voorgestelde oefenactiviteit als geheel. Het staat aan het begin van de zin als onderwerp; je gebruikt het om naar een zojuist genoemde handeling of situatie terug te verwijzen.
help 'help' betekent in 'help you prepare' dat iets het voorbereiden gemakkelijker maakt of ondersteunt. Het staat vóór 'you' en de basisvorm 'prepare'; je gebruikt de constructie 'help + persoon + werkwoord' om ondersteuning bij een handeling uit te drukken.
you 'you' verwijst in 'help you prepare' naar de persoon tegen wie wordt gesproken. Het staat na 'help' als de persoon die ondersteuning krijgt; je gebruikt 'you' voor één of meer aangesproken personen.
prepare 'prepare' betekent in 'help you prepare' dat iemand zich klaarmaakt voor de toets. Het staat na 'help you' in de constructie 'help you prepare'; je gebruikt dit wanneer iemand zich op een taak, gebeurtenis of beoordeling gereedmaakt.

Grammatica

The test is coming up.

The short test is coming up.

duh sjort test iz kamming ap.

De korte toets komt eraan.

Coming up is een vaste uitdrukking voor iets dat binnenkort plaatsvindt.

The test covers the main sections.

The unit covers the main sections.

duh joenit kavurz duh mein sekshunz.

Het hoofdstuk behandelt de belangrijkste onderdelen.

In de present simple krijgt een werkwoord bij he, she of it de uitgang -s, zoals in covers.

Engels woordenschat

affects werkwoord
uhfekts beïnvloedt

Since it usually affects your score.

check werkwoord
tsjek controleren

We can use a few short questions and check each answer.

coming up uitdrukking
kamming ap eraan komen; binnenkort plaatsvinden

We have a short test coming up, right?

covers werkwoord
kavurz behandelt; omvat

It covers the main sections from this unit.

listening zelfstandig naamwoord
lissening luistervaardigheid; luisteren

Start with listening, since it usually affects your score.

main sections uitdrukking
mein sekshunz belangrijkste onderdelen

It covers the main sections from this unit.

practice questions uitdrukking
praktis kwesjuns oefenvragen

Can we try some practice questions together?

review werkwoord
rivjoe herhalen; doornemen

Which section should I review first?

score zelfstandig naamwoord
skor score; cijfer

Since it usually affects your score.

short test uitdrukking
sjort test korte toets

We have a short test coming up, right?

together bijwoord
tuhgedher samen

Can we try some practice questions together?

unit zelfstandig naamwoord
joenit hoofdstuk; leeronderdeel

It covers the main sections from this unit.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?

Antwoord tonenWhich section should I review first?

Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.

Antwoord tonenThat should help you prepare.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

score; cijfer

Antwoord tonenscore

behandelt; omvat

Antwoord tonencovers

herhalen; doornemen

Antwoord tonenreview

beïnvloedt

Antwoord tonenaffects