Do
In "Do you know a useful online resource for language practice?" vormt "Do" de vraag. Het staat voor het onderwerp "you" en helpt een vraag in de tegenwoordige tijd te maken. Gebruik het patroon "Do you know ...?" wanneer je vraagt of iemand iets weet.
you
In "Do you know a useful online resource for language practice?" verwijst "you" naar de persoon die wordt aangesproken. Het komt na het vraagwoord "Do" in de vraagstructuur "Do you know ...?". Je gebruikt "you" wanneer je rechtstreeks met één of meer mensen praat.
know
In "Do you know a useful online resource for language practice?" betekent "know" informatie over iets of iemand hebben. Hier gaat het om weten welke online bron nuttig is. Een veelgebruikt patroon is "Do you know ...?" wanneer je iemand om informatie vraagt.
a
In "a useful online resource" verwijst "a" naar één niet nader bepaalde bron. De luisteraar weet nog niet welke bron bedoeld wordt. Gebruik "a" vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer het om één willekeurig of nieuw genoemd exemplaar gaat.
useful
In "a useful online resource" betekent "useful" dat de bron praktisch helpt bij het oefenen. Het beschrijft hier "online resource". Je kunt "useful" gebruiken vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets voor een bepaald doel van nut is.
online
In "a useful online resource" betekent "online" dat de bron via het internet beschikbaar is. Het beschrijft het soort "resource" waarnaar gevraagd wordt. Gebruik "online" vaak vóór een zelfstandig naamwoord voor diensten of materiaal op internet.
resource
In "a useful online resource for language practice" betekent "resource" een bron of hulpmiddel dat je kunt gebruiken. Hier is het een website of ander online materiaal om talen te oefenen. Het patroon "a resource for ..." geeft aan waarvoor de bron bedoeld is.
for
In "a useful online resource for language practice" geeft "for" het doel van de bron aan: die is bedoeld voor taalpraktijk. Het verbindt "resource" met de activiteit "language practice". Gebruik "for" vóór een doel, activiteit of groep waarvoor iets bestemd is.
language
In "language practice" verwijst "language" naar een taal die iemand leert of oefent. Samen met "practice" beschrijft het de activiteit waarvoor de bron bedoeld is. Gebruik "language" ook in combinaties zoals "language class" wanneer je over taalonderwijs spreekt.
practice
In "language practice" betekent "practice" het oefenen om een taalvaardigheid te verbeteren. Hier is het de activiteit waarvoor de online bron wordt gezocht. Gebruik "practice" in combinaties zoals "language practice" voor doelgerichte oefening.
This
In "This site has short listening exercises" wijst "This" naar de website die de spreker bedoelt. Het staat vóór "site" en maakt duidelijk welke website wordt aangewezen. Gebruik "This" om iets dat dichtbij is of net wordt besproken direct aan te wijzen.
site
In "This site has short listening exercises" betekent "site" hier een website. De website bevat de luisteroefeningen waarover de gesprekspartners praten. Gebruik "site" bijvoorbeeld in de combinatie "an online site" wanneer je naar een webpagina of website verwijst.
has
In "This site has short listening exercises" betekent "has" dat de website deze oefeningen bevat of aanbiedt. Het onderwerp is "This site", daarom staat hier precies de vorm "has". Gebruik "has" om te zeggen dat een persoon, plaats of ding iets bezit, bevat of beschikbaar heeft.
short
In "short listening exercises" betekent "short" dat de oefeningen niet lang duren of weinig inhoud hebben. Het beschrijft "listening exercises". Je kunt "short" vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om de beperkte lengte of duur aan te geven.
listening
In "short listening exercises" verwijst "listening" naar luisteren naar gesproken geluid of taal. Samen met "exercises" vormt het de beschrijving van oefeningen waarbij luistervaardigheid wordt geoefend. Gebruik "listening" vóór een zelfstandig naamwoord om materiaal of activiteiten rond luisteren te beschrijven.
exercises
In "This site has short listening exercises" betekent "exercises" oefenactiviteiten. Het meervoud verwijst naar meerdere korte activiteiten om luistervaardigheid te trainen. Gebruik "exercises" wanneer je over verschillende afzonderlijke oefenopdrachten spreekt.
Can
In "Can I listen to the audio there?" gebruikt de spreker "Can" om te vragen of iets mogelijk is of mag. Het staat vóór "I" in de vraagstructuur "Can I ...?". Gebruik deze vorm bijvoorbeeld wanneer je in een gesprek toestemming of praktische mogelijkheid vraagt.
I
In "Can I listen to the audio there?" verwijst "I" naar de spreker zelf. Het staat na "Can" in de vraag over wat de spreker kan doen. Gebruik "I" wanneer je naar jezelf verwijst als onderwerp van de zin.
listen
In "Can I listen to the audio there?" betekent "listen" aandachtig naar geluid luisteren. Hier wil de spreker de audio op de website beluisteren. Gebruik het patroon "listen to" vóór datgene waarnaar je luistert.
to
In "listen to the audio" verbindt "to" het werkwoord "listen" met het geluid waarnaar geluisterd wordt. Het markeert hier dus het doel van het luisteren, niet een infinitief. Gebruik de vaste combinatie "listen to" vóór een persoon, geluid of ander luisterobject.
the
In "the audio" verwijst "the" naar specifieke audio die op de besproken website beschikbaar is. De gesprekspartners weten om welke audio het gaat. Gebruik "the" vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde persoon of zaak in de context herkenbaar is.
audio
In "Can I listen to the audio there?" betekent "audio" opgenomen geluid, hier het luistermateriaal op de website. Het is het object na "listen to". Gebruik "audio" voor geluidsmateriaal dat je kunt beluisteren of afspelen.
there
In "Can I listen to the audio there?" betekent "there" op of in de eerder genoemde website. Het verwijst naar die plaats zonder de website opnieuw te noemen. Gebruik "there" om naar een eerder bekende plaats of locatie te verwijzen.
play
In "You can play the audio for each exercise on the page" betekent "play" de audio starten zodat je ernaar kunt luisteren. Het werkwoord heeft hier "the audio" als object. Gebruik het patroon "play the audio" wanneer je een geluidsopname wilt starten.
each
In "the audio for each exercise" betekent "each" iedere oefening afzonderlijk. Het maakt duidelijk dat er audio bij alle oefeningen is, bekeken per oefening. Gebruik "each" vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je de leden één voor één bedoelt.
exercise
In "the audio for each exercise" verwijst "exercise" naar één afzonderlijke oefenactiviteit. Het staat na "each", daarom wordt één oefening per keer bedoeld. Gebruik "audio for each exercise" wanneer je het bijbehorende geluidsmateriaal per opdracht beschrijft.
on
In "on the page" geeft "on" aan dat de audio op die webpagina beschikbaar is. Het verbindt de activiteit met de plaats waar je die uitvoert. Gebruik "on" bij een pagina of website wanneer je iets daar aantreft of daar gebruikt.
page
In "the audio for each exercise on the page" betekent "page" een specifieke pagina van de website. Op die pagina kan de gebruiker de audio afspelen. Gebruik "on the page" om materiaal of functies op een webpagina te lokaliseren.
How
In "How do I choose the right level?" vraagt "How" naar de manier waarop iets wordt gedaan. De spreker wil weten op welke manier die het juiste niveau kan selecteren. Gebruik de structuur "How do I ...?" wanneer je om instructies vraagt.
choose
In "How do I choose the right level?" betekent "choose" een keuze maken uit verschillende niveaus. Hier gaat het om het selecteren van een passend moeilijkheidsniveau. Gebruik "choose" vóór het object dat je selecteert, zoals in "choose the right level".
right
In "the right level" betekent "right" het geschikte of correcte niveau voor de spreker. Het beschrijft welk niveau gekozen moet worden. Gebruik "the right ..." wanneer je bedoelt dat iets passend is voor het doel of de situatie.
level
In "the right level" betekent "level" de moeilijkheidsgraad van de oefenstof. De spreker zoekt het niveau dat goed bij die past. Gebruik "level" bij cursussen, oefeningen of andere leeractiviteiten om de moeilijkheidsgraad aan te geven.
where
In "a level where most sentences feel clear" leidt "where" een beschrijving van het bedoelde niveau in. Het betekent hier ongeveer: waarin of bij welk niveau de meeste zinnen duidelijk aanvoelen. Gebruik "where" na een plaats of situatie om die verder te omschrijven.
most
In "where most sentences feel clear" betekent "most" het grootste aantal: de meeste zinnen. Het zegt dat niet noodzakelijk elke zin duidelijk is. Gebruik "most" vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om een meerderheid aan te duiden.
sentences
In "where most sentences feel clear" verwijst "sentences" naar volledige zinnen in de oefenstof. Het meervoud maakt duidelijk dat verschillende zinnen worden beoordeeld. Gebruik "sentences" wanneer je afzonderlijke volledige uitingen in gesproken of geschreven taal bespreekt.
feel
In "most sentences feel clear" betekent "feel" dat de zinnen voor de leerling duidelijk aanvoelen of worden ervaren. Het beschrijft hier een indruk, niet lichamelijk voelen. Gebruik "feel" vóór een bijvoeglijk naamwoord om een ervaring of indruk te beschrijven, zoals in "feel clear".
clear
In "most sentences feel clear" betekent "clear" gemakkelijk te begrijpen. Het beschrijft hoe de zinnen voor de leerling overkomen. Gebruik "feel clear" wanneer je zegt dat iets begrijpelijk aanvoelt.
That
In "That sounds less stressful than harder practice" verwijst "That" naar de zojuist voorgestelde keuze voor een passend niveau. Het maakt van die eerdere keuze het onderwerp van de reactie. Gebruik "That" om naar een eerder genoemde opmerking, keuze of situatie te verwijzen.
sounds
In "That sounds less stressful than harder practice" betekent "sounds" lijkt op basis van de indruk die de spreker krijgt. De spreker beoordeelt de voorgestelde keuze als minder stressvol. Gebruik het patroon "That sounds ..." om op een idee of voorstel te reageren.
less
In "less stressful than harder practice" vermindert "less" de mate waarin iets stress veroorzaakt. De voorgestelde keuze veroorzaakt volgens de spreker in mindere mate stress. Gebruik "less" vóór een bijvoeglijk naamwoord om een lagere graad aan te geven.
stressful
In "less stressful than harder practice" betekent "stressful" dat iets stress veroorzaakt. Hier wordt de gekozen oefening vergeleken met moeilijkere oefeningen. Gebruik "stressful" om een taak, situatie of ervaring te beschrijven die spanning veroorzaakt.
than
In "less stressful than harder practice" introduceert "than" het tweede deel van de vergelijking. Het verbindt de lagere mate van stress met "harder practice". Gebruik "less ... than ..." om twee dingen te vergelijken en aan te geven dat het eerste in mindere mate zo is.
harder
In "harder practice" betekent "harder" moeilijker dan de oefenpraktijk die eerder werd voorgesteld. Het beschrijft de vergelijking met een hoger moeilijkheidsniveau. Gebruik "harder" vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar moeilijkere oefenstof of taken verwijst.
It
In "It should help you build confidence" verwijst "It" naar de voorgestelde keuze of activiteit uit de vorige regels. Het is dus niet een nieuw genoemd voorwerp. Gebruik "It" om een eerder genoemde zaak of situatie als onderwerp van een vervolgzinsdeel te nemen.
should
In "It should help you build confidence" geeft "should" aan dat de spreker een verwacht of wenselijk resultaat noemt. De activiteit zal naar verwachting helpen. Gebruik het patroon "should help ..." om een waarschijnlijke of aanbevolen uitwerking te beschrijven.
help
In "It should help you build confidence" betekent "help" ondersteuning geven bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen. Na "should" staat hier de vorm "help". Gebruik het patroon "help someone build ..." wanneer iets iemand ondersteunt bij het geleidelijk ontwikkelen van iets.
build
In "help you build confidence" betekent "build" geleidelijk ontwikkelen of opbouwen. Het gaat hier om het opbouwen van zelfvertrouwen, niet om iets fysiek bouwen. Gebruik de combinatie "build confidence" wanneer oefening of ervaring iemands vertrouwen versterkt.
confidence
In "build confidence" betekent "confidence" vertrouwen in de eigen vaardigheid. In deze les gaat het om meer zekerheid krijgen tijdens het oefenen. Gebruik "build confidence" in situaties waarin ervaring, oefening of succes iemands zelfvertrouwen geleidelijk versterkt.