Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een online hulpmiddel voor luisteroefeningen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Do you know a useful online resource for language practice?
Doe joe noo uh joesoef onlajn riesors for lengwidzj prektis? Ken je een handig online hulpmiddel om talen te oefenen?This site has short listening exercises.
Dhis sait hez sjort lissening eksersajziz. Deze website heeft korte luisteroefeningen.Can I listen to the audio there?
Ken ai lissen toe dhi odie-oo dher? Kan ik daar naar de audio luisteren?You can play the audio for each exercise on the page.
Joe ken plee dhi odie-oo for ietsj eksersajs on dhuh peej. Je kunt op de pagina de audio van elke oefening afspelen.How do I choose the right level?
Hau doe ai tjoeuz dhuh rait levul? Hoe kies ik het juiste niveau?Choose a level where most sentences feel clear.
Tjoeuz uh levul wer moost sentensiz fiel klir. Kies een niveau waarop de meeste zinnen duidelijk klinken.That sounds less stressful than harder practice.
Dhet saundz les stresfol dhen harder prektis. Dat klinkt minder stressvol dan moeilijkere oefeningen.It should help you build confidence.
It sjoed help joe bild konfidens. Het zou je moeten helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen.Uitleg van de zinnen
Do you know a useful online resource for language practice?
Ken je een handig online hulpmiddel om talen te oefenen?
- Do you
- vraagvorm: jij ...?
- know
- weten; kennen
- useful
- handig; nuttig
- online
- online
- resource
- hulpmiddel; bron
- language
- taal
- practice
- oefening; training
Uitgebreide uitleg
Do you staat aan het begin van een ja-neevraag. In de tegenwoordige tijd gebruikt het Engels hier do als hulpwerkwoord vóór het onderwerp you; het hoofdwerkwoord blijft daarna in de basisvorm: Do you know ...? Bij he, she of it wordt dat bijvoorbeeld Does she know ...?. know betekent hier dat je informatie kent of weet. De basisvorm is know; na do blijft die vorm onveranderd. In een gewone tegenwoordige zin krijgt het werkwoord bij he, she of it de vorm knows: She knows a good resource. — Zij kent een goed hulpmiddel. useful beschrijft iets dat praktisch nut heeft: handig of nuttig. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; er is ook de vergrotende trap more useful — nuttiger. In deze zin beschrijft useful het zelfstandig naamwoord resource. online betekent dat iets via het internet beschikbaar is. Het kan in het Engels vóór een zelfstandig naamwoord staan, zoals hier in online resource, maar ook zelfstandig gebruikt worden: The course is online. — De cursus is online. resource betekent hier een bron of hulpmiddel dat je kunt gebruiken om iets te leren. Het meervoud is resources: online resources — online hulpmiddelen of bronnen. In deze zin is het een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord; a staat ervoor als onbepaald lidwoord. language betekent taal. Het meervoud is languages: I study two languages. — Ik studeer twee talen. In language practice bepaalt language welk soort oefening of training bedoeld wordt: oefening voor taalvaardigheid. practice is hier een zelfstandig naamwoord en betekent oefening of training, niet het werkwoord oefenen. In het Amerikaans-Engels hebben het zelfstandig naamwoord en het werkwoord in deze spelling dezelfde vorm; in het Brits-Engels is het werkwoord meestal practise. Een natuurlijk voorbeeld is Practice helps you improve. — Oefenen helpt je vooruit. In language practice vormt practice samen met language een naamwoordgroep voor het oefenen van een taal of talen. Samen vormen a useful online resource en for language practice de naamwoordgroep een handig online hulpmiddel om talen te oefenen. De vraagstructuur Do you know ...? maakt er de volledige vraag van: Do you know a useful online resource for language practice? betekent Ken je een handig online hulpmiddel om talen te oefenen?.
This site has short listening exercises.
Deze website heeft korte luisteroefeningen.
- This
- deze
- site
- website
- has
- heeft
- short
- kort(e)
- listening
- luister-
- exercises
- oefeningen
Uitgebreide uitleg
This betekent hier “deze” en wijst samen met het volgende zelfstandig naamwoord naar de website die in de vertaling wordt bedoeld. Het is een aanwijzend woord: this staat bij iets enkelvoudigs dat als dichtbij of direct aangewezen wordt gepresenteerd; bij meervoud hoort these. site betekent hier “website”. Het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is sites. has is de tegenwoordige tijd van have bij een derde persoon enkelvoud, zoals this site: this site has. Bij andere onderwerpen staat vaak have, bijvoorbeeld They have exercises. Hier betekent has dat de website zulke oefeningen aanbiedt of bevat. short betekent “kort” en beschrijft listening exercises. Het is hier de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; het verandert niet omdat het beschreven zelfstandig naamwoord meervoudig is. De vergrotende trap is shorter en de overtreffende trap shortest. listening verwijst hier naar luisteren en vormt samen met exercises de vaste woordgroep listening exercises: oefeningen om luistervaardigheid te oefenen. Het komt van het werkwoord listen; als zelfstandig gebruikt woord kan listening ook “het luisteren” betekenen. In deze woordgroep beschrijft het soort oefeningen, niet een handeling die op dit moment wordt uitgevoerd. exercises betekent “oefeningen”. Het is het meervoud van exercise; het enkelvoud is an exercise. Een oefening kan een taak zijn waarmee je een vaardigheid traint. Bijvoorbeeld: This exercise is short. — “Deze oefening is kort.” Samen vormen This site het onderwerp, has het werkwoord, en short listening exercises wat de website heeft of aanbiedt. De hele zin betekent: “Deze website heeft korte luisteroefeningen.”
Can I listen to the audio there?
Kan ik daar naar de audio luisteren?
- Can I
- Kan ik …?
- listen
- luisteren
- audio
- audio
- there
- daar
Uitgebreide uitleg
Can I vormt hier het begin van een beleefde vraag om toestemming of mogelijkheid: “Kan ik …?” In een Engelse ja/nee-vraag staat can vóór het onderwerp I; in een mededeling staat de volgorde bijvoorbeeld I can …. Can I listen? vraagt dus of de spreker mag of kan luisteren. listen betekent hier doelgericht luisteren. De basisvorm is listen; na can blijft het werkwoord in de basisvorm: I can listen, niet I can listens of I can listened. Bij het genoemde geluidsmateriaal gebruikt het Engels doorgaans listen to + datgene waarnaar men luistert. Voorbeeld: I listen to music. — “Ik luister naar muziek.” Het voorzetsel to hoort bij de constructie, hoewel het niet in de geselecteerde quote listen staat. audio verwijst hier naar het geluidsmateriaal van een oefening. Het is een zelfstandig naamwoord en kan bijvoorbeeld ook in audio file staan: “audiobestand”. In deze zin staat audio na to, omdat het het materiaal is waarnaar geluisterd wordt. there betekent hier “daar” en verwijst naar een plaats die uit de situatie blijkt: de betreffende plek op de website of pagina. Het woord zelf geeft niet aan welke precieze plek dat is; de context maakt duidelijk dat het om de plaats gaat waar de audio beschikbaar is. here betekent daarentegen “hier” wanneer de bedoelde plaats bij de spreker is. Samen vormen Can I + listen to the audio + there de vraag Can I listen to the audio there? De spreker vraagt of die op die aangeduide plek naar het geluidsmateriaal mag of kan luisteren. De Nederlandse vertaling is: “Kan ik daar naar de audio luisteren?”
You can play the audio for each exercise on the page.
Je kunt op de pagina de audio van elke oefening afspelen.
- You can
- je kunt
- play
- afspelen
- audio
- audio
- each
- elke
- exercise
- oefening
- page
- pagina
Uitgebreide uitleg
You can geeft hier aan dat de aangesproken persoon de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen. can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: can play, niet can plays of can to play. Het onderwerp you blijft hetzelfde voor enkelvoud en meervoud. Voorbeeld: You can start now. = Je kunt nu beginnen. play betekent hier een geluidsopname afspelen. Na een modaal werkwoord zoals can blijft het werkwoord in de basisvorm. Zonder can krijgt het in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld de vorm plays bij he, maar na can blijft het play. Voorbeeld: Please play the recording. = Speel de opname af. audio verwijst hier naar het geluidsmateriaal dat je kunt afspelen. In het Engels wordt audio vaak als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord gebruikt wanneer het om geluidsmateriaal in het algemeen gaat. Voorbeeld: The audio is clear. = De audio is duidelijk. each verdeelt een groep één voor één: elk afzonderlijk exemplaar. Het staat daarom voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals each exercise, niet each exercises. Dit verschilt van all, dat de groep als geheel bekijkt. Voorbeeld: Read each question carefully. = Lees elke vraag zorgvuldig. exercise betekent hier een oefening of opdracht. Het meervoud is exercises; in each exercise staat het enkelvoud omdat each de leden afzonderlijk aanwijst. Voorbeeld: This exercise is short. = Deze oefening is kort. page betekent hier een pagina. In de volledige zin staat het in de bepaling on the page: on geeft de plaats aan en the page verwijst naar de betreffende pagina. Het lidwoord the maakt duidelijk dat het om een bepaalde, voor de gesprekspartners herkenbare pagina gaat. Voorbeeld: The answer is on the page. = Het antwoord staat op de pagina. Samen vormen de delen: You can + play = je kunt afspelen; the audio = de audio; for each exercise = voor elke afzonderlijke oefening; on the page = op de pagina. De hele uiting betekent dus: op de pagina kun je voor elke oefening de bijbehorende audio afspelen.
How do I choose the right level?
Hoe kies ik het juiste niveau?
- How do I
- Hoe ... ik
- choose
- kiezen
- right
- juiste
- level
- niveau
Uitgebreide uitleg
How do I is een herbruikbaar patroon voor een vraag naar de manier waarop de spreker iets kan doen: How do I + werkwoord ...? Bijvoorbeeld: How do I open this file? = “Hoe open ik dit bestand?” I is hier het onderwerp; do is het hulpwerkwoord dat in deze tegenwoordige vraag vóór het onderwerp staat. Het hoofdwerkwoord blijft na do in de basisvorm staan. choose betekent hier “kiezen”. De basisvorm is choose; belangrijke vormen zijn chooses bij he/she/it, chose voor het verleden en chosen na bijvoorbeeld have of be in bepaalde constructies. In deze vraag staat choose in de basisvorm omdat do de vraag vormt. Voorbeeld: They choose a book. = “Zij kiezen een boek.” right betekent hier “juist” of “geschikt”: het niveau dat bij de bedoeling past. In deze betekenis staat het tegenover wrong, “verkeerd”. Right kan in andere contexten ook “rechts” betekenen, maar die betekenis past hier niet. level is een zelfstandig naamwoord voor een niveau of moeilijkheidsgraad. Het meervoud is levels. Voorbeeld: This level is easy. = “Dit niveau is gemakkelijk.” Samen vormt How do I choose the right level? de vraag: “Hoe kies ik het juiste niveau?” How vraagt naar de manier, do I choose maakt de tegenwoordige vraag met I als handelende persoon, en the right level duidt op het geschikte niveau. In deze leercontext sluit dat aan bij het kiezen van een niveau waarop de zinnen voldoende duidelijk zijn.
Choose a level where most sentences feel clear.
Kies een niveau waarop de meeste zinnen duidelijk klinken.
- Choose
- kies
- level
- niveau
- where
- waarop
- most
- de meeste
- sentences
- zinnen
- feel
- aanvoelen
- clear
- duidelijk
Uitgebreide uitleg
Choose is de gebiedende wijs van choose (“kiezen”). Het onderwerp you staat in het Engels meestal niet uitgesproken: Choose a level betekent “Kies een niveau”. De verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn chose en chosen: She chose a lower level. — “Zij koos een lager niveau.” level betekent hier “niveau”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er in deze zin a level, maar a geeft hier niet op zichzelf een specifiek aantal aan. Het meervoud is levels: These levels are different. — “Deze niveaus zijn verschillend.” where verwijst hier naar de plaats of, abstracter, de situatie die door a level wordt aangeduid. In deze betrekkelijke bijzin betekent het “waarop”. Het leidt dus de informatie in over welk niveau bedoeld wordt: a place where I can study — “een plek waar ik kan studeren.” most betekent hier “de meeste” en geeft aan dat het om het grootste deel van een groep gaat, niet noodzakelijk om alle leden. In most sentences bepaalt het woord de hoeveelheid van het meervoudige zelfstandig naamwoord sentences: Most students understand this. — “De meeste studenten begrijpen dit.” sentences is het meervoud van sentence, “zin”. De uitgang -s markeert hier het meervoud. Een enkelvoudig voorbeeld is one sentence; een meervoudig voorbeeld is two sentences. feel betekent hier niet letterlijk lichamelijk voelen, maar “aanvoelen” of “overkomen”. Het is hier een koppelwerkwoord: het verbindt sentences met de beschrijving clear. Omdat het onderwerp meervoud is, staat de tegenwoordige tijd als feel; bij een enkelvoudig onderwerp wordt dat feels: The sentence feels clear. — “De zin voelt duidelijk aan.” clear is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “duidelijk”. Na feel beschrijft het het onderwerp sentences; het krijgt in het Engels geen meervoudsuitgang. Vergelijk a clear sentence met clear sentences. Samen vormt where most sentences feel clear een betrekkelijke bijzin die uitlegt welk niveau gekozen moet worden. De gebiedende wijs Choose geeft de aanbeveling, a level noemt het gekozen niveau, en de bijzin specificeert dat dit een niveau is waarop de meeste zinnen duidelijk aanvoelen. De volledige betekenis is: “Kies een niveau waarop de meeste zinnen duidelijk klinken.”
That sounds less stressful than harder practice.
Dat klinkt minder stressvol dan moeilijkere oefeningen.
- That
- dat
- sounds
- klinkt
- less stressful
- minder stressvol
- than
- dan
- harder
- moeilijker
- practice
- oefeningen
Uitgebreide uitleg
That betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de context al bekend is. Als aanwijzend voornaamwoord staat het hier als onderwerp: That sounds .... sounds komt van sound. In deze zin betekent het niet dat iemand een geluid maakt, maar dat iets op een bepaalde manier overkomt of klinkt. Sounds is de tegenwoordige tijd voor he, she, it en ook voor that; de uitgang -s hoort dus bij het werkwoord, niet bij that. Voorbeeld: The plan sounds good. — “Het plan klinkt goed.” less stressful betekent “minder stressvol”. Less maakt hier een vergelijking van het bijvoeglijk naamwoord stressful: stressful — less stressful — more stressful. Less stressful zegt dat iets een lagere mate van stress veroorzaakt dan het vergelijkingspunt; het zegt niet dat het helemaal niet stressvol is. than is het vergelijkingswoord dat het tweede deel van de vergelijking inleidt. Het patroon is less + adjective + than: This task is less stressful than the last one. — “Deze taak is minder stressvol dan de vorige.” harder komt van het bijvoeglijk naamwoord hard. Hier betekent harder “moeilijker”, niet “harder” in de betekenis van fysiek steviger. De vorm is de vergelijkende trap: hard — harder — the hardest. Voorbeeld: This exercise is harder than that one. — “Deze oefening is moeilijker dan die.” practice betekent hier oefenen of oefenmateriaal in het algemeen. In het Engels is practice in deze betekenis meestal een ontelbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er hier geen meervoudsuitgang. De Nederlandse vertaling gebruikt passend “oefeningen”, maar het Engelse woord zelf benoemt geen bepaald aantal oefeningen. Samen vormen de delen That sounds less stressful en than harder practice de vergelijking That sounds less stressful than harder practice. De volledige betekenis is: “Dat klinkt minder stressvol dan moeilijkere oefeningen.” De zin geeft dus een indruk of beoordeling: het genoemde “dat” lijkt minder stressvol dan oefenen met materiaal dat moeilijker is.
It should help you build confidence.
Het zou je moeten helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen.
- It
- het
- should
- zou moeten
- help
- helpen
- you
- je
- build
- opbouwen
- confidence
- zelfvertrouwen
Uitgebreide uitleg
It is het onderwerp van de zin. In deze context verwijst het naar iets dat al ter sprake is of op dat moment bedoeld wordt; de aangeleverde informatie specificeert niet precies waarnaar. De vorm it is de Engelse onderwerpsvorm voor een enkelvoudig onzijdig of niet-menselijk referent. Voor een menselijke meervoudige referent gebruik je bijvoorbeeld they, maar die vorm is hier niet aan de orde. should voegt hier een verwachting toe: het wordt waarschijnlijk geacht dat iets helpt. Het is dus niet hetzelfde als een zekere voorspelling. De vaste combinatie should + werkwoord gebruikt daarna de basisvorm van het werkwoord: should help, niet een vorm met -s of to. In deze zin komt dit overeen met zou moeten helpen. help betekent hier iemand helpen. Het Engelse werkwoord heeft in de tegenwoordige tijd alleen bij he, she en it de vorm helps; na should blijft het help. Een veelgebruikt patroon is help + persoon + werkwoord: This exercise helps me relax. = Deze oefening helpt me ontspannen. you is de persoon die de hulp ontvangt. De vorm you kan in het Engels zowel enkelvoud als meervoud zijn; deze zin geeft op zichzelf niet aan hoeveel personen ermee bedoeld worden. Als onderwerp staat dezelfde vorm ook voor jij of jullie, maar hier staat you na help en is het dus het object van die hulp. build betekent hier geleidelijk opbouwen of ontwikkelen. De basisvorm is build; de belangrijkste vormen zijn build – built – built voor tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord. In help you build staat build na help zonder to; het patroon is help + object + basisvorm, zoals in The course helped her improve. = De cursus hielp haar vooruitgaan. confidence betekent zelfvertrouwen: vertrouwen in de eigen vaardigheden of het eigen optreden. Het is een ontelbaar zelfstandig naamwoord in dit gebruik, daarom staat er niet automatisch een meervoudsvorm achter. De vaste combinatie build confidence betekent zelfvertrouwen opbouwen. Dit verschilt van confident, een bijvoeglijk naamwoord: She feels confident. = Ze voelt zich zelfverzekerd. Samen vormt It should help you build confidence het patroon onderwerp + should + werkwoord + persoon + basisvorm + zelfstandig naamwoord. De betekenis is: iets waarvan de precieze referent hier niet nader wordt genoemd, zal je naar verwachting helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen. De hele zin wordt daardoor natuurlijk vertaald als: Het zou je moeten helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen.
Grammatica
less + adjective
It sounds less stressful.
It saundz les stresfol.Het klinkt minder stressvol.
Gebruik less vóór een bijvoeglijk naamwoord om een lagere mate aan te geven.
help + base verb
Listening exercises help build confidence.
Lissening eksersajziz help bild konfidens.Luisteroefeningen helpen zelfvertrouwen op te bouwen.
Na help staat vaak het werkwoord zonder to: help build.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Deze website heeft korte luisteroefeningen.
Antwoord tonen
This site has short listening exercises.Het zou je moeten helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen.
Antwoord tonen
It should help you build confidence.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
handig
Antwoord tonen
usefulluisteren
Antwoord tonen
listenkort
Antwoord tonen
shortafspelen