Could
In ‘Could we review my homework mistakes?’ drukt ‘Could’ een beleefde vraag naar mogelijkheid uit. Het staat hier vooraan in het vraagpatroon ‘Could we ...?’. Je kunt dit gebruiken wanneer je iemand vriendelijk om toestemming of medewerking vraagt.
we
‘We’ verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. Het staat direct na ‘Could’ als degene die de handeling uitvoert. Je gebruikt ‘we’ wanneer jij en minstens één andere persoon samen bedoeld zijn.
review
In deze dialoog betekent ‘review’ de fouten opnieuw bekijken en controleren. Na ‘Could we’ staat de vorm ‘review’ als handeling die men samen wil uitvoeren. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het opnieuw controleren van huiswerk of aantekeningen.
my
‘My’ geeft in ‘my homework mistakes’ aan dat de fouten bij de spreker horen. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord of de naamwoordgroep waarop het betrekking heeft. Je gebruikt ‘my’ om iets als van jezelf aan te duiden.
homework
‘Homework’ betekent hier schoolwerk dat buiten de les is gemaakt. In ‘my homework mistakes’ bepaalt het dat de fouten verband houden met het huiswerk. Je gebruikt ‘homework’ voor opdrachten die een leerling thuis moet maken.
mistakes
‘Mistakes’ verwijst hier naar dingen die in het huiswerk verkeerd zijn gedaan. De vorm staat na ‘my’ en wordt nader verbonden met ‘homework’. Je gebruikt ‘mistakes’ wanneer je meerdere fouten of vergissingen benoemt.
I
‘I’ verwijst naar de spreker van de zin. In ‘I marked a few small sentence errors’ is de spreker degene die de fouten heeft aangegeven. Je gebruikt ‘I’ wanneer je over jezelf als uitvoerder van een handeling spreekt.
marked
‘Marked’ betekent hier dat de spreker de fouten heeft aangegeven of genoteerd. De vorm ‘marked’ is de verleden vorm van ‘mark’ en past bij de eerder uitgevoerde correctie van het huiswerk. Je gebruikt ‘mark’ bijvoorbeeld voor het aanduiden van fouten in een tekst.
a
In ‘a few small sentence errors’ maakt ‘a’ samen met ‘few’ een kleine hoeveelheid duidelijk. ‘A’ staat hier vóór ‘few’ en niet los van de hele hoeveelheid. Je gebruikt de vaste combinatie ‘a few’ voor enkele telbare dingen.
few
‘Few’ betekent hier een klein aantal; ‘a few’ verwijst naar enkele fouten. Het staat vóór de meervoudige naamwoordgroep ‘small sentence errors’. Je gebruikt ‘a few’ om een klein, meestal niet precies genoemd aantal telbare zaken aan te duiden.
small
‘Small’ beschrijft de fouten als klein of beperkt van omvang. Het staat vóór ‘sentence errors’ en geeft daar extra informatie over. Je gebruikt ‘small’ vóór een zelfstandig naamwoord om een geringe omvang of ernst aan te geven wanneer dat past.
sentence
In ‘sentence errors’ verwijst ‘sentence’ naar een zin; het bepaalt dat de fouten in zinnen zitten. Het staat vóór ‘errors’ in een woordgroep die het soort fouten benoemt. Je gebruikt ‘sentence’ bijvoorbeeld om over de opbouw of juistheid van een zin te praten.
errors
‘Errors’ betekent hier fouten in de zinnen van het huiswerk. De vorm staat na ‘sentence’ en vormt daarmee de naamwoordgroep ‘sentence errors’. Je gebruikt ‘errors’ wanneer je meerdere onjuistheden in taal, tekst of werk benoemt.
Why
‘Why’ vraagt in ‘Why did you make this correction?’ naar de reden voor de correctie. Het staat aan het begin van de vraag. Je gebruikt ‘Why’ om een verklaring of reden voor een handeling te vragen.
did
‘Did’ helpt hier om een vraag over een eerdere handeling te vormen. In ‘Why did you make ...?’ staat na ‘did’ de vorm ‘make’. Je gebruikt het vraagpatroon ‘Why did you ...?’ om naar de reden voor een eerdere actie te vragen.
you
‘You’ verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In deze vraag is dat degene die de correctie heeft aangebracht. Je gebruikt ‘you’ voor één of meer aangesproken personen.
make
In ‘make this correction’ betekent ‘make’ hier een correctie uitvoeren of aanbrengen. Na ‘did’ blijft de vorm ‘make’ onveranderd in het vraagpatroon. Je gebruikt ‘make’ met een object wanneer je iets tot stand brengt of uitvoert, zoals een correctie.
this
‘This’ verwijst hier naar de specifieke correctie waar de gesprekspartners naar kijken. Het staat direct vóór ‘correction’ en wijst die correctie aan. Je gebruikt ‘this’ voor iets dat in de huidige situatie of tekst wordt aangewezen.
correction
‘Correction’ betekent hier een verandering waarmee een fout wordt verbeterd. In ‘this correction’ gaat het om de specifieke verbetering in het huiswerk. Je gebruikt ‘correction’ voor een aangebrachte verbetering in een tekst of antwoord.
The
In ‘The noun needs an article here’ verwijst ‘The’ naar het specifieke zelfstandig naamwoord dat in de besproken zin staat. Het staat vóór ‘noun’ als aanduiding van dat concrete grammaticale onderdeel. Je gebruikt ‘the’ wanneer de bedoelde persoon of zaak voor de gesprekspartners herkenbaar is.
noun
‘Noun’ betekent hier een zelfstandig naamwoord in de besproken zin. Het is het onderwerp waarvoor volgens de uitleg een artikel nodig is. Je gebruikt ‘noun’ in taaluitleg om een woord voor een persoon, plaats, ding of idee te benoemen.
needs
‘Needs’ betekent hier dat het zelfstandig naamwoord een artikel nodig heeft. Het staat tussen ‘The noun’ en het benodigde onderdeel ‘an article’. Je gebruikt ‘needs’ om aan te geven wat vereist is, bijvoorbeeld in het patroon ‘X needs Y’.
an
In ‘an article’ is ‘an’ het onbepaalde lidwoord vóór het woord ‘article’. Het maakt duidelijk dat er één artikel van het genoemde soort nodig is. Je gebruikt ‘an’ vóór een woord dat met een klinkerklank begint, zoals in deze woordgroep.
article
‘Article’ betekent hier een grammaticaal lidwoord, zoals ‘a’, ‘an’ of ‘the’. In ‘an article’ benoemt het de soort toevoeging die het zelfstandig naamwoord nodig heeft. Je gebruikt ‘article’ wanneer je in taaluitleg over zulke woorden vóór zelfstandige naamwoorden spreekt.
here
‘Here’ betekent in deze zin op deze plaats in de besproken zin. Het verwijst niet naar een fysieke locatie, maar naar de plek waar het artikel moet staan. Je gebruikt ‘here’ om een plaats of positie in een tekst aan te wijzen.
missed
In ‘I missed that in a few answers’ betekent ‘missed’ dat de spreker het artikel niet heeft opgenomen of opgemerkt. ‘Missed’ is de verleden vorm van ‘miss’ en beschrijft hier een eerdere fout in de antwoorden. Je gebruikt ‘miss’ wanneer je iets niet ziet, vergeet of weglaat dat wel nodig was.
that
‘That’ verwijst hier naar het artikel dat in de eerdere uitleg werd genoemd. Het staat als object bij ‘missed’ en wordt daarna verbonden met ‘in a few answers’. Je gebruikt ‘that’ om naar een eerder genoemd onderdeel of idee te verwijzen.
in
‘In’ geeft hier aan dat het gemiste onderdeel binnen enkele antwoorden stond of daarin ontbrak. Het staat vóór ‘a few answers’. Je gebruikt ‘in’ om iets als onderdeel van een tekst, antwoord of andere inhoud te plaatsen.
answers
‘Answers’ verwijst hier naar meerdere antwoorden waarin de spreker het artikel heeft gemist. De vorm staat na ‘a few’ en benoemt de plaatsen waar de fout voorkwam. Je gebruikt ‘answers’ voor reacties of oplossingen op meerdere vragen.
Adding
In ‘Adding it here makes the sentence complete’ betekent ‘Adding’ het artikel op deze plaats zetten. Het vormt samen met ‘it here’ het onderwerp van de zin en verklaart wat de zin compleet maakt. Je gebruikt ‘adding’ om het toevoegen van iets aan tekst of inhoud te beschrijven.
it
‘It’ verwijst hier naar het eerder genoemde artikel. In ‘Adding it here’ is het datgene wat op deze plaats wordt toegevoegd. Je gebruikt ‘it’ om naar een eerder genoemd enkelvoudig ding of onderdeel te verwijzen.
makes
‘Makes’ betekent hier veroorzaakt dat iets een bepaalde toestand krijgt: het toevoegen zorgt ervoor dat de zin compleet wordt. Het staat in ‘makes the sentence complete’ met ‘the sentence’ als datgene dat compleet wordt. Je gebruikt het patroon ‘make + object + beschrijving’ om een verandering of gevolg uit te drukken.
complete
‘Complete’ betekent hier volledig, omdat de noodzakelijke toevoeging aanwezig is. In ‘makes the sentence complete’ beschrijft het de toestand die de zin door het toevoegen krijgt. Je gebruikt ‘complete’ voor iets waaraan niets noodzakelijks meer ontbreekt.
will
‘Will’ laat hier zien dat de spreker van plan is de handeling later of vanaf nu uit te voeren. In ‘will rewrite’ staat het vóór de basisvorm ‘rewrite’. Je gebruikt het patroon ‘will + werkwoord’ om een toekomstige handeling of beslissing uit te drukken.
rewrite
‘Rewrite’ betekent hier een deel opnieuw schrijven met de besproken correctie. Het staat na ‘will’ in ‘will rewrite that part’. Je gebruikt ‘rewrite’ met een object wanneer je een tekst of tekstgedeelte opnieuw formuleert of schrijft.
part
‘Part’ verwijst hier naar een bepaald gedeelte van het huiswerk of de zin. In ‘that part’ wordt het gedeelte aangewezen dat opnieuw geschreven zal worden. Je gebruikt ‘part’ voor een sectie of onderdeel van een tekst, taak of geheel.
now
‘Now’ betekent hier op dit moment, dus meteen tijdens de bespreking. Het staat aan het einde van ‘I will rewrite that part now’. Je gebruikt ‘now’ om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
help
In ‘help you remember the rule’ betekent ‘help’ ondersteunen bij het onthouden van de regel. Het staat vóór ‘you remember’ en krijgt de persoon die steun ontvangt als object. Je gebruikt het patroon ‘help + persoon + werkwoord’ om te zeggen dat iemand iets gemakkelijker kan doen.
remember
‘Remember’ betekent hier de regel in het geheugen houden. Het staat na ‘help you’ in de constructie ‘help you remember the rule’. Je gebruikt ‘remember’ met iets dat je niet wilt vergeten, zoals een regel, afspraak of naam.
rule
‘Rule’ betekent hier een principe voor het juiste gebruik van taal. In ‘the rule’ gaat het om de specifieke grammaticaregel die de leerling moet onthouden. Je gebruikt ‘rule’ voor een vaste richtlijn die bepaalt wat in een bepaalde situatie geldt.