Samen naar een muziekevenement | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a community hall, two friends plan to attend a music event, get tickets at the door, and choose where to meet..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen naar een muziekevenement oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

There's a music event at the community hall.

derz uh mjoe-zik i-vent et de ku-mjoe-ni-tie hol. Er is een muziekevenement in het buurthuis.
B

That sounds interesting. Is it easy to join?

det saundz intresting. iz it iezie te djoin? Dat klinkt interessant. Is het makkelijk om mee te doen?
A

We can get tickets at the door.

wie ken get tikets et de dor. We kunnen kaartjes aan de deur kopen.
B

I'd like to go with you if you're free.

aid laik te gou wid joe if jor frii. Ik wil graag met je meegaan als je tijd hebt.
A

I'll bring the event information.

ail bring die i-vent in-fer-mee-sjun. Ik neem de informatie over het evenement mee.
B

We can use it to decide when to arrive.

wie ken joez it te disaid wen te erraiv. We kunnen die gebruiken om te beslissen wanneer we aankomen.
A

Let's choose a meeting place that's easy to find too.

lets tsjoez uh mieting plees dets iezie te faind toe. Laten we ook een ontmoetingsplek kiezen die makkelijk te vinden is.
B

A clear plan will make the evening easier.

uh klir plen wil meik die ie-vning ie-zier. Een duidelijk plan maakt de avond makkelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. There's a music event at the community hall.

    Er is een muziekevenement in het buurthuis.

    There's
    er is
    music
    muziek
    event
    evenement
    community
    gemeenschap
    hall
    zaal
    Uitgebreide uitleg

    There's is de samentrekking van there is. Hier introduceert die een bestaand enkelvoudig ding op een bepaalde plaats: “er is …”. Het gaat dus om bestaan of aanwezigheid, niet om een hoeveelheid. Vergelijk voor meervoud There are two events. = “Er zijn twee evenementen.” In de vraag van de context staat Is it ...?; dat is een andere constructie, omdat daar it naar het evenement verwijst. music staat hier vóór event en beschrijft het soort evenement: een evenement dat met muziek te maken heeft. Als zelfstandig naamwoord betekent music meestal “muziek”; in deze positie werkt het als een bepaling bij het volgende zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: a music class = “een muziekles”. event is een zelfstandig naamwoord voor een georganiseerde gebeurtenis of activiteit. Het is enkelvoud, wat aansluit bij is in there is. De combinatie a music event betekent hier “een muziekevenement”; a introduceert één niet nader bepaald evenement, maar legt op zichzelf niet de nadruk op het getal één. community staat vóór hall en geeft aan welk soort zaal bedoeld wordt: een zaal die bij de lokale gemeenschap hoort of daarvoor bestemd is. Als zelfstandig naamwoord betekent community “gemeenschap”. Voorbeeld: a community garden = “een gemeenschappelijke tuin” of “een buurttuin”, afhankelijk van de context. hall is een zelfstandig naamwoord voor een grote ruimte of zaal. In the community hall maakt the de bedoelde zaal bepaald; de combinatie betekent “het buurthuis” in de gegeven vertaling. Het lidwoord the wordt hier niet afzonderlijk als een hoeveelheid gebruikt. Samen vormen de delen: There's + a music event + at + the community hall. At geeft de locatie aan. De hele zin betekent daarom: “Er is een muziekevenement in het buurthuis.”

  2. That sounds interesting. Is it easy to join?

    Dat klinkt interessant. Is het makkelijk om mee te doen?

    That
    dat
    sounds
    klinkt
    interesting
    interessant
    Is it
    is het?
    easy
    makkelijk
    to join
    meedoen
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier naar het muziekevenement uit de vorige zin. Als aanwijzend voornaamwoord kan that naar één ding of gebeurtenis verwijzen; het staat hier als onderwerp van de eerste zin. Het meervoud is those. sounds is hier het werkwoord sound in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. In deze betekenis gaat het om een indruk die iets geeft: “klinken” of “overkomen”. Bij I/you/we/they staat de basisvorm: sound; bij he/she/it krijgt het werkwoord hier -s: It sounds good. — “Het klinkt goed.” interesting is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “interessant”. Het beschrijft wat voor indruk het evenement maakt. De vorm verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud: an interesting event en interesting events. Is it vormt het begin van een ja-neevraag. it is hier hetzelfde evenement als bij That, en is is de vorm van be bij it; in een vraag staat is vóór het onderwerp: Is it ...? In een mededeling staat de volgorde anders: It is .... easy betekent “makkelijk” en beschrijft hier hoe eenvoudig deelname is. Na be kan een bijvoeglijk naamwoord zo’n beoordeling geven: The task is easy. — “De taak is makkelijk.” Het tegenovergestelde is difficult of, in alledaags Engels, hard. 'to join' bestaat uit het infinitiefmerkteken to en het werkwoord join. In deze context betekent join “meedoen” of “deelnemen” aan het evenement; het betekent hier niet noodzakelijk dat iemand zich bij een organisatie aansluit. De basisvorm van het werkwoord is join; na to blijft die vorm staan: It is easy to join. — “Het is makkelijk om mee te doen.” Samen betekent That sounds interesting.: “Dat klinkt interessant.” Daarna vraagt Is it easy to join? of het makkelijk is om aan het genoemde evenement mee te doen. De volledige betekenis is dus: “Dat klinkt interessant. Is het makkelijk om mee te doen?”

  3. We can get tickets at the door.

    We kunnen kaartjes aan de deur kopen.

    We can
    wij kunnen
    get
    kopen
    tickets
    kaartjes
    at the door
    aan de deur
    Uitgebreide uitleg

    We can betekent hier dat de spreker samen met minstens één andere persoon de mogelijkheid heeft om iets te doen. Can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het werkwoord in de basisvorm: can get, niet can gets of can to get. Het onderwerp we verwijst naar de spreker en anderen, maar de zin specificeert niet hoeveel anderen. Voorbeeld: We can leave now. — We kunnen nu vertrekken. Get betekent in deze zin ‘kopen’ of ‘verkrijgen’, omdat het over kaartjes gaat. De basisvorm is get; veelvoorkomende vormen zijn gets bij he/she/it, got voor het verleden en gotten als voltooid deelwoord in varianten van het Engels die die vorm gebruiken. De betekenis van get hangt sterk van de context af: get a ticket kan bijvoorbeeld ‘een kaartje kopen’ of ‘een kaartje bemachtigen’ betekenen. Voorbeeld: I get my ticket online. — Ik koop mijn kaartje online. Tickets betekent ‘kaartjes’ en is de meervoudsvorm van ticket. Het enkelvoud is ticket; voor meer dan één kaartje krijgt het woord de uitgang -s. Voorbeeld: She has two tickets. — Zij heeft twee kaartjes. At the door geeft de plaats aan: ‘aan de deur’ of, in deze context, bij de ingang. At wordt vaak gebruikt voor een specifieke plek of een punt waar iets gebeurt. The verwijst hier naar de relevante deur van de locatie; de zin zegt niet welke concrete deur dat buiten deze context is. Voorbeeld: We will meet at the door. — We spreken af bij de deur. Samen vormen de delen: We can + get tickets + at the door. De modale combinatie drukt mogelijkheid uit, get tickets betekent hier kaartjes kopen, en at the door zegt waar dat kan gebeuren. De volledige betekenis is daarom: ‘We kunnen kaartjes aan de deur kopen.’

  4. I'd like to go with you if you're free.

    Ik wil graag met je meegaan als je tijd hebt.

    I'd like
    ik zou graag willen
    go
    gaan
    with you
    met jou/je
    if
    als
    free
    beschikbaar; tijd hebben
    Uitgebreide uitleg

    I'd like is de verkorte vorm van I would like. In deze zin drukt would like een beleefde wens uit; het is niet hetzelfde als de voorwaarde in if. Een veelgebruikt patroon is I’d like to + werkwoord: I’d like to learn. — Ik zou graag willen leren. go is hier de basisvorm na to in to go: gaan. De belangrijkste vormen zijn go (basisvorm), went (verleden tijd) en gone (voltooid deelwoord). Na would like to blijft het werkwoord in de basisvorm: She’d like to stay. — Zij zou graag willen blijven. with you betekent hier dat de spreker samen met de aangesprokene gaat. You kan in het Engels zowel één persoon als meerdere personen aanduiden en verandert niet voor onderwerp of object. Het patroon go with + persoon betekent ‘met iemand meegaan’: Come with us. — Ga met ons mee. if leidt een voorwaardelijke bijzin in: als de genoemde voorwaarde geldt. In dit patroon staat de voorwaarde na de hoofdzin: I’ll call you if I’m free. — Ik bel je als ik tijd heb. If betekent hier niet automatisch ‘of’ in een indirecte vraag; het introduceert een voorwaarde. free betekent hier ‘beschikbaar’: de aangesprokene heeft tijd om mee te gaan. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In you’re free is you’re de verkorte vorm van you are; samen betekent dit dat de aangesprokene beschikbaar is. In andere contexten kan free bijvoorbeeld ‘gratis’ betekenen: The tickets are free. — De kaartjes zijn gratis. Het kan ook ‘vrij’ betekenen, afhankelijk van de context. De hele zin volgt het patroon I’d like to + handeling + with + persoon + if + voorwaarde: de spreker zegt dat die graag met de aangesprokene wil meegaan, op voorwaarde dat die persoon tijd heeft. De Nederlandse vertaling geeft dit weer als: ‘Ik wil graag met je meegaan als je tijd hebt.’

  5. I'll bring the event information.

    Ik neem de informatie over het evenement mee.

    I'll
    ik zal
    bring
    meenemen
    event
    evenement
    information
    informatie
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: I is het onderwerp en will helpt hier om een toekomstige handeling of toezegging uit te drukken. De vorm I'll is geschikt voor een toekomstige handeling door de spreker. Voorbeeld: I'll call you tomorrow. — Ik bel je morgen. bring betekent hier iets meenemen naar de plaats of persoon die in de context relevant is. De basisvorm is bring; na will blijft het werkwoord in de basisvorm: will bring, niet een vervoegde vorm. Een nuttig contrast is bring tegenover take: bring richt zich op de bestemming of ontvanger waar iets naartoe komt, terwijl take iets vanaf de huidige plaats ergens anders naartoe brengt. Voorbeeld: Please bring your passport. — Neem je paspoort mee. event is een zelfstandig naamwoord voor een georganiseerde gebeurtenis, zoals een bijeenkomst of activiteit. In the event verwijst the naar een specifiek evenement dat voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het meervoud is events. Voorbeeld: The event starts at six. — Het evenement begint om zes uur. information betekent informatie. Dit woord is in het Engels normaal niet-telbaar: zeg some information of a piece of information, niet doorgaans an information of informations. In deze zin gaat het om informatie over het evenement; information zelf krijgt geen meervoudsuitgang. Samen vormen de delen I'll bring en the event information de betekenis: de spreker zegt toe de informatie over het specifieke evenement mee te nemen. De volledige zin betekent daarom: Ik neem de informatie over het evenement mee.

  6. We can use it to decide when to arrive.

    We kunnen die gebruiken om te beslissen wanneer we aankomen.

    We can
    we kunnen
    use
    gebruiken
    it
    die
    to decide
    beslissen
    when
    wanneer
    to arrive
    aankomen
    Uitgebreide uitleg

    We can bestaat uit het onderwerp we en het modale hulpwerkwoord can. Can drukt hier mogelijkheid of praktische bruikbaarheid uit; het verandert niet met de persoon: I can, she can, we can. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to. use betekent hier iets gebruiken of inzetten. De basisvorm is use; voorbeelden zijn I use this map — “Ik gebruik deze kaart” — en We can use it — “We kunnen het gebruiken”. Het onderwerp van use is in deze zin we, maar de vorm van use verandert niet na can. it is een Engels persoonlijk voornaamwoord in de objectfunctie. In deze context verwijst het, volgens de vaste vertaling en de voorafgaande zin, naar de informatie over het evenement. Het is dus het middel dat gebruikt kan worden; de grammaticale vorm it legt niet zelfstandig uit welk concreet ding bedoeld wordt. to decide is de infinitief van decide, “beslissen”. De constructie use something to decide ... geeft het doel van het gebruiken aan: iets gebruiken om een beslissing te nemen. Vergelijk: They use a map to decide where to go — “Ze gebruiken een kaart om te beslissen waar ze heen gaan.” when introduceert hier een ingebedde vraag naar het tijdstip: “wanneer”. In when to arrive staat geen volledig uitgesproken onderwerp in het Engelse deel; uit de vaste vertaling blijkt dat het gaat om wanneer we aankomen. Dit is iets anders dan een gewone hoofdvraag zoals When do we arrive? — “Wanneer komen we aan?” to arrive is de infinitief van arrive, “aankomen”. In when to arrive benoemt deze infinitief de gebeurtenis waarvan het tijdstip bepaald moet worden. De vorm arrive krijgt na to geen persoonsuitgang: to arrive, niet to arrives. Samen vormt de zin het patroon We can use X to decide when to Y: “We kunnen X gebruiken om te beslissen wanneer we Y.” Hier is X it — de eerder genoemde evenementinformatie — en Y arrive. De volledige betekenis is daarom: we kunnen die informatie gebruiken om te beslissen wanneer we aankomen. De constructie is neutraal en bruikbaar voor andere middelen en handelingen, bijvoorbeeld We can use the timetable to decide when to leave — “We kunnen de dienstregeling gebruiken om te beslissen wanneer we vertrekken.”

  7. Let's choose a meeting place that's easy to find too.

    Laten we ook een ontmoetingsplek kiezen die makkelijk te vinden is.

    Let's choose
    laten we kiezen
    meeting place
    ontmoetingsplek
    easy
    makkelijk
    to find
    vinden
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Let's choose is een vaste manier om een voorstel te doen met we: let's komt van let us, gevolgd door het werkwoord in de basisvorm. Choose betekent hier ‘kiezen’ en heeft als belangrijke vormen choose (tegenwoordige basisvorm), chose (verleden tijd) en chosen (voltooid deelwoord). Voorbeeld: Let's choose a time. — Laten we een tijd kiezen. meeting place is een samenstelling: meeting bepaalt het soort place, namelijk een plek voor een ontmoeting. Het zelfstandig naamwoord place kan ook algemener ‘plaats’ of ‘plek’ betekenen. Voorbeeld: This is a good meeting place. — Dit is een goede ontmoetingsplek. easy is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘makkelijk’ of ‘gemakkelijk’. In easy to find beschrijft het de mate waarin iets gevonden kan worden. De vergelijkingsvormen zijn easier en easiest; easier betekent ‘makkelijker’. Voorbeeld: The station is easy to find. — Het station is makkelijk te vinden. to find is de infinitief van find, ‘vinden’. De basisvorm is find, de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn found en found. In easy to find volgt deze infinitief op het bijvoeglijk naamwoord en geeft hij aan wat makkelijk is: de ontmoetingsplek vinden. too betekent hier ‘ook’ en staat aan het einde van de zin. Het voegt dit voorstel toe aan wat al eerder besproken is; het betekent hier niet ‘te’ in de betekenis van ‘overmatig’. Voorbeeld: Let's invite Sam too. — Laten we Sam ook uitnodigen. De volledige structuur is Let's choose + [zelfstandig naamwoord] + that's easy to find + too. That's is de samentrekking van that is; that verwijst hier naar meeting place. De bijzin that's easy to find beschrijft dus de ontmoetingsplek, en too voegt het voorstel toe. Samen betekent de zin: ‘Laten we ook een ontmoetingsplek kiezen die makkelijk te vinden is.’

  8. A clear plan will make the evening easier.

    Een duidelijk plan maakt de avond makkelijker.

    clear
    duidelijk
    plan
    plan
    will
    zal
    make
    maken
    evening
    avond
    easier
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    clear betekent hier dat iets begrijpelijk of goed te overzien is. Het is een bijvoeglijk naamwoord; de vergrotende trap is clearer en de overtreffende trap clearest. Voorbeeld: The instructions are clear. = De instructies zijn duidelijk. plan is een zelfstandig naamwoord voor een voornemen of een georganiseerde aanpak. Het meervoud is plans. Voorbeeld: We need a plan. = We hebben een plan nodig. will staat hier vóór make en markeert een gebeurtenis in de toekomst. Het verandert niet naar persoon of getal: I will, she will en they will gebruiken allemaal will. Voorbeeld: The weather will improve. = Het weer zal verbeteren. make betekent hier dat iets een bepaald gevolg veroorzaakt: een duidelijk plan zorgt ervoor dat de avond gemakkelijker wordt. De basisvorm is make; na will blijft het werkwoord in de basisvorm staan. In andere tijden kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld made voor verleden tijd. Voorbeeld: This map makes the route easier. = Deze kaart maakt de route gemakkelijker. evening betekent de avond, dus het deel van de dag tussen de namiddag en de nacht. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; evenings is het meervoud. Voorbeeld: The evening was quiet. = De avond was rustig. easier is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord easy (gemakkelijk). De keten is easy – easier – easiest. Hier vergelijkt easier de avond met een niet nader genoemde eerdere of andere toestand: de avond wordt gemakkelijker. Voorbeeld: This route is easier. = Deze route is gemakkelijker. Samen vormen de delen: A clear plan = een duidelijk plan; will make = zal ... maken of ervoor zorgen dat ... wordt; en the evening easier = de avond gemakkelijker. De volledige betekenis is dus: een duidelijk plan zal ervoor zorgen dat de avond gemakkelijker verloopt. De Engelse zin gebruikt expliciet de toekomstige vorm met will, terwijl de vaste Nederlandse vertaling de tegenwoordige tijd maakt gebruikt; beide drukken hier dezelfde bedoelde uitkomst uit.

Grammatica

would like + to + verb

I'd like to go with you.

aid laik te gou wid joe.

Ik zou graag met je meegaan.

Gebruik would like + to + werkwoord om beleefd te zeggen wat je graag wilt doen.

comparative adjective: easier

The plan is easier.

de plen iz ie-zier.

Het plan is makkelijker.

Gebruik easier om te zeggen dat iets minder moeilijk is dan iets anders.

Engels woordenschat

bring werkwoord
bring meenemen
community hall uitdrukking
ku-mjoe-ni-tie hol buurthuis
decide werkwoord
disaid beslissen
door zelfstandig naamwoord
dor deur
free bijvoeglijk naamwoord
frii vrij
I'd like to go with you uitdrukking
aid laik te gou wid joe ik zou graag met je meegaan
information zelfstandig naamwoord
in-fer-mee-sjun informatie
interesting bijvoeglijk naamwoord
intresting interessant
join werkwoord
djoin meedoen
music event uitdrukking
mjoe-zik i-vent muziekevenement
tickets zelfstandig naamwoord
tikets kaartjes
use werkwoord
joez gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik neem de informatie over het evenement mee.

Antwoord tonenI'll bring the event information.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

interessant

Antwoord toneninteresting

deur

Antwoord tonendoor

meenemen

Antwoord tonenbring

meedoen

Antwoord tonenjoin