Een tas inpakken voor een uitstapje | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before an outing, two adults check a packed bag for a charger, a snack, a raincoat, and water..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een tas inpakken voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I'm packing my bag for the outing.

ajm pékking maj bèg fer dhi auting. Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.
B

What do you still need to bring?

wot duh joe stil niid tuh bring? Wat moet je nog meenemen?
A

I have a charger, a snack, and a raincoat.

aj hev uh tsjaardzjer, uh snèk, ənd uh reinkoòt. Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.
B

That should cover you if the weather changes.

dhet sjud kaver joe if dhuh wedher tsjeindzjiz. Daarmee heb je genoeg bij je als het weer verandert.
A

Should I bring an extra bottle of water?

sjoed aj bring ən ekstrə botəl əv wotər? Zal ik een extra fles water meenemen?
B

Bring one in case the walk takes longer than expected.

bring wun in kees dhuh wok teiks longger dhan ekspektid. Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.
A

My bag is full.

maj bèg iz foel. Mijn tas is vol.
A

It isn't too heavy.

it izənt toe hevi. Hij is niet te zwaar.
B

Then you're ready to head out.

dhen jur redi tuh hed aut. Dan ben je klaar om te vertrekken.

Uitleg van de zinnen

  1. I'm packing my bag for the outing.

    Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.

    I'm
    ik ben
    packing
    aan het inpakken
    my
    mijn
    bag
    tas
    for
    voor
    outing
    uitstapje
    Uitgebreide uitleg

    I'm is de samentrekking van I am: I is het onderwerp en am is de vorm van be voor I. Hier helpt am om de vorm be + werkwoord op -ing te maken voor een handeling die nu bezig is. Voorbeeld: I'm reading. = Ik ben aan het lezen. packing komt van het werkwoord pack en betekent hier dat de spreker bezig is spullen in een tas te doen. De uitgang -ing hoort bij de doorlopende vorm: am packing = ben aan het inpakken. Zonder die vorm kan I pack my bag een gewoonte of een algemene handeling beschrijven; I'm packing my bag richt de aandacht op wat nu gebeurt. my is een bezittelijk woord bij de eerste persoon enkelvoud. Het geeft aan dat de tas van de spreker is. Het verandert in het Engels niet mee met het enkelvoud of meervoud van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord: my bag en my bags. Vergelijk your bag = jouw/uw tas. bag is een zelfstandig naamwoord voor een tas. Het kan enkelvoud of meervoud zijn: a bag = een tas, bags = tassen. In de vaste zin staat het enkelvoud, omdat het over één tas gaat. for verbindt my bag met the outing en geeft hier het doel of de gelegenheid aan: de tas wordt klaargemaakt voor het uitstapje. In deze betekenis kun je hetzelfde patroon hergebruiken: I packed a lunch for the trip. = Ik pakte een lunch in voor de reis. outing is een zelfstandig naamwoord voor een uitstapje. Het is gevormd uit out met de uitgang -ing, maar functioneert hier als een zelfstandig naamwoord voor een geplande activiteit, niet als de werkwoordsvorm in I'm packing. Het lidwoord the maakt duidelijk dat het om een bepaald uitstapje gaat dat in de context identificeerbaar is. Samen vormen I'm packing en my bag de betekenis ‘ik ben mijn tas aan het inpakken’. for the outing zegt waarvoor of voor welke gelegenheid dat gebeurt. De volledige zin betekent dus: ‘Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.’

  2. What do you still need to bring?

    Wat moet je nog meenemen?

    What
    wat
    do you
    je ...?
    still
    nog
    need
    nodig hebben; moeten
    to bring
    meenemen
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt naar het ding of de dingen die nodig zijn. In deze zin is het het object van bring: de vraag betekent dus welke spullen je nog moet meenemen. Voorbeelden: What do you want? = “Wat wil je?”; Who do you need? vraagt naar een persoon. do you vormt hier samen met het volgende werkwoord een vraag in de tegenwoordige tijd. Do is in deze constructie een hulpwerkwoord; you is het onderwerp. Na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do you need ...? Niet: *Does you need ...?* Bij he of she wordt het Does he need ...?. still betekent hier “nog”: iets is op dit moment nog steeds nodig of moet nog gebeuren. Het woord drukt voortduring uit, niet een extra voorwerp. Voorbeeld: Do you still need the key? = “Heb je de sleutel nog nodig?” need is hier het zelfstandige werkwoord “nodig hebben” en staat na do in de basisvorm. De constructie need to betekent dat iemand iets moet of nodig heeft om te doen. Handige vormen zijn need, needs bij he/she/it, en needed in de verleden tijd. Voorbeeld: I need to rest. = “Ik moet rusten.” to bring bestaat uit to plus de basisvorm bring. Bring betekent hier iets meenemen naar de bedoelde plaats of persoon; de volledige vorm need to bring betekent “moeten meenemen”. De belangrijke vormen zijn bring – brought – brought. Voorbeeld: Please bring your coat. = “Neem alsjeblieft je jas mee.” Samen staat de vraagstructuur vóór de inhoud: What + do you + still need + to bring? De spreker vraagt welke dingen je op dat moment nog moet meenemen. In de gegeven context gaat het om spullen voor het uitstapje, zonder dat deze zin zelf bepaalt welke spullen dat zijn. De natuurlijke volledige betekenis is: “Wat moet je nog meenemen?”

  3. I have a charger, a snack, and a raincoat.

    Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.

    I have
    ik heb
    charger
    oplader
    snack
    snack
    raincoat
    regenjas
    Uitgebreide uitleg

    I have betekent hier dat de spreker deze dingen bij zich heeft of bezit. have is de basisvorm; bij I gebruik je in de tegenwoordige tijd have, niet has (bijvoorbeeld: “I have a map.” — “Ik heb een kaart.”). In een vraag staat vaak Do I have ...?, en de ontkenning is I don’t have .... charger is een oplader: een apparaat of accessoire waarmee je een ander apparaat van stroom voorziet. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er hier a charger. Voorbeeld: “I need a charger.” — “Ik heb een oplader nodig.” snack betekent een kleine hap of lichte versnapering tussen maaltijden. Ook dit is hier een enkelvoudig, telbaar zelfstandig naamwoord met a: “I packed a snack.” — “Ik heb een snack ingepakt.” raincoat betekent regenjas: kleding die je tegen regen beschermt. Het woord is een samenstelling van rain en coat, maar raincoat functioneert als één zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: “She wears a raincoat.” — “Zij draagt een regenjas.” De drie zelfstandige naamwoorden staan in een opsomming: a charger, a snack, and a raincoat. A staat bij elk afzonderlijk enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord. Hier markeert a een niet nader bepaalde exemplaar van elk soort voorwerp; het is niet op zichzelf een expliciete telling. And verbindt de laatste twee delen van de opsomming. Samen betekent de zin: “Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.” De tegenwoordige vorm I have presenteert deze drie voorwerpen als wat de spreker op dat moment heeft of bij zich heeft.

  4. That should cover you if the weather changes.

    Daarmee heb je genoeg bij je als het weer verandert.

    That
    daarmee
    should cover you
    zou voor jou moeten volstaan
    the weather
    het weer
    changes
    verandert
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier, in samenhang met de vooraf genoemde spullen, naar die uitrusting als geheel. Het is een aanwijzend voornaamwoord; het staat dus niet voor een nieuw, afzonderlijk voorwerp. In dit gebruik kun je bijvoorbeeld zeggen: “That is enough.” — “Dat is genoeg.” should cover you betekent hier dat iets waarschijnlijk voldoende is voor iemands behoeften of situatie. should is het modale werkwoord voor een verwachting of redelijke waarschijnlijkheid; het betekent hier niet simpelweg een verplichting. cover is de zelfstandige werkwoordsvorm na should; na een modaal werkwoord komt in het Engels deze vorm zonder to. De letterlijke betekenis “bedekken” is hier niet bedoeld. you is het object en betekent de aangesproken persoon. Het patroon is: something should cover someone — iets zou voor iemand moeten volstaan. Voorbeeld: “This amount should cover us.” — “Dit bedrag zou voor ons moeten volstaan.” the weather betekent “het weer”. weather is hier een ontelbaar zelfstandig naamwoord: in deze algemene betekenis gebruik je normaal niet a weather. the maakt het weer als de relevante weersituatie in deze context specifiek. Voorbeeld: “The weather is cold today.” — “Het weer is vandaag koud.” changes betekent hier “verandert”. De basisvorm is change; changes is de tegenwoordige tijd in de derde persoon enkelvoud, omdat het onderwerp the weather is. Bij andere onderwerpen blijft de vorm in de tegenwoordige tijd meestal change, bijvoorbeeld: “The conditions change quickly.” — “De omstandigheden veranderen snel.” Samen vormen de delen de voorwaardelijke betekenis: de genoemde uitrusting zal waarschijnlijk voldoende zijn wanneer het weer verandert. if the weather changes geeft de voorwaarde; de hele zin betekent daarom: “Daarmee heb je genoeg bij je als het weer verandert.”

  5. Should I bring an extra bottle of water?

    Zal ik een extra fles water meenemen?

    Should I
    Zal ik …?
    bring
    meenemen
    extra
    extra
    bottle
    fles
    water
    water
    Uitgebreide uitleg

    Should I vormt hier een vraag waarin de spreker om advies of bevestiging vraagt over een mogelijke handeling. Should staat vóór het onderwerp I; in een gewone mededelende zin staat de volgorde anders: I should bring ... = “ik zou ... moeten meenemen”. Voorbeeld: Should I call you later? — “Zal ik je later bellen?” bring betekent hier iets meenemen naar een relevante plaats of situatie. De basisvorm is bring; na should blijft het werkwoord in deze vorm: Should I bring ...? In een mededelende zin zonder modaal hulpwerkwoord verandert de vorm met het onderwerp: I bring, maar she brings. Het tegengestelde perspectief is vaak take: bring benadrukt bewegen naar een gesprekspartner of relevante plaats, terwijl take bewegen daarvandaan kan benadrukken. Voorbeeld: Bring your coat. — “Neem je jas mee.” extra betekent hier “aanvullend, meer dan al nodig of aanwezig is”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord: an extra bottle. Voorbeeld: We need an extra chair. — “We hebben een extra stoel nodig.” bottle is het zelfstandig naamwoord voor een fles, dus een houder voor bijvoorbeeld drinken. Het meervoud is bottles: one bottle, two bottles. In an extra bottle staat an bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord; de keuze tussen a en an hangt af van de klank aan het begin van het daaropvolgende woord. Het lidwoord op zichzelf stelt geen totale hoeveelheid vast. Voorbeeld: The bottle is empty. — “De fles is leeg.” water is het zelfstandig naamwoord voor water. In deze betekenis is het gewoonlijk ontelbaar: some water, niet normaal gesproken a water wanneer de vloeistof zelf wordt bedoeld. Een hoeveelheid kan wel met een maateenheid of houder worden uitgedrukt, zoals a bottle of water — “een fles water”. In de vaste zin bepaalt bottle de telbare eenheid; of water zegt wat erin zit. Samen bestaat de vraag uit het patroon Should I + werkwoord ...?, gevolgd door het voorwerp an extra bottle of water. De spreker vraagt dus of die een aanvullende fles water moet meenemen. De volledige betekenis is: “Zal ik een extra fles water meenemen?”

  6. Bring one in case the walk takes longer than expected.

    Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.

    Bring
    meenemen
    one
    één exemplaar van het bedoelde voorwerp
    in case
    voor het geval dat
    the walk
    de wandeling
    takes
    duurt
    longer
    langer
    than expected
    dan verwacht
    Uitgebreide uitleg

    Bring staat hier als bevel: “neem mee”. De basisvorm is bring; een bevel gebruikt deze vorm zonder genoemd onderwerp. Bring your coat. = “Neem je jas mee.” In deze context betekent het iets meenemen voor onderweg. one verwijst hier naar één exemplaar van iets dat al uit de context bekend is. De vorige zin noemt een extra fles water, zodat één extra fles als bedoeld voorwerp wordt ondersteund. One herhaalt het zelfstandig naamwoord niet: I need a pen. Bring one. = “Ik heb een pen nodig. Neem er een mee.” in case leidt een voorzorgsreden in: “voor het geval dat”. Het beschrijft een mogelijke omstandigheid waarvoor je nu handelt. Take an umbrella in case it rains. = “Neem een paraplu mee voor het geval het regent.” the walk betekent hier “de wandeling”. Walk kan als zelfstandig naamwoord naar een wandeling verwijzen, maar ook als werkwoord voorkomen: We walk every day. = “We wandelen elke dag.” Het lidwoord the markeert de wandeling die in deze situatie bedoeld is. takes komt van take en betekent hier “duren”, niet “nemen”. In de tegenwoordige tijd krijgt het werkwoord bij het enkelvoudige onderwerp the walk de vorm takes: The meeting takes an hour. = “De vergadering duurt een uur.” longer is de vergrotende trap van long: long → longer → the longest. Hier gaat het om een duur die langer is dan verwacht. The trip is longer than usual. = “De reis duurt langer dan gewoonlijk.” than expected betekent “dan verwacht”. Expected is hier het voltooid deelwoord van expect in een verkorte vergelijking: “dan [men] verwachtte”, natuurlijk weergegeven als “dan verwacht”. De zin specificeert niet wie die verwachting had. The work took longer than expected. = “Het werk duurde langer dan verwacht.” Samen geeft Bring one de handeling, in case de voorzorgsreden en the walk takes longer than expected de mogelijke omstandigheid. De volledige betekenis is: neem één exemplaar van het eerder bedoelde voorwerp mee, voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht. De vorm is een directe, praktische instructie.

  7. My bag is full.

    Mijn tas is vol.

    My
    mijn
    bag
    tas
    full
    vol
    Uitgebreide uitleg

    My betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit aanduidt: my bag = “mijn tas”. Het verwijst naar de spreker als bezitter. In het Engels blijft my hetzelfde voor enkelvoud en meervoud: my bag, my bags; het verandert niet mee met het geslacht of de naamval van het bezit. bag is het zelfstandig naamwoord “tas”. Het is hier enkelvoud; het meervoud is bags. Voor een telbaar enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat in deze zin een bezittelijk woord: my bag. Voorbeeld: My bags are full. = “Mijn tassen zijn vol.” full is het bijvoeglijk naamwoord “vol”. Het beschrijft de toestand van de tas na het koppelwerkwoord is. De vergelijkende vorm is fuller en de overtreffende vorm fullest, hoewel de gewone vorm hier volstaat. Voorbeeld: The bag is empty. = “De tas is leeg.” Empty is hier het relevante tegenovergestelde van full. Samen vormen My bag het onderwerp. is is de vorm van het werkwoord be bij een enkelvoudig onderwerp en verbindt het onderwerp met de toestand full. De hele zin My bag is full. betekent daarom: “Mijn tas is vol.” De zin zegt dat de tas van de spreker zich in een volle toestand bevindt.

  8. It isn't too heavy.

    Hij is niet te zwaar.

    It isn't
    hij is niet
    too
    te
    heavy
    zwaar
    Uitgebreide uitleg

    It isn't is de verkorte vorm van It is not. It is hier een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud voor het bedoelde voorwerp; het Engels geeft in deze vorm geen grammaticaal geslacht aan. De vaste vertaling gebruikt daarvoor hij. is is de tegenwoordige-tijdsvorm van be bij it. In een ontkenning komt not na is: It is not ..., vaak verkort tot It isn't .... Voorbeeld: It isn't ready. = “Het is niet klaar.” too betekent hier “te” in de betekenis van “meer dan gewenst of geschikt”. Het drukt dus een te hoge mate uit, niet alleen een hoge mate. Vergelijk very heavy (“erg zwaar”) met too heavy (“te zwaar”). Voorbeeld: This box is too heavy. = “Deze doos is te zwaar.” heavy is het bijvoeglijk naamwoord “zwaar”. De basisvorm is heavy; de vergrotende trap is heavier en de overtreffende trap the heaviest. Bij heavier verandert y in i vóór -er. Voorbeeld: This bag is heavier. = “Deze tas is zwaarder.” Samen vormen de delen It isn't too heavy. de ontkennende beoordeling dat het bedoelde voorwerp niet zó zwaar is dat het boven de bedoelde of aanvaardbare grens komt: “Hij is niet te zwaar.” De Engelse zin gebruikt daarvoor isn't vóór de combinatie too heavy.

  9. Then you're ready to head out.

    Dan ben je klaar om te vertrekken.

    Then
    dan
    you're
    je bent
    ready
    klaar
    head out
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier “dan” en verwijst naar het volgende moment of de volgende stap. Het kan ook “toen” betekenen bij een gebeurtenis in het verleden, maar die lezing past hier niet. Voorbeeld: “Finish your coffee, then leave.” = “Drink je koffie op en vertrek dan.” you're is de samentrekking van you are: “je bent” of “u bent”. You kan in het Engels naar één persoon of naar meerdere personen verwijzen; de vorm verandert niet voor enkelvoud en meervoud. In deze zin is are het werkwoord be in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: “You’re early.” = “Je bent vroeg.” ready is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. De gebruikelijke constructie be ready to + werkwoord betekent dat iemand klaar is om iets te doen: “I’m ready to leave.” = “Ik ben klaar om te vertrekken.” head out is een werkwoordelijke combinatie en betekent hier “vertrekken” of “weggaan”. Head betekent in deze combinatie niet letterlijk alleen “hoofd”; out geeft de richting naar buiten of weg aan. De basisvorm is head out; na he, she of it krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal -s: heads out. Voorbeeld: “We should head out now.” = “We moeten nu vertrekken.” Samen vormen de delen Then + you're ready + to head out de betekenis: “Dan ben je klaar om te vertrekken.” To head out is hier het doel of de handeling waarvoor iemand klaar is. De zin spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; you kan daarbij grammaticaal zowel één persoon als meerdere personen aanduiden.

Grammatica

be + werkwoord-ing

I'm still packing my bag.

ajm stil pékking maj bèg.

Ik ben nog steeds mijn tas aan het inpakken.

De vorm be + werkwoord op -ing laat zien dat iets nu bezig is.

in case + zin

Bring an extra bottle in case the walk is longer.

bring ən ekstrə botəl in kees dhuh wok iz longger.

Neem een extra fles mee voor het geval dat de wandeling langer is.

Gebruik in case voor een voorzorgsmaatregel bij een mogelijke situatie.

Engels woordenschat

bag zelfstandig naamwoord
bèg tas
bring werkwoord
bring meenemen
change werkwoord
tsjeindzj veranderen changes
charger zelfstandig naamwoord
tsjaardzjer oplader
cover werkwoord
kaver ervoor zorgen dat iemand genoeg heeft
need werkwoord
niid nodig hebben
outing zelfstandig naamwoord
auting uitstapje
pack werkwoord
pèk inpakken packing
raincoat zelfstandig naamwoord
reinkoòt regenjas
snack zelfstandig naamwoord
snèk snack
still bijwoord
stil nog
weather zelfstandig naamwoord
wedher weer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn tas is vol.

Antwoord tonenMy bag is full.

Hij is niet te zwaar.

Antwoord tonenIt isn't too heavy.

Dan ben je klaar om te vertrekken.

Antwoord tonenThen you're ready to head out.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nog

Antwoord tonenstill

meenemen

Antwoord tonenbring

snack

Antwoord tonensnack

uitstapje

Antwoord tonenouting