My
In “My suitcase” betekent “My” dat de koffer van de spreker is: “mijn”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in “My suitcase”. Je gebruikt dit om bezit of verbondenheid aan te geven.
suitcase
“Suitcase” betekent hier “koffer”, het reisbagagestuk waarin de kleding en andere spullen zitten. Het woord staat in “My suitcase is messy”. Je kunt het gebruiken wanneer je over bagage voor een reis praat.
is
In “My suitcase is messy” verbindt “is” de koffer met de toestand “messy”: de koffer verkeert in die toestand. “Is” wordt hier gebruikt bij “My suitcase”. Je gebruikt deze vorm om een toestand of kenmerk van iets te beschrijven.
messy
“Messy” betekent hier “rommelig”: de spullen in de koffer liggen niet netjes geordend. In “My suitcase is messy” beschrijft het de toestand van de koffer. Je kunt het gebruiken voor een rommelige kamer, tas of andere plek.
and
“And” betekent “en” en verbindt in “My suitcase is messy, and we leave tomorrow” twee mededelingen. Het voegt informatie toe zonder tegenstelling aan te geven. Je gebruikt het om woorden, zinsdelen of volledige mededelingen met elkaar te verbinden.
we
“We” betekent “wij” of “we” en verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon. In “we leave tomorrow” is die groep degene die morgen vertrekt. Je gebruikt “we” wanneer je jezelf samen met anderen noemt.
leave
In “we leave tomorrow” betekent “leave” dat de groep vertrekt. Het staat na “we” en vóór het tijdwoord “tomorrow”. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen wanneer je van een plaats vertrekt.
tomorrow
“Tomorrow” betekent “morgen” en verwijst naar de dag na vandaag. In “we leave tomorrow” geeft het aan wanneer het vertrek plaatsvindt. Je kunt het aan het einde van een zin zetten om een toekomstige dag aan te geven.
Fold
“Fold” betekent hier “vouw” en is een directe opdracht om de shirts te vouwen. In “Fold the shirts first” staat het aan het begin van de opdracht. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt iets te vouwen.
the
“The” is het bepaalde lidwoord in “the shirts”, “the weight limit” en “The suitcase”; in het Nederlands kan dit “de” of “het” zijn. Het verwijst naar iets dat in de situatie als bepaald of herkenbaar wordt opgevat. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “the shirts”.
shirts
“Shirts” betekent hier “shirts” of “overhemden” en verwijst naar de kleding die gevouwen moet worden. In “Fold the shirts first” staat het na “the”. Je gebruikt het voor meer dan één shirt.
first
“First” betekent hier “eerst” en geeft aan dat het vouwen vóór de andere inpaktaken moet gebeuren. In “Fold the shirts first” staat het na de handeling. Je gebruikt het om de eerste stap of volgorde aan te geven.
to
In “to save space” maakt “to” deel uit van een doelconstructie: de shirts worden gevouwen met het doel ruimte te besparen. Het verbindt de handeling met het doel ervan. Je gebruikt deze combinatie vóór een werkwoord om een doel aan te geven.
save
“Save” betekent in “to save space” “besparen” of “vrijhouden”; het gaat om minder ruimte gebruiken. Het vormt samen met “space” de uitdrukking “to save space”. Je kunt die uitdrukking gebruiken wanneer een handeling ervoor zorgt dat er meer vrije ruimte overblijft.
space
“Space” betekent hier “ruimte”, namelijk vrije ruimte in de koffer. In “to save space” is het datgene waarvan je ruimte wilt besparen. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het organiseren van bagage of het indelen van een plek.
Should
In “Should I separate liquids from clothes?” betekent “Should” “zou ik moeten” en vraagt de spreker om advies. Samen met “I” vormt het een vraag over de juiste handeling. Je gebruikt “Should I ...?” om te vragen wat verstandig of passend is.
I
“I” betekent “ik” en verwijst naar de spreker. In “Should I separate liquids from clothes?” is de spreker degene die de handeling zou uitvoeren. Je gebruikt “I” wanneer je naar jezelf verwijst.
separate
“Separate” betekent hier “scheiden”: de vloeistoffen moeten apart van de kleding worden gehouden. In “separate liquids from clothes” geeft “from” aan waarvan ze worden gescheiden. Je gebruikt dit werkwoord voor het uit elkaar houden van twee soorten dingen.
liquids
“Liquids” betekent “vloeistoffen” en verwijst hier naar de vloeibare spullen in de bagage. Het woord komt voor in “separate liquids from clothes” en “Put liquids in a plastic bag”. Je gebruikt het voor stoffen die vloeibaar zijn.
from
In “separate liquids from clothes” geeft “from” aan waarvan de vloeistoffen gescheiden worden: van de kleding. Het hoort hier bij de combinatie “separate ... from ...”. Je kunt dit patroon gebruiken wanneer je één ding van een ander ding apart houdt.
clothes
“Clothes” betekent hier “kleding” en verwijst naar de kleding in de koffer. In “separate liquids from clothes” is het datgene waarvan de vloeistoffen apart moeten blijven. Je gebruikt het voor kledingstukken als groep.
Put
“Put” betekent hier “doe” of “leg” en is een opdracht om de vloeistoffen ergens in te plaatsen. In “Put liquids in a plastic bag” wordt daarna de bestemming genoemd. Je gebruikt deze vorm om iemand te vragen iets op een bepaalde plaats te zetten of leggen.
in
In “Put liquids in a plastic bag” betekent “in” dat de vloeistoffen binnen in de plastic zak moeten komen. Het geeft de plaats of bestemming van de handeling aan. Je gebruikt het vóór een ruimte of houder waarin iets terechtkomt.
a
“A” betekent hier “een” en introduceert één plastic zak zonder die zak eerder specifiek te hebben genoemd. In “a plastic bag” staat het vóór de beschrijving en het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het bij een enkelvoudig, niet nader bepaald ding.
plastic
“Plastic” beschrijft in “a plastic bag” het materiaal van de zak: het is een plastic zak. Het staat vóór “bag” en geeft daar extra informatie over. Je kunt het vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om materiaal of soort aan te geven.
bag
“Bag” betekent hier “zak” en verwijst naar de zak waarin de vloeistoffen moeten worden gedaan. In “a plastic bag” wordt het voorafgegaan door “plastic”. Je gebruikt het voor een tas of zak waarin je spullen meeneemt of bewaart.
before
“Before” betekent hier “voordat” en geeft aan dat het inpakken van de vloeistoffen later komt dan het in de zak doen. In “before you pack them” leidt het een volledige bijzin in. Je gebruikt het om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
you
“You” betekent hier “je” en verwijst naar de persoon die de vloeistoffen inpakt. In “before you pack them” is die persoon degene die de handeling uitvoert. Je gebruikt “you” om één persoon of meerdere aangesproken personen aan te spreken.
pack
“Pack” betekent hier “inpakken” en verwijst naar het in de bagage doen van de vloeistoffen. In “before you pack them” volgt het na “you”. Je gebruikt het voor het klaarmaken van spullen in een koffer, tas of andere verpakking.
them
“Them” betekent hier “ze” en verwijst naar “liquids”, de vloeistoffen. In “before you pack them” is het wat de aangesprokene inpakt. Je gebruikt “them” om naar eerder genoemde meervoudige dingen of personen te verwijzen.
feels
In “The suitcase feels close to the weight limit” geeft “feels” aan dat de koffer volgens de indruk van de spreker bijna aan de limiet zit. Het beschrijft hier geen aanraken, maar een beoordeling van de toestand. Je kunt deze vorm gebruiken om een indruk of gewaarwording van iets te beschrijven.
close
In de combinatie “feels close to the weight limit” betekent “close” “dicht bij” of “bijna”. Het geeft aan dat het gewicht van de koffer weinig onder de gewichtslimiet ligt. Je gebruikt “close to” vóór een grens, hoeveelheid of andere referentie.
weight
“Weight” betekent hier “gewicht” en verwijst naar hoe zwaar de koffer is. In “the weight limit” maakt het deel uit van een vaste combinatie over de toegestane hoeveelheid gewicht. Je gebruikt het wanneer je bespreekt hoe zwaar iets is.
limit
“Limit” betekent hier “limiet”, de hoogste toegestane grens. In “the weight limit” gaat het om de maximale hoeveelheid gewicht voor de koffer. Je gebruikt het voor een grens die niet overschreden mag worden.
Then
“Then” betekent hier “dan” en leidt het gevolg of de volgende stap in na de opmerking over de gewichtslimiet. In “Then move heavy books to your backpack” volgt de opdracht logisch uit de vorige zin. Je gebruikt het om een volgende handeling of gevolg aan te geven.
move
“Move” betekent hier “verplaats” en is een opdracht om de zware boeken ergens anders naartoe te brengen. In “move heavy books to your backpack” wordt de bestemming aangegeven met “to your backpack”. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt iets naar een andere plaats te brengen.
heavy
“Heavy” betekent “zwaar” en beschrijft hier de boeken. In “heavy books” staat het vóór “books” om hun gewicht te kenmerken. Je kunt het gebruiken voor voorwerpen die veel wegen of zwaar aanvoelen.
books
“Books” betekent “boeken” en verwijst hier naar de zware spullen die uit de koffer moeten worden gehaald. In “move heavy books to your backpack” is het de groep die wordt verplaatst. Je gebruikt het voor meer dan één boek.
your
“Your” betekent hier “je” of “jouw” en geeft aan dat de rugzak van de aangesprokene is. In “your backpack” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om bezit of verbondenheid met de aangesprokene aan te geven.
backpack
“Backpack” betekent hier “rugzak” en is de plaats waar de zware boeken naartoe worden verplaatst. In “to your backpack” wordt de bestemming van de verplaatsing genoemd. Je gebruikt het voor een tas die je op je rug draagt.
That
“That” betekent hier “dat” en verwijst naar de vorige handeling: de zware boeken naar de rugzak verplaatsen. In “That makes the suitcase easier to close” is die handeling de oorzaak van het volgende resultaat. Je gebruikt “That” om naar een eerder genoemde handeling of situatie te verwijzen.
makes
In “That makes the suitcase easier to close” betekent “makes” “maakt” en geeft het aan dat de vorige handeling een gevolg veroorzaakt. De verplaatsing van de boeken zorgt ervoor dat de koffer gemakkelijker te sluiten is. Je kunt het patroon “That makes ...” gebruiken om een gevolg te beschrijven.
easier
“Easier” betekent hier “makkelijker” en vergelijkt het sluiten van de koffer met de situatie daarvoor. In “makes the suitcase easier to close” beschrijft het hoe moeilijk de handeling is. Je gebruikt het vóór een werkwoord, zoals in “easier to close”, om aan te geven dat iets minder moeilijk wordt.
It
“It” betekent hier “het” en verwijst naar de koffer uit de vorige zinnen. In “It should be ready for the trip now” is de koffer datgene waarvan de toestand wordt beschreven. Je gebruikt “it” om naar een eerder genoemd enkelvoudig ding of onderwerp te verwijzen.
be
“Be” betekent hier “zijn” en staat in “should be ready” na “should”. Samen geeft de uitdrukking aan dat de koffer naar verwachting klaar is. Je gebruikt “be” in deze constructie vóór een beschrijving zoals “ready”.
ready
“Ready” betekent hier “klaar” en beschrijft dat de koffer volledig voorbereid is voor de reis. In “should be ready for the trip” staat het na “be”. Je gebruikt het wanneer iets voorbereid is en gebruikt kan worden.
for
In “ready for the trip” betekent “for” “voor” en geeft het aan waarvoor de koffer klaar is. Het verbindt “ready” met de activiteit of gebeurtenis “the trip”. Je gebruikt het patroon “ready for ...” om te zeggen waarvoor iets voorbereid is.
trip
“Trip” betekent hier “reis” en verwijst naar de komende verplaatsing waarvoor de koffer wordt ingepakt. In “for the trip” geeft het aan waarvoor de koffer klaar moet zijn. Je gebruikt het voor een reis of uitstap.
now
“Now” betekent “nu” en geeft aan dat de koffer op dit moment klaar zou moeten zijn. In “It should be ready for the trip now” staat het aan het einde als tijdsaanduiding. Je gebruikt het om naar het huidige moment te verwijzen.