This
This verwijst hier naar de markt waar de gesprekspartners zich bevinden. In This market staat het vóór het zelfstandig naamwoord om naar deze specifieke plaats te wijzen. Je gebruikt This market wanneer je de huidige markt aanwijst of bespreekt.
market
Market betekent hier een plaats waar goederen worden verkocht. In This market verwijst het naar de markt die de spreker op dat moment bezoekt. Je gebruikt market voor een concrete plaats waar mensen producten kopen of verkopen.
is
Is verbindt This market met de beschrijving more crowded than I expected. Het geeft hier aan hoe de markt is. Een bruikbaar patroon is This market is gevolgd door een beschrijving.
more
More geeft in more crowded aan dat de markt in een hogere mate druk is dan verwacht. Het staat vóór crowded om de vergelijking te vormen. Je gebruikt more bij het vergelijken van de mate waarin iets zo is.
crowded
Crowded betekent hier dat er veel mensen op de markt zijn en dat er weinig ruimte is. In more crowded than I expected beschrijft het hoe druk de markt is. Je gebruikt crowded om een plaats met veel mensen te beschrijven.
than
Than verbindt hier de vergelijking tussen more crowded en I expected. Het introduceert datgene waarmee de drukte wordt vergeleken. Je gebruikt than na een vergelijking zoals more crowded than I expected.
I
I verwijst naar de spreker zelf. In I expected geeft het aan wie vooraf een verwachting had. Je gebruikt I als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
expected
Expected verwijst hier naar wat de spreker vooraf dacht dat zou gebeuren. In than I expected legt het uit waarmee de werkelijke drukte wordt vergeleken. Je gebruikt deze vorm wanneer je een eerdere verwachting beschrijft.
Keep
Keep geeft hier een directe instructie om iets op een bepaalde plaats te laten of te bewaren. In Keep your valuables in the front pocket gaat het om het veilig bewaren van waardevolle spullen. Je gebruikt Keep your valuables in ... wanneer je iemand adviseert waar die spullen moeten blijven.
your
Your geeft aan dat de waardevolle spullen van de aangesproken persoon zijn. In your valuables staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt your vóór iets dat bij de persoon of personen tegenover je hoort.
valuables
Valuables betekent hier waardevolle persoonlijke spullen, zoals spullen die je op een drukke markt wilt beschermen. In Keep your valuables verwijst het naar de bezittingen van de aangesproken persoon. Je gebruikt valuables vaak wanneer verschillende waardevolle spullen samen worden bedoeld.
in
In geeft hier aan dat iets zich binnen een bepaalde ruimte bevindt. In in the front pocket geeft het de plaats van de waardevolle spullen aan. Je gebruikt in vóór een plaats of ruimte waarin iets zit.
the
The maakt duidelijk dat het om een specifieke zak gaat: the front pocket. De luisteraar weet welke zak wordt bedoeld door de beschrijving front. Je gebruikt the wanneer de bedoelde zaak in de situatie herkenbaar is.
front
Front beschrijft hier de zak aan de voorkant van de tas of kleding. In the front pocket staat het vóór pocket om die specifieke zak te benoemen. Je gebruikt front vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de voorste plaats bedoelt.
pocket
Pocket betekent hier een klein vak waarin je iets kunt bewaren. In the front pocket gaat het om het vak aan de voorkant. Je gebruikt pocket ook in the inside pocket voor een vak aan de binnenkant.
Should
Should vraagt hier of het verstandig of nodig is om de tas helemaal te sluiten. In Should I zip my bag completely? vraagt de spreker om advies. Je gebruikt Should I ... wanneer je wilt weten of je iets moet doen.
zip
Zip betekent hier de tas met een rits sluiten. In Should I zip my bag completely? is het de handeling waarover de spreker advies vraagt, en in Zip it fully is het een directe instructie. Je gebruikt zip met een tas of ander voorwerp dat een rits heeft.
my
My geeft aan dat de tas en de telefoon van de spreker zijn. In my bag staat de vorm vóór bag; aan het begin van My phone krijgt dezelfde vorm een hoofdletter door de zinspositie. Je gebruikt my vóór iets dat bij jezelf hoort.
bag
Bag betekent hier de tas die de spreker bij zich draagt. In my bag is het de plaats die met een rits gesloten moet worden. Je gebruikt bag voor een voorwerp waarin je spullen meeneemt.
completely
Completely geeft hier aan dat de tas zonder open gedeelte moet worden dichtgeritst. In zip my bag completely beschrijft het de volledige uitvoering van die handeling. Je gebruikt completely om aan te geven dat iets helemaal gebeurt.
it
It verwijst hier terug naar de tas uit Should I zip my bag completely? In Zip it fully vervangt het de herhaling van my bag. Je gebruikt it als verwijzing naar een eerder genoemd voorwerp.
fully
Fully geeft hier aan dat de rits helemaal gesloten moet zijn. In Zip it fully beschrijft het hoe volledig de handeling moet worden uitgevoerd. Je gebruikt fully om de volledige uitvoering van een handeling te benadrukken.
and
And verbindt hier twee instructies: Zip it fully en hold it in front of you. Beide handelingen horen bij hetzelfde advies om de tas veilig te houden. Je gebruikt and om woorden, zinsdelen of handelingen met elkaar te verbinden.
hold
Hold betekent hier dat je de tas vasthoudt en vóór je houdt. In hold it in front of you geeft het aan waar de tas tijdens het lopen moet blijven. Je gebruikt hold met een voorwerp wanneer iemand het moet vasthouden of op een bepaalde plaats moet houden.
of
Of verbindt in front of you de positie front met de persoon die als referentiepunt dient. Het woord krijgt zijn betekenis hier binnen de vaste uitdrukking in front of you; de hele uitdrukking betekent dat iets vóór je is. Je gebruikt of in zulke uitdrukkingen om een positie ten opzichte van iemand aan te geven.
you
You verwijst hier naar de persoon tegen wie B spreekt. In in front of you bepaalt die persoon het referentiepunt voor de positie van de tas. Je gebruikt you voor één of meer aangesproken personen.
phone
Phone betekent hier de mobiele telefoon van de spreker. In My phone is het voorwerp dat in het binnenvak zit. Je gebruikt phone wanneer je naar een telefoon verwijst.
inside
Inside beschrijft hier de binnenste kant of het binnenste vak van de tas. In the inside pocket staat het vóór pocket om dat vak te onderscheiden. Je gebruikt inside vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de binnenkant bedoelt.
That
That verwijst hier naar de zojuist genoemde situatie waarin de telefoon in the inside pocket zit. In That is safer geeft het aan waar B commentaar op geeft. Je gebruikt That is ... om naar iets eerder genoemds te verwijzen en het te beoordelen of te beschrijven.
safer
Safer betekent hier dat de binnenste zak minder risico geeft dan de buitenste zak. In safer than the outside pocket staat een vergelijking tussen twee zakken. Je gebruikt safer than ... wanneer je twee mogelijkheden op veiligheid vergelijkt.
outside
Outside beschrijft hier de zak aan de buitenkant van de tas. In the outside pocket staat het vóór pocket om die andere zak te benoemen. Je gebruikt outside vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de buitenkant bedoelt.
will
Will geeft hier aan dat de spreker van plan is voorzichtig te zijn tijdens het lopen. In I will be careful verwijst het naar een toekomstige handeling of houding. Je gebruikt will vóór een werkwoord wanneer je over een toekomstige intentie spreekt.
be
Be vormt hier samen met careful de beschrijving van de houding van de spreker. In will be careful staat be na will. Je gebruikt be in deze constructie om iemand of iets met een toestand of eigenschap te verbinden.
careful
Careful betekent hier dat de spreker alert zal blijven om gevaar op de drukke markt te vermijden. In be careful beschrijft het de gewenste houding. Je gebruikt be careful bijvoorbeeld wanneer je iemand waarschuwt of belooft voorzichtig te handelen.
while
While geeft hier aan dat de voorzichtigheid geldt tijdens de tijd waarin de gesprekspartners lopen. In while we walk leidt het de andere gelijktijdige handeling in. Je gebruikt while vóór een zin die aangeeft wat er tegelijkertijd gebeurt.
we
We verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. In we walk en we do not get separated zijn zij samen het onderwerp. Je gebruikt we wanneer je jezelf met minstens één andere persoon bedoelt.
walk
Walk betekent hier dat de gesprekspartners zich te voet over de markt bewegen. In while we walk beschrijft het de handeling die op dat moment plaatsvindt. Je gebruikt walk voor bewegen met je voeten, bijvoorbeeld wanneer je samen ergens naartoe gaat.
Stay
Stay geeft hier een directe instructie om op dezelfde nabije plaats of positie te blijven. In Stay close vraagt B dat A dichtbij blijft. Je gebruikt Stay ... wanneer je iemand vraagt een bepaalde positie of toestand te behouden.
close
Close betekent hier dichtbij de andere persoon. In Stay close beschrijft het de gewenste afstand tijdens het lopen. Je gebruikt stay close wanneer mensen in een drukke omgeving bij elkaar moeten blijven.
so
So leidt hier het doel of gewenste gevolg van Stay close in: we do not get separated. Het verbindt de instructie met de reden ervoor. Je gebruikt so vóór een zin die uitlegt welk gevolg je wilt bereiken.
do
Do helpt hier samen met not om de zin negatief te maken. In we do not get separated staat do vóór not en vóór get. Je gebruikt do not vóór een werkwoord wanneer je een handeling of toestand ontkent.
not
Not maakt de zin we do not get separated negatief. Het geeft aan dat het uit elkaar raken niet moet gebeuren. Je gebruikt not hier samen met do om de ontkenning te vormen.
get
Get draagt hier het idee in zich dat de toestand van separated kan ontstaan. In get separated betekent de hele combinatie dat de personen niet langer bij elkaar blijven. Je gebruikt get vóór een beschrijving van een toestand wanneer je het ontstaan of bereiken daarvan bedoelt.
separated
Separated betekent hier dat de twee personen niet meer samen zijn of uit elkaar zijn geraakt. In get separated beschrijft het de ongewenste toestand die ze op de markt willen vermijden. Je gebruikt get separated bijvoorbeeld wanneer mensen in een menigte hun groep kwijtraken.