Even een frisse wandeling buiten | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, two adults step outside near the building for fresh air before returning to focus..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Even een frisse wandeling buiten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

The room feels too warm and quiet.

dhuh roem fielz toe woorm end kwajət. De kamer voelt te warm en stil aan.
B

Do you want to take a quick walk outside?

doe joe wont tə teek ə kwik wok autsaid? Wil je even buiten een korte wandeling maken?
A

Fresh air would help.

fresh eer wud help. Frisse lucht zou helpen.
B

We can stay near the building and come back soon.

wie ken stee nier dhuh bilding end kum bek soen. We kunnen bij het gebouw blijven en snel terugkomen.
A

There's still some daylight.

dherz stil sum dee-lait. Er is nog wat daglicht.
B

Then let's go before it gets dark.

dhen lets gou bifoor it gets daark. Laten we dan gaan voordat het donker wordt.
A

Let's come back once we feel refreshed.

lets kum bek wuns wie fiel rifresht. Laten we terugkomen zodra we ons weer fris voelen.
B

Then we'll be ready to focus again.

dhen wiel bie redie tə foh-kus uh-gen. Dan zijn we weer klaar om ons te concentreren.

Uitleg van de zinnen

  1. The room feels too warm and quiet.

    De kamer voelt te warm en stil aan.

    room
    kamer
    feels
    voelt aan
    too
    te; meer dan gewenst
    warm
    warm
    quiet
    stil
    Uitgebreide uitleg

    room betekent hier een kamer of ruimte. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a room = een kamer en the room = de kamer. Voorbeeld: The room is small. = De kamer is klein. feels is de vorm van feel bij he, she, it en andere enkelvoudige onderwerpen in de tegenwoordige tijd. Hier betekent feel niet letterlijk “voelen” met een lichaamsdeel, maar “een bepaalde indruk geven” of “aanvoelen”: de kamer komt warm en stil over. Een veelgebruikt patroon is something feels + bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: The air feels cold. = De lucht voelt koud aan. too betekent hier “te”, in de zin van meer dan gewenst of prettig. Het versterkt niet alleen de warmte, maar in deze zin ook de stilte: beide eigenschappen worden als overdreven ervaren. Het verschilt van very (“erg”): very warm zegt dat iets erg warm is, terwijl too warm zegt dat het warmer is dan wenselijk. warm beschrijft een aangename of hogere temperatuur. De vergelijkingsvormen zijn warm, warmer, the warmest. Voorbeeld: This room is warmer than the kitchen. = Deze kamer is warmer dan de keuken. quiet betekent dat er weinig of geen geluid is. De vergelijkingsvormen zijn quiet, quieter, the quietest. Voorbeeld: The library is quieter in the morning. = De bibliotheek is ’s ochtends stiller. In het patroon feel(s) + bijvoeglijk naamwoord beschrijft het bijvoeglijk naamwoord de indruk die het onderwerp geeft. The room feels too warm and quiet bestaat dus uit het onderwerp the room, de indruk feels, en twee verbonden beschrijvingen: too warm en too quiet. Samen betekent de zin: “De kamer voelt te warm en te stil aan.”

  2. Do you want to take a quick walk outside?

    Wil je even buiten een korte wandeling maken?

    Do you
    vraagbegin met ‘je’
    want
    willen
    take
    nemen
    quick
    kort; snel
    walk
    wandeling
    outside
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Do you staat aan het begin van een Engelse ja-neevraag. Do is hier het hulpwerkwoord; het draagt de vraagvorm, terwijl you het onderwerp is. Na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do you want ...? betekent hier “Wil je ...?”. want betekent hier “willen”. De vorm is in de tegenwoordige tijd hetzelfde voor I, you, we en they; bij he, she en it wordt het wants. Voorbeeld: Do you want tea? — “Wil je thee?” take betekent hier niet simpelweg “nemen”, maar maakt samen met a walk de vaste, bruikbare combinatie take a walk: “een wandeling maken”. Na het hulpwerkwoord do staat take in de basisvorm, niet takes. Voorbeeld: We take a walk every morning. — “Wij maken elke ochtend een wandeling.” quick beschrijft de wandeling hier als kort van duur. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord: a quick walk. De gewone vergelijkingsvormen zijn quick, quicker, the quickest. walk is hier een zelfstandig naamwoord: “wandeling”. In take a walk vormt het samen met take de betekenis “een wandeling maken”. Hetzelfde woord kan ook een werkwoord zijn, bijvoorbeeld I walk home. — “Ik loop naar huis.” Dat is een andere functie dan de zelfstandignaamwoordfunctie in de vaste zin. outside betekent hier “buiten” en geeft aan waar de wandeling plaatsvindt. In deze zin staat het als plaatsbepaling achter walk; in deze functie verandert het niet mee naar getal of persoon. Voorbeeld: The children are playing outside. — “De kinderen spelen buiten.” Samen ontstaat de vraag Do you want to take a quick walk outside?: Do you want vraagt of iemand iets wil, take a quick walk betekent “een korte wandeling maken”, en outside voegt de plaats “buiten” toe. De volledige betekenis is dus: “Wil je even buiten een korte wandeling maken?”

  3. Fresh air would help.

    Frisse lucht zou helpen.

    Fresh
    fris
    air
    lucht
    would help
    zou helpen
    Uitgebreide uitleg

    Fresh is hier een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord bij air: het betekent dat de lucht schoon en aangenaam is, niet oud of bedompt. Het heeft hier de basisvorm; bij een meervoudig zelfstandig naamwoord blijft de vorm in het Engels ook fresh. air betekent hier lucht, als algemene stof of omgeving. Het is in deze betekenis meestal ontelbaar: je zegt bijvoorbeeld fresh air, niet gewoonlijk a fresh air. In een andere betekenis kan air wel naar een soort of sfeer verwijzen, maar die betekenis is hier niet bedoeld. would help drukt uit dat iets onder de genoemde of veronderstelde omstandigheden nuttig zou zijn. would is hier een modaal hulpwerkwoord; daarna staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm help, niet in een verleden vorm. Vergelijk: Fresh air helps. = “Frisse lucht helpt.”; Fresh air would help. = “Frisse lucht zou helpen.” De vorm help betekent hier voordeel bieden of een probleem verlichten. Als geheel vormen Fresh air en would help de betekenis: “Frisse lucht zou helpen.” De uitspraak presenteert frisse lucht als een mogelijke nuttige maatregel, zonder te beweren dat het effect al zeker of feitelijk opgetreden is.

  4. We can stay near the building and come back soon.

    We kunnen bij het gebouw blijven en snel terugkomen.

    We can
    we kunnen
    stay
    blijven
    near
    dicht bij
    building
    gebouw
    come back
    terugkomen
    soon
    binnenkort
    Uitgebreide uitleg

    We can drukt hier uit dat de spreker en minstens één andere persoon iets kunnen of als mogelijkheid zien. can is een modaal hulpwerkwoord; daarna staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm, dus can stay, niet can stays of can to stay. Het onderwerp We betekent “wij” en bepaalt de meervoudige persoon van de constructie. stay betekent hier “blijven”: niet weggaan van de bedoelde plaats. De basisvorm blijft na can onveranderd. Zonder can krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld de vorm we stay, maar bij een derde persoon enkelvoud is het she stays. near geeft een nabijheidsrelatie aan: “dicht bij” of “in de buurt van”. Het introduceert hier de plaatsrelatie met the building; near the building betekent dus “bij het gebouw”. building betekent “gebouw”. Het zelfstandig naamwoord staat na the, omdat het hier om een specifiek gebouw gaat dat voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het meervoud is buildings. come back betekent “terugkomen”. Het is een werkwoordelijke combinatie: come is de basisvorm en back geeft de terugkeer naar een eerder bedoelde plaats of situatie aan. Na can staat ook dit werkwoord in de basisvorm: can come back. soon betekent “binnenkort” of “snel”, met betrekking tot het tijdstip waarop iets gebeurt. Het zegt hier dat het terugkomen niet lang op zich laat wachten; het beschrijft niet de snelheid van het bewegen zelf. Vergelijk: They will come back soon. — “Ze komen binnenkort terug.” De delen worden verbonden door and: We can stay near the building + come back soon. Omdat can voor beide werkwoorden geldt, betekent de hele zin: “We kunnen bij het gebouw blijven en snel terugkomen.” De zin presenteert beide handelingen als een mogelijkheid voor dezelfde groep: bij het gebouw blijven en daarna terugkomen.

  5. There's still some daylight.

    Er is nog wat daglicht.

    There's
    er is
    still
    nog
    some
    wat
    daylight
    daglicht
    Uitgebreide uitleg

    There's is de verkorte vorm van there is. Hier kondigt die een bestaande situatie aan: er is daglicht. De vorm there is wordt gebruikt met een enkelvoudig of niet-telbaar zelfstandig naamwoord; met een meervoud volgt there are. Voorbeeld: There is enough time. — Er is genoeg tijd. still betekent hier nog: de toestand duurt voort op dit moment. Het staat vóór de hoeveelheid en het zelfstandig naamwoord waarop de mededeling betrekking heeft. Vergelijk: There is still time. — Er is nog tijd. some geeft hier een onbepaalde hoeveelheid van een niet-telbare stof of abstracte zaak aan. Het betekent in deze zin wat, niet een expliciet geteld aantal. Bij telbare meervoudsvormen kan some ook een onbepaalde hoeveelheid aangeven, bijvoorbeeld: I bought some apples. — Ik heb wat appels gekocht. daylight betekent natuurlijk licht overdag, oftewel daglicht. Het is hier een niet-telbaar zelfstandig naamwoord en krijgt daarom geen meervoudsuitgang. Een verwant maar ander woord is sunlight, dat specifieker zonlicht betekent. Samen vormt de zin There's still some daylight. de betekenis: er is op dit moment nog een bepaalde, niet nader gemeten hoeveelheid daglicht. In de gegeven context past dat bij het idee dat het nog niet donker is en dat er nog tijd is om te gaan.

  6. Then let's go before it gets dark.

    Laten we dan gaan voordat het donker wordt.

    Then
    dan
    let's
    laten we
    go
    gaan
    before
    voordat
    gets
    krijgt; wordt
    dark
    donker
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan: het verbindt het voorstel met het eerdere moment. In deze context sluit het aan bij het feit dat er nog daglicht is; het betekent hier niet dus. let's is de vaste samentrekking van let us. Aan het begin van een zin wordt deze vorm gebruikt om een voorstel te doen: Let's go. = Laten we gaan. Het is geen gewone verleden- of tegenwoordige-tijdsvorm van let. go is de basisvorm van het werkwoord go, gaan. Na let's staat de basisvorm: Let's wait. = Laten we wachten. before betekent hier voordat en leidt een tijdsbepaling in. Voor een zelfstandig naamwoord kan before ook voor betekenen, maar hier volgt een volledige bijzin. gets is de vorm van get bij het onderwerp it in de tegenwoordige tijd. Als zelfstandig werkwoord kan get onder meer krijgen betekenen; in combinatie met dark betekent get dark echter donker worden. De uitgang -s hoort bij het werkwoord get, niet bij dark. Vergelijk: It gets cold. = Het wordt koud. dark is een beschrijvend woord met de betekenis donker. In gets dark beschrijft het de toestand die ontstaat. Het onderwerp it is hier een onpersoonlijk onderwerp voor de omgevings- of tijdsomstandigheid; het verwijst niet naar een in de zin genoemd persoon of voorwerp. Samen vormen de delen de herbruikbare patronen Let's + basisvorm en before + bijzin: Then let's go before it gets dark. betekent Laten we dan gaan voordat het donker wordt. De zin doet een voorstel om te gaan vóór het donker wordt.

  7. Let's come back once we feel refreshed.

    Laten we terugkomen zodra we ons weer fris voelen.

    Let's
    laten we …
    come back
    terugkomen
    once
    zodra
    feel
    voelen
    refreshed
    fris en uitgerust
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het met het daaropvolgende werkwoord een voorstel voor een gezamenlijke handeling: “laten we …”. Het is hier dus geen gewone mededeling over toestemming. Bijvoorbeeld: Let's wait. — “Laten we wachten.” come back betekent hier “terugkomen”: teruggaan naar een eerdere plaats of situatie. Come is de basisvorm; de verleden tijd is came en het voltooid deelwoord is come. Het partikel back voegt het idee van terugkeer toe. Bijvoorbeeld: I came back later. — “Ik kwam later terug.” once verbindt hier twee gebeurtenissen in de tijd en betekent “zodra”: eerst moet de toestand in het tweede deel gelden, waarna de terugkeer plaatsvindt. In deze betekenis leidt once een bijzin in. Bijvoorbeeld: Call me once you arrive. — “Bel me zodra je aankomt.” feel betekent hier “zich voelen” en beschrijft een ervaren toestand. De vorm is de basisvorm na let; in het tweede deel staat het onderwerp we: we feel. De onregelmatige vormen zijn feel – felt – felt. Na feel kan een bijvoeglijk naamwoord de toestand van het onderwerp beschrijven, bijvoorbeeld: We feel ready. — “We voelen ons klaar.” refreshed beschrijft de toestand “fris en uitgerust”. Het is hier een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord bij feel: de spreker bedoelt dat we zich na rust of herstel weer zo voelen. Het contrasteert met tired (“moe”); refreshing betekent daarentegen “verfrissend” en beschrijft iets dat dit gevoel veroorzaakt. Bijvoorbeeld: After the break, I felt refreshed. — “Na de pauze voelde ik me fris en uitgerust.” Samen betekent Let's come back once we feel refreshed: de spreker stelt voor dat de gezamenlijke terugkeer plaatsvindt zodra de spreker en anderen samen weer fris en uitgerust zijn. De tijdsvolgorde komt uit once: eerst we feel refreshed, daarna let's come back. In natuurlijk Nederlands: “Laten we terugkomen zodra we ons weer fris voelen.”

  8. Then we'll be ready to focus again.

    Dan zijn we weer klaar om ons te concentreren.

    Then
    dan
    we'll
    we zullen
    ready
    klaar
    focus
    zich concentreren
    again
    weer
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier ‘dan’: het verwijst naar het latere moment dat volgt op de eerder genoemde voorwaarde of gebeurtenis. In deze context gaat het om tijd, niet om een stap in een redenering. we'll is de samentrekking van we will: we is het onderwerp ‘wij’ en will markeert hier een toekomstige toestand. De vorm we'll hoort bij we; vergelijk I'll = I will en they'll = they will. Hier maakt we'll duidelijk dat de toestand later geldt. ready is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘klaar’ of ‘gereed’. Het staat na be in we'll be ready, omdat het een toestand van het onderwerp beschrijft. Een bruikbaar patroon is be ready to + werkwoord, bijvoorbeeld: We are ready to leave. — ‘We zijn klaar om te vertrekken.’ focus is hier een werkwoord met de betekenis ‘zich concentreren’ of ‘de aandacht richten’. Na to staat de basisvorm: to focus. Het onderwerp van focus is dezelfde groep als we. In deze Engelse constructie staat geen afzonderlijk wederkerend voornaamwoord; het Nederlandse ‘ons’ in de vertaling hoort bij de Nederlandse manier om dit uit te drukken. Voorbeeld: I need to focus on the task. — ‘Ik moet me op de taak concentreren.’ again betekent hier ‘weer’ of ‘opnieuw’. Het geeft aan dat de concentratie opnieuw zal plaatsvinden. Voorbeeld: She tried again. — ‘Ze probeerde het opnieuw.’ Samen vormen Then, we'll be ready to focus en again de betekenis: op dat latere moment zullen wij klaar zijn om ons opnieuw te concentreren. De structuur is Then + onderwerp + will be + ready + to + werkwoord + again: Then we'll be ready to focus again. — ‘Dan zijn we weer klaar om ons te concentreren.’

Grammatica

want + to + verb

I want to take a quick walk outside.

ai wont tə teek ə kwik wok autsaid.

Ik wil buiten een korte wandeling maken.

Na want gebruik je to vóór het volgende werkwoord: want to take.

feel(s) + adjective

The room feels warm and quiet.

dhuh roem fielz woorm end kwajət.

De kamer voelt warm en stil aan.

Feel kan als koppelwerkwoord een bijvoeglijk naamwoord volgen, zoals warm en quiet.

Engels woordenschat

air zelfstandig naamwoord
eer lucht
feel werkwoord
fiel voelen feels
fresh bijvoeglijk naamwoord
fresh fris
help werkwoord
help helpen
outside bijwoord
autsaid buiten
quick bijvoeglijk naamwoord
kwik kort; snel
quiet bijvoeglijk naamwoord
kwajət stil
room zelfstandig naamwoord
roem kamer
take werkwoord
teek nemen
walk zelfstandig naamwoord
wok wandeling
want werkwoord
wont willen
warm bijvoeglijk naamwoord
woorm warm

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Frisse lucht zou helpen.

Antwoord tonenFresh air would help.

Er is nog wat daglicht.

Antwoord tonenThere's still some daylight.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

willen

Antwoord tonenwant

buiten

Antwoord tonenoutside

kamer

Antwoord tonenroom

kort; snel

Antwoord tonenquick