Pauze tijdens het studeren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During a study session, two adults pause so one person can rest and return later to vocabulary review..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Pauze tijdens het studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I've been studying for a long time.

aiv bin stuhdie-ing fer uh long taim. Ik studeer al een lange tijd.
B

Put your work aside.

poet jur wurk uhsaid. Leg je werk even opzij.
B

Rest for a moment.

rest fer uh moumənt. Rust even uit.
A

It's hard to concentrate now.

its haard tə konsentreit nau. Het is nu moeilijk om me te concentreren.
B

That usually means your brain needs a break.

dhet joezjoeəli miinz jur brein niidz uh breik. Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.
A

Should I review vocabulary later?

sjoed ai rievjoe vokebjoeleri leiter? Zal ik later woordenschat herhalen?
B

Start with the easier words when you come back.

staart with dhi ieziër wurdz wen joe kam bak. Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.
A

I'll close the notebook while I rest.

ail klouz dhə nootboek wail ai rest. Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.
B

Then we can continue more calmly.

dhen wie ken kontienjoe mor kaamli. Dan kunnen we rustiger doorgaan.

Uitleg van de zinnen

  1. I've been studying for a long time.

    Ik studeer al een lange tijd.

    I've been
    ik ben
    studying
    studeren
    long
    lang
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    I've been is een verkorte vorm van I have been. Samen met een werkwoord op -ing vormt dit de present perfect progressive: een activiteit begon eerder en liep tot nu door, of is pas gestopt. I've betekent hier dus I have; been is de vorm van be die na have wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: I've been waiting. — Ik wacht al een tijd. studying is de -ing-vorm van study (studeren). In deze constructie noemt die vorm de activiteit die gedurende een periode bezig is. De spelling verandert bij dit werkwoord niet verder: study → studying. Bijvoorbeeld: She has been studying English. — Zij studeert al een tijd Engels. long betekent hier dat de duur groot is. In a long time beschrijft het de tijdsduur; het betekent hier niet letterlijk een fysieke lengte. De vergelijkende vorm is longer: a longer time — een langere tijd. time betekent hier een periode of duur. In de vaste uitdrukking for a long time geeft het aan hoe lang de activiteit heeft geduurd. For staat in de volledige zin vóór deze tijdsduur, ook al is het niet opgenomen in deze phrase-entry. Bijvoorbeeld: I stayed there for a short time. — Ik bleef daar korte tijd. Samen betekent I've been studying for a long time dat de spreker al gedurende een lange periode studeert. I've been studying geeft de voortgaande activiteit aan en for a long time geeft de duur ervan. De Nederlandse vertaling gebruikt hiervoor natuurlijk Ik studeer al een lange tijd.

  2. Put your work aside.

    Leg je werk even opzij.

    Put … aside
    opzijleggen
    work
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Put ... aside is hier een bevel: zet iets opzij of houd er voorlopig mee op. Het werkwoord put heeft als basisvorm en gebiedende wijs put; de vorm verandert hier niet. In een volledige zin komt het voorwerp tussen put en aside, zoals in Put the book aside. — Leg het boek opzij. work betekent hier werk: de activiteit of taak waarmee iemand bezig is. Het is in deze betekenis meestal een niet-telbaar zelfstandig naamwoord; zeg bijvoorbeeld some work voor een hoeveelheid werk. Als work een afzonderlijke taak of een kunstwerk aanduidt, kan het ook telbaar zijn, zoals in two works. Samen vormen de woorden Put + voorwerp + aside de herbruikbare constructie Put [iets] aside. Het voorwerp is hier your work, dus de zin betekent: Leg je werk even opzij. De gebiedende wijs richt zich rechtstreeks tot de aangesprokene. Aside geeft aan dat het werk opzij wordt gelegd of voorlopig wordt onderbroken; het zegt niet dat het werk wordt weggegooid.

  3. Rest for a moment.

    Rust even uit.

    Rest
    rust uit
    for a moment
    even; een moment lang
    Uitgebreide uitleg

    Rest betekent hier “rust uit” en staat in de gebiedende wijs: de spreker geeft de aangesproken persoon het advies of verzoek om te rusten. De basisvorm is rest; dezelfde vorm kan ook in de tegenwoordige tijd voorkomen, bijvoorbeeld in I rest after work — “Ik rust na het werk.” In een Engelse gebiedende wijs staat het onderwerp meestal niet uitgedrukt: Rest. betekent “Rust uit.” for a moment geeft de korte duur aan: “even” of “een moment lang”. for markeert hier een tijdsduur, niet een bestemming of ontvanger. Vergelijk: Wait for a moment. — “Wacht even.” Samen vormt Rest for a moment. een korte gebiedende zin: “Rust even uit.” Rest noemt de gevraagde handeling en for a moment beperkt die tot een korte tijd.

  4. It's hard to concentrate now.

    Het is nu moeilijk om me te concentreren.

    It's
    het is
    hard
    moeilijk
    concentrate
    zich concentreren
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    It's is de samentrekking van it is. Hier is it een onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een specifiek genoemd ding of persoon. In het patroon It is + bijvoeglijk naamwoord + to ... staat de handeling na to, bijvoorbeeld: It's easy to understand. — “Het is gemakkelijk te begrijpen.” In de vaste zin draagt is de tegenwoordige tijd; it's kan in andere contexten ook it has betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. hard betekent hier “moeilijk” en beschrijft hoe de daaropvolgende handeling wordt ervaren. Het is het basiswoord; de vergelijkende vorm is harder en de overtreffende trap hardest. Bijvoorbeeld: This exercise is harder. — “Deze oefening is moeilijker.” In hard to + werkwoord geeft hard aan dat iets lastig is om te doen. concentrate is de basisvorm van het werkwoord en betekent “zich concentreren”. Na to blijft het werkwoord in deze vorm: to concentrate. Het onderwerp van deze handeling wordt in het Engels niet apart genoemd; het wordt uit de context begrepen als de persoon die spreekt. Voorbeeld: I need to concentrate. — “Ik moet me concentreren.” now betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan vaak aan het einde staan, zoals hier: I can't talk now. — “Ik kan nu niet praten.” Het voegt de tijdsbetekenis toe aan de hele mededeling, niet alleen aan concentrate. Samen vormen de delen It's hard to concentrate now. de structuur It is + adjective + to + verb + time expression: “Het is moeilijk om me nu te concentreren.” De Nederlandse vertaling maakt expliciet dat de spreker zichzelf bedoelt met “me”; het Engelse origineel noemt die persoon niet afzonderlijk. De zin beschrijft dus de huidige moeilijkheid van die handeling.

  5. That usually means your brain needs a break.

    Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.

    That
    dat
    usually
    meestal
    means
    betekent
    your
    je
    brain
    hersenen
    needs
    nodig heeft
    break
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier naar de eerder genoemde situatie of observatie en betekent “dat”. Als aanwijzend voornaamwoord kan het zelfstandig staan; als bepaler staat het vóór een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld that idea (“dat idee”). Het specifieke referent van That wordt door de Engelse zin niet verder benoemd. usually is een bijwoord van frequentie: “meestal” of “gewoonlijk”. Het geeft aan dat iets in veel, maar niet noodzakelijk alle, gevallen zo is. In deze zin staat het vóór het werkwoord means, een veelgebruikte plaats voor zo’n bijwoord. means is de tegenwoordige-tijdsvorm van mean (“betekenen”). Bij he, she, it en andere enkelvoudige derde personen krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd -s: mean → means. Vergelijk: I mean (“ik bedoel”) en it means (“het betekent”). your is een bezittelijke bepaler: “je/jouw”. Het geeft aan bij wie iets hoort of betrokken is, maar verandert in het Engels niet mee met het grammaticale geslacht of getal van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. your brain is dus letterlijk “je hersenen/je brein” als bezit of betrokken lichaamsdeel; your zelf blijft dezelfde vorm. brain is het zelfstandig naamwoord “brein” of “hersenen”. De vorm in de bron is enkelvoud. Het Nederlands gebruikt in deze vertaling het meervoud hersenen; dat verandert niets aan het feit dat het Engelse woord hier brain is. Een herbruikbaar voorbeeld is My brain is tired. — “Mijn brein is moe.” needs is de tegenwoordige-tijdsvorm van need (“nodig hebben”). Net als bij means markeert de uitgang -s de derde persoon enkelvoud: I need maar your brain needs. De constructie need something betekent dat iets noodzakelijk of gewenst is; need a break betekent “een pauze nodig hebben”. break is hier het zelfstandig naamwoord “pauze”: een periode waarin je stopt met een activiteit om te rusten. In a break maakt a er een niet nader bepaalde, enkelvoudige pauze van; het betekent niet op zichzelf een specifiek getal dat door de zin wordt benadrukt. Een bruikbaar voorbeeld is Let’s take a break. — “Laten we een pauze nemen.” Samen vormt That usually means de betekenis “Dat betekent meestal”. Daarna volgt your brain needs a break: “je hersenen hebben een pauze nodig”. De volledige zin zegt dus dat de genoemde situatie er doorgaans op wijst dat je hersenen rust nodig hebben: “Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.”

  6. Should I review vocabulary later?

    Zal ik later woordenschat herhalen?

    Should I
    zal ik …?
    review
    herhalen; doornemen
    vocabulary
    woordenschat
    later
    later
    Uitgebreide uitleg

    Should I vormt hier een vraag met het modale hulpwerkwoord should en het onderwerp I. In deze combinatie vraagt de spreker om advies of bevestiging: “Zal ik …?” Het hoofdwerkwoord blijft na should in de basisvorm staan. Vergelijk: Should I wait? = “Zal ik wachten?” Dit is iets anders dan Do I ...?, dat meestal naar een feit of gewoonte vraagt. review betekent hier de woordenschat opnieuw doornemen of herhalen. De basisvorm staat na should; bij een gewone tegenwoordige vraag zonder modaal hulpwerkwoord zou je bijvoorbeeld Do I review ...? gebruiken. Voor een andere tijd kan de vorm veranderen: I reviewed the words yesterday. = “Ik heb de woorden gisteren herhaald.” vocabulary is een zelfstandig naamwoord voor de woorden die iemand kent of leert; in deze zin gaat het om te leren woordenschat. Het is doorgaans een ontelbaar zelfstandig naamwoord: I am learning new vocabulary. = “Ik leer nieuwe woordenschat.” Voor afzonderlijke elementen kun je words gebruiken: I reviewed five words. = “Ik herhaalde vijf woorden.” later is een bijwoord dat een later moment aanduidt dan het huidige of eerder besproken moment. I will review it later. = “Ik zal het later doornemen.” Het verwijst hier niet naar een specifiek genoemd tijdstip. Samen vormt de zin de vraag Should I + basisvorm + vocabulary + later?: “Zal ik later woordenschat herhalen?” De context maakt duidelijk dat later verwijst naar een moment waarop de spreker opnieuw met het leren verdergaat, zonder dat er een exact tijdstip wordt genoemd.

  7. Start with the easier words when you come back.

    Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.

    Start
    begin
    easier
    makkelijker
    words
    woorden
    come back
    terugkomen
    Uitgebreide uitleg

    Start betekent hier ‘begin’ en is de gebiedende wijs van start. In een opdracht staat meestal geen onderwerp: Start with ... = ‘Begin met ...’. Het werkwoord blijft in deze vorm hetzelfde voor één of meer aangesproken personen. easier betekent ‘makkelijker’ en is de vergrotende trap van easy: easy → easier → the easiest. De vorm vergelijkt de woorden met andere woorden die mogelijk minder makkelijk zijn. Easier beschrijft hier words; het is niet de basisvorm van words. words is het meervoud van word: één word, meerdere words. Met the wordt hier een bepaalde groep woorden bedoeld: de woorden die in de situatie als de makkelijkere woorden herkenbaar zijn. come back betekent ‘terugkomen’. Het is een werkwoordelijke combinatie van come en back; back geeft de terugkeer aan. In when you come back staat you als onderwerp en is come de tegenwoordige vorm na you. Voor een derde persoon enkelvoud is de vorm bijvoorbeeld comes back: She comes back tomorrow. = ‘Ze komt morgen terug.’ Samen vormt Start with the easier words de opdracht om met de makkelijkere woorden te beginnen. when you come back geeft aan wanneer dat gebeurt: op het moment dat je terugkomt. De hele zin betekent dus: ‘Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.’

  8. I'll close the notebook while I rest.

    Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.

    I'll
    ik zal / ik ga
    close
    sluiten; dichtdoen
    notebook
    notitieboek
    while
    terwijl
    rest
    rusten
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: I is het onderwerp en will helpt hier om een toekomstige of voorgenomen handeling uit te drukken. In deze zin kondigt de spreker aan wat die gaat doen; het is niet nodig om er een sterke belofte van te maken. In een andere context kan I'll bijvoorbeeld een spontane beslissing aangeven: I'll call you later. — Ik bel je later. close betekent hier dat de spreker iets dichtdoet. Het is een zelfstandig werkwoord met de basisvorm close; na will blijft die basisvorm staan. Het kan ook zonder genoemd voorwerp voorkomen wanneer uit de context duidelijk is wat dichtgaat. Het tegenovergestelde is vaak open. notebook is een zelfstandig naamwoord voor een notitieboek. Het meervoud is notebooks. In deze zin is het notitieboek het voorwerp van close: de spreker doet het dicht. Voorbeeld: I opened my notebook. — Ik opende mijn notitieboek. while leidt een bijzin in die aangeeft dat twee handelingen of situaties gelijktijdig plaatsvinden. Het patroon is while + onderwerp + werkwoord, zoals in while I wait — terwijl ik wacht. Het woord drukt hier gelijktijdigheid uit, niet een voorwaarde. rest betekent hier rusten of uitrusten. De vorm is de basisvorm, omdat het onderwerp I is; in de tegenwoordige tijd krijgt alleen de derde persoon enkelvoud normaal de uitgang -s: I rest, maar she rests. In deze zin staat rest in de bijzin na while en verwijst het onderwerp naar dezelfde spreker als I in het eerste deel. Voorbeeld: I rest after work. — Ik rust na het werk. Samen kondigt de spreker een voorgenomen handeling aan: het notitieboek wordt dichtgedaan op hetzelfde moment als de spreker rust. While verbindt de hoofdzin over het dichtdoen met de bijzin over het rusten; de hele uiting beschrijft dus twee gelijktijdige handelingen.

  9. Then we can continue more calmly.

    Dan kunnen we rustiger doorgaan.

    Then
    dan
    we can
    we kunnen
    continue
    doorgaan
    more calmly
    rustiger
    Uitgebreide uitleg

    Then verwijst hier naar een later moment of een volgende stap: “dan”. In combinatie met de vorige zin ontstaat de volgorde: eerst sluit de spreker het notitieboek terwijl hij of zij rust, daarna kan de handeling verdergaan. Als tijdsverwijzer staat then vaak aan het begin, maar het kan ook later in de zin staan. we can combineert het onderwerp we met het modale werkwoord can. We verwijst naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt; de vaste vertaling ondersteunt hier “we”. Can drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit, niet een bevel. Na een modaal werkwoord staat een werkwoord in de basisvorm: we can continue, niet we can continues of we can to continue. Vergelijk: We can wait. — “We kunnen wachten.” continue betekent hier “doorgaan” of “verdergaan”. De vorm is de basisvorm omdat hij volgt op can. Zonder modaal krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd wel continues: She continues. — “Zij gaat door.” In deze zin zegt continue niet wat er precies wordt voortgezet; dat blijft uit de zin zelf afleidbaar als de relevante handeling of activiteit. more calmly beschrijft hoe het doorgaan gebeurt: met meer kalmte. Calmly is een bijwoord bij het werkwoord en is gevormd uit calm; more calmly is de vergelijkende vorm. Het woord more hoort dus bij het bijwoord calmly, niet bij een zelfstandig naamwoord. De vergelijking veronderstelt een verschil met een eerder of ander moment, zonder precies vast te leggen waarmee wordt vergeleken. Voorbeeld: He spoke more calmly. — “Hij sprak rustiger.” Samen vormen de delen de betekenis: na de eerdere handeling is er een volgende stap (Then), de groep van spreker en anderen heeft de mogelijkheid daartoe (we can), de handeling wordt voortgezet (continue), en dat gebeurt rustiger dan bij het relevante vergelijkingspunt (more calmly). De volledige zin betekent daarom: “Dan kunnen we rustiger doorgaan.”

Grammatica

while + verb-ing

While studying, continue calmly.

wail stuhdie-ing, kontienjoe kaamli.

Blijf rustig doorgaan tijdens het studeren.

Na while kun je een werkwoord op -ing gebruiken. Dit beschrijft twee activiteiten die tegelijk plaatsvinden.

comparative adjective: easier

Reviewing vocabulary later is easier.

rievjoeing vokebjoeleri leiter iz ieziër.

De woordenschat later herhalen is makkelijker.

Easier is de vergrotende trap van easy en betekent ‘makkelijker’. Gebruik het om twee situaties te vergelijken.

Engels woordenschat

aside bijwoord
uhsaid opzij
brain zelfstandig naamwoord
brein hersenen
break zelfstandig naamwoord
breik pauze
concentrate werkwoord
konsentreit zich concentreren
for a long time uitdrukking
fer uh long taim lange tijd
hard bijvoeglijk naamwoord
haard moeilijk
means werkwoord
miinz betekent
moment zelfstandig naamwoord
moumənt moment
rest werkwoord
rest rusten
studying werkwoord
stuhdie-ing studeren
usually bijwoord
joezjoeəli meestal
work zelfstandig naamwoord
wurk werk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Leg je werk even opzij.

Antwoord tonenPut your work aside.

Rust even uit.

Antwoord tonenRest for a moment.

Het is nu moeilijk om me te concentreren.

Antwoord tonenIt's hard to concentrate now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rusten

Antwoord tonenrest

opzij

Antwoord tonenaside

moment

Antwoord tonenmoment

moeilijk

Antwoord tonenhard