Pauze tijdens het studeren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During a study session, two adults pause so one person can rest and return later to vocabulary review..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Pauze tijdens het studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I've been studying for a long time.

aiv bin stuhdie-ing fer uh long taim. Ik studeer al een lange tijd.
B

Put your work aside.

poet jur wurk uhsaid. Leg je werk even opzij.
B

Rest for a moment.

rest fer uh moumənt. Rust even uit.
A

It's hard to concentrate now.

its haard tə konsentreit nau. Het is nu moeilijk om me te concentreren.
B

That usually means your brain needs a break.

dhet joezjoeəli miinz jur brein niidz uh breik. Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.
A

Should I review vocabulary later?

sjoed ai rievjoe vokebjoeleri leiter? Zal ik later woordenschat herhalen?
B

Start with the easier words when you come back.

staart with dhi ieziër wurdz wen joe kam bak. Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.
A

I'll close the notebook while I rest.

ail klouz dhə nootboek wail ai rest. Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.
B

Then we can continue more calmly.

dhen wie ken kontienjoe mor kaamli. Dan kunnen we rustiger doorgaan.

Woord voor woord

I've In "I've been studying for a long time" betekent "I've": ik heb. Het is de verkorte vorm van "I have" en staat hier vóór "been studying". Je gebruikt deze vorm vaak in een zin over iets dat al een tijd bezig is.
been In "I've been studying for a long time" maakt "been" deel uit van de vorm die aangeeft dat het studeren al een tijd bezig is. Het betekent hier niet zelfstandig "geweest". Na "I've been" volgt in deze constructie een werkwoord op -ing, zoals "studying".
studying In "I've been studying for a long time" betekent "studying" dat iemand aan het studeren is. De vorm op -ing werkt hier samen met "I've been" om een activiteit te beschrijven die al een tijd voortduurt. Je kunt "studying" gebruiken voor leren of werken aan studiemateriaal.
for In "I've been studying for a long time" geeft "for" aan hoelang iets duurt: gedurende. Het staat hier vóór de tijdsduur "a long time". Je gebruikt "for" ook vóór andere tijdsduren, bijvoorbeeld in een nieuwe voorbeeldzin: "for two hours".
a In "a long time" is "a" het lidwoord dat hoort bij de enkelvoudige uitdrukking "a long time". Samen verwijst deze uitdrukking naar een bepaalde, maar niet precies genoemde tijdsduur. Je ziet "a" vaak vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
long In "a long time" betekent "long" dat de tijdsduur groot is: lang. Het beschrijft hier het zelfstandig naamwoord "time". De combinatie "a long time" gebruik je om te zeggen dat iets lang heeft geduurd of al lang bezig is.
time In "a long time" verwijst "time" naar een tijdsduur, niet naar een specifiek tijdstip. Het staat hier na "a long" om aan te geven hoelang het studeren duurt. Je gebruikt "time" ook in veel uitdrukkingen over duur.
Put In "Put your work aside" is "Put" een opdracht om iets op een bepaalde plaats of positie te leggen of te zetten. Samen met "your work" en "aside" betekent de hele uitdrukking dat je je werk even opzij moet leggen. Een nieuwe voorbeeldzin is: "Put the book on the table."
your In "your work" geeft "your" aan dat het werk van de aangesproken persoon is: je of jouw. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord "work". Je gebruikt "your" op dezelfde manier vóór iets dat bij de gesprekspartner hoort.
work In "Put your work aside" betekent "work" het werk waarmee de persoon bezig is, hier in de context van studeren. Het staat na "your" en vóór "aside". Je kunt "work" gebruiken voor een taak, activiteit of studiewerk.
aside In "Put your work aside" betekent "aside" opzij, dus weg van de activiteit voor het huidige moment. Samen met "Put your work" vormt het de uitdrukking om iets tijdelijk niet voort te zetten. Je gebruikt "aside" hier na het voorwerp dat opzij wordt gelegd.
Rest In "Rest for a moment" is "Rest" een opdracht om te rusten. De spreker moedigt de ander aan om even niet verder te studeren. Je kunt "Rest" gebruiken wanneer iemand lichamelijk of mentaal moet pauzeren.
moment In "Rest for a moment" betekent "moment" een korte tijd. Het staat na "for a" en geeft aan hoe lang de rust duurt. De uitdrukking "for a moment" is een gebruikelijke manier om een korte pauze aan te duiden.
It's In "It's hard to concentrate now" betekent "It's": het is. Het is de verkorte vorm van "It is" en staat aan het begin van de zin om een algemene situatie te beschrijven. Na "It's" volgt hier de beoordeling "hard".
hard In "It's hard to concentrate now" betekent "hard" moeilijk. Het beschrijft hoe moeilijk de activiteit "to concentrate" op dit moment is. Je gebruikt "hard to" vaak vóór een werkwoord om te zeggen dat iets moeilijk is.
to In "to concentrate" markeert "to" de werkwoordsvorm die hoort bij de beoordeling "It's hard". De combinatie betekent hier: om je te concentreren. Je gebruikt "to" in dit patroon vóór de activiteit die moeilijk, makkelijk of belangrijk is.
concentrate In "to concentrate" betekent "concentrate" je concentreren, dus je aandacht op iets richten. Het staat na "to" in de uitdrukking "It's hard to concentrate". Je kunt "concentrate" gebruiken voor studeren, lezen of een andere taak waarbij aandacht nodig is.
now In "It's hard to concentrate now" betekent "now" nu, op het huidige moment. Het maakt duidelijk dat de concentratie op dit moment moeilijk is. Je kunt "now" gebruiken om een situatie met een ander moment te verbinden.
That In "That usually means your brain needs a break" verwijst "That" naar de eerder genoemde moeilijkheid om te concentreren. Het betekent hier dat verschijnsel of die situatie. Je gebruikt "That" vaak om naar een zojuist genoemde uitspraak of situatie te verwijzen.
usually In "That usually means" betekent "usually" meestal. Het geeft aan dat de uitleg vaak klopt, maar niet noodzakelijk altijd. Je plaatst "usually" vaak vóór het belangrijkste werkwoord, zoals hier vóór "means".
means In "That usually means your brain needs a break" betekent "means": betekent of wijst erop dat. Het verbindt de situatie "That" met de uitleg die erop volgt. Na "means" staat hier de volledige inhoud "your brain needs a break".
brain In "your brain needs a break" betekent "brain" de hersenen, hier opgevat als datgene wat tijdens het studeren rust nodig heeft. Het staat na "your" en vóór "needs". Je kunt "brain" gebruiken wanneer je over denken, leren of mentale inspanning spreekt.
needs In "your brain needs a break" betekent "needs" heeft nodig. Het onderwerp is "your brain", en daarna volgt wat nodig is: "a break". Je gebruikt "needs" vóór het ding of de situatie die iemand of iets nodig heeft.
break In "needs a break" betekent "break" een pauze, dus een korte onderbreking van het studeren. Het staat na het lidwoord "a" in de combinatie "a break". Je kunt "a break" gebruiken wanneer iemand even stopt met werken of studeren.
Should In "Should I review vocabulary later?" gebruikt de spreker "Should" om advies te vragen: zou ik moeten? Het staat aan het begin van de vraag vóór "I". Je gebruikt "Should I ...?" vaak wanneer je wilt weten wat verstandig of passend is.
I In "Should I review vocabulary later?" verwijst "I" naar de spreker zelf: ik. Het staat na het modale werkwoord "Should" en vóór de werkwoordsvorm "review". In het Engels wordt "I" altijd met een hoofdletter geschreven.
review In "Should I review vocabulary later?" betekent "review" de woordenschat opnieuw doornemen of herhalen. Na "Should I" staat deze vorm zonder extra uitgang. Je kunt "review" gebruiken vóór wat je opnieuw wilt bestuderen, zoals "vocabulary".
vocabulary In "review vocabulary later" betekent "vocabulary" de woordenschat die de spreker leert. Het staat na "review" en is datgene wat opnieuw wordt doorgenomen. Je gebruikt "vocabulary" vaak voor de woorden van een taal of onderwerp.
later In "Should I review vocabulary later?" betekent "later" op een later moment dan nu. Het verwijst hier naar het moment na de pauze. Je kunt "later" gebruiken om iets uit te stellen zonder een precies tijdstip te noemen.
Start In "Start with the easier words" is "Start" een opdracht om ergens mee te beginnen. De spreker zegt dat de ander met een bepaalde groep woorden moet beginnen. Je gebruikt "Start with" vóór het eerste onderdeel van een activiteit.
with In "Start with the easier words" geeft "with" aan waarmee de activiteit begint. Het staat vóór "the easier words", het eerste studiemateriaal. De combinatie "Start with" is een bruikbaar patroon voor een eerste stap.
the In "the easier words" verwijst "the" naar specifieke woorden binnen de woordenschat. Het staat vóór "easier" en "words". Je gebruikt "the" wanneer de gesprekspartners kunnen bepalen over welke woorden of dingen het gaat.
easier In "the easier words" betekent "easier" makkelijker dan andere woorden die ook beschikbaar zijn. Het beschrijft "words" en helpt de groep woorden te kiezen waarmee de leerling begint. Je gebruikt "easier" om binnen een bekende groep naar minder moeilijke opties te verwijzen.
words In "the easier words" betekent "words" de afzonderlijke woorden die worden geleerd of herhaald. De vorm verwijst hier naar meerdere woorden. Je kunt "words" gebruiken na een bepaling zoals "the easier" om een bepaalde groep woorden aan te duiden.
when In "when you come back" betekent "when" wanneer of als, en het introduceert het moment waarop iets gebeurt. De hoofdzin is "Start with the easier words"; "when you come back" geeft aan wanneer dat moet gebeuren. Je gebruikt "when" vóór een gebeurtenis of situatie die als tijdsaanduiding dient.
you In "when you come back" verwijst "you" naar de persoon tegen wie de spreker praat: je of jij. Het is degene die terugkomt. Je gebruikt "you" als onderwerp vóór een werkwoord, zoals hier vóór "come".
come In "come back" betekent "come" komen in de richting van de plaats of activiteit waarover de gesprekspartners spreken. Samen met "back" betekent de uitdrukking dat iemand terugkomt. Je gebruikt "come" hier vóór "back" in dit vaste patroon.
back In "come back" betekent "back" terug. Het voegt aan "come" het idee toe dat iemand opnieuw naar de eerdere plaats of activiteit gaat. De combinatie "come back" gebruik je wanneer iemand na een afwezigheid terugkeert.
I'll In "I'll close the notebook" betekent "I'll": ik zal of ik ga. Het is de verkorte vorm van "I will" en kondigt aan wat de spreker van plan is te doen. Na "I'll" volgt hier het werkwoord "close".
close In "I'll close the notebook" betekent "close" sluiten of dichtdoen. Het voorwerp dat wordt gesloten is "the notebook". Je gebruikt "close" vóór iets dat je dichtdoet, zoals een boek, deur of notitieboek.
notebook In "the notebook" betekent "notebook" notitieboek. Het is het voorwerp dat de spreker tijdens de rust dichtdoet. Je gebruikt "notebook" voor een boek waarin je aantekeningen maakt.
while In "while I rest" betekent "while" terwijl en het verbindt twee activiteiten die gedurende dezelfde periode plaatsvinden. Hier gebeurt het sluiten van het notitieboek tijdens het rusten. Je gebruikt "while" vóór een volledige bijzin met een onderwerp en werkwoord.
Then In "Then we can continue more calmly" betekent "Then" dan, als gevolg van wat net is afgesproken. Het verwijst hier naar het rusten en het sluiten van het notitieboek. Je kunt "Then" aan het begin van een zin gebruiken om de volgende stap of het gevolg aan te geven.
we In "we can continue more calmly" verwijst "we" naar de spreker en de andere persoon samen: we of wij. Het is het onderwerp vóór "can continue". Je gebruikt "we" wanneer de handeling door de spreker en minstens één andere persoon wordt uitgevoerd.
can In "we can continue more calmly" geeft "can" aan dat iets mogelijk is: kunnen. Het staat vóór "continue" en drukt hier de mogelijkheid uit om na de pauze verder te gaan. Na "can" volgt de werkwoordsvorm zonder "to".
continue In "we can continue more calmly" betekent "continue" doorgaan met de activiteit. Het verwijst hier naar het verdergaan met de studie of woordenschat. Je gebruikt "continue" vóór de activiteit waarmee iemand verdergaat, als die wordt genoemd.
more In "more calmly" versterkt "more" de manier waarop de activiteit gebeurt: in een meer rustige of kalmere manier. Het staat vóór "calmly" en vormt daarmee één bijwoordelijke uitdrukking. Je gebruikt "more" vóór een bijwoord wanneer je een hogere graad wilt aangeven.
calmly In "continue more calmly" betekent "calmly" op een rustige manier. Het beschrijft hoe de twee personen na de pauze verdergaan. Samen met "more" geeft "more calmly" aan dat ze rustiger doorgaan dan daarvoor.

Grammatica

while + verb-ing

While studying, continue calmly.

wail stuhdie-ing, kontienjoe kaamli.

Blijf rustig doorgaan tijdens het studeren.

Na while kun je een werkwoord op -ing gebruiken. Dit beschrijft twee activiteiten die tegelijk plaatsvinden.

comparative adjective: easier

Reviewing vocabulary later is easier.

rievjoeing vokebjoeleri leiter iz ieziër.

De woordenschat later herhalen is makkelijker.

Easier is de vergrotende trap van easy en betekent ‘makkelijker’. Gebruik het om twee situaties te vergelijken.

Engels woordenschat

aside bijwoord
uhsaid opzij
brain zelfstandig naamwoord
brein hersenen
break zelfstandig naamwoord
breik pauze
concentrate werkwoord
konsentreit zich concentreren
for a long time uitdrukking
fer uh long taim lange tijd
hard bijvoeglijk naamwoord
haard moeilijk
means werkwoord
miinz betekent
moment zelfstandig naamwoord
moumənt moment
rest werkwoord
rest rusten
studying werkwoord
stuhdie-ing studeren
usually bijwoord
joezjoeəli meestal
work zelfstandig naamwoord
wurk werk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Leg je werk even opzij.

Antwoord tonenPut your work aside.

Rust even uit.

Antwoord tonenRest for a moment.

Het is nu moeilijk om me te concentreren.

Antwoord tonenIt's hard to concentrate now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rusten

Antwoord tonenrest

opzij

Antwoord tonenaside

moment

Antwoord tonenmoment

moeilijk

Antwoord tonenhard