Na de pauze weer aan het werk | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After a break at work, two adults return to a file, a chart section, and team comments with better focus..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Na de pauze weer aan het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I feel more refreshed now.

Ai fiel mor riefresjt nau. Ik voel me nu meer uitgerust.
B

Let's start with the part that matters most.

Lets start wied de part det maters moust. Laten we beginnen met het belangrijkste onderdeel.
A

Should we continue from the chart section?

Sjoed wie kontienjoe fram de tsjart seksjen? Zullen we verdergaan met het gedeelte over de grafiek?
B

That part needs the most focus.

Det part nieds de moust fookus. Dat onderdeel vraagt de meeste concentratie.
A

I'll open the file and check it.

Ail oupen de fail ən tsjek it. Ik open het bestand en controleer het.
B

I'll read the team comments while you check the chart.

Ail ried de tiem koments wail joe tsjek de tsjart. Ik lees de opmerkingen van het team terwijl jij de grafiek controleert.
A

I can follow the details better now.

Ai ken falou de die-teels beter nau. Ik kan de details nu beter volgen.
B

The break made the work feel lighter.

De breek meid de wurk fiel laiter. Door de pauze voelde het werk lichter aan.

Woord voor woord

I In “I feel more refreshed now” betekent “I” de spreker zelf. Het staat hier als onderwerp vóór het werkwoord “feel”. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld bij je toestand na een pauze.
feel In “I feel more refreshed now” betekent “feel” dat de spreker een bepaalde toestand ervaart. Na “I” staat hier de vorm “feel”, gevolgd door een beschrijving van de toestand. Je gebruikt “feel” bijvoorbeeld om te zeggen hoe je je voelt of hoe iets aanvoelt.
more In “I feel more refreshed now” geeft “more” aan dat de spreker in een grotere mate uitgerust is dan eerder. Het versterkt hier “refreshed”. Je gebruikt “more” vóór een beschrijving wanneer je een hogere mate bedoelt.
refreshed In “I feel more refreshed now” betekent “refreshed” dat de spreker zich uitgeruster en vernieuwd voelt. Na “feel” beschrijft het de toestand van de spreker. Je kunt deze vorm gebruiken wanneer een pauze of rust je toestand heeft verbeterd.
now In “I feel more refreshed now” verwijst “now” naar het huidige moment. Het laat zien dat de spreker zich op dit moment meer uitgerust voelt. Je gebruikt “now” om een toestand aan het heden te koppelen.
Let's In “Let's start with the part that matters most” is “Let's” een voorstel om iets samen te doen. Het is de verkorte vorm van “let us”. De constructie “Let's” + werkwoord is bruikbaar wanneer je een gezamenlijke volgende stap voorstelt, bijvoorbeeld tegenover een collega.
start In “Let's start with the part that matters most” betekent “start” beginnen met een taak of onderdeel. Na “Let's” staat hier de basisvorm “start”. Je gebruikt “start with” + het eerste onderdeel waarmee je begint.
with In “Let's start with the part that matters most” geeft “with” aan waarmee de activiteit begint. Het verbindt “start” met “the part”. Je gebruikt “start with” vóór een taak, onderwerp of onderdeel dat als eerste aan de beurt komt.
the In “the part that matters most” maakt “the” duidelijk dat het om een specifiek onderdeel gaat. Het staat direct vóór “part”. Je gebruikt “the” wanneer de gesprekspartners weten over welk concreet onderdeel het gaat.
part In “the part that matters most” betekent “part” een afzonderlijk onderdeel van het werk. Het verwijst hier naar een deel dat belangrijk is. Je kunt “part” gebruiken voor een onderdeel van een bestand, taak of bespreking.
that In “the part that matters most” leidt “that” de extra informatie over “the part” in. Het verbindt het zelfstandig naamwoord met de beschrijving “matters most”. Je gebruikt “that” zo om een specifiek onderdeel nader te omschrijven.
matters In “the part that matters most” betekent “matters” dat het onderdeel belangrijk is. De vorm “matters” hoort hier bij het enkelvoudige onderwerp “the part”. Je gebruikt “matters” wanneer je bespreekt wat belangrijk is bij het kiezen of prioriteren van werk.
most In “the part that matters most” geeft “most” de hoogste mate van belangrijkheid aan. Het versterkt hier “matters”. Je gebruikt “most” om binnen meerdere mogelijkheden aan te geven wat het sterkst of belangrijkste is.
Should In “Should we continue from the chart section?” maakt “Should” van de zin een vraag om een gezamenlijke suggestie. De constructie “Should we” vraagt of de gesprekspartners iets zullen doen. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je met een collega de volgende stap wilt afspreken.
we In “Should we continue from the chart section?” verwijst “we” naar de spreker en de aangesproken persoon samen. Het staat als onderwerp vóór “continue”. Je gebruikt “we” wanneer je een activiteit als gezamenlijke actie voorstelt of bespreekt.
continue In “Should we continue from the chart section?” betekent “continue” dat de gesprekspartners verdergaan met eerder besproken werk. Na “Should we” staat de basisvorm “continue”. Je gebruikt “continue from” om aan te geven vanaf welk punt je verdergaat.
from In “continue from the chart section” geeft “from” het beginpunt van het vervolg aan. Het verbindt “continue” met “the chart section”. Je gebruikt “from” vóór een punt, onderdeel of plaats waar je een activiteit hervat.
chart In “the chart section” betekent “chart” een visuele weergave van informatie. Het vormt samen met “section” de uitdrukking voor een onderdeel van die grafiek. Je gebruikt “chart” wanneer je tijdens werk naar gegevens in een visueel overzicht verwijst.
section In “the chart section” betekent “section” een duidelijk afgebakend deel. Hier gaat het om een deel dat bij de grafiek hoort. Je gebruikt “section” voor een onderdeel van bijvoorbeeld een document, grafiek of rapport.
needs In “That part needs the most focus” betekent “needs” dat iets nodig is. De vorm “needs” staat bij het enkelvoudige onderwerp “That part”. Je gebruikt “needs” vóór datgene wat noodzakelijk is, zoals focus of extra controle.
focus In “That part needs the most focus” betekent “focus” de concentratie en aandacht die voor het onderdeel nodig zijn. Het is datgene wat het onderdeel volgens de spreker het meest nodig heeft. Je gebruikt “focus” wanneer je bespreekt waar iemand zijn aandacht op moet richten.
I'll In “I'll open the file and check it” betekent “I'll” dat de spreker aankondigt iets te zullen doen. Het is de verkorte vorm van “I will”. De constructie “I'll” + basiswerkwoord is bruikbaar om tegenover een collega een taak op je te nemen.
open In “I'll open the file and check it” betekent “open” het bestand toegankelijk maken om ermee te werken. Na “I'll” staat de basisvorm “open”. Je gebruikt “open” direct vóór een bestand, document of ander concreet object.
file In “I'll open the file and check it” betekent “file” een opgeslagen document. “The file” verwijst naar het specifieke bestand waar de gesprekspartners aan werken. Je gebruikt “file” bijvoorbeeld als object na “open” of “check”.
and In “I'll open the file and check it” verbindt “and” twee handelingen van dezelfde spreker. De verbonden werkwoorden zijn “open” en “check”. Je gebruikt “and” om opeenvolgende of bij elkaar horende acties in één zin te verbinden.
check In “I'll open the file and check it” betekent “check” dat de spreker het bestand bekijkt en controleert. Het voornaamwoord “it” is het object van deze handeling. Je gebruikt “check” vóór datgene wat je wilt nakijken of verifiëren.
it In “I'll open the file and check it” verwijst “it” terug naar “the file”. Het voorkomt dat “the file” opnieuw wordt herhaald. Je gebruikt “it” als object wanneer het bedoelde ding al duidelijk is uit de context.
read In “I'll read the team comments while you check the chart” betekent “read” geschreven informatie bekijken en begrijpen. Na “I'll” staat de basisvorm “read”. Je gebruikt “read” vóór de tekst of opmerkingen die je tijdens een taak wilt doornemen.
team In “the team comments” verwijst “team” naar de groep waarmee de gesprekspartners samenwerken. Het bepaalt van wie de opmerkingen afkomstig zijn. Je gebruikt “team” vóór een zelfstandig naamwoord om iets aan de gezamenlijke werkgroep te koppelen.
comments In “I'll read the team comments” betekent “comments” geschreven opmerkingen of reacties. Het gaat hier om opmerkingen van het team die de spreker gaat doornemen. Je gebruikt “comments” wanneer mensen feedback of observaties over werk hebben gegeven.
while In “while you check the chart” geeft “while” aan dat twee handelingen tegelijk plaatsvinden. Het leidt de bijzin “you check the chart” in. Je gebruikt “while” + onderwerp + werkwoord wanneer één activiteit tijdens een andere gebeurt.
you In “while you check the chart” verwijst “you” naar de persoon tegen wie de spreker praat. Het is het onderwerp van “check”. Je gebruikt “you” om de handeling of toestand van de aangesproken persoon te benoemen.
can In “I can follow the details better now” geeft “can” aan dat de spreker iets kan of daartoe in staat is. Na “can” staat de basisvorm “follow”. Je gebruikt “can” + werkwoord om een mogelijkheid of vermogen in de huidige situatie uit te drukken.
follow In “I can follow the details better now” betekent “follow” dat de spreker de details beter kan begrijpen en bijhouden. Het object is “the details”. Je gebruikt “follow” bijvoorbeeld voor details, uitleg of een bespreking die je probeert te begrijpen.
details In “I can follow the details better now” betekent “details” de kleinere stukken informatie binnen het werk. De spreker kan deze informatie na de pauze beter volgen. Je gebruikt “details” voor specifieke informatie binnen een bestand, uitleg of taak.
better In “I can follow the details better now” geeft “better” aan dat het volgen van de details verbeterd is. Het beschrijft hier hoe goed de spreker de details kan volgen. Je gebruikt “better” na een werkwoord wanneer je een verbeterde uitvoering of mate bedoelt.
break In “The break made the work feel lighter” betekent “break” een korte rustperiode tijdens het werk. De zin legt deze pauze in verband met hoe het werk daarna aanvoelt. Je gebruikt “break” wanneer je op het werk of tijdens een activiteit een korte rust bedoelt.
made In “The break made the work feel lighter” geeft “made” aan dat de pauze een gevolg veroorzaakte. “Made” is de verleden vorm van “make”; de volledige constructie betekent dat het werk lichter aanvoelde door de pauze. Het patroon is “made” + object + “feel” + beschrijving.
work In “The break made the work feel lighter” betekent “work” het werk of de taken die gedaan moeten worden. “The work” verwijst naar het concrete werk waar de twee personen mee verdergaan. Je gebruikt “work” hier als datgene waarvan de ervaren zwaarte wordt beschreven.
lighter In “The break made the work feel lighter” betekent “lighter” dat het werk minder zwaar of belastend aanvoelt. Na “feel” beschrijft het hoe “the work” wordt ervaren, niet het fysieke gewicht ervan. Je gebruikt het patroon “feel” + beschrijving om een ervaren verandering te benoemen.

Grammatica

while + subject + verb

While I read the team comments, I check the details.

Wail ai ried de tiem koments, ai tsjek de die-teels.

Terwijl ik de opmerkingen van het team lees, controleer ik de details.

Na while staat een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord. De bijzin beschrijft wat tegelijkertijd gebeurt.

feel + adjective

I feel more refreshed now.

Ai fiel mor riefresjt nau.

Ik voel me nu meer uitgerust.

Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven, niet een bijwoord.

Engels woordenschat

chart zelfstandig naamwoord
tsjart grafiek
continue werkwoord
kontienjoe doorgaan
feel werkwoord
fiel voelen
from voorzetsel
fram vanuit
matters werkwoord
maters belangrijk zijn
more refreshed bijvoeglijk naamwoord
mor riefresjt meer uitgerust
most bijwoord
moust het meest
needs werkwoord
nieds nodig hebben
now bijwoord
nau nu
part zelfstandig naamwoord
part onderdeel
section zelfstandig naamwoord
seksjen gedeelte
start werkwoord
start beginnen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me nu meer uitgerust.

Antwoord tonenI feel more refreshed now.

Dat onderdeel vraagt de meeste concentratie.

Antwoord tonenThat part needs the most focus.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beginnen

Antwoord tonenstart

doorgaan

Antwoord tonencontinue

belangrijk zijn

Antwoord tonenmatters

voelen

Antwoord tonenfeel