Een eenvoudig boek aanbevelen in de bibliotheek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, one person asks a librarian to recommend a simple book for language learners and checks how to borrow it..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een eenvoudig boek aanbevelen in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Could you recommend a book for language learners?

Koed joe REK-uh-MEND uh boek fur LÈNG-gwidj LUR-ners? Kunt u een boek voor taalleerders aanbevelen?
B

Are you looking for easy stories or short articles?

Ar joe LOE-king fur IE-zie STOO-riez or sjort AR-ti-kulz? Bent u op zoek naar makkelijke verhalen of korte artikelen?
A

I want short stories with simple words.

Aaj wont sjort STOO-riez widh SIM-pul wurdz. Ik wil korte verhalen met eenvoudige woorden.
B

This book has easy-to-understand stories and helpful pictures.

Dhis boek hèz IE-zie-tuh-ander-STÈND STOO-riez ènd HELF-fuhl PIK-tsjers. Dit boek bevat makkelijk te begrijpen verhalen en handige plaatjes.
A

Can I take it home today?

Ken aaj teek it houm tuh-DEE? Kan ik het vandaag mee naar huis nemen?
B

Please show your library card at the desk.

Pliez sjou jur LAAJ-brè-rie kaard èt dhuh desk. Laat uw bibliotheekpas bij de balie zien.
A

I will check it out now.

Aaj wil tsjek it aut nau. Ik ga het nu lenen.
B

Come back for another recommendation after you finish it.

Kam bèk fur uh-nuh-dher rek-uh-muhn-DEE-sjun ÈF-tur joe FI-nisj it. Komt u terug voor een andere aanbeveling als u het uit heeft?

Woord voor woord

Could “Could” maakt van “Could you recommend a book for language learners?” een beleefd verzoek. Het staat vóór “you” en vóór het werkwoord in de basisvorm “recommend”. Je kunt dit patroon gebruiken om iemand beleefd om een aanbeveling te vragen.
you “you” verwijst in “Could you recommend a book for language learners?” naar de persoon die wordt aangesproken. Het is hier degene die de aanbeveling kan geven. Het staat na het hulpwerkwoord “Could” in deze vraag.
recommend “recommend” betekent hier dat je vraagt om een geschikt boek voor taalleerders voor te stellen. Na “Could you” staat het werkwoord in deze basisvorm. Een bruikbaar patroon is “Could you recommend a book for language learners?” wanneer je in een bibliotheek advies vraagt.
a “a” verwijst in “a book” naar één nog niet nader bepaald boek. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “book”. Je gebruikt deze combinatie wanneer je om een willekeurig of nog onbekend boek vraagt.
book “book” betekent hier een geschreven werk dat je in de bibliotheek kunt lenen. In “a book for language learners” is het het voorwerp dat aanbevolen moet worden. Het kan samen met “for” een doelgroep aangeven: “a book for language learners”.
for “for” geeft in “a book for language learners” aan voor wie het boek bedoeld is. Het verbindt “book” met de doelgroep “language learners”. Dit patroon kun je ook gebruiken voor andere dingen die voor een bepaalde groep bedoeld zijn.
language “language” verwijst in “language learners” naar de taal die iemand leert. Samen met “learners” beschrijft het een groep mensen die een taal bestudeert. De combinatie “language learners” past bijvoorbeeld bij boeken, lessen of oefeningen voor taalleerders.
learners “learners” betekent in “language learners” mensen die iets leren, hier een taal. De vorm verwijst naar meerdere mensen en staat na “language”. Je kunt “language learners” gebruiken om de doelgroep van een boek of cursus te noemen.
Are “Are” staat vooraan in de vraag “Are you looking for easy stories or short articles?” en helpt de vraag te vormen. Het staat vóór “you” en vóór de vorm “looking”. Deze vraagvorm gebruik je om te vragen waar iemand naar zoekt.
looking “looking” betekent hier zoeken in de vaste combinatie “looking for”. In “Are you looking for easy stories or short articles?” vraagt de bibliothecaris wat de persoon probeert te vinden. Een bruikbaar patroon is “Are you looking for ...?” gevolgd door het gezochte voorwerp.
easy “easy” betekent in “easy stories” dat de verhalen niet moeilijk zijn. Het beschrijft het zelfstandig naamwoord “stories”. In deze context gaat het om verhalen die geschikt zijn voor taalleerders.
stories “stories” betekent hier verhalen of vertellingen die iemand kan lezen. De meervoudsvorm staat na “easy” in “easy stories”. Je kunt deze combinatie gebruiken wanneer je naar eenvoudige leesstof vraagt.
or “or” verbindt in “easy stories or short articles” twee alternatieven. De vraag biedt daarmee een keuze tussen verhalen en artikelen. Je gebruikt “or” wanneer iemand één van meerdere mogelijkheden kan kiezen.
short “short” betekent in “short articles” dat de artikelen niet lang zijn. Het beschrijft “articles” en helpt de gewenste lengte van de leesstof aan te geven. Je kunt “short” vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om iets als kort te beschrijven.
articles “articles” verwijst hier naar korte geschreven teksten die iemand kan lezen. De vorm staat na “short” in “short articles” en vormt één van de twee opties in de vraag. Deze combinatie past wanneer je naar korte teksten in plaats van verhalen vraagt.
I “I” verwijst in “I want short stories with simple words.” naar de spreker. Het is degene die zijn of haar voorkeur uitspreekt. Het staat vóór “want” in deze mededeling.
want “want” geeft hier de wens van de spreker aan: de spreker wil korte verhalen. Het staat na “I” en vóór het gewenste voorwerp “short stories”. Je kunt het patroon “I want ...” gebruiken om duidelijk te zeggen wat je graag wilt.
with “with” geeft in “short stories with simple words” aan dat de verhalen eenvoudige woorden bevatten of gebruiken. Het verbindt “stories” met het kenmerk “simple words”. Dit patroon kun je gebruiken om een voorwerp te beschrijven aan de hand van wat erbij zit of erin voorkomt.
simple “simple” betekent in “simple words” dat de woorden gemakkelijk te begrijpen zijn. Het beschrijft “words” en maakt duidelijk welk soort taal de spreker zoekt. De combinatie “simple words” is bruikbaar wanneer je lees- of luistermateriaal met gemakkelijke taal vraagt.
words “words” verwijst in “simple words” naar de afzonderlijke taaleenheden in de verhalen. De meervoudsvorm staat na “simple” en wordt voorafgegaan door “with”. Samen beschrijven deze woorden welk taalniveau de verhalen hebben.
This “This” verwijst in “This book has easy-to-understand stories and helpful pictures.” naar het boek dat de bibliothecaris aanwijst of zojuist bespreekt. Het staat vóór “book” om dat specifieke boek aan te duiden. Je gebruikt “This book” wanneer je een bepaald boek onder de aandacht brengt.
has “has” betekent hier dat het boek bepaalde inhoud en kenmerken bevat: verhalen en plaatjes. Het staat na “This book” en vóór de opgesomde onderdelen. Een bruikbaar patroon is “This book has ...” om de inhoud van een boek te beschrijven.
easy-to-understand “easy-to-understand” betekent in “easy-to-understand stories” dat de verhalen gemakkelijk te begrijpen zijn. “easy” beschrijft iets als niet moeilijk, “to” verbindt dit met “understand”, en “understand” geeft het begrijpen aan; samen beschrijven ze “stories”. Deze samengestelde beschrijving kun je vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken voor materiaal dat begrijpelijk is.
and “and” verbindt in “easy-to-understand stories and helpful pictures” twee soorten kenmerken van het boek. Aan de ene kant zijn er verhalen en daarnaast zijn er plaatjes. Je gebruikt “and” om gelijkwaardige informatie samen te voegen.
helpful “helpful” betekent in “helpful pictures” dat de plaatjes nuttig zijn bij het begrijpen of leren. Het beschrijft “pictures”. In deze bibliotheekcontext geeft het aan waarom de plaatjes de lezer kunnen helpen.
pictures “pictures” verwijst hier naar afbeeldingen in het boek. De meervoudsvorm staat na “helpful” en wordt samen met de verhalen genoemd als inhoud van het boek. Je kunt “helpful pictures” gebruiken om visuele ondersteuning in leesmateriaal te beschrijven.
Can “Can” maakt in “Can I take it home today?” een vraag over mogelijkheid of toestemming. Het staat vóór “I” en vóór de basisvorm “take”. Je gebruikt deze vraag wanneer je wilt weten of je iets mee naar huis mag nemen.
take “take” betekent in “take it home” het boek meenemen naar de plek waar de spreker woont. Na “Can I” staat het in de basisvorm. Het patroon “take it home” is bruikbaar wanneer je vraagt of beschrijft dat je iets naar huis meeneemt.
it “it” verwijst in “Can I take it home today?” naar het boek dat eerder is besproken. Het staat na “take” als datgene wat wordt meegenomen. Het voorkomt dat “the book” opnieuw moet worden herhaald.
home “home” geeft in “take it home” de bestemming aan: de plek waar de spreker woont. Het staat direct na “it” en beschrijft waar het boek naartoe gaat. Deze combinatie gebruik je wanneer je iets mee naar huis wilt nemen.
today “today” betekent in “Can I take it home today?” op deze dag. Het geeft aan wanneer de spreker het boek wil meenemen. Je kunt het gebruiken om een verzoek of handeling aan de huidige dag te koppelen.
Please “Please” maakt “Please show your library card at the desk.” beleefd. Het staat aan het begin van de instructie en verzacht het verzoek. Je gebruikt “Please” wanneer je iemand vriendelijk vraagt iets te doen.
show “show” betekent hier de bibliotheekpas aan de medewerker laten zien. Na “Please” staat het in de basisvorm en vóór het voorwerp “your library card”. Een bruikbaar patroon is “Please show your ...” wanneer iemand een document of kaart moet tonen.
your “your” geeft in “your library card” aan dat de bibliotheekpas van de aangesproken persoon is. Het staat vóór “library card”. Je gebruikt deze vorm om bezit of verbondenheid met de persoon die je aanspreekt aan te geven.
library “library” verwijst in “library card” naar de bibliotheek die de kaart heeft uitgegeven. Samen beschrijven de woorden een kaart die voor bibliotheekgebruik dient. De combinatie “library card” past bijvoorbeeld bij lenen en terugbrengen van boeken.
card “card” betekent in “your library card” een kaart die de bezoeker bij de bibliotheek gebruikt. Het wordt nader bepaald door “library”. In deze situatie moet de kaart bij de balie worden getoond.
at “at” geeft in “at the desk” de specifieke plaats aan waar de kaart getoond moet worden. Het staat vóór “the desk”. Je gebruikt “at” hier om een handeling aan een bepaalde plek of een bepaald punt te koppelen.
the “the” verwijst in “the desk” naar een specifieke balie die in deze bibliotheek bekend is. Het staat vóór “desk”. Je gebruikt het wanneer zowel spreker als luisteraar weten over welke balie het gaat.
desk “desk” betekent hier de balie waar de bibliotheekpas moet worden getoond. In “at the desk” is het de specifieke plaats van de handeling. Deze combinatie is bruikbaar wanneer je iemand naar een servicepunt verwijst.
will “will” geeft in “I will check it out now.” aan dat de spreker van plan is de handeling nu uit te voeren. Het staat na “I” en vóór de basisvorm “check”. Je kunt “I will ...” gebruiken om een voornemen of beslissing uit te spreken.
check it out “check it out” betekent in deze dialoog het boek bij de bibliotheek lenen. “check” is de handeling, “it” verwijst naar het boek en “out” hoort bij deze vaste uitdrukking; samen vormen ze de betekenis ‘uitlenen’. Het patroon “I will check it out now.” past wanneer je aangeeft dat je een boek meteen gaat lenen.
now “now” betekent in “I will check it out now.” op dit moment of meteen. Het verduidelijkt wanneer de voorgenomen handeling plaatsvindt. Je kunt “now” gebruiken om aan te geven dat iets direct gebeurt.
Come “Come” is in “Come back for another recommendation after you finish it.” een uitnodiging of aansporing om terug te komen. Het staat aan het begin van de instructie in de basisvorm. In deze situatie nodigt de bibliothecaris de bezoeker uit om later opnieuw naar de bibliotheek te komen.
back “back” geeft in “Come back” aan dat de persoon opnieuw naar de eerdere plaats of situatie moet komen. Samen met “Come” vormt het de betekenis ‘terugkomen’. Je kunt “come back” gebruiken wanneer iemand op een later moment opnieuw moet verschijnen.
another “another” betekent in “another recommendation” een extra of andere aanbeveling na de eerste. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “recommendation”. Deze combinatie past wanneer iemand later nog een nieuwe suggestie kan krijgen.
recommendation “recommendation” betekent hier een voorgestelde keuze voor een boek. In “another recommendation” verwijst het naar een nieuwe boeksuggestie die de bibliothecaris later kan geven. Je kunt dit woord gebruiken wanneer iemand om advies over een geschikte keuze vraagt.
after “after” geeft in “after you finish it” aan dat de terugkeer later plaatsvindt dan het afmaken van het boek. Het verbindt de hoofdhandeling met de gebeurtenis die eerst moet gebeuren. Je gebruikt “after” om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
finish “finish” betekent in “after you finish it” het boek helemaal uitlezen of ermee klaar zijn. Na “you” staat het in de basisvorm binnen de tijdsbepaling met “after”. Het patroon “after you finish it” kun je gebruiken om te verwijzen naar wat er gebeurt wanneer iemand iets heeft afgemaakt.

Grammatica

be + looking for + noun

I'm looking for easy stories.

Aajm LOE-king fur IE-zie STOO-riez.

Ik ben op zoek naar makkelijke verhalen.

Gebruik be + looking for om te zeggen dat je op dit moment ergens naar zoekt.

easy-to-understand + noun

These are easy-to-understand articles.

Dhiez ar IE-zie-tuh-ander-STÈND AR-ti-kulz.

Dit zijn makkelijk te begrijpen artikelen.

easy-to-understand staat vóór een zelfstandig naamwoord en beschrijft hoe makkelijk iets te begrijpen is.

Engels woordenschat

articles zelfstandig naamwoord
AR-ti-kulz artikelen
easy bijvoeglijk naamwoord
IE-zie makkelijk
easy-to-understand bijvoeglijk naamwoord
IE-zie-tuh-ander-STÈND makkelijk te begrijpen
helpful bijvoeglijk naamwoord
HELF-fuhl handig
language learners zelfstandig naamwoord
LÈNG-gwidj LUR-ners taalleerders
looking for uitdrukking
LOE-king fur op zoek zijn naar
pictures zelfstandig naamwoord
PIK-tsjers plaatjes
recommend werkwoord
REK-uh-MEND aanbevelen
short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort
simple bijvoeglijk naamwoord
SIM-pul eenvoudig
stories zelfstandig naamwoord
STOO-riez verhalen
words zelfstandig naamwoord
wurdz woorden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik het vandaag mee naar huis nemen?

Antwoord tonenCan I take it home today?

Ik ga het nu lenen.

Antwoord tonenI will check it out now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

verhalen

Antwoord tonenstories

artikelen

Antwoord tonenarticles

makkelijk

Antwoord toneneasy

aanbevelen

Antwoord tonenrecommend