Een boek lenen en de uitleentijd verlengen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, one person asks how long a borrowed book can be kept and how to request extra time online..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een boek lenen en de uitleentijd verlengen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

How long can I keep this book?

Hau long ken ai kiep dhis boek? Hoe lang mag ik dit boek houden?
B

The slip shows the due date.

Dhuh slip shooz dhuh doej deit. Op het briefje staat de uiterste inleverdatum.
A

What should I do if I need more time?

Wut shud ai doe if ai nied mor taim? Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?
B

You can extend the loan online if no one else is waiting for the book.

Joe ken ikstend dhuh loon on-lain if no wuhn els iz weiting fer dhuh boek. Je kunt de uitleentermijn online verlengen als niemand anders op het boek wacht.
A

Can I do that from home?

Ken ai doe dhat frum hoom? Kan ik dat vanuit huis doen?
B

Log in to your library account from home.

Log in tuh jor laibreri əkaunt frum hoom. Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.
A

Then I should keep the slip with the book.

Dhen ai shud kiep dhuh slip widh dhuh boek. Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.
B

It will help you return it on time.

It wil help joe ri-turn it on taim. Het helpt je om het boek op tijd terug te brengen.

Woord voor woord

How In 'How long' vraagt How naar de duur van iets. De vaste vraag 'How long ...?' betekent hier 'Hoe lang ...?'. Je gebruikt dit patroon om naar tijdsduur te vragen.
long In 'How long' betekent long 'lang' en verwijst het naar de duur dat iemand iets mag houden. Samen met How vormt het een vraag naar tijdsduur. Je kunt 'How long ...?' gebruiken wanneer je wilt weten hoe lang iets duurt.
can In 'How long can I keep this book?' en 'Can I do that from home?' geeft can aan wat mogelijk of toegestaan is. In de eerste zin gaat het om mogen houden en in de tweede om iets kunnen doen. Het patroon 'Can I ...?' gebruik je om toestemming of mogelijkheid te vragen.
I I betekent 'ik' en verwijst naar de persoon die de vraag stelt, zoals in 'can I keep' en 'Can I do that'. Het woord staat voor de spreker zelf. Je gebruikt I als onderwerp voor je eigen handeling of vraag.
keep In 'keep this book' betekent keep dat je het boek bij je mag houden; in 'keep the slip' betekent het dat je het briefje bewaart. De precieze betekenis hangt hier af van wat het object is. Je gebruikt keep vóór het voorwerp dat je houdt of bewaart.
this In 'this book' verwijst this naar het specifieke boek dat op dat moment bedoeld wordt. Het maakt duidelijk welk boek de spreker aanwijst of vasthoudt. Het patroon 'this + zelfstandig naamwoord' gebruik je voor iets specifieks dichtbij de gesprekssituatie.
book In 'this book' en 'the book' betekent book 'boek'. Hier gaat het om het geleende boek waarover de gesprekspartners spreken. Je kunt book combineren met woorden zoals this of the om naar een bepaald boek te verwijzen.
The In 'The slip shows the due date' is The het bepaalde lidwoord voor iets specifieks: het briefje. Het staat vóór slip en verwijst naar een briefje dat in de situatie bekend is. Je gebruikt 'the + zelfstandig naamwoord' wanneer de gesprekspartner weet welk voorwerp bedoeld wordt.
slip In 'The slip' betekent slip 'briefje', hier het briefje met informatie over de uitleentermijn. Het woord verwijst naar een klein document dat bij het boek hoort. Je kunt slip gebruiken voor een briefje waarop praktische informatie staat.
shows In 'The slip shows the due date' betekent shows dat het briefje de datum vermeldt of zichtbaar maakt. Het onderwerp is The slip en de handeling betreft the due date. Het patroon 'iets shows informatie' gebruik je om te zeggen wat een document of scherm vermeldt.
due In 'the due date' geeft due aan dat het om de datum gaat waarop iets verwacht of verschuldigd is. In deze bibliotheekcontext is dat de uiterste datum om het boek terug te brengen. De vaste combinatie 'due date' verwijst naar zo'n uiterste datum.
date In 'the due date' betekent date 'datum'. Samen met due verwijst het naar de uiterste inleverdatum van het boek. Je gebruikt date na een bepaling wanneer je naar een specifieke kalenderdatum verwijst.
What In 'What should I do if I need more time?' vraagt What naar de handeling of het antwoord dat nodig is. Het is het vraagwoord aan het begin van de vraag. Het patroon 'What should I do ...?' gebruik je om advies over een situatie te vragen.
should In 'What should I do' vraagt should welke handeling verstandig of passend is. Het helpt de spreker om advies te vragen over wat er nodig is. Je gebruikt 'should I ...?' wanneer je wilt weten wat je het beste kunt doen.
do In 'What should I do' betekent do 'doen'; in 'do that' verwijst het naar het uitvoeren van de eerder genoemde handeling. Het woord krijgt zijn concrete inhoud uit de rest van de zin. Je gebruikt do vóór wat iemand uitvoert.
if In 'if I need more time' introduceert if de voorwaarde waaronder de vraag geldt. De betekenis is 'als ik meer tijd nodig heb'. Je gebruikt 'if + zin' om een voorwaarde of mogelijke situatie te noemen.
need In 'need more time' betekent need dat de spreker extra tijd nodig heeft. Het woord staat vóór het voorwerp van de behoefte, hier more time. Je gebruikt 'need + zelfstandig naamwoord' om te zeggen wat je nodig hebt.
more In 'more time' betekent more 'meer' of extra, dus een grotere hoeveelheid tijd dan nu beschikbaar is. Het staat vóór time. Je gebruikt 'more + zelfstandig naamwoord' wanneer je om een grotere hoeveelheid vraagt.
time In 'more time' betekent time 'tijd', hier de extra tijd om het boek te houden. Het woord verwijst naar de beschikbare periode voor een handeling. Je kunt time combineren met more wanneer je een langere periode nodig hebt.
You In 'You can extend the loan online' verwijst You naar de persoon tegen wie gesproken wordt. In 'help you return it' is you degene die het boek moet terugbrengen. Je gebruikt you voor de gesprekspartner als uitvoerder of ontvanger van een handeling.
extend In 'extend the loan' betekent extend dat je de uitleentermijn langer maakt. Het woord staat vóór het object the loan. Je gebruikt het patroon 'extend + termijn of periode' wanneer je extra tijd aanvraagt.
loan In 'extend the loan' betekent loan hier de uitleenperiode van het boek. Het gaat dus om de periode waarin het boek geleend mag worden. Je kunt loan combineren met extend wanneer je die uitleenperiode wilt verlengen.
online In 'extend the loan online' betekent online dat de verlenging via internet gebeurt. Het woord geeft aan waar of op welke manier de handeling wordt uitgevoerd. Je kunt online achter een handeling zetten om een digitale manier van handelen aan te geven.
no In 'no one else is waiting for the book' maakt no de daaropvolgende persoon negatief. Samen met one else betekent de uitdrukking dat niemand anders op het boek wacht. Je gebruikt 'no + zelfstandig naamwoord' om aan te geven dat er geen persoon of ding is.
one In 'no one else' verwijst one naar een persoon. Samen met no en else betekent de volledige uitdrukking 'niemand anders'; one alleen draagt die volledige ontkenning niet. Je gebruikt 'one' in deze constructie wanneer je naar een persoon verwijst zonder die persoon te benoemen.
else In 'no one else' betekent else 'anders' en voegt het de betekenis 'andere persoon' toe. Samen met no one ontstaat de betekenis 'niemand anders'. Je gebruikt else na one om een andere persoon dan de al bedoelde persoon aan te duiden.
is In 'is waiting for the book' verbindt is the subject no one else met de handeling waiting. Samen met waiting beschrijft het dat het wachten op dat moment bezig is. Je gebruikt 'is + werkwoordsvorm op -ing' om een lopende handeling te beschrijven.
waiting In 'is waiting for the book' betekent waiting dat iemand op het boek wacht. De combinatie met is laat zien dat dit wachten bezig is. Het patroon 'wait for + persoon of ding' gebruik je voor datgene waarop iemand wacht.
for In 'waiting for the book' verbindt for het wachten met datgene waarop gewacht wordt: the book. Het betekent hier niet simpelweg 'voor', maar maakt deel uit van de combinatie 'wait for'. Je gebruikt 'wait for + zelfstandig naamwoord' om het verwachte persoon of ding te noemen.
that In 'Can I do that from home?' verwijst that naar de eerder genoemde handeling, namelijk de lening online verlengen. Het woord voorkomt dat die hele handeling opnieuw moet worden genoemd. Je gebruikt 'do that' om naar een eerder besproken actie te verwijzen.
from In 'from home' geeft from aan dat de handeling vanuit huis wordt uitgevoerd. Het beschrijft de plaats van waaruit de gebruiker handelt. Je gebruikt 'from + plaats' om het vertrekpunt of de locatie van waaruit iets gebeurt te noemen.
home In 'from home' betekent home 'thuis'. Het verwijst naar de woning van de persoon die de handeling uitvoert. De combinatie 'from home' gebruik je wanneer iets vanuit de eigen woning gebeurt.
Log In 'Log in to your library account' is Log een directe aansporing om je aan te melden. Het hoort bij de uitdrukking 'Log in'. Je gebruikt dit wanneer je iemand vraagt toegang te krijgen tot een online account of dienst.
in In 'Log in' maakt in deel uit van de uitdrukking voor aanmelden bij een account. Het staat direct na Log en vormt daarmee de handeling 'inloggen'. Je gebruikt het patroon 'log in to + account of dienst'.
to In 'Log in to your library account' geeft to aan bij welk account de gebruiker zich aanmeldt. Het verbindt log in met your library account. Je gebruikt 'log in to + account of dienst' om het doel van het inloggen te noemen.
your In 'your library account' geeft your aan dat het account van de aangesproken persoon is. Het staat vóór de volledige naam library account. Je gebruikt 'your + zelfstandig naamwoord' om bezit of verbondenheid met de gesprekspartner aan te geven.
library In 'your library account' betekent library 'bibliotheek' en beschrijft het om wat voor account het gaat. Het staat vóór account. Je kunt 'library account' gebruiken voor een account bij een bibliotheek.
account In 'your library account' betekent account het online gebruikersaccount waarmee de persoon bibliotheekzaken regelt. Het woord staat na library in de samenstelling. Je gebruikt account voor een persoonlijke toegang tot een online dienst.
Then In 'Then I should keep the slip with the book' verwijst Then naar wat volgt uit de vorige uitleg: daarna of in dat geval moet de spreker het briefje bewaren. Het verbindt twee stappen in het gesprek. Je gebruikt Then om een volgende stap of gevolg te introduceren.
It In 'It will help you return it on time' verwijst het eerste It naar het briefje uit de vorige zin; het tweede it verwijst naar het boek. Zo verwijst het voornaamwoord naar iets dat al genoemd is. Je gebruikt it om een eerder genoemd ding opnieuw aan te duiden zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
will In 'It will help you return it on time' geeft will aan dat het briefje in de toekomst zal helpen. Het beschrijft een verwacht gevolg van het bewaren van het briefje. Je gebruikt 'will + werkwoord' om een toekomstige of verwachte handeling of uitwerking uit te drukken.
help In 'help you return it' betekent help dat het briefje de persoon ondersteunt bij het terugbrengen van het boek. Het staat vóór de persoon you en de daaropvolgende handeling return. Je gebruikt het patroon 'help + persoon + werkwoord' om te zeggen wie door iets geholpen wordt.
return In 'return it on time' betekent return dat je het geleende boek terugbrengt. Het voornaamwoord it is hier het object van return. Je gebruikt 'return + voorwerp' wanneer je iets terugbrengt naar de plaats of persoon van wie je het leende.
on In 'on time' maakt on deel uit van de vaste uitdrukking die betekent dat iets vóór of op het juiste moment gebeurt. Hier gaat het om het boek op tijd terugbrengen. Je gebruikt de combinatie 'on time' om stiptheid aan te geven.

Grammatica

need to + verb

I need to extend the loan.

Ai nied tuh ikstend dhuh loon.

Ik moet de uitleenperiode verlengen.

Gebruik need to vóór een werkwoord om aan te geven dat iets noodzakelijk is.

am/is/are + verb-ing

I am waiting online.

Ai əm weiting on-lain.

Ik wacht online.

De present continuous beschrijft iets dat nu bezig is; gebruik am, is of are met een -ing-vorm.

Engels woordenschat

book zelfstandig naamwoord
boek boek
due date uitdrukking
doej deit uiterste inleverdatum
extend werkwoord
ikstend verlengen
from home uitdrukking
frum hoom vanuit huis
keep werkwoord
kiep houden; bewaren
loan zelfstandig naamwoord
loon lening; uitleenperiode
more time uitdrukking
mor taim meer tijd
need werkwoord
nied nodig hebben
online bijwoord
on-lain online
shows werkwoord
shooz toont; geeft aan
slip zelfstandig naamwoord
slip briefje
waiting werkwoord
weiting wachten

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Op het briefje staat de uiterste inleverdatum.

Antwoord tonenThe slip shows the due date.

Kan ik dat vanuit huis doen?

Antwoord tonenCan I do that from home?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nodig hebben

Antwoord tonenneed

houden; bewaren

Antwoord tonenkeep

boek

Antwoord tonenbook

verlengen

Antwoord tonenextend