Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een boek lenen en de uitleentijd verlengen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
How long can I keep this book?
Hau long ken ai kiep dhis boek? Hoe lang mag ik dit boek houden?The slip shows the due date.
Dhuh slip shooz dhuh doej deit. Op het briefje staat de uiterste inleverdatum.What should I do if I need more time?
Wut shud ai doe if ai nied mor taim? Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?You can extend the loan online if no one else is waiting for the book.
Joe ken ikstend dhuh loon on-lain if no wuhn els iz weiting fer dhuh boek. Je kunt de uitleentermijn online verlengen als niemand anders op het boek wacht.Can I do that from home?
Ken ai doe dhat frum hoom? Kan ik dat vanuit huis doen?Log in to your library account from home.
Log in tuh jor laibreri əkaunt frum hoom. Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.Then I should keep the slip with the book.
Dhen ai shud kiep dhuh slip widh dhuh boek. Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.It will help you return it on time.
It wil help joe ri-turn it on taim. Het helpt je om het boek op tijd terug te brengen.Uitleg van de zinnen
How long can I keep this book?
Hoe lang mag ik dit boek houden?
- How long
- hoelang
- can I
- kan ik
- keep
- houden
- this
- dit
- book
- boek
Uitgebreide uitleg
How long vraagt naar een duur: “hoelang” of “voor welke periode”. In deze zin gaat het om de toegestane duur van het houden van het boek, zoals de context met een uiterste inleverdatum ondersteunt. Vergelijk How long is the film? — “Hoelang duurt de film?”; daar vraagt dezelfde vorm naar de duur, niet naar een kloktijd. can I bestaat uit can plus het onderwerp I. Hier drukt can volgens de vaste vertaling toestemming uit: “mag ik”, niet alleen lichamelijke of praktische mogelijkheid. In een vraag staat can vóór het onderwerp: Can I leave? — “Mag ik weggaan?” De volledige vraagvorm is dus Can I ...?; I can ... is de overeenkomstige mededelende volgorde. keep betekent hier dat de spreker het boek bij zich mag houden en niet meteen hoeft terug te geven. De basisvorm is keep; na can blijft het werkwoord in de basisvorm: can keep, niet *can keeps* of *can kept*. In andere contexten kan keep ook “bewaren” of “houden” betekenen, maar hier gaat het om het boek gedurende een bepaalde periode behouden. this is een enkelvoudige aanwijzer voor iets dat de spreker als nabij of als het bedoelde exemplaar aanwijst. Engels gebruikt this bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en these bij meervoud: this book — “dit boek”, tegenover these books — “deze boeken”. This heeft in het Engels geen grammaticaal geslacht. book is een telbaar zelfstandig naamwoord. Het enkelvoud is book, het meervoud books; het meervoud krijgt hier niet de vorm van toepassing, omdat this naar één boek verwijst. In this book maakt het aanwijzende woord het lidwoord overbodig: niet *this a book*. Samen vormt How long can I keep this book? de vraag: “Hoe lang mag ik dit boek houden?” De vraag vraagt naar de toegestane duur van het behouden van dit specifieke boek. De aansluitende context maakt duidelijk dat die duur verband houdt met de uiterste inleverdatum.
The slip shows the due date.
Op het briefje staat de uiterste inleverdatum.
- slip
- briefje
- shows
- toont; laat zien
- due date
- uiterste datum
Uitgebreide uitleg
slip betekent hier een briefje of klein document waarop informatie staat. Het meervoud is slips. Voorbeeld: “I found a slip in my bag.” = “Ik vond een briefje in mijn tas.” shows is de vorm van show in de tegenwoordige tijd bij he, she of it. Hier is het onderwerp The slip, dus enkelvoud: The slip shows .... Bij I, you, we en they staat de vorm show: “These papers show the answer.” = “Deze papieren tonen het antwoord.” In deze zin betekent shows niet noodzakelijk dat het briefje iets letterlijk afbeeldt; het geeft aan dat de informatie op het briefje te lezen of te vinden is. due date is een vaste woordgroep voor de uiterste datum waarop iets moet worden ingeleverd of betaald. Het zelfstandig naamwoord is date; due specificeert dat het om de vereiste uiterste datum gaat. Bijvoorbeeld: “The payment due date is Friday.” = “De uiterste betaaldatum is vrijdag.” Samen vormen de delen: The slip = “het briefje”, shows = “vermeldt” of “laat zien”, en the due date = “de uiterste inleverdatum”. De hele zin betekent daarom: “Op het briefje staat de uiterste inleverdatum.”
What should I do if I need more time?
Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?
- What
- wat
- should
- zou moeten
- do
- doen
- if
- als
- need
- nodig hebben
- more
- meer
- time
- tijd
Uitgebreide uitleg
What vraagt hier naar de handeling die de spreker moet uitvoeren. Het is het object van do, niet het onderwerp. Als vraagwoord kan what ook naar een ding of informatie vragen: “What do you need?” = “Wat heb je nodig?” Should drukt hier uit welke handeling verstandig, gewenst of verwacht is. Het is een modaal hulpwerkwoord en blijft in de tegenwoordige tijd gelijk bij alle personen: I should, she should, they should. Na should staat het werkwoord zonder to: You should wait. = “Je zou moeten wachten.” Voor een sterkere verplichting gebruikt Engels vaak must of have to; should klinkt eerder als advies of verwachting. Do betekent hier “doen” en is het zelfstandige hoofdwerkwoord, niet het hulpwerkwoord dat in veel Engelse vragen voorkomt. Na should staat de basisvorm do. Voorbeeld: What should we do? = “Wat moeten we doen?” If leidt een voorwaardelijke bijzin in: if + zin betekent “als …”. De voorwaarde kan voor of na de hoofdzin staan: If I need help, I should ask. = “Als ik hulp nodig heb, zou ik het moeten vragen.” In de gegeven zin staat de hoofdzin eerst en de voorwaardelijke bijzin daarna. Need betekent hier “nodig hebben”. De vorm is de basisvorm na I; in de derde persoon enkelvoud krijgt het werkwoord meestal -s: I need, maar she needs. Need + zelfstandig naamwoord betekent iets nodig hebben; need to + werkwoord betekent nodig hebben om iets te doen. Voorbeeld: I need to leave. = “Ik moet weg.” More geeft hier een grotere hoeveelheid aan dan eerder of dan verwacht. Bij niet-telbare hoeveelheden zoals time staat het tegenover much: much time → more time. Voorbeeld: We need more space. = “We hebben meer ruimte nodig.” Time betekent hier tijd als hoeveelheid die beschikbaar of nodig is. In deze betekenis is het meestal niet-telbaar: more time, niet more times. In een andere betekenis kan a time naar een afzonderlijke gelegenheid verwijzen: I remember a time when we lived there. = “Ik herinner me een tijd waarin we daar woonden.” Dat is niet de betekenis in deze zin. Samen vormen What should I do een vraag naar de aanbevolen handeling: “Wat zou ik moeten doen?” De bijzin if I need more time geeft de voorwaarde: “als ik meer tijd nodig heb”. De volledige betekenis is dus: “Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?”
You can extend the loan online if no one else is waiting for the book.
Je kunt de uitleentermijn online verlengen als niemand anders op het boek wacht.
- You can
- je kunt
- extend
- verlengen
- the loan
- de uitleentermijn
- online
- online
- no one else
- niemand anders
- waiting
- wachten
- the book
- het boek
Uitgebreide uitleg
You can drukt hier uit dat de aangesprokene de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen. can is een modaal hulpwerkwoord en krijgt geen -s bij he, she of it: You can extend = je kunt verlengen, maar She can extend = zij kan verlengen. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, dus extend, niet extends of to extend. extend betekent hier een bestaande uitleentermijn langer maken. De basisvorm is extend; in de derde persoon enkelvoud wordt dat extends, en de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn extended. Een bruikbaar voorbeeld is: You can extend the deadline. — Je kunt de deadline verlengen. the loan verwijst hier, in de betekenis van de vaste vertaling, naar de uitleentermijn van het boek. loan is een zelfstandig naamwoord; het werkwoord to loan bestaat ook, maar dat is een andere woordsoort en betekent iets uitlenen. Het lidwoord the markeert een bepaalde, in de situatie geïdentificeerde uitleentermijn. Voorbeeld: The loan ends tomorrow. — De uitleentermijn eindigt morgen. online betekent dat de handeling via internet of een online systeem gebeurt. Het is hier een bijwoord bij extend: het zegt hoe of via welk kanaal je de uitleentermijn verlengt. Voorbeeld: You can renew it online. — Je kunt het online verlengen. no one else betekent niemand anders. no one verwijst naar geen enkele persoon; else maakt duidelijk dat het om een andere persoon gaat dan een persoon of personen die in de context als vergelijking gelden. De uitdrukking gedraagt zich grammaticaal als enkelvoud: No one else is waiting, niet No one else are waiting. Voorbeeld: No one else is using the computer. — Niemand anders gebruikt de computer. waiting betekent hier aan het wachten zijn. Het is de -ing-vorm van wait; in is waiting vormt die samen met is de present continuous. Die vorm presenteert het wachten als een toestand of activiteit die op dat moment speelt. Voorbeeld: They are waiting outside. — Ze staan buiten te wachten. Wait zonder -ing kan ook een bevel zijn: Wait here. — Wacht hier. the book betekent het boek, dus het bepaalde boek dat in deze zin wordt genoemd. book is hier een zelfstandig naamwoord; als werkwoord kan book bijvoorbeeld reserveren betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. the maakt de verwijzing bepaald. Voorbeeld: The book is on the desk. — Het boek ligt op het bureau. De volledige structuur is: You can + basiswerkwoord extend + the loan + online, gevolgd door de voorwaardelijke bijzin if no one else is waiting for the book. If betekent als en introduceert de voorwaarde. In die bijzin is no one else het onderwerp, is waiting de activiteit, en for the book geeft aan waarop het wachten gericht is. Samen betekent de utterance: je kunt de uitleentermijn online verlengen, op voorwaarde dat niemand anders op het boek wacht.
Can I do that from home?
Kan ik dat vanuit huis doen?
- Can I
- Kan ik …?
- do
- doen
- that
- dat
- home
- thuis
Uitgebreide uitleg
Can I vormt hier een vraag naar mogelijkheid of toestemming: “Kan ik …?” Het werkwoord can draagt de modaliteit; daarna staat het onderwerp I, gevolgd door het werkwoord in de basisvorm. Vergelijk: Can you help? = “Kun je helpen?” Na can gebruik je dus niet een vervoegde vorm zoals does. do betekent hier “doen” en verwijst naar de handeling waarnaar eerder wordt verwezen. Na can blijft het do, de basisvorm: I can do it = “Ik kan het doen.” In andere tijden verandert de vorm wel, bijvoorbeeld I did it = “Ik deed het / Ik heb het gedaan.” that betekent hier “dat” en verwijst naar een eerder genoemde of begrepen handeling, niet naar een specifiek zelfstandig naamwoord dat in deze zin wordt genoemd. Het is een aanwijzend voornaamwoord. In een ander voorbeeld kan this naar iets dichterbij verwijzen: Can I do this? = “Kan ik dit doen?” home betekent “thuis”. In from home geeft home de plaats van vertrek of de locatie aan vanwaar iemand iets doet: I work from home = “Ik werk vanuit huis.” Zonder from heeft home in veel vaste combinaties een andere functie, bijvoorbeeld I am home = “Ik ben thuis.” Samen vormen de delen Can I + do that + from home de vraag “Kan ik dat vanuit huis doen?” De vraag gaat dus over de mogelijkheid of toestemming om die eerder bedoelde handeling thuis uit te voeren. De formulering is alledaags en direct.
Log in to your library account from home.
Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.
- Log in
- log in
- your
- je/jouw
- library
- bibliotheek
- account
- account
- from home
- vanuit huis
Uitgebreide uitleg
Log in is hier een bevel: de aangesprokene moet zich aanmelden bij een account of dienst. Log in is de basisvorm van het werkwoordelijke patroon; in deze zin valt die samen met de bevelsvorm. De bevelsvorm heeft hier geen zichtbaar onderwerp. Voorbeeld: I log in = “Ik log in.” Het partikel in hoort bij deze werkwoordelijke combinatie en is hier niet simpelweg een aparte plaatsbepaling. your geeft bezit of toebehoren aan bij de daaropvolgende naamwoordgroep: het account hoort bij de aangesprokene. Het is een bezittelijk bepalend woord, geen zelfstandig naamwoord. Vergelijk my account = “mijn account” en your account = “jouw account”; de keuze hangt af van de bezitter. library bepaalt welk soort account wordt bedoeld: een account dat met een bibliotheek verbonden is. In library account staat library vóór account als zelfstandig naamwoord dat attributief wordt gebruikt. Het betekent hier dus niet een handeling zoals “naar de bibliotheek gaan”. account is het zelfstandig naamwoord voor het gebruikersprofiel of de registratie waarmee iemand toegang krijgt tot een dienst. Het meervoud is accounts. In deze zin staat de enkelvoudsvorm account; de bezittelijke bepaler maakt de naamwoordgroep bepaald. from home geeft de plaats vanwaar de handeling gebeurt: vanuit huis. from markeert hier een vertrekpunt of bron, terwijl home de plaats benoemt; samen betekent dit “vanuit huis”. Het is een plaatsbepaling en geen onderdeel van het werkwoord log in. Samen vormen de delen een directe instructie: de aangesprokene moet zich aanmelden bij het bibliotheekaccount, en dat moet vanuit huis gebeuren. your koppelt het account aan de aangesprokene, terwijl from home de plaats van de handeling toevoegt.
Then I should keep the slip with the book.
Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.
- Then
- dan
- I should
- ik moet / ik zou moeten
- keep
- bewaren
- slip
- briefje
- with
- bij
- book
- boek
Uitgebreide uitleg
Then verwijst hier naar een volgende stap in de situatie: “dan”. Het kan ook een tijdstip (“toen”) of een gevolg in een redenering aangeven; in deze zin past de betekenis “dan” als aansluiting op wat eraan voorafging. I should bestaat uit het onderwerp I en het hulpwerkwoord should. De spreker zegt dat hij of zij iets hoort te doen of dat dit verstandig is. In de vaste Nederlandse vertaling wordt die bedoeling weergegeven met “moet”; should is in het Engels echter vaak minder sterk dan must. Vergelijk: I should keep it. — “Ik zou het moeten bewaren.” keep is hier de zelfstandige werkwoordelijke vorm na should en betekent “bewaren”. Na modale hulpwerkwoorden zoals should gebruikt het Engels de basisvorm: should keep, niet bijvoorbeeld een vorm met to of een verleden uitgang. Zonder should kan keep ook andere betekenissen hebben, maar hier gaat het om iets behouden of op een bepaalde plaats laten. slip betekent hier “briefje”: een klein stukje papier of een vergelijkbaar document. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er in deze zin the slip, met the omdat het om een specifiek briefje gaat. Het meervoud is slips. with verbindt the slip met the book en geeft hier de plaatsrelatie “bij”: het briefje moet samen met of bij het boek blijven. De betekenis is dus niet noodzakelijk dat het briefje het boek vasthoudt; de precieze praktische manier wordt niet verder gespecificeerd. book betekent “boek”. the book verwijst naar een specifiek boek dat in deze context herkenbaar is. Het meervoud is books; het onbepaalde enkelvoud is a book. Samen vormt Then I should keep the slip with the book. de structuur Then + onderwerp + should + basiswerkwoord + voorwerp + plaats-/relatiebepaling: “Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.” Then markeert de aansluiting, I should keep geeft aan wat de spreker hoort te doen, the slip is wat bewaard moet worden, en with the book geeft aan waar of waarbij het bewaard moet blijven.
It will help you return it on time.
Het helpt je om het boek op tijd terug te brengen.
- It
- het
- will help
- zal helpen
- you
- je
- return
- terugbrengen
- it
- het
- on time
- op tijd
Uitgebreide uitleg
It staat hier als onderwerp van de zin. Het is een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig derde-persoonsreferent; uit deze ene zin blijkt niet zelfstandig waarnaar het verwijst. In een andere zin kan bijvoorbeeld This will help dezelfde onderwerpfunctie hebben, met een expliciet aangewezen referent. will help gebruikt will met de basisvorm help om een toekomstige verwachting of gevolg uit te drukken. Will verandert niet mee met de persoon: I will help, she will help. In deze zin krijgt help daarna een persoon (you) en een werkwoord in de basisvorm: help you return. you is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de aangesproken persoon of personen. De vorm is hetzelfde voor enkelvoud en meervoud en voor onderwerp en object; de functie blijkt hier uit de positie na help. Bijvoorbeeld: I will help you. — Ik zal je helpen. return is hier de basisvorm na help you; het betekent in deze context iets terugbrengen of teruggeven. De vaste vertaling maakt duidelijk dat it hier naar het boek verwijst: return it betekent dus het boek terugbrengen, niet alleen ergens naartoe gaan. Als zelfstandig hoofdwerkwoord kan return ook zonder hulpwerkwoord voorkomen, bijvoorbeeld: They return the key. — Ze brengen de sleutel terug. it is hier het lijdend voorwerp van return. In deze context verwijst het volgens de vaste vertaling naar het boek, een enkelvoudig ding. Engels gebruikt it voor zo'n enkelvoudige zaak; een meervoudig voorwerp krijgt them, zoals in Return them. — Breng ze terug. on time is een vaste bijwoordelijke uitdrukking die aangeeft dat iets uiterlijk volgens de afgesproken tijd gebeurt: op tijd. Ze verschilt van in time, dat meestal betekent dat iets nog vóór een kritisch moment gebeurt. Voorbeeld: Please arrive on time. — Kom alsjeblieft op tijd. Samen vormt de zin: It + will help + you + return it + on time: iets zal de aangesproken persoon helpen het boek op tijd terug te brengen. De volledige bedoelde betekenis is: Het zal je helpen het boek op tijd terug te brengen.
Grammatica
need to + verb
I need to extend the loan.
Ai nied tuh ikstend dhuh loon.Ik moet de uitleenperiode verlengen.
Gebruik need to vóór een werkwoord om aan te geven dat iets noodzakelijk is.
am/is/are + verb-ing
I am waiting online.
Ai əm weiting on-lain.Ik wacht online.
De present continuous beschrijft iets dat nu bezig is; gebruik am, is of are met een -ing-vorm.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Op het briefje staat de uiterste inleverdatum.
Antwoord tonen
The slip shows the due date.Kan ik dat vanuit huis doen?
Antwoord tonen
Can I do that from home?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
nodig hebben
Antwoord tonen
needhouden; bewaren
Antwoord tonen
keepboek
Antwoord tonen
bookverlengen