Could
In “Could I borrow your screwdriver for a small repair?” maakt “Could” het verzoek beleefd en voorzichtig. Na “Could” volgt het onderwerp “I” en het werkwoord in de basisvorm, zoals in “Could I borrow ...?”
I
“I” verwijst naar de persoon die zelf iets wil lenen, iets moet doen of iets zal doen. In deze dialoog staat het in patronen als “Could I borrow ...?”, “I need to ...” en “I'll wipe ...”.
borrow
“borrow” betekent hier iets tijdelijk van iemand gebruiken en het later teruggeven. Het staat na “Could I” in “Could I borrow your screwdriver ...?”; het object volgt direct daarna.
your
“your” geeft aan dat de schroevendraaier van de aangesproken persoon is. In “your screwdriver” staat het vóór het zelfstandig naamwoord om de eigenaar aan te geven.
screwdriver
“screwdriver” is hier het gereedschap dat iemand wil lenen voor een reparatie. In “your screwdriver” en “the medium screwdriver” wordt het gecombineerd met woorden die de eigenaar of het type aanduiden.
for
“for” geeft hier het doel van het lenen aan: “for a small repair”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord of een woordgroep die het doel beschrijft.
a
“a” introduceert één niet nader bepaalde reparatie in “a small repair”. Het staat vóór “small repair”, een enkelvoudige woordgroep die voor het eerst wordt genoemd.
small
“small” beschrijft de reparatie als beperkt van omvang in “a small repair”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “repair”, zoals bijvoeglijke beschrijvingen in het Engels vaak doen.
repair
“repair” betekent hier een handeling waarbij iets wordt gerepareerd of hersteld. In “for a small repair” beschrijft het waarvoor de schroevendraaier nodig is.
It
“It” verwijst in “It is in the blue toolbox” naar de schroevendraaier die al is genoemd. Dezelfde verwijzing verschijnt later als “it” in “return it”, “bring it back” en “wipe it off”.
is
“is” geeft hier aan waar het voorwerp zich bevindt: “It is in the blue toolbox.” De vorm staat bij “It” en wordt gevolgd door de plaatsbepaling “in the blue toolbox”.
in
“in” geeft aan dat de schroevendraaier zich binnen de gereedschapskist bevindt. Het staat in de vaste plaatsbepaling “in the blue toolbox”.
the
“the” verwijst naar een specifieke gereedschapskist die de gesprekspartners kunnen identificeren: “the blue toolbox”. Het staat vóór de beschrijving en het zelfstandig naamwoord.
blue
“blue” beschrijft de kleur van de gereedschapskist in “the blue toolbox”. Het staat vóór “toolbox” en helpt de juiste kist te herkennen.
toolbox
“toolbox” is hier de kist waarin het gereedschap ligt. In “the blue toolbox” wordt het gecombineerd met “the” en de kleur “blue” om een specifieke kist aan te wijzen.
need
“need” geeft aan dat de spreker iets noodzakelijk vindt voor de reparatie: “I need to tighten the shelf brackets.” Het wordt hier gevolgd door “to” en een werkwoord in de basisvorm.
to
“to” markeert in “need to tighten” het werkwoord dat volgt op “need”. Het vormt hier samen met “tighten” de constructie “to tighten the shelf brackets”.
tighten
“tighten” betekent hier iets vaster maken door de plankbeugels aan te draaien. In “to tighten the shelf brackets” volgt het op “to” en krijgt het de plankbeugels als object.
shelf
“shelf” geeft in “shelf brackets” aan dat de beugels bij een plank horen. Het staat vóór “brackets” en specificeert waarvoor deze steunen dienen.
brackets
“brackets” verwijst naar de steunen die de plank dragen en die moeten worden aangedraaid. Het komt voor in “the shelf brackets” en later in “those brackets”.
Use
“Use” is hier een directe instructie om een bepaald stuk gereedschap te gebruiken: “Use the medium screwdriver.” Als instructie staat het aan het begin van de zin, vóór het object.
medium
“medium” beschrijft de schroevendraaier als middelgroot in “the medium screwdriver”. Het staat vóór “screwdriver” en helpt bepalen welk gereedschap geschikt is.
fits
“fits” betekent hier dat de schroevendraaier qua maat of vorm geschikt is voor de beugels. In “It fits those brackets better” staat het bij “It” en wordt het gevolgd door het object “those brackets”.
those
“those” wijst in “those brackets” naar de beugels waar eerder over is gesproken. Het staat vóór “brackets” en maakt duidelijk welke beugels worden bedoeld.
better
“better” geeft aan dat de middelgrote schroevendraaier geschikter past bij de beugels dan een andere mogelijkheid. Het staat in de vergelijking “fits those brackets better”.
When
“When” vraagt in “When should I return it?” naar het tijdstip waarop iets moet gebeuren. Het staat aan het begin van de vraag en wordt gevolgd door “should I ...?”.
should
“should” vraagt hier naar het verwachte of afgesproken moment om iets terug te brengen. In “When should I return it?” staat het vóór “I” en volgt daarna het werkwoord “return” in de basisvorm.
return
“return” betekent hier het geleende gereedschap teruggeven aan de eigenaar. In “return it” staat het werkwoord vóór “it”, dat naar de schroevendraaier verwijst.
Please
“Please” maakt de instructie beleefd in “Please bring it back before dinner.” Het staat hier aan het begin van de zin vóór de gevraagde handeling.
bring
“bring” beschrijft in “bring it back” de handeling waarbij de schroevendraaier naar de eigenaar of de afgesproken plaats wordt meegenomen. Het staat vóór het object “it” en samen met “back” vormt het de betekenis van terugbrengen.
back
“back” voegt in “bring it back” het idee toe dat de schroevendraaier teruggaat naar de eerdere eigenaar of plaats. Het staat na “bring it” in deze uitdrukking.
before
“before” geeft aan dat het terugbrengen eerder moet gebeuren dan het avondeten: “before dinner”. Het staat vóór het tijdstip of de gebeurtenis die als grens dient.
dinner
“dinner” verwijst hier naar de maaltijd die als tijdsgrens wordt gebruikt. In “before dinner” betekent het dat de schroevendraaier vóór die maaltijd terug moet zijn.
If
“If” introduceert in “If it gets dusty” een voorwaarde. De daaropvolgende handeling, “I'll wipe it off first”, geldt wanneer die voorwaarde optreedt.
gets
“gets” betekent hier “stoffig wordt” in “If it gets dusty”. De vorm staat bij “it” en wordt gevolgd door het bijvoeglijke woord “dusty” in de constructie “gets dusty”.
dusty
“dusty” beschrijft de toestand waarin de schroevendraaier met stof bedekt raakt. In “it gets dusty” geeft het aan welke toestand het voorwerp krijgt.
I'll
“I'll” is de verkorte vorm van “I will” en geeft aan wat de spreker daarna zal doen: “I'll wipe it off first.” In deze zin staat het vóór het werkwoord “wipe”.
wipe
“wipe” betekent hier met een doek of iets dergelijks over de schroevendraaier gaan om hem schoon te maken. Het staat in “wipe it off”, waarbij “it” het voorwerp is en “off” het verwijderen van het stof aangeeft.
off
“off” geeft in “wipe it off” aan dat het stof van het oppervlak wordt verwijderd. De betekenis ontstaat samen met “wipe” en het object “it”, niet als een los tijdswoord.
first
“first” geeft aan dat het schoonmaken gebeurt vóór de volgende relevante handeling, namelijk het terugbrengen. In “I'll wipe it off first” staat het aan het einde om de volgorde te markeren.
That
“That” verwijst in “That helps keep the tools in good shape” naar de zojuist genoemde handeling van het schoonmaken. Het staat aan het begin als onderwerp van de zin.
helps
“helps” betekent hier dat de handeling bijdraagt aan het goed houden van het gereedschap. In “helps keep the tools in good shape” wordt het gevolgd door het werkwoord “keep” zonder “to”.
keep
“keep” betekent hier in een bepaalde toestand houden. In “keep the tools in good shape” staat het vóór het object “the tools” en de toestand “in good shape”.
tools
“tools” verwijst naar de gebruiksvoorwerpen waarmee je werkzaamheden uitvoert, waaronder in deze dialoog de schroevendraaier. Het staat in “the tools” als object van “keep”.
good
“good” beschrijft in “in good shape” een toestand die geschikt en verzorgd is. Het staat vóór “shape” binnen de vaste uitdrukking “in good shape”.
shape
“shape” betekent in “in good shape” niet de fysieke vorm, maar de conditie waarin iets verkeert. De volledige uitdrukking “keep the tools in good shape” betekent het gereedschap in goede staat houden.