Een laptopoplader lenen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, one person borrows a laptop charger, checks the connector, and agrees where to return it..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een laptopoplader lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My laptop battery is almost empty.

Mai leptop betterie iz olmoust emptie. De batterij van mijn laptop is bijna leeg.
B

You can borrow my charger until the meeting.

Joe ken barou mai tsjaardzjer entil de mieting. Je kunt mijn oplader lenen tot de vergadering.
A

Is it compatible with my laptop?

Iz it kom-pet-te-bel wid mai leptop? Is hij compatibel met mijn laptop?
B

It should be, but check the connector first.

It sjoed bie, but tsjek de ke-nektor furst. Dat zou zo moeten zijn, maar controleer eerst de aansluiting.
A

It fits, and the battery is charging now.

It fits, en de betterie iz tsjaardzjing nau. Hij past, en de batterij wordt nu opgeladen.
B

Put it back on my desk when you finish.

Poet it bek on mai desk wen joe finisj. Leg hem terug op mijn bureau als je klaar bent.
A

I'll put it back before you leave.

Ail poet it bek bifor joe liev. Ik leg hem terug voordat je weggaat.
B

That gives me enough time before I need it again.

Det givz mie inuf taim bifor ai nied it egen. Dat geeft me genoeg tijd voordat ik hem weer nodig heb.

Woord voor woord

My In “My laptop battery” betekent “My” dat de laptopbatterij van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk wie de eigenaar is. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je over je eigen apparaat of voorwerp praat.
laptop “laptop” betekent hier een draagbare computer, in “My laptop battery” en “my laptop”. Het woord kan vóór een ander zelfstandig naamwoord staan om aan te geven waarmee iets te maken heeft. Je gebruikt het op het werk of thuis voor je draagbare computer.
battery “battery” betekent hier de batterij die elektrische energie voor de laptop levert. In “battery is almost empty” gaat het om de resterende stroom van het apparaat. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer een apparaat bijna geen stroom meer heeft.
is In “My laptop battery is almost empty” verbindt “is” de batterij met haar toestand. Hier beschrijft het dat de batterij bijna geen stroom meer heeft. Je gebruikt het om een toestand of eigenschap van een onderwerp te beschrijven.
almost “almost” betekent hier “bijna” in “almost empty”: de batterij is nog niet helemaal leeg. Het staat vóór het woord dat de bijna-bereikte toestand beschrijft. Je gebruikt het wanneer iets dicht bij een toestand of hoeveelheid komt.
empty “empty” betekent in “almost empty” dat er bijna geen stroom meer in de batterij zit. Samen met “almost” beschrijft het dus een batterij die nog maar weinig energie heeft. Je gebruikt het ook voor andere dingen waarin bijna niets meer zit, als die betekenis duidelijk is.
You In “You can borrow my charger” verwijst “You” naar de persoon tegen wie de spreker praat. Het is degene die toestemming of de mogelijkheid krijgt om de oplader te lenen. Je gebruikt het om een andere persoon rechtstreeks aan te spreken.
can In “You can borrow my charger” geeft “can” aan dat de aangesprokene de oplader mag of kan lenen. Het staat vóór “borrow” om die mogelijkheid of toestemming uit te drukken. Je gebruikt het bijvoorbeeld om iemand toestemming voor een handeling te geven.
borrow “borrow” betekent in “borrow my charger” iets tijdelijk gebruiken en het later teruggeven. Het krijgt hier het voorwerp “my charger”. Je gebruikt het wanneer je iets van iemand leent met de bedoeling het terug te geven.
charger “charger” betekent hier een apparaat waarmee de laptopbatterij stroom krijgt. In “my charger” gaat het om de oplader van de spreker. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een oplader aanbiedt of vraagt.
until In “until the meeting” betekent “until” dat de oplader gebruikt mag worden tot het moment van de vergadering. Het geeft de eindtijd van de afspraak aan. Je gebruikt “until” vóór een tijdstip of gebeurtenis die het einde markeert.
the In “the meeting” verwijst “the” naar een specifieke vergadering die in deze werksituatie bekend is. Het maakt van “meeting” geen willekeurige, maar een bepaalde vergadering. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer duidelijk is over welke zaak of gebeurtenis het gaat.
meeting “meeting” betekent hier een geplande bijeenkomst op het werk. In “the meeting” is het de vergadering die als eindmoment voor het lenen van de oplader dient. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer collega’s samenkomen voor werkoverleg.
it In “Is it compatible with my laptop?” verwijst “it” naar de oplader. In “Put it back” verwijst het opnieuw naar het geleende voorwerp. Je gebruikt “it” om naar één genoemd ding te verwijzen zonder het zelfstandig naamwoord telkens te herhalen.
compatible In “compatible with my laptop” betekent “compatible” dat de oplader met de laptop kan samenwerken. Het wordt hier gevolgd door “with” en het apparaat waarmee de oplader moet werken. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te vragen of twee apparaten samen kunnen functioneren.
with In “compatible with my laptop” geeft “with” aan waarmee de oplader moet kunnen samenwerken. Het verbindt “compatible” met “my laptop”. Je gebruikt dit patroon om de twee apparaten of systemen te noemen die bij elkaar moeten passen.
should In “It should be” drukt “should” een verwachting uit: de oplader zou compatibel moeten zijn. De spreker klinkt daardoor niet volledig zeker en wil daarna de aansluiting controleren. Je gebruikt het wanneer iets volgens de verwachting het geval is.
be In “It should be” is “be” het verbindende werkwoord bij de verwachte eigenschap van de oplader. De betekenis “compatibel zijn” komt hier uit de voorafgaande vraag en blijft daarna onuitgesproken. Je gebruikt “should be” om een verwachte toestand of eigenschap te beschrijven.
but In “but check the connector first” introduceert “but” een tegenstelling tussen de verwachting en de noodzaak om toch te controleren. De spreker verwacht dat het werkt, maar wil zekerheid. Je gebruikt het om twee tegengestelde of afwijkende delen van een boodschap te verbinden.
check “check” betekent in “check the connector first” dat je de aansluiting bekijkt of test. Het krijgt hier het voorwerp “the connector”. Je gebruikt “check” wanneer je iets controleert voordat je verdergaat.
connector “connector” betekent hier het onderdeel waarmee de oplader op de laptop wordt aangesloten. In “the connector” gaat het om de specifieke aansluiting die gecontroleerd moet worden. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het controleren van de aansluiting van een kabel of oplader.
first In “check the connector first” betekent “first” dat de controle vóór de volgende stap moet gebeuren. Hier moet de aansluiting worden gecontroleerd voordat de oplader wordt gebruikt. Je gebruikt het om de eerste stap in een volgorde aan te geven.
fits “fits” betekent in “It fits” dat de aansluiting van de oplader in de juiste opening past. De spreker meldt daarmee dat de fysieke aansluiting klopt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je controleert of een stekker of onderdeel in een bepaalde opening past.
and In “It fits, and the battery is charging now” verbindt “and” twee samenhangende feiten: de aansluiting past en de batterij krijgt stroom. Het voegt informatie toe zonder tegenstelling. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie in één boodschap te verbinden.
charging In “the battery is charging now” betekent “charging” dat de batterij op dit moment elektrische energie ontvangt. Samen met “is” beschrijft het een activiteit die nu bezig is. Je gebruikt het wanneer een apparaat via een oplader stroom krijgt.
now “now” betekent in “is charging now” dat de batterij op het huidige moment wordt opgeladen. Het benadrukt dat het opladen inmiddels werkt. Je gebruikt het om naar het heden of het huidige moment te verwijzen.
Put In “Put it back on my desk” is “Put” een opdracht om iets ergens neer te leggen. Het voorwerp is “it” en de plaats is “on my desk”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt een geleend voorwerp terug te plaatsen.
back In “Put it back” betekent “back” dat het voorwerp terug moet naar de eerdere plaats. Het maakt duidelijk dat het niet zomaar ergens neergelegd moet worden. Je gebruikt “put ... back” wanneer iets naar zijn oorspronkelijke of afgesproken plek moet teruggaan.
on In “on my desk” geeft “on” aan dat de oplader op het oppervlak van het bureau moet liggen. Het noemt dus de plaats waar het voorwerp moet worden neergelegd. Je gebruikt “on” vóór een oppervlak of plaats waarop iets ligt.
desk “desk” betekent hier het bureau van de spreker. In “on my desk” is dat de afgesproken plek om de oplader terug te leggen. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een werkplek op kantoor of thuis.
when In “when you finish” betekent “when” “wanneer” of “op het moment dat”. Het koppelt het terugleggen van de oplader aan het afronden van de activiteit. Je gebruikt het vóór een gebeurtenis die bepaalt wanneer iets gebeurt.
finish “finish” betekent in “when you finish” dat de aangesprokene klaar is met de activiteit. Het is het moment waarna de oplader teruggelegd moet worden. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer iemand iets moet doen nadat een taak is afgerond.
I'll In “I'll put it back” geeft “I'll” de bedoeling van de spreker aan om iets te doen. Het verwijst hier naar de belofte dat de oplader wordt teruggelegd. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een toekomstige actie of toezegging uit te spreken.
before In “before you leave” betekent “before” dat het terugleggen eerder gebeurt dan het vertrek van de ander. Het geeft een duidelijke uiterste volgorde aan. Je gebruikt “before” vóór een tijdstip of gebeurtenis die nog niet mag plaatsvinden.
leave In “before you leave” betekent “leave” dat de aangesprokene van de werkplek weggaat. De spreker belooft de oplader terug te leggen voordat dat gebeurt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer iemand een plaats of afspraak verlaat.
That In “That gives me enough time” verwijst “That” naar de zojuist afgesproken terugbrengafspraak. De spreker zegt dat die afspraak voldoende tijd oplevert. Je gebruikt “That” om naar een eerder genoemde situatie of afspraak te verwijzen.
gives In “That gives me enough time” betekent “gives” dat de afspraak de spreker voldoende tijd oplevert. Het verbindt de afspraak met het resultaat voor de spreker. Je gebruikt “gives me” bijvoorbeeld wanneer iets iemand tijd, ruimte of een mogelijkheid oplevert.
me In “gives me enough time” is “me” de persoon die de tijd krijgt: de spreker. Het staat als ontvanger bij “gives”. Je gebruikt “me” wanneer iets aan of voor de spreker wordt gegeven.
enough In “enough time” betekent “enough” dat de hoeveelheid tijd voldoende is voor wat nodig is. Hier kan de spreker wachten totdat hij de oplader weer nodig heeft. Je gebruikt “enough” vóór een zelfstandig naamwoord om een voldoende hoeveelheid aan te geven.
time “time” betekent in “enough time” de beschikbare periode voordat de spreker de oplader opnieuw nodig heeft. Het gaat hier niet om een kloktijd, maar om de duur die beschikbaar is. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen of een periode voldoende lang is.
I In “I need it again” verwijst “I” naar de spreker. De spreker zegt dat hij de oplader later opnieuw nodig heeft. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf praat.
need “need” betekent in “I need it again” dat de spreker de oplader opnieuw nodig heeft. Het wordt gevolgd door “it”, dat naar de oplader verwijst. Je gebruikt “need” om uit te drukken dat iets noodzakelijk of vereist is.
again In “need it again” betekent “again” dat de spreker de oplader nog een keer nodig zal hebben. Het verwijst naar een herhaling na het huidige gebruik. Je gebruikt het wanneer een handeling of behoefte opnieuw voorkomt.

Grammatica

almost + adjective

The battery is almost empty.

De betterie iz olmoust emptie.

De batterij is bijna leeg.

almost staat vóór een bijvoeglijk naamwoord en betekent dat iets bijna zo is.

before + subject + verb

Check it before I leave.

Tsjek it bifor ai liev.

Controleer het voordat ik vertrek.

Na before staat een volledige bijzin met een onderwerp en een werkwoord.

Engels woordenschat

almost bijwoord
olmoust bijna

My laptop battery is almost empty.

battery zelfstandig naamwoord
betterie batterij

My laptop battery is almost empty.

borrow werkwoord
barou lenen

You can borrow my charger until the meeting.

charger zelfstandig naamwoord
tsjaardzjer oplader

You can borrow my charger until the meeting.

check werkwoord
tsjek controleren

Check the connector first.

compatible bijvoeglijk naamwoord
kom-pet-te-bel compatibel

Is it compatible with my laptop?

connector zelfstandig naamwoord
ke-nektor aansluiting; connector

Check the connector first.

empty bijvoeglijk naamwoord
emptie leeg

My laptop battery is almost empty.

first bijwoord
furst eerst

Check the connector first.

laptop zelfstandig naamwoord
leptop laptop

My laptop battery is almost empty.

meeting zelfstandig naamwoord
mieting vergadering

You can borrow my charger until the meeting.

until voorzetsel
entil tot

You can borrow my charger until the meeting.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De batterij van mijn laptop is bijna leeg.

Antwoord tonenMy laptop battery is almost empty.

Is hij compatibel met mijn laptop?

Antwoord tonenIs it compatible with my laptop?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

oplader

Antwoord tonencharger

laptop

Antwoord tonenlaptop

bijna

Antwoord tonenalmost

tot

Antwoord tonenuntil