Buitengesloten uit je appartement | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, one adult asks for a place to wait while calling a landlord about being locked out of an apartment..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Buitengesloten uit je appartement oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I am locked out of my apartment.

ai em lokt aut ov mai uhpartment. Ik ben buitengesloten uit mijn appartement.
B

Do you have a spare key somewhere?

djoe hev uh speer kie samweer? Heb je ergens een reservesleutel?
A

I do not, but my landlord may have one.

ai doe not, bat mai lendlord mee hev wan. Ik heb er geen, maar mijn verhuurder heeft er misschien wel een.
B

Try calling them now.

trai kooling dhem nau. Probeer je verhuurder nu te bellen.
A

Could I wait inside while I make the call?

koed ai weit insaid wail ai meik dhuh kol? Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?
B

Come in for a while.

kam in fer uh wail. Kom maar even binnen.
B

It is cold out there.

it iz kould aut dhair. Het is daar buiten koud.
A

I will explain what happened and ask about the key.

ai wul eksplein wot hepend en ask uhbaut dhuh kie. Ik leg uit wat er is gebeurd en vraag naar de sleutel.
B

Tell me if you need anything while you wait.

tel mie if joe nied enithing wail joe weit. Zeg het me als je iets nodig hebt terwijl je wacht.

Woord voor woord

I “I” verwijst hier naar de persoon die spreekt: die persoon zit buitengesloten, wacht en belt de verhuurder. Het staat als onderwerp vóór “am”, “do”, “will” en andere werkwoorden. Een herbruikbaar patroon is “I am …” om je eigen toestand te beschrijven.
am “am” is hier de vorm van “be” bij “I” en beschrijft de toestand van de spreker. In “I am locked out” hoort “am” bij de hele uitdrukking “locked out”. Je gebruikt “I am …” ook om een andere toestand of situatie te beschrijven.
locked “locked” zegt hier dat de toegang door een slot verhinderd is. Samen met “out” vormt het de uitdrukking “locked out”, dus dat de spreker niet naar binnen kan. De vorm “locked” komt hier voor in “I am locked out of my apartment”.
out “out” draagt in “locked out” bij aan het idee dat de spreker buiten de woning is en niet naar binnen kan. De betekenis komt uit de hele uitdrukking “locked out”, niet uit “out” alleen. “Out of my apartment” verbindt deze situatie met de woning.
of “of” verbindt de toestand “locked out” met de plaats waaruit iemand buitengesloten is. In “locked out of my apartment” gaat het dus om buiten het appartement zijn. Het patroon “out of …” kan een plaats of bron aangeven.
my “my” geeft aan dat het appartement bij de spreker hoort of door de spreker wordt bewoond. In “my apartment” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je kunt “my” op dezelfde manier vóór een ander persoonlijk bezit plaatsen.
apartment “apartment” betekent hier de woning van de spreker. Het woord staat na “my” in “my apartment”. Een herbruikbaar patroon is “an apartment” of “my apartment” wanneer je over een appartement spreekt.
Do “Do” staat vooraan in “Do you have a spare key somewhere?” en helpt een vraag in de tegenwoordige tijd te vormen. In “I do not” komt dezelfde werkwoordsvorm als “do” voor in een ontkenning. Een vraagpatroon is “Do you have …?” om te vragen of iemand iets bezit of bij zich heeft.
you “you” verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In “Do you have …?” is die persoon het onderwerp van de vraag, en in “if you need anything” gaat het om diens eventuele behoefte. Je gebruikt “you” voor degene tegen wie je spreekt.
have “have” betekent hier iets bezitten of bewaren: de aangesprokene kan een reservesleutel hebben. Het staat na “Do you” in “Do you have a spare key somewhere?”. Een herbruikbaar patroon is “Do you have …?” gevolgd door het voorwerp waarnaar je vraagt.
a “a” verwijst hier naar één niet nader bepaalde reservesleutel. In “a spare key” staat het vóór de beschrijving en het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “a” wanneer je één exemplaar noemt zonder het al als een specifieke zaak aan te duiden.
spare “spare” betekent hier extra en beschikbaar voor gebruik, dus niet de sleutel die normaal wordt gebruikt. In “a spare key” beschrijft het woord het soort sleutel. Een herbruikbaar patroon is “a spare …” voor iets extra’s dat als reserve beschikbaar is.
key “key” betekent hier een sleutel waarmee het appartement kan worden geopend. Het komt voor in “a spare key” en later in “the key”. Je gebruikt “key” met een passende bezits- of beschrijvingsbepaling wanneer je over een bepaalde sleutel spreekt.
somewhere “somewhere” betekent hier op een onbekende of niet genoemde plaats. In “Do you have a spare key somewhere?” vraagt de spreker of er ergens zo’n sleutel is. Je kunt “somewhere” gebruiken wanneer de precieze plaats niet bekend of niet belangrijk is.
not “not” maakt de uitspraak negatief. In “I do not” ontkent de spreker dat hij een reservesleutel heeft; het bijbehorende werkwoord “have” staat eerder in de zin. Een herbruikbaar patroon is “I do not have …” om bezit te ontkennen.
but “but” verbindt twee delen met een tegenstelling. In “I do not, but my landlord has …” contrasteert het ontbreken van de sleutel bij de spreker met de mogelijkheid dat de verhuurder er wel een heeft. Je gebruikt “but” om na een eerste mededeling een afwijkende of tegengestelde informatie toe te voegen.
landlord “landlord” betekent hier de persoon die het appartement verhuurt of beheert. In “my landlord” wordt die persoon verbonden met het appartement van de spreker. Je gebruikt “landlord” wanneer je met of over de verhuurder van een woning spreekt.
may “may” drukt hier een mogelijkheid uit: de verhuurder heeft misschien een reservesleutel. Het staat vóór “have” in “may have one”. Een herbruikbaar patroon is “may + werkwoord” om aan te geven dat iets mogelijk is.
one “one” verwijst hier naar één reservesleutel en voorkomt dat “key” opnieuw moet worden gezegd. In “my landlord may have one” neemt het de plaats in van het eerder genoemde voorwerp. Je kunt “one” zo gebruiken om naar één eerder genoemd exemplaar te verwijzen.
Try “Try” geeft hier het advies om iets te proberen: nu contact opnemen met de verhuurder. Het staat aan het begin van de aansporing “Try calling them now.” Een herbruikbaar patroon is “Try + activiteit” wanneer je iemand een mogelijke oplossing voorstelt.
calling “calling” verwijst hier naar telefonisch contact opnemen met de verhuurder. Na “Try” benoemt “calling” de activiteit die de aangesprokene kan proberen in “Try calling them now.” Je kunt “try” gevolgd door een activiteit gebruiken wanneer iemand een handeling als oplossing moet uitproberen.
them “them” verwijst hier naar de eerder genoemde verhuurder, zonder die persoon opnieuw te benoemen. In “calling them” is de verhuurder degene die telefonisch wordt gebeld. Je gebruikt “them” na een werkwoord wanneer die persoon of personen het doel van de handeling zijn.
now “now” betekent hier op dit moment, zonder uitstel. In “Try calling them now” bepaalt het wanneer het bellen moet gebeuren. Je gebruikt “now” om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
Could “Could” maakt hier een beleefde vraag over toestemming of mogelijkheid: mag de spreker binnen wachten? In “Could I wait inside …?” staat “I” na “Could” en volgt het werkwoord in de basisvorm “wait”. Dit patroon kun je gebruiken om beleefd te vragen of je iets mag doen.
wait “wait” betekent hier ergens blijven totdat de telefoongesprekssituatie verdergaat. In “Could I wait inside” vraagt de spreker toestemming om binnen te blijven. Een herbruikbaar patroon is “wait + plaats” wanneer je zegt waar je blijft wachten.
inside “inside” betekent hier binnen in de woning, tegenover buiten wachten. In “wait inside” geeft het aan waar de spreker wil wachten. Je kunt “inside” gebruiken om een plaats binnen een gebouw aan te duiden.
while “while” verbindt twee gelijktijdige handelingen. In “while I make the call” betekent het dat het wachten plaatsvindt tijdens het bellen. Een herbruikbaar patroon is “while + onderwerp + werkwoord” om aan te geven wat er tegelijkertijd gebeurt.
make “make” draagt in “make the call” bij aan de vaste uitdrukking voor een telefoongesprek voeren of bellen. De betekenis komt uit de hele combinatie “make the call”. Je kunt “make” in deze combinatie gebruiken wanneer je verwijst naar het uitvoeren van een gepland telefoongesprek.
the “the” verwijst naar iets specifieks dat in de situatie herkenbaar is. In “the call” gaat het om het telefoongesprek dat de spreker nu wil voeren, en in “the key” om de sleutel waarover men spreekt. Je gebruikt “the” wanneer de gesprekspartners weten welk voorwerp of welke handeling bedoeld is.
call “call” betekent hier een telefoongesprek. In “make the call” is het een zelfstandig naamwoord voor het specifieke gesprek dat de spreker gaat voeren. Een herbruikbaar patroon is “make a call” of “make the call” wanneer je over bellen als handeling spreekt.
Come “Come” is hier een aansporing om naar de plaats van de spreker toe te bewegen en binnen te gaan. In “Come in for a while” vormt het samen met “in” de uitnodiging om naar binnen te komen. Je kunt “Come …” gebruiken om iemand uit te nodigen ergens naartoe te bewegen.
in “in” geeft hier de richting naar de binnenkant van de woning aan. Samen met “Come” vormt het de uitdrukking “Come in”. Je gebruikt “come in” wanneer je iemand uitnodigt om een ruimte binnen te gaan.
for “for” geeft hier de duur van het verblijf aan. In “for a while” betekent het dat de persoon een korte, niet precies bepaalde tijd binnen kan blijven. Het patroon “for a while” gebruik je om een tijdelijke duur uit te drukken.
It “It” is hier het onderwerp in de weers- en temperatuuruitdrukking “It is cold”. Het verwijst niet naar een concreet voorwerp, maar maakt de Engelse zin over het weer grammaticaal compleet. Je gebruikt “It is …” ook om een algemene situatie of temperatuur te beschrijven.
is “is” is hier de vorm van “be” in de uitspraak over de temperatuur. In “It is cold” verbindt het “It” met de beschrijving “cold”. Je gebruikt “is” in dit patroon om een toestand of eigenschap te beschrijven.
cold “cold” betekent hier dat de temperatuur laag is, vooral buiten waar de ander staat. In “It is cold out there” beschrijft het de buitensituatie. Je kunt “It is cold” gebruiken om te zeggen dat het ergens koud is.
there “there” verwijst hier naar de plaats buiten waar de buitengesloten persoon zich bevindt. In “out there” wijst het op die plek buiten de woning. Je gebruikt “there” om naar een andere of aangewezen plaats te verwijzen.
will “will” geeft hier een voornemen voor de nabije toekomst aan. In “I will explain … and ask …” zegt de spreker wat hij van plan is te doen. Een herbruikbaar patroon is “I will + werkwoord” om een voornemen of toekomstige handeling uit te drukken.
explain “explain” betekent hier duidelijk vertellen wat er is gebeurd. Het staat na “will” in “I will explain what happened”. Je gebruikt “explain” vaak met informatie of een gebeurtenis die iemand begrijpelijk wil maken.
what “what” verwijst hier naar de gebeurtenis of informatie die uitgelegd zal worden. In “what happened” vormt het samen met “happened” een deelzin over de gebeurtenis. Je kunt “explain what …” gebruiken om uit te leggen welke gebeurtenis of informatie bedoeld wordt.
happened “happened” betekent hier plaatsvond of gebeurde in het verleden. Het is de verleden vorm van “happen” en staat in “what happened”. Je gebruikt “what happened” wanneer je naar een eerdere gebeurtenis verwijst.
and “and” verbindt hier twee handelingen van de spreker: “explain” en “ask”. De spreker zal dus uitleg geven en daarnaast informatie vragen. Je gebruikt “and” om gelijkwaardige handelingen of informatie samen te voegen.
ask “ask” betekent hier informatie vragen aan de verhuurder. In “ask about the key” wordt met “about” aangegeven waar de vraag over gaat. Een herbruikbaar patroon is “ask about + onderwerp” wanneer je informatie over iets wilt krijgen.
about “about” geeft hier het onderwerp van de vraag aan: de sleutel. In “ask about the key” vraagt de spreker informatie met betrekking tot die sleutel. Je gebruikt “about” na “ask” om het onderwerp van de vraag te noemen.
Tell “Tell” is hier een aansporing om informatie aan de spreker te geven. In “Tell me if you need anything” vraagt de ander om het te laten weten wanneer hulp nodig is. Een herbruikbaar patroon is “Tell me if …” om iemand te vragen je over een voorwaarde of situatie te informeren.
me “me” verwijst hier naar de persoon die de instructie geeft. In “Tell me” is die persoon degene aan wie de informatie verteld moet worden. Je gebruikt “me” na een werkwoord wanneer de spreker zelf de ontvanger van de informatie is.
if “if” introduceert hier de voorwaarde waaronder de ander iets moet zeggen: wanneer die persoon iets nodig heeft. In “Tell me if you need anything” maakt “if” van het tweede deel een voorwaardelijke situatie. Je kunt “if” gebruiken om een voorwaarde of mogelijke situatie aan te geven.
need “need” betekent hier iets nodig hebben of vereisen. In “if you need anything” gaat het om iedere vorm van hulp of ieder voorwerp dat tijdens het wachten nodig kan zijn. Een herbruikbaar patroon is “need + voorwerp” om te zeggen wat iemand nodig heeft.
anything “anything” betekent hier om het even wat of enige hulp die nodig kan zijn. In “if you need anything” houdt het aanbod de mogelijke behoefte bewust open. Je kunt “anything” gebruiken wanneer je niet één specifiek voorwerp of soort hulp noemt.

Grammatica

be locked out of + place

I am locked out of the apartment.

ai em lokt aut ov dhi uhpartment.

Ik ben buitengesloten van het appartement.

‘Locked out of’ betekent dat je ergens niet naar binnen kunt.

while + subject + verb

While I wait inside, you make the call.

wail ai weit insaid, joe meik dhuh kol.

Terwijl ik binnen wacht, bel jij.

‘While’ leidt een bijzin in voor twee handelingen die tegelijkertijd gebeuren.

Engels woordenschat

apartment zelfstandig naamwoord
uhpartment appartement
calling werkwoord
kooling bellen
inside bijwoord
insaid binnen
landlord zelfstandig naamwoord
lendlord verhuurder
locked out uitdrukking
lokt aut buitengesloten
make the call uitdrukking
meik dhuh kol bellen
now bijwoord
nau nu
somewhere bijwoord
samweer ergens
spare key uitdrukking
speer kie reservesleutel
try werkwoord
trai proberen
wait werkwoord
weit wachten
while voegwoord
wail terwijl

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Probeer je verhuurder nu te bellen.

Antwoord tonenTry calling them now.

Kom maar even binnen.

Antwoord tonenCome in for a while.

Het is daar buiten koud.

Antwoord tonenIt is cold out there.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wachten

Antwoord tonenwait

appartement

Antwoord tonenapartment

verhuurder

Antwoord tonenlandlord

bellen

Antwoord tonencalling