Een kapotte paraplu in de regen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Outside in heavy rain, one adult offers shelter and an extra umbrella after another person's umbrella breaks..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een kapotte paraplu in de regen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My umbrella broke in the strong wind.

mai ambrèla brouk in de strong wind. Mijn paraplu is gebroken door de harde wind.
B

Come under the shelter before you get soaked.

kam ander de sjèlter bifoor joe get soukt. Kom onder de schuilplek voordat je helemaal nat wordt.
A

The rain is heavier than it looked.

de rein iz hevijer den it loekt. De regen is harder dan hij leek.
B

You can borrow my extra umbrella.

joe ken barou mai ekstra ambrèla. Je kunt mijn extra paraplu lenen.
A

Are you sure you don't need it?

aar joe sjoer joe dount nied it? Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?
B

I have a raincoat, so I can manage.

ai hev uh reinkout, sou ai ken menidzj. Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.
A

I can bring it back tomorrow.

ai ken bring it bek te-marou. Ik kan hem morgen terugbrengen.
B

Just stay dry on your way home.

djast stei drai on jer wei houm. Zorg gewoon dat je droog thuiskomt.

Woord voor woord

My My betekent hier dat de paraplu van de spreker is, zoals in 'My umbrella'. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om bezit van de aangesprokene of spreker aan te geven. Je gebruikt 'My' bijvoorbeeld wanneer je iets van jezelf beschrijft.
umbrella Umbrella betekent hier paraplu, het voorwerp dat bescherming tegen regen geeft. In 'My umbrella' staat het na een bezittelijk woord. Je gebruikt het wanneer je over een paraplu praat die iemand gebruikt of nodig heeft bij regen.
broke Broke betekent hier dat de paraplu beschadigd raakte en niet meer werkte. Het is de verleden tijd van break en beschrijft een probleem dat al is gebeurd. Je kunt 'broke' gebruiken om een defect in het verleden te beschrijven.
in In geeft hier de weersomstandigheid aan waarin iets gebeurde, in 'in the strong wind'. Het verbindt de gebeurtenis met de wind als omgeving of oorzaakssituatie. Je gebruikt 'in' in zulke uitdrukkingen vóór een weersomstandigheid.
the The verwijst hier naar een specifieke wind en naar de specifieke regen waarover de gesprekspartners spreken. Dat zie je in 'the strong wind' en 'The rain'. Je gebruikt 'the' vóór iets dat in de situatie herkenbaar of bedoeld is.
strong Strong betekent hier krachtig of intens en beschrijft de wind in 'the strong wind'. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord wind. Je gebruikt 'strong' vóór een zelfstandig naamwoord om de kracht of intensiteit ervan te beschrijven.
wind Wind betekent hier bewegende lucht die de paraplu beschadigde, in 'the strong wind'. Het kan samen met een beschrijvend woord vóór het zelfstandig naamwoord worden gebruikt, zoals in deze woordgroep. Je gebruikt het wanneer je over wind als weersverschijnsel praat.
Come Come betekent hier dat de aangesprokene naar de bedoelde schuilplek moet bewegen. In 'Come under the shelter' staat het vooraan als directe aansporing. Je gebruikt 'Come' wanneer je iemand uitnodigt of aanwijst om naar een plek toe te komen.
under Under betekent hier onder een beschutte plek, in 'under the shelter'. Het geeft de plaats aan waar iemand bescherming tegen de regen kan vinden. Je gebruikt 'under' vóór een plaats of voorwerp waar iemand onder staat of gaat zitten.
shelter Shelter betekent hier een plek die bescherming tegen het weer biedt. In 'under the shelter' benoemt het de beschutte plek waar de ander naartoe moet komen. Je gebruikt het wanneer iemand bescherming tegen regen of andere omstandigheden nodig heeft.
before Before betekent hier voordat de aangesprokene helemaal nat wordt, in 'before you get soaked'. Het leidt een bijzin in die aangeeft wat eerder moet gebeuren. Je gebruikt 'before' vóór een gebeurtenis die nog niet mag plaatsvinden.
you You verwijst hier naar de persoon tegen wie B spreekt, in 'you get soaked'. Het is het onderwerp van de bijzin na 'before'. Je gebruikt 'you' wanneer je rechtstreeks naar de gesprekspartner verwijst.
get Get betekent hier worden of in een toestand komen, in 'get soaked'. Samen met soaked beschrijft het de overgang naar helemaal nat worden. Je gebruikt 'get' in de constructie 'get + beschrijving' om een verandering van toestand aan te geven.
soaked Soaked betekent hier helemaal nat, vooral door de zware regen, in 'get soaked'. Na get beschrijft het de toestand waarin de aangesprokene kan komen. Je gebruikt 'soaked' wanneer iets of iemand volledig doorweekt is.
is Is verbindt hier 'The rain' met de beschrijving 'heavier' in 'The rain is heavier'. Het is de vorm van to be die bij dit onderwerp in deze zin staat. Je gebruikt 'is' om een toestand of beschrijving van het onderwerp te geven.
rain Rain betekent hier regen die uit de lucht valt, in 'The rain'. Het is het onderwerp van de zin die de actuele weersomstandigheid beschrijft. Je gebruikt 'rain' wanneer je over regen als weersverschijnsel praat.
heavier Heavier betekent hier intenser of zwaarder dan de regen eerst leek, in 'heavier than it looked'. Het is de vergelijkende vorm van heavy en wordt gevolgd door een vergelijking met than. Je gebruikt 'heavier than' om de intensiteit van twee situaties of verwachtingen te vergelijken.
than Than leidt hier het tweede deel van de vergelijking in, in 'heavier than it looked'. De vorm 'heavier than' vergelijkt de werkelijke regen met hoe die eerder leek. Je gebruikt 'than' na een vergelijkende vorm om aan te geven waarmee je vergelijkt.
it It verwijst hier naar de regen die al genoemd is, in 'than it looked'. Het is het onderwerp van het deel dat beschrijft hoe de regen eerder leek. Je gebruikt 'it' om naar een al genoemd ding of verschijnsel te verwijzen zonder het opnieuw te noemen.
looked Looked betekent hier leek of eruitzag, in 'than it looked'. Het beschrijft hoe de regen eerder werd waargenomen. Je gebruikt 'looked' om een indruk of uiterlijk in het verleden te beschrijven.
can Can drukt hier uit dat de aangesprokene de mogelijkheid heeft om de extra paraplu te lenen, in 'You can borrow'. Het staat vóór het werkwoord borrow. Je gebruikt 'can + werkwoord' om mogelijkheid, toestemming of vermogen uit te drukken.
borrow Borrow betekent hier iets tijdelijk gebruiken met de bedoeling het later terug te brengen, in 'borrow my extra umbrella'. Het krijgt het voorwerp my extra umbrella als object. Je gebruikt 'borrow' wanneer je iets van iemand tijdelijk krijgt of gebruikt.
extra Extra betekent hier een aanvullende of reserveparaplu, in 'my extra umbrella'. Het staat vóór umbrella en geeft aan dat het om een tweede beschikbare paraplu gaat. Je gebruikt 'extra' vóór een zelfstandig naamwoord voor iets bijkomends.
Are Are staat hier aan het begin van de vraag 'Are you sure' om te vragen of de aangesprokene zeker is. Het is de vorm van to be die vóór you in deze vraag staat. Je gebruikt 'Are you ...?' om bij de gesprekspartner naar een toestand of zekerheid te vragen.
sure Sure betekent hier zeker of ervan overtuigd, in 'Are you sure'. De vraag controleert of B echt geen paraplu nodig heeft. Je gebruikt 'sure' in deze uitdrukking wanneer je iemands zekerheid wilt controleren.
don't Don't maakt de vraag negatief in 'don't need it': er wordt gevraagd of de ander het niet nodig heeft. Het is de verkorte vorm van do not en staat vóór need. Je gebruikt 'don't + werkwoord' om een ontkenning in de tegenwoordige tijd te vormen.
need Need betekent hier nodig hebben, in 'need it'. Het voornaamwoord it is het voorwerp dat iemand wel of niet nodig heeft. Je gebruikt 'need + voorwerp' om te zeggen dat iets vereist is voor een situatie.
I I verwijst hier naar de spreker die uitlegt waarom hij de paraplu niet nodig heeft, in 'I have a raincoat'. Het is het onderwerp van de zin. Je gebruikt 'I' wanneer je over jezelf spreekt.
have Have betekent hier bezitten of bij je hebben, in 'I have a raincoat'. Het wordt gevolgd door het voorwerp a raincoat. Je gebruikt 'have + voorwerp' om te zeggen dat je iets bezit of beschikbaar hebt.
a A verwijst hier naar één regenjas zonder dat die eerder specifiek is genoemd, in 'a raincoat'. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord raincoat. Je gebruikt 'a' wanneer je één niet-specifiek exemplaar noemt.
raincoat Raincoat betekent hier een jas die bescherming tegen regen geeft. In 'a raincoat' wordt het genoemd als de reden waarom de spreker zonder paraplu kan. Je gebruikt het wanneer je over regenkleding spreekt.
so So betekent hier daarom of dus en verbindt de regenjas met de conclusie dat de spreker het kan redden, in 'I have a raincoat, so I can manage'. Het tweede deel is het gevolg van het eerste deel. Je gebruikt 'so' tussen een reden en het gevolg daarvan.
manage Manage betekent hier het redden of aankunnen zonder de extra paraplu, in 'I can manage'. Na can staat de basisvorm manage. Je gebruikt 'can manage' om iemand gerust te stellen dat je een situatie zelf aankunt.
bring Bring betekent hier de geleende paraplu meenemen naar de relevante persoon of plek, in 'bring it back'. Samen met it en back betekent de hele uitdrukking dat de paraplu wordt teruggebracht. Je gebruikt 'bring' met een voorwerp wanneer je dat voorwerp naar een bestemming meeneemt.
back Back geeft in 'bring it back' aan dat de paraplu teruggaat naar de eerdere eigenaar of plaats. Het maakt van bring de betekenis terugbrengen. Je gebruikt 'werkwoord + voorwerp + back' wanneer iets naar de oorspronkelijke persoon of plek teruggaat.
tomorrow Tomorrow betekent hier de dag na vandaag, in 'bring it back tomorrow'. Het geeft aan wanneer de paraplu wordt teruggebracht. Je gebruikt 'tomorrow' om een gebeurtenis op de volgende dag te plaatsen.
Just Just betekent hier gewoon of alleen maar en maakt het advies in 'Just stay dry' eenvoudig en geruststellend. Het staat vóór de aansporing stay dry. Je gebruikt 'Just' aan het begin van een kort advies wanneer je wilt aangeven wat iemand eenvoudigweg moet doen.
stay Stay betekent hier blijven in een bepaalde toestand, in 'stay dry'. Het wordt gevolgd door de beschrijving dry. Je gebruikt 'stay + beschrijving' om iemand aan te raden een toestand te behouden.
dry Dry betekent hier niet nat, in 'stay dry'. Het beschrijft de toestand die de spreker de ander toewenst op weg naar huis. Je gebruikt 'stay dry' als praktische wens of advies bij regen.
on On geeft hier aan tijdens de route of reis, in 'on your way home'. Het hoort bij de hele uitdrukking over de weg naar huis. Je gebruikt 'on your way' om te verwijzen naar de periode waarin iemand onderweg is.
your Your verwijst hier naar de persoon die wordt aangesproken en hoort bij way in 'your way home'. Het geeft aan wiens route of reis bedoeld is. Je gebruikt 'your' vóór een zelfstandig naamwoord dat bij de aangesprokene hoort.
way Way betekent hier de route of reis naar huis, in 'your way home'. Samen met on en home beschrijft het de tijd waarin iemand onderweg is. Je gebruikt 'on your way home' wanneer je iemand iets wenst of zegt tijdens de terugreis naar huis.
home Home betekent hier de plaats waar de aangesprokene woont, in 'your way home'. Het geeft de bestemming van de reis aan. Je gebruikt 'home' in uitdrukkingen over onderweg zijn naar je woonplaats.

Grammatica

Comparative adjective: heavier than

The rain is heavier today.

de rein iz hevijer te-dei.

De regen is vandaag heviger.

Gebruik de vergrotende trap met -er om twee situaties te vergelijken: heavy → heavier.

Phrasal verb with object pronoun: bring it back

Please bring it back tomorrow.

pli:z bring it bek te-marou.

Breng het morgen terug.

Bij een scheidbaar werkwoord staat een voornaamwoord tussen het werkwoord en het partikel: bring it back.

Engels woordenschat

borrow werkwoord
barou lenen

You can borrow my extra umbrella.

break werkwoord
breik breken; kapotgaan broke

My umbrella broke in the strong wind.

extra bijvoeglijk naamwoord
ekstra extra; reserve

You can borrow my extra umbrella.

get soaked uitdrukking
get soukt helemaal doorweekt raken

Come under the shelter before you get soaked.

heavy bijvoeglijk naamwoord
hevi zwaar; hevig heavier

The rain is heavier than it looked.

look werkwoord
loek eruitzien; lijken looked

The rain is heavier than it looked.

rain zelfstandig naamwoord
rein regen

The rain is heavier than it looked.

shelter zelfstandig naamwoord
sjèlter schuilplek; schuilplaats

Come under the shelter before you get soaked.

strong bijvoeglijk naamwoord
strong sterk

My umbrella broke in the strong wind.

sure bijvoeglijk naamwoord
sjoer zeker

Are you sure you don't need it?

umbrella zelfstandig naamwoord
ambrèla paraplu

My umbrella broke in the strong wind.

wind zelfstandig naamwoord
wind wind

My umbrella broke in the strong wind.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Je kunt mijn extra paraplu lenen.

Antwoord tonenYou can borrow my extra umbrella.

Ik kan hem morgen terugbrengen.

Antwoord tonenI can bring it back tomorrow.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

paraplu

Antwoord tonenumbrella

breken; kapotgaan

Antwoord tonenbroke

zwaar; hevig

Antwoord tonenheavier

sterk

Antwoord tonenstrong