Een wasmachine starten | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shared laundry area, two adults check why a washing machine will not start and fix it by closing the door properly..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een wasmachine starten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

This washing machine won't start.

Dhis WOS-jing muh-SJIEN wount staart. Deze wasmachine start niet.
B

Did you check the plug and the power button?

Did ju tsjek dhuh plag uhn dhuh PAU-ur BAT-un? Heb je de stekker en de aan-knop gecontroleerd?
A

The plug is in, but nothing happens.

Dhuh plag iz in, buht NUH-thing HAP-unz. De stekker zit erin, maar er gebeurt niets.
B

Maybe the door isn't closed properly.

MEE-bie dhuh dor IZ-unt klouzd PROP-ur-lie. Misschien zit de deur niet goed dicht.
A

The instructions say it should click before it starts.

Dhuh in-STRUK-sjunz seej it sjuhd klik bi-FOR it staarts. De instructies zeggen dat de deur moet klikken voordat de machine start.
B

Push the door once more, then press start.

Poesh dhuh dor wans mor, dhen pres staart. Duw nog een keer tegen de deur en druk dan op start.
A

The door clicked, and now it works.

Dhuh dor klikt, uhn nau it wurks. De deur klikte en nu werkt de machine.
B

Sometimes simple checks solve the problem.

SAM-taimz SIM-pul tsjeks solv dhuh PROB-lum. Soms lossen simpele controles het probleem op.

Woord voor woord

This “This” betekent hier “deze” en wijst naar de wasmachine die op dat moment wordt besproken. Je gebruikt het voor iets specifieks dat dichtbij is of duidelijk in de situatie aanwezig is.
washing In “washing machine” verwijst “washing” naar wassen; samen beschrijft het een machine die voor wassen wordt gebruikt. Het staat hier vóór “machine” om het soort machine aan te geven.
machine “Machine” betekent hier “machine” en verwijst naar het apparaat in de gedeelde wasruimte. Je kunt het gebruiken voor een apparaat dat een bepaalde taak uitvoert.
won't In “won't start” geeft “won't” aan dat de wasmachine niet wil of niet kan starten. De vorm staat vóór het werkwoord “start” om een negatieve verwachting of werking uit te drukken.
start “Start” betekent hier “starten”: de wasmachine begint niet met werken. Na “won't” staat de vorm “start” zonder extra uitgang.
Did “Did” is hier het hulpwerkwoord waarmee je vraagt of iemand iets in het verleden heeft gedaan. In “Did you check” staat het vóór “you” om de vraag te vormen.
you “You” betekent hier “je” of “jij” en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het kan in een vraag direct na een hulpwerkwoord staan, zoals in “Did you check”.
check “Check” betekent hier “controleren” of nagaan of iets in orde is. In “Did you check” gaat het om het controleren van “the plug and the power button”.
the “The” is hier het bepaald lidwoord bij iets specifieks: de stekker, de aan-knop, de deur of de instructies. Het verschijnt als “The” aan het begin van een zin en als “the” midden in een zin.
plug “Plug” betekent hier “stekker”, het onderdeel waarmee de machine op stroom wordt aangesloten. Je gebruikt het bijvoorbeeld met een werkwoord dat aangeeft of de stekker erin zit of wordt aangesloten.
and “And” verbindt hier twee dingen die worden gecontroleerd: “the plug” en “the power button”. Je gebruikt het om woorden of woordgroepen bij elkaar op te tellen.
power In “power button” verwijst “power” naar stroom of het aan- en uitzetten van het apparaat. Samen met “button” vormt het de naam van de aan-knop.
button “Button” betekent hier “knop”, specifiek de knop waarmee de machine wordt bediend. In “power button” staat het na “power” als het hoofdonderdeel van die benaming.
is “Is” betekent hier “is” en beschrijft de toestand van “the plug”. In “The plug is in” verbindt het onderwerp met de toestand “in”.
in In “The plug is in” betekent “in” dat de stekker erin zit en aangesloten is. De combinatie “is in” beschrijft hier de positie of aangesloten toestand van de stekker.
but “But” betekent hier “maar” en introduceert een tegenstelling: de stekker zit erin, maar er gebeurt niets. Je gebruikt het om twee tegengestelde of onverwachte delen van een zin te verbinden.
nothing “Nothing” betekent hier “niets” en verwijst naar het ontbreken van enige reactie van de machine. Het staat in “nothing happens” als datgene waarover wordt gezegd dat het niet gebeurt.
happens “Happens” betekent hier “gebeurt” en beschrijft dat er geen reactie plaatsvindt. In “nothing happens” staat het na “nothing” om te zeggen dat er niets gebeurt.
Maybe “Maybe” betekent hier “misschien” en maakt de verklaring voorzichtig: de deur is mogelijk niet goed gesloten. Je kunt het aan het begin van een zin gebruiken om een mogelijkheid te noemen.
door “Door” betekent hier “deur” en verwijst naar de deur van de wasmachine. In deze dialoog is de deur het onderdeel dat mogelijk niet goed dicht zit en later klikt.
isn't In “isn't closed properly” ontkent “isn't” dat de deur goed gesloten is. De vorm staat vóór “closed” om een negatieve toestand te beschrijven.
closed “Closed” betekent hier “gesloten” en beschrijft de toestand van de deur. In “isn't closed properly” gaat het om een deur die niet op de juiste manier dicht is.
properly “Properly” betekent hier “goed” of “correct”, dus op de juiste manier. In “closed properly” geeft het aan hoe de deur gesloten zou moeten zijn.
instructions “Instructions” betekent hier “instructies”: informatie over hoe je de machine moet gebruiken. In “The instructions say” zijn de instructies de bron van de genoemde informatie.
say In “The instructions say” betekent “say” dat de instructies aangeven of vermelden wat er moet gebeuren. Je kunt het gebruiken met informatie, regels of aanwijzingen als onderwerp.
it “It” verwijst hier naar iets uit de eerdere context dat volgens de instructies moet klikken voordat de machine start. Je gebruikt “it” om een eerder genoemd of uit de situatie duidelijk apparaat of onderdeel opnieuw aan te duiden.
should “Should” betekent hier “zou moeten” en geeft aan wat volgens de instructies naar verwachting hoort te gebeuren. In “it should click” staat het vóór “click” om die verwachting uit te drukken.
click “Click” betekent hier “klikken”: het geluid of de handeling die volgens de instructies vóór het starten moet plaatsvinden. Na “should” staat de vorm “click” zonder extra uitgang.
before “Before” betekent hier “voordat” en geeft aan dat het klikken eerder moet gebeuren dan het starten. In “before it starts” leidt het een gebeurtenis in die als tijdsgrens dient.
starts “Starts” betekent hier “begint” of “start” en verwijst naar het beginnen van de werking van de machine. In “before it starts” staat deze vorm na “it”.
Push “Push” is hier een directe instructie om tegen de deur te duwen. Je kunt “push” gebruiken vóór het voorwerp waarop de duwkracht wordt uitgeoefend, zoals in “Push the door”.
once In “once more” betekent “once” “één keer”. Samen geeft “once more” aan dat de handeling nog één keer moet worden uitgevoerd.
more In “once more” betekent “more” hier “nogmaals” of “nog een keer”, dus een extra herhaling. De combinatie “once more” wordt gebruikt om iemand te vragen iets opnieuw te doen.
then “Then” betekent hier “dan” en ordent de tweede handeling na de eerste: eerst duwen en dan op start drukken. Je gebruikt het om de volgorde van handelingen aan te geven.
press “Press” betekent hier “drukken”, namelijk op de startknop of startbediening. In een instructie kan het vóór het bedieningsonderdeel staan, zoals in “press start”.
clicked “Clicked” betekent hier “klikte” en beschrijft het geluid of de actie van de deur nadat erop was geduwd. De vorm vertelt dat dit klikmoment al heeft plaatsgevonden.
now “Now” betekent hier “nu” en verwijst naar het moment na het klikken van de deur. Het markeert de nieuwe situatie waarin de machine werkt.
works “Works” betekent hier “werkt” of functioneert; de machine doet nu wat ze moet doen. In “it works” gebruik je het om te zeggen dat een apparaat functioneert.
Sometimes “Sometimes” betekent hier “soms” en zegt dat iets af en toe gebeurt, maar niet altijd. Je kunt het aan het begin van een algemene uitspraak gebruiken.
simple “Simple” betekent hier “eenvoudig” en beschrijft controles die niet ingewikkeld zijn. In “simple checks” staat het vóór “checks” om het soort controles aan te geven.
checks “Checks” betekent hier “controles” of eenvoudige dingen die je nagaat om een probleem te vinden. In “simple checks solve the problem” zijn de controles het onderwerp van de zin.
solve “Solve” betekent hier “oplossen”: de controles zorgen ervoor dat het probleem wordt verholpen. Je gebruikt het met een probleem als voorwerp, zoals in “solve the problem”.
problem “Problem” betekent hier “probleem”, namelijk de reden waarom de machine niet startte. In “solve the problem” staat het na “the” als het specifieke probleem dat wordt opgelost.

Grammatica

nothing + verb in the third-person singular

Nothing happens.

NUH-thing HAP-unz.

Er gebeurt niets.

Nothing is grammaticaal enkelvoud. Daarom krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd de vorm met -s: happens.

Engels woordenschat

check werkwoord
tsjek controleren
closed bijvoeglijk naamwoord
klouzd dicht
door zelfstandig naamwoord
dor deur
happens werkwoord
HAP-unz gebeurt
in voorzetsel
in erin / in
maybe bijwoord
MEE-bie misschien
nothing voornaamwoord
NUH-thing niets
plug zelfstandig naamwoord
plag stekker
power button zelfstandig naamwoord
PAU-ur BAT-un aan-knop
properly bijwoord
PROP-ur-lie goed / op de juiste manier
start werkwoord
staart starten
washing machine zelfstandig naamwoord
WOS-jing muh-SJIEN wasmachine

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze wasmachine start niet.

Antwoord tonenThis washing machine won't start.

Misschien zit de deur niet goed dicht.

Antwoord tonenMaybe the door isn't closed properly.

Soms lossen simpele controles het probleem op.

Antwoord tonenSometimes simple checks solve the problem.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deur

Antwoord tonendoor

starten

Antwoord tonenstart

gebeurt

Antwoord tonenhappens

stekker

Antwoord tonenplug