Plannen voor een hete dag | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before going outside on a very hot day, two adults plan to avoid the strongest heat, use sunscreen, carry water, and visit a park later..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Plannen voor een hete dag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

It's going to be really hot today.

its gunuh bie rieli hot tuhdee Het wordt vandaag echt heel heet.
B

Let's avoid walking during the hottest part of the day.

lets uhvoid woking djoering duh hotuhst paart uhv duh dee Laten we niet wandelen tijdens het heetste deel van de dag.
A

I'll put on sunscreen before we leave.

ail poet on sanskriin bifohr wie liev Ik smeer zonnebrand op voordat we vertrekken.
B

Stay in the shade whenever you can, too.

stee in duh sjeed wenever joe ken too Blijf ook in de schaduw wanneer je kunt.
A

I could get dehydrated quickly in this heat.

ai kud get diehai-dree-tid kwikli in dhis hiit Ik zou in deze hitte snel kunnen uitdrogen.
B

Carry water and drink often.

kerri wotuh uhnd dringk ofun Neem water mee en drink vaak.
A

Let's visit the park later when it's cooler.

lets vizit duh paark lee-tuh wen its koeluh Laten we later naar het park gaan als het koeler is.
B

That will be safer and more comfortable.

dhat wil bie see-fuh uhnd moor kamftuhbəl Dat is veiliger en comfortabeler.

Woord voor woord

It's In “It's going to be really hot today.” betekent “It's” «het is». Het is de verkorte vorm van “it is” en verwijst hier naar de verwachte toestand van het weer. Je gebruikt “It's” vaak aan het begin van een zin over het weer, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “It's cold outside.”
going In “It's going to be really hot today.” maakt “going” deel uit van “going to be”, waarmee een toekomstige verwachting wordt uitgedrukt. Hier gaat het niet om letterlijk gaan, maar om wat er vandaag waarschijnlijk zal gebeuren. Een bruikbaar patroon is “be going to” gevolgd door een werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld: “We’re going to leave soon.”
to In “It's going to be really hot today.” is “to” het onderdeel dat “going” met “be” verbindt in de toekomstige constructie “going to be”. Samen geeft “going to be” aan dat een toestand wordt verwacht. Na “to” staat hier de basisvorm “be”, zoals in een nieuw voorbeeld: “It’s going to be easy.”
be In “It's going to be really hot today.” betekent “be” «zijn» en verbindt het onderwerp met de toestand “really hot”. De vorm staat hier na “to” in de constructie “going to be”. Je kunt hetzelfde patroon gebruiken met een andere toestand, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “It’s going to be useful.”
really In “It's going to be really hot today.” versterkt “really” de betekenis van “hot”: het wordt echt heel heet. Het staat hier vóór het bijvoeglijk naamwoord dat het weer beschrijft. Een veelgebruikt patroon is “really” plus een bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “really tired.”
hot In “It's going to be really hot today.” beschrijft “hot” dat de temperatuur hoog zal zijn. Het staat na “be” en krijgt extra nadruk door “really”. Je gebruikt “hot” bijvoorbeeld om weer of eten te beschrijven, zoals in een nieuw voorbeeld: “The soup is hot.”
today In “It's going to be really hot today.” betekent “today” «vandaag» en geeft het aan wanneer de verwachting geldt. Het kan vaak aan het einde van een zin over het weer staan. In een nieuw voorbeeld kun je zeggen: “I’m working today.”
Let's In “Let's avoid walking during the hottest part of the day.” betekent “Let's” «laten we» en begint het een voorstel dat de gesprekspartners samen kunnen uitvoeren. Het is de verkorte vorm van “let us”. Na “Let's” volgt hier het werkwoord “avoid”; een bruikbaar patroon is “Let’s” plus een werkwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Let’s go home.”
avoid In “Let's avoid walking during the hottest part of the day.” betekent “avoid” dat je iets probeert niet te doen. Hier gaat het om het vermijden van wandelen op het heetste moment. Na “avoid” staat hier de activiteit “walking”; een bruikbaar patroon is “avoid” plus een activiteit, zoals in een nieuw voorbeeld: “Avoid driving in heavy traffic.”
walking In “Let's avoid walking during the hottest part of the day.” verwijst “walking” naar de activiteit wandelen die men wil vermijden. De vorm staat na “avoid” als de activiteit waarover het voorstel gaat. Je kunt “walking” ook als activiteit gebruiken in een nieuw voorbeeld: “Walking is good exercise.”
during In “Let's avoid walking during the hottest part of the day.” betekent “during” «tijdens» en geeft het de periode aan waarin iets gebeurt. Het staat vóór “the hottest part of the day”, de periode die men wil vermijden. Een bruikbaar patroon is “during” plus een periode, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “during the meeting.”
the In “the hottest part of the day” verwijst “the” naar een bepaald, herkenbaar deel van de dag. Het staat vóór de beschrijving “hottest part”. Je gebruikt “the” vaak vóór iets specifieks, zoals in een nieuw voorbeeld: “the main entrance.”
hottest In “the hottest part of the day.” betekent “hottest” «heetste» en beschrijft het welk deel van de dag de hoogste temperatuur heeft. De vorm staat vóór “part” in “the hottest part of the day”. Een vergelijkbare nieuwe voorbeeldcombinatie is “the hottest month of the year.”
part In “the hottest part of the day.” betekent “part” «deel» en verwijst het naar een gedeelte van de dag. De volledige relatie wordt uitgedrukt in “part of the day”, dus “part” betekent hier niet de hele dag. Een bruikbaar patroon is “part of” plus een geheel, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “part of the plan.”
of In “the hottest part of the day.” verbindt “of” het deel met het geheel: het heetste deel van de dag. Het geeft hier een relatie van onderdeel tot geheel aan. Je gebruikt hetzelfde patroon in een nieuwe uitdrukking als “the first part of the book.”
day In “the hottest part of the day.” betekent “day” «dag» en vormt het het geheel waarvan een deel wordt genoemd. Het staat na “of” in de combinatie “part of the day”. Je kunt “day” ook gebruiken om een tijdstip of periode aan te duiden, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Have a nice day.”
I'll In “I'll put on sunscreen before we leave.” betekent “I'll” «ik zal» en kondigt het aan wat de spreker van plan is te doen. Het is de verkorte vorm van “I will”. Na “I'll” staat hier de handeling “put on sunscreen”; een bruikbaar patroon is “I’ll” plus een werkwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I’ll call you later.”
put In “I'll put on sunscreen before we leave.” betekent “put” hier «aanbrengen» binnen de combinatie “put on sunscreen”. De betekenis komt uit de hele combinatie, niet uit “put” alleen. Je kunt “put on” met kleding of iets dat je aanbrengt gebruiken, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Put on your jacket.”
on In “I'll put on sunscreen before we leave.” is “on” onderdeel van de combinatie “put on sunscreen” en helpt het uitdrukken dat de zonnebrand wordt aangebracht. Het betekent hier niet losweg alleen «op». Een bruikbaar patroon is “put on” plus iets dat je aantrekt of aanbrengt, zoals in een nieuw voorbeeld: “put on a hat.”
sunscreen In “I'll put on sunscreen before we leave.” betekent “sunscreen” «zonnebrandcrème», die de spreker vóór vertrek aanbrengt. Het is het voorwerp na de combinatie “put on”. Je kunt “sunscreen” gebruiken wanneer je bescherming tegen de zon bespreekt, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Bring sunscreen to the beach.”
before In “I'll put on sunscreen before we leave.” betekent “before” «voordat» en introduceert het de handeling die later plaatsvindt: eerst zonnebrand aanbrengen, daarna vertrekken. Hier staat na “before” de bijzin “we leave”. Een bruikbaar patroon is “before” plus een gebeurtenis, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “before dinner.”
we In “before we leave” betekent “we” «wij» en verwijst het naar de spreker en minstens één andere persoon. Het is het onderwerp van “leave” in de bijzin. Je gebruikt “we” wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “We are ready.”
leave In “before we leave.” betekent “leave” «vertrekken»; de groep zal weggaan voordat de zonnebrand wordt aangebracht? Nee, in de volledige zin wordt eerst zonnebrand aangebracht en daarna vertrekt de groep. Na “before” staat hier de basisvorm “leave” in de bijzin; een bruikbaar patroon is “before we leave”, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Lock the door before we leave.”
Stay In “Stay in the shade whenever you can, too.” is “Stay” een aansporing om ergens te blijven, hier in de schaduw. De zin richt zich rechtstreeks tot de andere persoon. Een bruikbaar patroon is “stay in” plus een plaats of omgeving, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Stay in the room.”
in In “Stay in the shade whenever you can, too.” betekent “in” «in» en geeft het de omgeving aan waarin iemand moet blijven. Het staat vóór “the shade” in de combinatie “in the shade”. Je gebruikt “in” vaak voor een plaats of omgeving, zoals in een nieuw voorbeeld: “in the garden.”
shade In “Stay in the shade whenever you can, too.” betekent “shade” «schaduw», de plek die bescherming tegen direct zonlicht biedt. Het staat in de combinatie “in the shade”. Je kunt “shade” gebruiken bij advies over zon en warmte, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Find some shade.”
whenever In “Stay in the shade whenever you can, too.” betekent “whenever” «telkens als» of «wanneer maar». Het introduceert de voorwaarde “you can”: blijf in de schaduw op alle momenten waarop dat mogelijk is. Een bruikbaar patroon is “whenever” plus een volledige bijzin, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Call me whenever you need help.”
you In “whenever you can” betekent “you” «je» en verwijst het naar de persoon tegen wie het advies wordt gegeven. Het is het onderwerp van “can”. Je gebruikt “you” voor de aangesproken persoon, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “You can sit here.”
can In “whenever you can” betekent “can” dat iets mogelijk is voor de aangesproken persoon. Hier gaat het om de mogelijkheid om in de schaduw te blijven. Na “can” staat in het Engels een werkwoord in de basisvorm; een nieuw voorbeeld is “You can rest.”
too Aan het einde van “Stay in the shade whenever you can, too.” betekent “too” «ook». Het voegt dit advies toe aan de andere maatregelen voor de hete dag. Aan het einde van een zin kan “too” een extra overeenkomstige handeling of eigenschap aangeven, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I’m tired too.”
I In “I could get dehydrated quickly in this heat.” betekent “I” «ik» en verwijst het naar de spreker. Het is het onderwerp van “could get dehydrated”. “I” gebruik je wanneer de spreker over zichzelf praat, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I need water.”
could In “I could get dehydrated quickly in this heat.” drukt “could” een mogelijke uitkomst uit: de spreker zou kunnen uitdrogen. Het staat vóór de basisvorm “get” en maakt de uitspraak minder stellig dan een vastgestelde uitkomst. Een bruikbaar patroon is “could” plus een werkwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “It could rain.”
get In “I could get dehydrated quickly in this heat.” betekent “get” binnen “get dehydrated” «worden» of «raken». De hele combinatie beschrijft dat de spreker uitgedroogd kan raken; “get” betekent hier dus niet «krijgen». Een bruikbaar patroon is “get” plus een toestand, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “get tired.”
dehydrated In “I could get dehydrated quickly in this heat.” betekent “dehydrated” «uitgedroogd». Het beschrijft de toestand die kan ontstaan door de hitte en hoort bij de combinatie “get dehydrated”. Je kunt deze vorm gebruiken om een lichamelijke toestand te beschrijven, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “The runner looks dehydrated.”
quickly In “I could get dehydrated quickly in this heat.” betekent “quickly” «snel» en beschrijft het hoe snel de toestand kan ontstaan. Het staat na “get dehydrated” en vóór de informatie over de hitte. Een bruikbaar patroon is een werkwoord of toestand plus “quickly”, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “The water disappears quickly.”
this In “this heat” betekent “this” «deze» en verwijst het naar de hitte die de gesprekspartners nu ervaren. Het staat vóór “heat” om die specifieke hitte aan te wijzen. Je gebruikt “this” voor iets dat verbonden is met de huidige situatie, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “this weather.”
heat In “I could get dehydrated quickly in this heat.” betekent “heat” «hitte» en verwijst het naar de hoge temperatuur in de huidige situatie. Het staat na “this” in de combinatie “this heat”. Je gebruikt “heat” om sterke warmte als omstandigheid te benoemen, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “The heat is difficult today.”
Carry In “Carry water and drink often.” is “Carry” een directe aansporing om water bij je te hebben of mee te nemen. De vorm staat aan het begin van de instructie en wordt gevolgd door het voorwerp “water”. Een bruikbaar patroon is “carry” plus iets dat je meeneemt, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Carry your phone.”
water In “Carry water and drink often.” betekent “water” «water», het voorwerp dat de aangesproken persoon moet meenemen en drinken. Het staat direct na “Carry”. Je gebruikt “water” in praktische adviezen over drinken, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Drink water regularly.”
and In “Carry water and drink often.” betekent “and” «en» en verbindt het twee instructies: water meenemen en vaak drinken. Beide delen hebben dezelfde directe, adviserende functie. Je gebruikt “and” om handelingen of eigenschappen te verbinden, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Eat and rest.”
drink In “Carry water and drink often.” is “drink” een aansporing om te drinken. Het verwijst in deze context naar het meegenomen water, maar het woord zelf noemt de handeling. Een bruikbaar patroon is “drink” plus een drank, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “Drink some water.”
often In “Carry water and drink often.” betekent “often” «vaak» en geeft het aan dat de handeling regelmatig moet gebeuren. Het staat na “drink” en bepaalt de frequentie van die handeling. Je kunt “often” gebruiken voor terugkerende gewoonten, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I often walk home.”
visit In “Let's visit the park later when it's cooler.” betekent “visit” «bezoeken» en beschrijft het een gezamenlijk plan om naar het park te gaan. Na “Let's” staat “visit” in de basisvorm. Een bruikbaar patroon is “visit” plus een plaats, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “We visit the museum on Sundays.”
park In “Let's visit the park later when it's cooler.” betekent “park” «park», de plaats die de gesprekspartners willen bezoeken. Het staat na “the” als het bedoelde doel van “visit”. Je kunt “park” gebruiken voor plannen of activiteiten buiten, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “The children are in the park.”
later In “Let's visit the park later when it's cooler.” betekent “later” «later» en geeft het aan dat het bezoek niet nu, maar op een later moment plaatsvindt. Het staat vóór de bijzin “when it's cooler”. Je gebruikt “later” om een uitgesteld tijdstip aan te duiden, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I’ll do it later.”
when In “Let's visit the park later when it's cooler.” betekent “when” «wanneer» of «als» en introduceert het de omstandigheid waaronder het plan wordt uitgevoerd. Hier volgt de bijzin “it's cooler”. Een bruikbaar patroon is “when” plus een volledige bijzin, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “We’ll go outside when it stops raining.”
cooler In “when it's cooler.” betekent “cooler” «koeler» en beschrijft het dat de temperatuur later lager zal zijn dan nu. Het staat na “it's” in de bijzin die bepaalt wanneer ze naar het park gaan. Je gebruikt “cooler” om twee momenten of omstandigheden met elkaar te vergelijken, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “The evening is cooler.”
That In “That will be safer and more comfortable.” verwijst “That” naar het eerder genoemde plan om later naar het park te gaan. Het betekent hier «dat» en is het onderwerp van de beoordeling die volgt. Je kunt “That” gebruiken om naar een voorgestelde handeling of situatie te verwijzen, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “That sounds good.”
will In “That will be safer and more comfortable.” geeft “will” aan dat de genoemde eigenschappen bij het toekomstige resultaat worden verwacht. Het staat vóór “be” in de combinatie “will be”. Een bruikbaar patroon is “will be” plus een beschrijving, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “It will be better tomorrow.”
safer In “That will be safer and more comfortable.” betekent “safer” «veiliger» en vergelijkt het de voorgestelde activiteit met de huidige of andere mogelijkheid. Het staat na “be” en vóór de verbinding met “more comfortable”. Je gebruikt “safer” om een keuze of plan als minder riskant te beschrijven, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “This route is safer.”
more In “That will be safer and more comfortable.” vormt “more” samen met “comfortable” de vergelijking “more comfortable”, «comfortabeler». Het betekent hier niet zelfstandig alleen «meer», maar versterkt de vergelijkende betekenis van het bijvoeglijk naamwoord. Een bruikbaar patroon is “more” plus een langer bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “more useful.”
comfortable In “That will be safer and more comfortable.” betekent “comfortable” «comfortabel»; met “more” wordt het plan als comfortabeler dan een andere mogelijkheid beschreven. Het staat na “more” in de combinatie “more comfortable”. Je kunt “comfortable” gebruiken voor een plek, kleding of situatie, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “This chair is comfortable.”

Grammatica

the + adjective-est

the hottest part

duh hotuhst paart

het heetste deel

De overtreffende trap gebruikt the + -est om één ding als het meest ... te beschrijven.

adjective + -er

cooler and safer

koeluh uhnd see-fuh

koeler en veiliger

Gebruik -er om twee dingen of situaties te vergelijken; safer krijgt alleen -r na de stille e.

Engels woordenschat

avoid werkwoord
uhvoid vermijden
during voorzetsel
djoering tijdens
hot bijvoeglijk naamwoord
hot heet
hottest bijvoeglijk naamwoord
hotuhst heetste
leave werkwoord
liev vertrekken
part zelfstandig naamwoord
paart deel
put on uitdrukking
poet on opdoen
really bijwoord
rieli echt
stay werkwoord
stee blijven
sunscreen zelfstandig naamwoord
sanskriin zonnebrandcrème
today bijwoord
tuhdee vandaag
walking werkwoord
woking wandelen

avoid walking

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Neem water mee en drink vaak.

Antwoord tonenCarry water and drink often.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vandaag

Antwoord tonentoday

tijdens

Antwoord tonenduring

deel

Antwoord tonenpart

vermijden

Antwoord tonenavoid