Can
In “Can you check the weather app before we leave?”, vraagt “Can” of de aangesprokene iets kan doen. Een veelgebruikt patroon is “Can you” gevolgd door een werkwoord in de basisvorm, bijvoorbeeld voor een verzoek.
you
“You” verwijst naar de persoon tot wie de spreker spreekt. In “Can you check...” is het de aangesprokene die de handeling kan uitvoeren; een bruikbaar patroon is “you can” gevolgd door een werkwoord.
check
“Check” betekent hier iets bekijken of controleren, namelijk de informatie in de weerapp. Het wordt vaak direct gevolgd door wat je controleert, zoals in “check the weather app”.
the
“The” verwijst naar een specifieke weerapp die voor de gesprekspartners relevant is. Het staat voor een zelfstandig naamwoord wanneer duidelijk is over welke zaak het gaat, zoals in “the weather app”.
weather
“Weather” verwijst hier naar de omstandigheden buiten en bepaalt in “the weather app” welk soort informatie de app geeft. Een bruikbaar patroon is “weather” vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in de exacte combinatie “weather app”.
app
“App” betekent hier een toepassing op een telefoon of ander apparaat die weerinformatie geeft. In “the weather app” staat het zelfstandig naamwoord na “weather” om de functie van de app te verduidelijken.
before
“Before” geeft aan dat iets eerder gebeurt dan een andere handeling, hier vóór het vertrek. In “before we leave” wordt het gevolgd door een volledige bijzin; het kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan.
we
“We” verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon, hier de gesprekspartner. Het is het onderwerp van “leave” in “before we leave”.
leave
“Leave” betekent hier weggaan van de huidige plaats. In “before we leave” beschrijft het de handeling die nog moet plaatsvinden; een bruikbaar patroon is “we leave” of “before we leave”.
It
“It” verwijst hier naar de weerapp of naar de informatie die de app geeft. In “It says...” is “It” het onderwerp dat de informatie weergeeft; hetzelfde patroon kan met andere informatiebronnen worden gebruikt.
says
“Says” geeft hier aan dat de app bepaalde informatie vermeldt. In “It says there is...” volgt de informatie direct na het werkwoord; een bruikbaar patroon is “It says” gevolgd door een mededeling.
there
“There” introduceert in “there is” het bestaan van iets, namelijk een kans op regen. Samen met “is” vormt het de constructie om te zeggen dat iets aanwezig of aanwezig in de situatie is; een veelgebruikt patroon is “There is” gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
is
“Is” drukt in “there is” uit dat iets bestaat of aanwezig is. Het hoort hier samen met “there” bij de constructie “there is”, waarna volgt wat er bestaat.
some
“Some” geeft in “some chance of rain” een onbepaalde hoeveelheid of mate aan. Het staat hier vóór “chance” en maakt duidelijk dat er een zekere, maar niet nader bepaalde mogelijkheid is.
chance
“Chance” betekent hier mogelijkheid, namelijk de mogelijkheid dat het regent. In de exacte combinatie “chance of rain” wordt het gevolgd door “of” en datgene wat mogelijk is.
of
“Of” verbindt in “chance of rain” de mogelijkheid met wat er mogelijk is. Een bruikbaar patroon is “chance of” gevolgd door een gebeurtenis of zelfstandig naamwoord.
rain
“Rain” betekent hier regen, het water dat uit de lucht valt en mogelijk wordt verwacht. In “chance of rain” benoemt het wat er mogelijk zal gebeuren.
sky
“Sky” verwijst naar de ruimte boven de grond, die de spreker observeert. In “The sky looks cloudy” is het de zaak die er bewolkt uitziet; een gewoon patroon is “the sky”.
looks
“Looks” betekent hier dat iets er op basis van waarneming op een bepaalde manier uitziet. In “looks cloudy” wordt het gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord; dit patroon beschrijft een zichtbare indruk.
cloudy
“Cloudy” betekent hier dat de lucht met wolken bedekt lijkt. In “The sky looks cloudy” beschrijft het de toestand die de spreker buiten waarneemt.
already
“Already” betekent hier dat de lucht op dit moment al bewolkt is. Het benadrukt dat de toestand eerder dan misschien verwacht aanwezig is; in “The sky looks cloudy already” staat het aan het einde van de zin.
temperature
“Temperature” verwijst naar hoe warm of koud het is. In “The temperature will also drop” is het onderwerp van de voorspelling; een bruikbaar patroon is “the temperature” gevolgd door een verandering.
will
“Will” geeft in “will also drop” aan dat de verandering in de toekomst wordt verwacht. Het wordt gevolgd door de basisvorm van het werkwoord, zoals in “will drop”.
also
“Also” voegt in deze zin een extra weersverwachting toe naast de eerder genoemde informatie. In “will also drop” staat het tussen “will” en het hoofdwerkwoord; het patroon “will also” kan een extra toekomstige gebeurtenis introduceren.
drop
“Drop” betekent hier lager worden: de temperatuur zal dalen. In “The temperature will also drop” volgt het na “will” in de basisvorm; een bruikbaar patroon is “the temperature will drop”.
this
“This” verwijst in “this evening” naar de avond die bij het huidige moment hoort. Het staat vóór een tijdsaanduiding om een specifieke periode aan te wijzen; een bruikbaar patroon is “this” plus een tijdswoord.
evening
“Evening” betekent het latere deel van de dag. In “this evening” verwijst het naar de komende of huidige avond waarop de temperatuur lager zal zijn.
Should
In “Should I carry a light jacket?” vraagt “Should” om advies over wat passend of verstandig is. Een veelgebruikt patroon is “Should I” gevolgd door de basisvorm van een werkwoord.
I
“I” verwijst naar de spreker zelf. In “Should I carry...” is het de persoon die overweegt de jas mee te nemen; later is “I” ook het onderwerp van “I can put...”.
carry
“Carry” betekent hier iets meenemen terwijl je ergens naartoe gaat. In “carry a light jacket” staat het vóór het voorwerp dat wordt meegenomen; een bruikbaar patroon is “carry” plus een voorwerp.
a
“A” verwijst naar één niet nader bepaalde jas of paraplu, zoals in “a light jacket” en “a small umbrella”. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het item nog niet als specifiek bekend wordt aangewezen.
light
“Light” betekent in “light jacket” dat de jas niet zwaar of dik is. Het staat vóór “jacket” en vormt daarmee de beschrijving van het soort jas dat geschikt is om mee te nemen.
jacket
“Jacket” betekent een kort kledingstuk dat je als buitenste laag draagt. In “a light jacket” is het een van de twee spullen die volgens de gesprekspartners nuttig kunnen zijn.
and
“And” verbindt in “a light jacket and a small umbrella” twee spullen met elkaar. Het kan woorden of woordgroepen van hetzelfde soort naast elkaar plaatsen.
small
“Small” betekent hier niet groot en beschrijft de paraplu. In “a small umbrella” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; het patroon “small” plus een zelfstandig naamwoord is direct herbruikbaar.
umbrella
“Umbrella” betekent een draagbare bedekking die tegen regen beschermt. In “a small umbrella” is het het tweede voorwerp dat de spreker in de tas kan doen.
would
“Would” maakt in “would help” de suggestie voorwaardelijker en zachter: de jas en paraplu zouden nuttig zijn. Een bruikbaar patroon is “something would help” wanneer je een mogelijke oplossing voorstelt.
help
“Help” betekent hier nuttig zijn voor de situatie. In “A light jacket and a small umbrella would help” verwijst het naar bescherming tegen de verwachte regen en koelere avond.
Then
“Then” betekent hier “in dat geval” of “daarna” en leidt het gevolg van de suggestie in. In “Then I can put both in my bag” volgt er een nieuwe handeling; een bruikbaar patroon is “Then” plus een volledige zin.
put
“Put” betekent hier ergens plaatsen, namelijk de twee spullen in de tas doen. Het bruikbare patroon is “put” plus een voorwerp, gevolgd door “in” en de plaats, zoals in “put both in my bag”.
both
“Both” verwijst hier naar de twee genoemde spullen samen: de jas en de paraplu. In “put both in my bag” staat het voor de plaatsbepaling en vervangt het de herhaling van die twee voorwerpen.
in
“In” geeft hier aan dat iets zich binnen in een tas wordt geplaatst. In het patroon “put both in my bag” verbindt het de spullen met de plaats waar ze terechtkomen.
my
“My” geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór “bag” in “my bag”; een bruikbaar patroon is “my” plus een zelfstandig naamwoord.
bag
“Bag” betekent een tas of container waarin je spullen meeneemt. In “in my bag” is het de plaats waar de jas en paraplu worden opgeborgen.
That
“That” verwijst hier naar de voorgestelde combinatie van de jas en paraplu en het plan om die mee te nemen. In “That should be enough” staat het als onderwerp van een beoordeling van die oplossing.
be
“Be” drukt in “should be enough” een toestand of beoordeling uit: de spullen zullen voldoende zijn. Het staat na “should” in de basisvorm; een bruikbaar patroon is “should be” plus een beschrijving.
enough
“Enough” betekent hier voldoende voor wat nodig is. In “That should be enough for the rain and the cooler evening” wordt aangegeven waarvoor de gekozen spullen toereikend zouden moeten zijn.
for
“For” verbindt in “enough for the rain and the cooler evening” de beoordeling van voldoende zijn met het doel of de omstandigheden waarvoor iets nodig is. Een bruikbaar patroon is “be enough for” gevolgd door een zelfstandig naamwoord of situatie.
cooler
“Cooler” betekent hier minder warm dan de eerder bedoelde of verwachte temperatuur. In “the cooler evening” beschrijft het de avond als een koelere periode; het staat vóór “evening”.