Kleding kiezen voor wisselvallig weer | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before going out in changing weather, two adults choose layers, a warm jacket, and shoes with good grip..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Kleding kiezen voor wisselvallig weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

The weather keeps changing this week.

dhuh WÉ-dher kieps TSJÉIN-djing dhis wiek. Het weer verandert deze week steeds.
B

Wear layers so you can adjust during the day.

wèr LÉ-jers soo joe ken uh-DJAST DJOER-ing dhuh dee. Draag laagjes, zodat je ze overdag kunt aanpassen.
A

Should I bring a warm jacket too?

sjuhd ai bring uh wórm DJÉK-it toe? Zal ik ook een warme jas meenemen?
B

Bring one for the morning.

bring wuhn fer dhuh MÓR-ning. Neem er een mee voor de ochtend.
B

Then carry it later if it gets warmer.

dhen KÉ-ri it LÉI-ter if it gets WÓR-mer. Draag hem later bij je als het warmer wordt.
A

I also need shoes that are easy to walk in.

ai ÓL-soo nied sjoez dhat ar ÍE-zie tuh wók in. Ik heb ook schoenen nodig waar ik makkelijk op kan lopen.
B

Choose a light pair with a solid grip in case the paths are wet.

tsjoez uh lait per widh uh SÓ-lid grip in kees dhuh padhz ar wet. Kies een licht paar met stevige grip voor het geval de paden nat zijn.
A

That should work if the afternoon warms up.

dhat sjuhd wurk if dhi af-ter-NOEN wórmz ap. Dat zou moeten werken als het in de middag warmer wordt.
B

Then you can carry the jacket without feeling weighed down.

dhen joe ken KÉ-ri dhuh DJÉK-it widh-AUT FÍE-ling WÉIDT daun. Dan kun je de jas meenemen zonder dat hij zwaar aanvoelt.

Uitleg van de zinnen

  1. The weather keeps changing this week.

    Het weer verandert deze week steeds.

    weather
    weer
    keeps changing
    blijft veranderen
    this week
    deze week
    Uitgebreide uitleg

    weather betekent hier het weer: de omstandigheden buiten, zoals temperatuur, wind en neerslag. Het is in deze betekenis een ontelbaar zelfstandig naamwoord, dus je zegt bijvoorbeeld The weather is cold, niet The weathers. keeps changing bestaat uit keeps + changing. keep betekent hier dat iets doorgaat; keeps is de tegenwoordige tijd bij he, she en it. changing is de -ing-vorm van change. Samen geeft de vorm aan dat het veranderen voortduurt of herhaaldelijk gebeurt. Vergelijk The weather changes (een algemene of gewone constatering) met The weather keeps changing (het blijft veranderen). Voorbeeld: She keeps asking questions. — Ze blijft vragen stellen. this week betekent deze week: de week waarin de spreker zich bevindt. this staat vóór een zelfstandig naamwoord om naar de huidige of relevante eenheid te verwijzen. Voorbeeld: I am busy this week. — Ik heb het deze week druk. Samen betekent The weather keeps changing this week.: Het weer verandert deze week steeds. Het onderwerp is the weather; keeps changing zegt dat de verandering doorgaat of zich herhaalt; this week geeft de tijdsperiode aan. De zin is een gewone mededeling in de tegenwoordige tijd.

  2. Wear layers so you can adjust during the day.

    Draag laagjes, zodat je ze overdag kunt aanpassen.

    Wear
    dragen
    layers
    laagjes
    so you can
    zodat je kunt
    adjust
    aanpassen
    during the day
    overdag
    Uitgebreide uitleg

    Wear is de basisvorm van het werkwoord wear en staat hier als gebiedende wijs: een instructie aan de aangesprokene. In de tegenwoordige tijd krijgt het werkwoord bij he/she/it de vorm wears; bij I/you/we/they blijft het wear. Voorbeeld: Wear a hat. = Draag een hoed. layers is het meervoud van het zelfstandig naamwoord layer (‘laag’). In deze zin gaat het om meerdere kledinglagen; layers betekent dus ‘laagjes’ in de vertaling. Het meervoud wordt hier gevormd met -s. Voorbeeld: These layers are light. = Deze lagen zijn licht. so you can leidt het doel of het praktische gevolg in: ‘zodat je kunt’. Can is een modaal werkwoord. Na can staat de basisvorm van het volgende werkwoord, dus can adjust, niet can adjusts of can to adjust. De vorm can verandert niet volgens de persoon. Voorbeeld: Take an umbrella so you can stay dry. = Neem een paraplu mee zodat je droog kunt blijven. adjust is een werkwoord met de betekenis ‘aanpassen’ of ‘bijstellen’. Hier is het onderwerp you, en het voorwerp is in het Engels niet herhaald; uit de vaste vertaling blijkt dat de laagjes bedoeld zijn: je kunt ze aanpassen. De basisvorm staat na can. Voorbeeld: Adjust the straps. = Pas de bandjes aan. during the day is een tijdsbepaling: ‘overdag’ of letterlijk ‘gedurende de dag’. During wordt gebruikt om aan te geven binnen welke periode iets gebeurt. Voorbeeld: I read during the day. = Ik lees overdag. Samen is de structuur: Wear layers (draag laagjes) + so you can adjust (zodat je ze kunt aanpassen) + during the day (overdag). De volledige betekenis is: draag laagjes, zodat je die overdag kunt aanpassen.

  3. Should I bring a warm jacket too?

    Zal ik ook een warme jas meenemen?

    Should I
    zal ik...?
    bring
    meenemen
    warm
    warm
    jacket
    jas
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Should I vormt hier een vraag met should en onderwerp I. In deze combinatie vraagt de spreker of het een goed idee of de bedoeling is dat die persoon iets doet; het drukt hier niet simpelweg een verplichting uit. In een vraag staat should vóór het onderwerp: Should I ...? = “Zal ik ...?” Ter vergelijking: Should we wait? = “Zullen we wachten?” bring is de basisvorm van het werkwoord. Het betekent hier iets meenemen. Na should blijft het werkwoord in de basisvorm: Should I bring ...?, niet should I brings. De verleden vorm is brought: I brought a jacket. = “Ik nam een jas mee.” warm beschrijft hier de jas als warmtegevend. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord: a warm jacket. De basisvorm is warm; de vergelijkende vorm is warmer: This jacket is warmer. = “Deze jas is warmer.” jacket is een zelfstandig naamwoord voor een jas of jack. In deze zin staat het enkelvoud met het onbepaalde lidwoord a, in de gebruikelijke combinatie a jacket. Het meervoud is jackets: two jackets = “twee jassen.” too staat aan het einde en betekent hier “ook”: de handeling wordt toegevoegd aan iets anders dat al ter sprake is gekomen. In een andere context kan too ook “te” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Voorbeeld: I will bring one too. = “Ik neem er ook een mee.” Samen vormen de delen de vraag Should I bring a warm jacket too?: de spreker vraagt of die persoon ook een warme jas moet meenemen. Should I geeft de vraag om advies of bevestiging, bring noemt de handeling, a warm jacket het voorwerp en too voegt “ook” toe. De natuurlijke Nederlandse vertaling is daarom: “Zal ik ook een warme jas meenemen?”

  4. Bring one for the morning.

    Neem er een mee voor de ochtend.

    Bring
    meenemen
    one
    er een
    morning
    ochtend
    Uitgebreide uitleg

    Bring staat hier aan het begin als gebiedende wijs: het is de basisvorm van bring en betekent hier “meenemen”. De gebiedende wijs gebruikt in het Engels doorgaans de basisvorm zonder uitgesproken onderwerp. Voorbeeld: Bring your keys. — “Neem je sleutels mee.” De verleden tijd is brought, niet bringed. one verwijst hier naar één exemplaar van een begrepen telbaar voorwerp. In de gegeven context kan dat aansluiten bij de eerder genoemde jas; one herhaalt het zelfstandig naamwoord niet. Het is dus anders dan it: one kiest één exemplaar van een soort, terwijl it naar een specifiek al geïdentificeerd voorwerp verwijst. Voorbeeld: Take one. — “Neem er één.” morning betekent hier “ochtend”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is mornings. In for the morning geeft for aan waarvoor of voor welk tijdstip het voorwerp bedoeld is, en the verwijst naar de ochtend als bepaalde tijdsperiode. Voorbeeld: I need one for the evening. — “Ik heb er een nodig voor de avond.” Samen vormt Bring one for the morning. een directe opdracht: neem één exemplaar mee dat voor de ochtend bedoeld is. De Engelse volgorde is de gebiedende wijs Bring, daarna het vervangende voornaamwoord one, en ten slotte de bepaling for the morning.

  5. Then carry it later if it gets warmer.

    Draag hem later bij je als het warmer wordt.

    Then
    dan
    carry
    dragen
    it
    het/hem
    later
    later
    if
    als
    gets
    wordt
    warmer
    warmer
    Uitgebreide uitleg

    Then verwijst hier naar een later moment in de volgorde: “dan” of “vervolgens”. Het kan ook een gevolg inleiden, maar dat is hier niet de functie. carry betekent hier iets bij je dragen of meenemen. De basisvorm is carry; met he, she of it wordt dat carries, terwijl na will, can of een ander hulpwerkwoord de basisvorm blijft staan. Voorbeeld: “Please carry this bag.” = “Draag deze tas alstublieft.” it is het Engelse voornaamwoord voor het voorwerp dat volgens de vaste vertaling als “hem” wordt aangeduid. In deze zin staat het als lijdend voorwerp bij carry: iets wordt gedragen. De vorm it blijft hetzelfde als onderwerp en als lijdend voorwerp; de precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. later betekent “later”, dus op een later moment dan het huidige of eerder besproken moment. Het hoort hier bij carry: het dragen gebeurt later. Voorbeeld: “I’ll do it later.” = “Ik doe het later.” if leidt een voorwaarde in. Het betekent hier “als”: het dragen gebeurt alleen onder de genoemde voorwaarde. In een gewone voorwaardelijke zin gebruikt het Engels vaak de tegenwoordige vorm in de if-zin, ook wanneer de hoofdzin over de toekomst gaat: If it gets warmer, I’ll carry it later. = “Als het warmer wordt, draag ik hem later.” gets is hier de vorm van get bij it in de tegenwoordige tijd. In de combinatie get + adjective betekent get “worden” of “raken”: de toestand verandert. Bij he, she en it krijgt get de uitgang -s: it gets; bij I, you, we en they blijft het get. warmer is de vergelijkende vorm van warm: warm = “warm”, warmer = “warmer”, the warmest = “het warmst”. De uitgang -er hoort bij het bijvoeglijk naamwoord warm, niet bij it of gets. Hier beschrijft warmer een stijging in temperatuur, zonder dat de zin zegt waarmee precies wordt vergeleken. Samen betekent Then carry it later if it gets warmer.: “Draag hem dan later bij je als het warmer wordt.” Then plaatst de handeling in de volgorde, carry it benoemt wat er gedragen wordt, later verschuift de handeling naar een later moment, en if it gets warmer geeft de voorwaarde daarvoor. De hoofdzin gebruikt de gebiedende vorm carry; het onderwerp “you” staat daarbij niet uitgeschreven maar wordt uit de vorm begrepen.

  6. I also need shoes that are easy to walk in.

    Ik heb ook schoenen nodig waar ik makkelijk op kan lopen.

    also
    ook
    need
    nodig hebben
    shoes
    schoenen
    easy
    gemakkelijk
    walk in
    in lopen
    Uitgebreide uitleg

    also betekent hier dat deze behoefte wordt toegevoegd aan iets dat al genoemd is. Het staat vaak vóór het hoofdwerkwoord: I also need ... = “Ik heb ook ... nodig”. Vergelijk: I need water too. = “Ik heb ook water nodig.” need is het werkwoord “nodig hebben”. De vorm is hier need, omdat het onderwerp I is; in de tegenwoordige tijd krijgt alleen de derde persoon enkelvoud de vorm needs: She needs help. = “Zij heeft hulp nodig.” Na need kan een zelfstandig naamwoord komen, zoals need shoes, of een werkwoord met to, zoals need to rest = “moeten rusten”. shoes betekent “schoenen” en is het meervoud van shoe. Het meervoud wordt hier gevormd met -s: one shoe = “één schoen”, two shoes = “twee schoenen”. Omdat het om meer dan één schoen gaat, staat er geen enkelvoudige vorm. easy betekent hier “gemakkelijk” of “comfortabel om te doen”. In shoes that are easy to walk in beschrijft het dat lopen met deze schoenen weinig moeite oplevert. De vergelijkende vorm is easier: These shoes are easier to walk in. = “Met deze schoenen is het gemakkelijker om te lopen.” walk in betekent hier “in/op lopen”, waarbij in deel uitmaakt van de constructie: je loopt in de schoenen. De vorm walk is de basisvorm; na to blijft die onveranderd: easy to walk in. In de bijzin that are easy to walk in verwijst that naar de schoenen en beschrijft de hele bijzin welke schoenen bedoeld zijn. Een vergelijkbaar voorbeeld is I want boots that are warm to wear. = “Ik wil laarzen die warm zijn om te dragen.” De hele structuur is I also need + zelfstandig naamwoord + that .... I also need shoes geeft aan dat de spreker ook schoenen nodig heeft. that are easy to walk in beperkt welke schoenen bedoeld zijn: het gaat om schoenen waarin lopen gemakkelijk is. Samen betekent de zin: “Ik heb ook schoenen nodig waar ik makkelijk op kan lopen.”

  7. Choose a light pair with a solid grip in case the paths are wet.

    Kies een licht paar met stevige grip voor het geval de paden nat zijn.

    Choose
    kies
    light
    licht
    pair
    paar
    solid
    stevig
    grip
    grip
    in case
    voor het geval dat
    paths
    paden
    wet
    nat
    Uitgebreide uitleg

    Choose is de gebiedende wijs van choose (“kiezen”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; het onderwerp you wordt in het Engels meestal niet uitgesproken. Verleden tijd: chose; voltooid deelwoord: chosen. Voorbeeld: Choose the blue one. = “Kies de blauwe.” light betekent hier “licht van gewicht”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat pair beschrijft. De vorm verandert hier niet voor enkelvoud of meervoud. Het tegenovergestelde is heavy (“zwaar”). Voorbeeld: These shoes are light. = “Deze schoenen zijn licht.” pair is een zelfstandig naamwoord voor twee bij elkaar horende dingen; hier gaat het om een paar schoenen. Het woord is telbaar: one pair, two pairs. Let op de meervoudsvorm pairs, niet pair. Voorbeeld: I bought two pairs of socks. = “Ik kocht twee paar sokken.” solid betekent hier “stevig” of “solide”. Het beschrijft grip, dus de grip is betrouwbaar en stevig. Het is niet hetzelfde als hard: hard legt eerder de nadruk op weinig zacht of op fysieke hardheid. Voorbeeld: The handle has a solid grip. = “Het handvat heeft een stevige grip.” grip is een zelfstandig naamwoord voor de mate waarin iets goed kan worden vastgehouden of waarop je goed kunt staan zonder uit te glijden. In a solid grip is a een onbepaald lidwoord bij het enkelvoudige, telbare zelfstandig naamwoord grip; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Voorbeeld: These boots give good grip. = “Deze laarzen geven goede grip.” in case is hier een voegwoordelijke constructie met de betekenis “voor het geval dat”. Het leidt de voorwaarde the paths are wet in. Het beschrijft een mogelijke omstandigheid waarvoor je je voorbereidt, niet noodzakelijk een omstandigheid die al werkelijkheid is. Voorbeeld: Take an umbrella in case it rains. = “Neem een paraplu mee voor het geval het regent.” paths is het meervoud van path, “pad”. De uitgang -s markeert hier het meervoud. In deze zin is paths het onderwerp van de bijzin na in case; het gaat dus om meerdere paden. Voorbeeld: The paths are narrow. = “De paden zijn smal.” wet betekent “nat”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord na are, in de constructie the paths are wet: de paden bevinden zich in een natte toestand. wet blijft in het Engels hetzelfde bij enkelvoud en meervoud; the path is wet en the paths are wet verschillen hier door het werkwoord is/are, niet door de vorm van wet. Het tegenovergestelde is dry (“droog”). Voorbeeld: The ground is wet. = “De grond is nat.” Samen vormt Choose a light pair with a solid grip de hoofdmededeling: kies een licht paar dat een stevige grip heeft. with verbindt dat paar met de eigenschap a solid grip. Daarna geeft in case the paths are wet de voorzorgsomstandigheid: de keuze is bedoeld voor het geval de paden nat zijn. De volledige betekenis is: “Kies een licht paar met stevige grip voor het geval de paden nat zijn.”

  8. That should work if the afternoon warms up.

    Dat zou moeten werken als het in de middag warmer wordt.

    That
    dat
    should
    zou moeten
    work
    werken; functioneren
    if
    als
    afternoon
    middag
    warms up
    warmer wordt
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp: dat verwijst naar iets dat al besproken wordt, zonder dat de zin zelf precies benoemt waarnaar. Het staat niet voor een specifiek zelfstandig naamwoord dat we er zelf bij moeten bedenken. should vormt met het werkwoord erna should work. In deze zin geeft het een verwachting of voorzichtige inschatting weer: iets zal naar verwachting werken. Het drukt hier niet simpelweg een bevel uit. Na should komt de basisvorm van het werkwoord: should work, niet should works. work betekent hier werken of functioneren, bijvoorbeeld over een plan, keuze of oplossing. De basisvorm is work; bij een derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd wordt dat works: It works. — Het werkt. if leidt een voorwaarde in. Het patroon is X should ... if Y ...: X zou ... als Y .... In de if-zin staat in het Engels vaak de tegenwoordige tijd voor een toekomstige of nog onzekere voorwaarde. afternoon is een zelfstandig naamwoord voor de middag. Met the gaat het om de middag als tijdsperiode in deze situatie: in the afternoon betekent in de middag. Het woord zelf verandert niet voor meervoud in deze zin; het meervoud is afternoons. warms up is het werkwoord warm up in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het dat iets warmer wordt, niet dat iemand iets opwarmt. Omdat the afternoon grammaticaal enkelvoud is, krijgt warm de vorm warms; up blijft als deel van het werkwoord staan. De basisvorm is warm up. Vergelijk: The room warms up. — De kamer wordt warmer. Samen betekent That should work if the afternoon warms up.: Dat zou moeten werken als het in de middag warmer wordt. De hoofdzin geeft een voorzichtige verwachting (that should work); de if-zin noemt de voorwaarde waaronder die verwachting geldt. De zin beweert nog niet dat het inderdaad zal werken of dat de middag zeker warmer wordt.

  9. Then you can carry the jacket without feeling weighed down.

    Dan kun je de jas meenemen zonder dat hij zwaar aanvoelt.

    Then
    dan
    you can
    je kunt
    carry
    meenemen
    jacket
    jas
    without feeling
    zonder je ... te voelen
    weighed down
    belast of bezwaard
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier “dan” en sluit aan op de situatie uit de vorige zin. Het geeft aan wat in die situatie mogelijk is; het hoeft hier niet specifiek naar een nieuw tijdstip te verwijzen. you can bestaat uit you en het modale werkwoord can. Hier drukt can mogelijkheid uit: “je kunt”. Can verandert niet met de persoon: I can, you can, she can. Na can komt de basisvorm van het volgende werkwoord: You can carry it. = “Je kunt het meenemen.” carry betekent hier “meenemen”. De basisvorm blijft staan na can. Buiten deze constructie heeft het werkwoord bijvoorbeeld carries bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en carried als verleden tijd of voltooid deelwoord. Voorbeeld: She carries a small bag. = “Zij draagt een kleine tas.” jacket is het zelfstandig naamwoord “jas”; het meervoud is jackets. In the jacket maakt the de jas bepaald: het gaat om een herkenbare of bedoelde jas, niet om een aantal. Voorbeeld: The jacket is dry. = “De jas is droog.” without feeling betekent hier “zonder je bezwaard te voelen”. Without wordt gevolgd door feeling, de -ing-vorm van feel. Het onderwerp van feeling wordt uit de hoofdzin begrepen als you: je neemt de jas mee zonder dat jij je belast of bezwaard voelt. Voorbeeld: He left without saying goodbye. = “Hij vertrok zonder afscheid te nemen.” weighed down betekent hier “belast” of “bezwaard”; het beschrijft hoe de persoon zich voelt. Samen betekent de zin: “Dan kun je de jas meenemen zonder je bezwaard te voelen.” De structuur can + basisvorm drukt de mogelijkheid uit, carry the jacket benoemt wat je meeneemt, en without feeling weighed down beschrijft de omstandigheid waarin dat kan.

Grammatica

comparative adjective: warmer

The afternoon is warmer.

dhi af-ter-NOEN iz WÓR-mer.

De middag is warmer.

Gebruik de vergrotende trap met -er om twee momenten of dingen te vergelijken.

without + -ing

I walk without feeling weighed down.

ai wók widh-AUT FÍE-ling WÉIDT daun.

Ik loop zonder me bezwaard te voelen.

Na without gebruik je vaak een werkwoord op -ing om aan te geven dat iets niet gebeurt.

Engels woordenschat

adjust werkwoord
uh-DJAST aanpassen
bring werkwoord
bring meenemen
carry werkwoord
KÉ-ri dragen
changing werkwoord
TSJÉIN-djing veranderen
day zelfstandig naamwoord
dee dag
during voorzetsel
DJOER-ing tijdens
jacket zelfstandig naamwoord
DJÉK-it jas
layers zelfstandig naamwoord
LÉ-jers laagjes
morning zelfstandig naamwoord
MÓR-ning ochtend
warm bijvoeglijk naamwoord
wórm warm
weather zelfstandig naamwoord
WÉ-dher het weer
week zelfstandig naamwoord
wiek week

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het weer verandert deze week steeds.

Antwoord tonenThe weather keeps changing this week.

Neem er een mee voor de ochtend.

Antwoord tonenBring one for the morning.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

meenemen

Antwoord tonenbring

tijdens

Antwoord tonenduring

veranderen

Antwoord tonenchanging

laagjes

Antwoord tonenlayers