Een kookcursus voor beginners | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a community setting, two adults discuss a beginner cooking class with simple dishes and basic sauces..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kookcursus voor beginners oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

There's a cooking class at the community center.

Derz uh koeking kles ut de kemjoenəti senter. Er is een kookcursus in het buurthuis.
B

What kind of dishes will they teach you to make?

Wut kaind uhv dishiz wil dhee tietsjoe tuh meek? Wat voor gerechten leren ze je daar maken?
A

Simple pasta dishes and basic sauces.

Simpul pasta dishiz en beisik sosiz. Eenvoudige pastagerechten en basissauzen.
B

Is it open to beginners?

Iz it oopen tuh biginuhz? Is de cursus geschikt voor beginners?
A

The class starts with basic steps.

De kles starts widh beisik steps. De cursus begint met de basisstappen.
B

You should sign up.

Joe shud sain uhp. Je zou je moeten inschrijven.
A

I want to learn one useful recipe.

Ai wont tuh lern wuhn joesful resepie. Ik wil één nuttig recept leren.
B

You can cook it for us afterward.

Joe ken koek it fer uhs afterwurd. Je kunt het daarna voor ons koken.

Uitleg van de zinnen

  1. There's a cooking class at the community center.

    Er is een kookcursus in het buurthuis.

    There's
    er is
    cooking
    kook-; met koken te maken
    class
    cursus; les
    community
    buurt; gemeenschap
    center
    centrum
    Uitgebreide uitleg

    There's is de samentrekking van there is. In deze zin introduceert het bestaan of aanwezigheid: “er is …”. there verwijst hier niet naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord, maar vervult de vaste existentiële functie. Voor meervoud gebruik je there are: There are two classes. — “Er zijn twee lessen.” cooking betekent hier “kook-” en staat vóór een zelfstandig naamwoord om het onderwerp of type ervan aan te geven: een kookles. Het is hier geen werkwoordsvorm die op zichzelf zegt wie er kookt. Hetzelfde patroon zie je in cooking oil — “kookolie”. class betekent hier een georganiseerde les of cursus. Het kan ook een groep leerlingen of studenten betekenen, maar die betekenis past hier niet. In het enkelvoud staat het na a: I joined a class. — “Ik heb me bij een cursus aangesloten.” community betekent hier “gemeenschap” en beschrijft het soort centrum: een centrum voor of van de gemeenschap. Als zelfstandig naamwoord kan het ook rechtstreeks “gemeenschap” betekenen; in community center is het een voorafgaand bepalend woord. center betekent “centrum” en kan in community center een centrale ontmoetings- of activiteitenplek aanduiden. Samen vormen community en center de woordgroep community center, hier vertaald als “buurthuis”. De spelling center is de Amerikaanse vorm; centre is een andere Engelse spelling met dezelfde betekenis. Samen bouwt de zin als volgt op: There's + a cooking class + at the community center. a introduceert een niet nader bepaalde kookles; het artikel drukt op zichzelf geen nadruk op een numerieke telling uit. at plaatst die les op de locatie van het buurthuis. De volledige betekenis is daarom: “Er is een kookcursus in het buurthuis.”

  2. What kind of dishes will they teach you to make?

    Wat voor gerechten leren ze je daar maken?

    What kind of
    wat voor soort
    dishes
    gerechten
    will they
    zullen ze
    teach
    leren
    you
    je
    to make
    maken
    Uitgebreide uitleg

    What kind of vraagt naar het type of de soort van iets. Het patroon What kind of + zelfstandig naamwoord ...? is bruikbaar wanneer je naar een categorie vraagt. Voorbeeld: What kind of music do you like? = “Van welk soort muziek houd je?” Kind betekent hier “soort”, niet “aardig”. dishes betekent hier “gerechten”, dus bereide soorten eten. Het is het meervoud van dish; het enkelvoud is a dish. In deze context gaat het om gerechten die men kan leren bereiden. Voorbeeld: This dish is easy to make. = “Dit gerecht is gemakkelijk te maken.” will they bevat het onderwerp they en het hulpwerkwoord will in een vraag over een toekomstige gebeurtenis. They kan in het Engels naar één of meer personen verwijzen; uit deze zin blijkt alleen dat het om de persoon of personen gaat die lesgeven, niet hoeveel het er zijn. Will staat vóór het onderwerp in deze vraag. Na will komt de basisvorm van het werkwoord: will they teach, niet will they teaches. teach betekent hier “leren” of “onderwijzen”: iemand helpt een ander een vaardigheid te verwerven. De basisvorm is teach; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn taught en taught. In teach you to make is you degene die iets leert en to make de aangeleerde vaardigheid. Voorbeeld: They teach beginners to cook. = “Ze leren beginners koken.” you is het persoonlijke voornaamwoord voor degene die de les krijgt. Engels gebruikt you zowel voor enkelvoud als meervoud, en als onderwerp én als object. Hier blijkt de grammaticale rol uit de positie na teach: you is de ontvanger van het onderwijzen, niet degene die lesgeeft. to make bestaat uit to plus de basisvorm make. Hier betekent make “maken” of, in deze kookcontext, “bereiden”. Make is onregelmatig: make – made – made. Na teach someone to + werkwoord volgt de infinitief: teach you to make. Voorbeeld: She taught me to make soup. = “Ze leerde me soep te maken.” Samen betekent What kind of dishes “wat voor gerechten” en vraagt het naar het soort gerechten. will they teach you to make vraagt welke gerechten de lesgevende persoon of personen jou in de toekomst zullen leren bereiden. De volledige vraag betekent daarom: “Wat voor gerechten zullen ze je leren maken?” De volgende context noemt eenvoudige pastagerechten en basissauzen als mogelijke inhoud; die informatie verandert de grammaticale structuur van de vraag niet.

  3. Simple pasta dishes and basic sauces.

    Eenvoudige pastagerechten en basissauzen.

    Simple
    eenvoudig
    pasta
    pasta
    dishes
    gerechten
    basic
    basis-; eenvoudig
    sauces
    sauzen
    Uitgebreide uitleg

    Simple betekent hier dat de pastagerechten niet ingewikkeld zijn. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergrotende trap is simpler en de overtreffende trap simplest. Voorbeeld: This recipe is simple. — Dit recept is eenvoudig. pasta benoemt hier het soort gerecht: pasta dishes zijn gerechten op basis van pasta. In deze combinatie staat pasta vóór het zelfstandig naamwoord en beschrijft het welk soort gerechten bedoeld wordt. Het woord kan ook zelfstandig gebruikt worden, bijvoorbeeld: We had pasta. — We aten pasta. dishes is het meervoud van dish, hier in de betekenis ‘gerechten’. De vorm dish verwijst naar één gerecht en dishes naar meer dan één gerecht. Voorbeeld: These dishes are easy to prepare. — Deze gerechten zijn gemakkelijk te bereiden. basic betekent hier ‘eenvoudig’ of ‘elementair’ in de zin van niet uitgebreid of geavanceerd. Het staat vóór sauces en beschrijft dus de sauzen. Het is niet hetzelfde als simple in elke context: basic legt vooral de nadruk op een basisniveau of een eenvoudige samenstelling. Voorbeeld: We learned a basic sauce. — We leerden een basissaus. sauces is het meervoud van sauce, ‘saus’. De vorm sauce is enkelvoud; sauces verwijst naar meer dan één saus. Voorbeeld: The sauces are ready. — De sauzen zijn klaar. De twee naamwoordgroepen zijn met and verbonden: simple pasta dishes betekent ‘eenvoudige pastagerechten’ en basic sauces betekent ‘basissauzen’. Samen noemt de uiting dus twee soorten dingen: eenvoudige pastagerechten en basissauzen. Het is een naamwoordgroep zonder uitgesproken werkwoord; de zin noemt alleen de onderwerpen of onderdelen waarnaar verwezen wordt.

  4. Is it open to beginners?

    Is de cursus geschikt voor beginners?

    Is it
    Is het …?
    open
    open; toegankelijk
    beginners
    beginners
    Uitgebreide uitleg

    Is it vormt hier een ja-neevraag over iets dat met it wordt aangeduid. Volgens de vaste vertaling verwijst it hier naar de cursus. De vorm is is de tegenwoordige tijd van be bij it. Vergelijk: Is it ready? — Is het klaar? open betekent hier niet letterlijk “geopend”. Als bijvoeglijk naamwoord betekent het in deze combinatie dat iets toegankelijk of geschikt is voor een bepaalde groep. Het onderwerp dat geschikt is, staat bij deze formulering als it; open beschrijft dus dat onderwerp. Een nuttig contrast is closed. Voorbeeld: The course is open to everyone. — De cursus staat open voor iedereen. De constructie open to + groep geeft aan voor wie iets toegankelijk of geschikt is. beginners is het meervoud van beginner, iemand die nog maar weinig ervaring heeft. De uitgang -s markeert hier het meervoud: a beginner betekent “een beginner” en beginners betekent “beginners”. Voorbeeld: This book is useful for beginners. — Dit boek is nuttig voor beginners. Samen vormen de onderdelen de vraag Is it open to beginners?: “Is het geschikt voor beginners?” Met de in de vaste vertaling bedoelde referent betekent dit: “Is de cursus geschikt voor beginners?” Is it maakt de vraag, open to geeft toegankelijkheid of geschiktheid aan, en beginners benoemt de groep voor wie die geschiktheid wordt beoordeeld. De omliggende context noemt eenvoudige gerechten, basissauzen en basisstappen; die informatie past bij de vraag naar geschiktheid voor beginners, maar de vraag zelf beweert alleen dat die geschiktheid wordt nagegaan.

  5. The class starts with basic steps.

    De cursus begint met de basisstappen.

    class
    cursus
    starts
    begint
    with
    met
    basic
    basis-
    steps
    stappen
    Uitgebreide uitleg

    class betekent hier “cursus”, zoals de vaste vertaling aangeeft. Het zelfstandig naamwoord kan in andere contexten ook “klas” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de gegeven vertaling. Voorbeeld: The class is online. = “De cursus is online.” starts is de vorm van start in de tegenwoordige tijd voor the class: derde persoon enkelvoud krijgt -s. De basisvorm is start; bij I/you/we/they staat bijvoorbeeld start, maar bij he/she/it en enkelvoudige zelfstandige naamwoorden staat starts. Voorbeeld: The lesson starts at nine. = “De les begint om negen uur.” with geeft hier aan waarmee iets begint: “met”. Het kan een beginonderdeel inleiden. Voorbeeld: We start with a short exercise. = “We beginnen met een korte oefening.” basic betekent hier “basis-” of “elementair”. Het beschrijft steps, niet class. Het gewone bijvoeglijke naamwoord is basic; het heeft hier geen aparte meervoudsvorm. Voorbeeld: These are basic rules. = “Dit zijn basisregels.” steps is het meervoud van step, “stap”. In deze context gaat het om opeenvolgende stappen of handelingen binnen de cursus. step is enkelvoud en steps meervoud. Voorbeeld: Follow these steps. = “Volg deze stappen.” Samen vormt starts with basic steps de betekenis “begint met de basisstappen”. Het onderwerp The class is hier volgens de vaste vertaling “de cursus”, en starts zegt dat die cursus met dat onderdeel begint. De volledige zin betekent dus: “De cursus begint met de basisstappen.”

  6. You should sign up.

    Je zou je moeten inschrijven.

    You should
    je zou moeten
    sign up
    je inschrijven
    Uitgebreide uitleg

    You should drukt hier een aanbeveling uit: de aangesproken persoon doet er goed aan iets te doen. You is de vorm voor één of meer aangesproken personen; in het Engels verandert deze vorm niet met het aantal. Should is een modaal hulpwerkwoord. Na should staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm, dus: should sign, niet een vorm met to of een verleden tijd. Een bruikbaar patroon is You should + basisvorm, bijvoorbeeld: You should rest. — Je zou moeten rusten. sign up betekent hier zich inschrijven of aanmelden, bijvoorbeeld voor een cursus of activiteit. Het is een vaste combinatie van het werkwoord sign met het partikel up; samen hebben ze hier de betekenis ‘zich inschrijven’, en niet de letterlijke betekenis ‘een teken omhoog zetten’. De basisvorm sign up staat na should. In een andere tijd kan het bijvoorbeeld signed up zijn: She signed up for the course. — Zij schreef zich in voor de cursus. Samen vormen de delen het patroon You should + sign up: de aangesproken persoon krijgt het advies om zich in te schrijven. De hele betekenis is daarom: je zou je moeten inschrijven.`

  7. I want to learn one useful recipe.

    Ik wil één nuttig recept leren.

    I
    ik
    want
    willen
    to learn
    leren
    one
    één
    useful
    nuttig
    recipe
    recept
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Engels is I de onderwerpsvorm; na een werkwoord gebruik je bijvoorbeeld me, zoals in She helps me — Zij helpt mij. want betekent hier wil. De tegenwoordige vorm is want; bij he, she en it komt er meestal -s bij: he wants. Een veelgebruikt patroon is want + to + werkwoord: I want to rest — Ik wil rusten. to learn betekent hier leren. Learn is de basisvorm; to learn is de infinitief na want. Het patroon want to learn drukt uit dat iemand iets wil leren. I want to learn English betekent Ik wil Engels leren. one betekent hier één en maakt expliciet dat het om precies één recept gaat. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord: one book — één boek. One is dus specifieker dan het onbepaalde lidwoord a, dat op zichzelf geen exact aantal noemt. useful betekent hier nuttig of bruikbaar. Dit bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: a useful tool — een nuttig hulpmiddel. De vergrotende trap is more useful: This guide is more useful — Deze gids is nuttiger. recipe betekent hier recept, dus een beschrijving van hoe je een gerecht maakt. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: one recipe en two recipes. In het meervoud verandert de vorm dus in recipes. Samen vormt I want to learn one useful recipe het patroon I want to + werkwoord + one + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord. De betekenis is: Ik wil één nuttig recept leren. De spreker geeft daarmee aan zelf die wens te hebben; one bepaalt dat het om precies één recept gaat en useful beschrijft dat recept als nuttig.

  8. You can cook it for us afterward.

    Je kunt het daarna voor ons koken.

    You can
    je kunt
    cook
    koken
    it
    het
    for us
    voor ons
    afterward
    daarna
    Uitgebreide uitleg

    You can drukt hier uit dat de aangesprokene de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen. Can is een modaal werkwoord; daarna komt het werkwoord in de basisvorm, zonder to: You can cook, niet You can to cook. Vergelijk: You can help. — Je kunt helpen. cook betekent hier voedsel bereiden door het te koken of op een andere manier klaar te maken. De vorm cook is de basisvorm, omdat hij na can staat. In andere constructies verandert de vorm: I cook, she cooks, I cooked. it is een voornaamwoord voor één zaak of object. In de gegeven context verwijst het naar het nuttige recept dat eerder genoemd is; de Nederlandse vertaling bevestigt de lezing het. Het voornaamwoord zelf krijgt in het Engels geen aparte vorm voor mannelijk of vrouwelijk bij dit gebruik; it wordt gebruikt voor een zaak of object dat niet als persoon wordt aangeduid. for us geeft aan voor wie het koken bedoeld is: voor de spreker en de andere personen die met us worden aangeduid. Us is de objectvorm van we: we is onderwerp, us staat bijvoorbeeld na een voorzetsel. Voorbeeld: She cooks for us. — Zij kookt voor ons. afterward plaatst de handeling later dan een eerder genoemde of begrepen gebeurtenis. Het betekent daarna of achteraf, afhankelijk van de context; hier is de bedoelde betekenis daarna. Het kan ook aan het einde van een andere zin staan: We will eat afterward. — We zullen daarna eten. Samen betekent You can + cook it + for us + afterward: Je kunt het daarna voor ons koken. De aangesprokene kan dus het eerder genoemde recept voor de betrokken groep bereiden, en die handeling gebeurt daarna.

Grammatica

sign up for + noun

Beginners sign up for a cooking class.

Biginuhz sain uhp fer uh koeking kles.

Beginners schrijven zich in voor een kookcursus.

Na sign up gebruik je for vóór een activiteit of cursus.

Afterward, + subject + verb

Afterward, beginners cook a pasta dish.

Afterwurd, biginuhz koek uh pasta dish.

Daarna koken beginners een pastagerecht.

Afterward betekent ‘daarna’ en staat vaak aan het begin van de zin.

Engels woordenschat

basic bijvoeglijk naamwoord
beisik basis-; eenvoudig

Simple pasta dishes and basic sauces.

beginner zelfstandig naamwoord
biginuh beginner beginners

Is it open to beginners?

community center uitdrukking
kemjoenəti senter buurthuis

There's a cooking class at the community center.

cooking class uitdrukking
koeking kles kookcursus

There's a cooking class at the community center.

dish zelfstandig naamwoord
dish gerecht dishes

What kind of dishes will they teach you to make?

make werkwoord
meek maken

What kind of dishes will they teach you to make?

pasta dish uitdrukking
pasta dish pastagerecht pasta dishes

Simple pasta dishes and basic sauces.

sauce zelfstandig naamwoord
sos saus sauces

Simple pasta dishes and basic sauces.

simple bijvoeglijk naamwoord
simpul eenvoudig

Simple pasta dishes and basic sauces.

start werkwoord
start beginnen starts

The class starts with basic steps.

step zelfstandig naamwoord
step stap steps

The class starts with basic steps.

teach werkwoord
tietsj leren

What kind of dishes will they teach you to make?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Eenvoudige pastagerechten en basissauzen.

Antwoord tonenSimple pasta dishes and basic sauces.

Is de cursus geschikt voor beginners?

Antwoord tonenIs it open to beginners?

De cursus begint met de basisstappen.

Antwoord tonenThe class starts with basic steps.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

eenvoudig

Antwoord tonensimple

gerecht

Antwoord tonendishes

maken

Antwoord tonenmake

basis-; eenvoudig

Antwoord tonenbasic