Over joggen als hobby | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During a personal conversation, one adult describes a new jogging routine around the park and a goal to keep running..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Over joggen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I started jogging after work.

ai stártid dzjoging áfter wörk Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.
B

How is it going so far?

hau iz it góu-ing sou faar Hoe gaat het tot nu toe?
A

My pace is slow, but I am improving.

mai peis iz slóu, bat ai em improeving Mijn tempo is laag, maar ik word beter.
B

Do you have a regular route?

doe joe hev a regjoeler roet Heb je een vaste route?
A

I usually run around the park.

ai joezjoeli ran eraound de paark Ik ren meestal rond het park.
B

What goal are you working toward?

wot gool ar joe wörking tuhwoord Naar welk doel werk je toe?
A

I want to jog without stopping.

ai wont tuh dzjog widhaout stóping Ik wil joggen zonder te stoppen.
B

That is realistic if you build up slowly.

dhet iz rielistik if joe bild ap slóu-li Dat is haalbaar als je het langzaam opbouwt.

Uitleg van de zinnen

  1. I started jogging after work.

    Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.

    I
    ik
    started
    begon
    jogging
    joggen
    after
    na
    work
    werk
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. Het heeft dezelfde vorm voor enkelvoud en meervoud? Nee: I verwijst specifiek naar één spreker; het meervoud is we. Als onderwerp staat I vóór het werkwoord: I work = ‘ik werk’. started is de verleden tijd van start (‘beginnen’). De vorm drukt hier uit dat het beginnen vóór het moment van spreken plaatsvond. De vorm is voor alle personen hetzelfde: I started, she started, they started. Na start kan een activiteit bijvoorbeeld als start + -ing-vorm volgen: She started reading. = ‘Ze begon te lezen.’ jogging is de -ing-vorm van jog (‘joggen’). Hier noemt die vorm de activiteit die begonnen werd. In de combinatie started jogging functioneert de activiteit als aanvulling bij started; het betekent ‘begon met joggen’. Dezelfde vorm kan in andere zinnen ook deel zijn van een werkwoordsvorm, bijvoorbeeld I am jogging = ‘Ik ben aan het joggen’. after drukt hier een tijdsrelatie uit: de ene gebeurtenis komt later dan de andere. In after work leidt het een tijdsaanduiding in: eerst is het werk voorbij, daarna begon het joggen. Een vergelijkbaar patroon is after lunch = ‘na de lunch’. work betekent hier ‘werk’ of ‘werktijd’. In after work wordt het gebruikt als een algemene activiteit of periode, zonder dat er een lidwoord voor staat. Dat is anders dan bijvoorbeeld after the meeting = ‘na de vergadering’, waarbij naar een specifieke vergadering wordt verwezen. Samen vormen I started jogging en after work de betekenis: de spreker begon in het verleden met joggen, en dat gebeurde na het werk. De volledige zin betekent dus: ‘Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.’

  2. How is it going so far?

    Hoe gaat het tot nu toe?

    How is it going
    Hoe gaat het?
    so far
    tot nu toe
    Uitgebreide uitleg

    How is it going is een vaste, zeer bruikbare manier om te vragen hoe een activiteit, situatie of proces verloopt. How vraagt naar de manier of toestand. In deze constructie is is de tegenwoordige tijd van be; het onderwerp is it. Hier verwijst it volgens de vertaling niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord, maar naar de lopende activiteit of situatie als geheel. going is de -ing-vorm van go. In deze uitdrukking betekent going niet letterlijk ‘gaan’, maar ‘verlopen’. De vraagvorm ontstaat doordat is vóór it staat: How is it going? Voorbeeld: How is your new job going? — Hoe gaat het met je nieuwe baan? Hier wordt de lopende situatie expliciet genoemd. so far betekent ‘tot nu toe’: het beschrijft de periode vanaf het begin van iets tot het huidige moment. Het zegt dus iets over de voortgang tot nu, zonder een resultaat voor later te voorspellen. De uitdrukking kan ook na een zelfstandig naamwoord of aan het einde van een andere zin staan. Voorbeeld: The course is interesting so far. — De cursus is tot nu toe interessant. Samen betekent How is it going so far? letterlijk ongeveer ‘Hoe verloopt het tot nu toe?’ De vaste vraag How is it going vraagt naar het verloop van de lopende activiteit of situatie; so far beperkt die vraag tot de periode tot het huidige moment. De natuurlijke Nederlandse betekenis is daarom: ‘Hoe gaat het tot nu toe?’

  3. My pace is slow, but I am improving.

    Mijn tempo is laag, maar ik word beter.

    pace
    tempo
    slow
    langzaam
    improving
    beter worden
    Uitgebreide uitleg

    pace betekent hier het tempo waarin iemand vooruitgaat of iets uitvoert. Het is een zelfstandig naamwoord; het kan ook in andere combinaties staan, zoals a fast pace voor “een hoog tempo”. Voorbeeld: She walks at a steady pace. — “Ze loopt in een gelijkmatig tempo.” slow beschrijft hier pace: het tempo is niet hoog. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De gewone vergelijkingsvormen zijn slow, slower en the slowest; slower vergelijkt twee tempo’s. Voorbeeld: This pace is slower than yesterday’s pace. — “Dit tempo is lager dan het tempo van gisteren.” improving komt van het werkwoord improve, “verbeteren”. De vorm am improving is de tegenwoordige durende vorm: am laat zien dat het onderwerp I is, en improving geeft een ontwikkeling aan die nu gaande is. In deze zin betekent het dat de spreker vooruitgaat, niet dat die persoon op dit moment noodzakelijk een afzonderlijke handeling uitvoert. Voorbeeld: I am improving every week. — “Ik word elke week beter.” Bij andere onderwerpen verandert het hulpwerkwoord: She is improving, maar They are improving. In de volledige zin verbindt My pace het bezit (my) met het onderwerp pace. is slow zegt hoe dat tempo is. Na but volgt een tegenstelling: ondanks het lage tempo am improving de spreker. Samen betekent de zin: “Mijn tempo is laag, maar ik word beter.”

  4. Do you have a regular route?

    Heb je een vaste route?

    Do you have
    Heb je
    regular
    vaste
    route
    route
    Uitgebreide uitleg

    Do you have is een veelgebruikt patroon om in het Engels te vragen of iemand iets heeft of tot zijn of haar beschikking heeft. Do is hier het hulpwerkwoord voor de vraag; you is de aangesproken persoon en have blijft in de basisvorm. Voorbeeld: Do you have a map? — Heb je een kaart? In een bevestigende zin staat bijvoorbeeld You have a map. — Je hebt een kaart. regular betekent hier vast of regelmatig terugkerend: het beschrijft het soort route. Het is een bijvoeglijk naamwoord en verandert in deze vorm niet mee met het zelfstandig naamwoord. In deze zin gaat het om een route die iemand gewoonlijk of volgens een vast patroon gebruikt. Voorbeeld: She follows a regular schedule. — Zij volgt een vast schema. route is een zelfstandig naamwoord voor een weg of traject van het ene punt naar het andere. Het meervoud is routes. Voorbeeld: This route is short. — Deze route is kort. Samen vormen Do you have + a regular route de vraag Do you have a regular route?: de spreker vraagt of de aangesproken persoon een vaste route heeft. A introduceert hier een niet nader bepaalde route; de zin zegt niet welke route het is. De woordvolgorde is die van een Engelse ja-neevraag: hulpwerkwoord + onderwerp + hoofdwerkwoord + de rest van de zin.

  5. I usually run around the park.

    Ik ren meestal rond het park.

    I
    ik
    usually
    meestal
    run
    rennen
    around
    rond
    park
    park
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier dat de spreker zelf de uitvoerder van de handeling is. Het Engelse onderwerppronomen is I voor de eerste persoon enkelvoud; het blijft dezelfde vorm in de onderwerp-positie, ongeacht het geslacht van de spreker. Voorbeeld: I walk. = Ik loop. usually geeft aan dat iets meestal gebeurt, maar niet noodzakelijk altijd. Het is een bijwoord van frequentie en staat in deze zin vóór het gewone werkwoord run. Vergelijk always = altijd en sometimes = soms; die woorden drukken andere frequentie uit. run betekent hier lichamelijk rennen. De basisvorm is run; bij I, you, we en they blijft de tegenwoordige tijd run, terwijl bij he, she en it de vorm runs is. Voorbeeld: I run every morning. = Ik ren elke ochtend. around betekent hier dat het rennen plaatsvindt rond of in de omgeving van het park. Het is hier geen onderdeel van een vaste werkwoordelijke uitdrukking; samen met the park vormt het een plaatsbepaling. In andere contexten kan around ook beweging rondom iets aangeven, bijvoorbeeld They walk around the lake. = Ze lopen rond het meer. park is een zelfstandig naamwoord voor een park. Het meervoud is parks; het enkelvoud krijgt in deze zin het bepaalde lidwoord the, omdat naar een als bepaald opgevat park wordt verwezen. Het lidwoord zelf drukt niet uit hoeveel parken er zijn. Samen vormen de delen: I + usually + run = de spreker rent meestal; around the park geeft de plaats van die activiteit aan. De volledige betekenis is daarom: Ik ren meestal rond het park. De tegenwoordige tijd presenteert dit als een terugkerende gewoonte, niet als één specifiek afgerond renmoment.

  6. What goal are you working toward?

    Naar welk doel werk je toe?

    What
    welk(e)
    goal
    doel
    are you
    ben je
    working
    werken
    toward
    naar ... toe
    Uitgebreide uitleg

    What staat hier vóór het zelfstandig naamwoord goal en vraagt welke keuze of welk doel bedoeld wordt. Als vraagwoord kan what ook zelfstandig staan, bijvoorbeeld in What do you want? — “Wat wil je?” goal betekent hier een doel waar je naartoe werkt. Het meervoud is goals. Een bruikbaar contrast is goal tegenover result: een goal is wat je probeert te bereiken; een result is wat er uiteindelijk gebeurt. are you vormt samen met working de tegenwoordige duratieve vorm. are is de vorm van be bij you; you blijft hetzelfde voor enkelvoud en meervoud. In een vraag komt are vóór you: Are you ready? — “Ben je klaar?” working is de -ing-vorm van het werkwoord work. Hier beschrijft die vorm een activiteit die nu bezig is of als lopend proces wordt gezien. work kan ook als gewone tegenwoordige tijd voorkomen: I work every day. — “Ik werk elke dag.” De combinatie are working betekent dus niet alleen “werken” in het algemeen, maar “bezig zijn met werken”. toward geeft de richting van de inspanning aan: naar een doel toe. In work toward a goal betekent het dat je inspanningen erop gericht zijn dat doel te bereiken. toward kan ook een fysieke richting aangeven, bijvoorbeeld She walked toward the door. — “Ze liep naar de deur toe.” De vraag is opgebouwd als What goal + are you working toward? Het vraagwoord bepaalt welk doel wordt gevraagd; are you working beschrijft de lopende inspanning; toward koppelt die inspanning aan het doel. Samen betekent de zin: “Naar welk doel werk je toe?”

  7. I want to jog without stopping.

    Ik wil joggen zonder te stoppen.

    I want
    ik wil
    jog
    joggen
    without stopping
    zonder te stoppen
    Uitgebreide uitleg

    I want drukt uit dat de spreker iets wil of van plan is. want is de basisvorm; bij he, she en it wordt dat wants. Na want staat voor een handeling meestal to plus de basisvorm: I want to jog = «Ik wil joggen». Dit drukt een wens of bedoeling uit, niet op zichzelf een verplichting zoals must of have to. jog betekent hier rustig hardlopen. In I want to jog is jog de basisvorm na to; het is dus niet de vorm die de tijd aangeeft. Nuttige vormen zijn jogged (verleden tijd) en jogging (doorlopende vorm). Bij deze spelling wordt de eindmedeklinker verdubbeld: jog → jogging. without stopping betekent dat de activiteit doorgaat en niet wordt onderbroken. without wordt hier gevolgd door stopping, de -ing-vorm van stop, niet door to stop. Vergelijk: I want to stop = «Ik wil stoppen», maar I jog without stopping = «Ik jog zonder te stoppen». De vormen van stop zijn stopped en stopping. Samen bouwen de delen de zin op als I want to + basisvorm jog + without + -ing-vorm stopping: «Ik wil joggen zonder te stoppen.»

  8. That is realistic if you build up slowly.

    Dat is haalbaar als je het langzaam opbouwt.

    That
    Dat
    realistic
    haalbaar; realistisch
    if
    als
    build up
    opbouwen; geleidelijk sterker of meer maken
    slowly
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp. In combinatie met de vaste Nederlandse vertaling betekent het dat; de precieze zaak waarnaar het verwijst wordt niet verder benoemd. Het is enkelvoudig, maar het Engelse that verandert hier niet naar persoon of grammaticaal geslacht. Vergelijk voor een andere afstand of referentie: This is realistic = Dit is haalbaar/realistisch. realistic beschrijft hier datgene waarnaar That verwijst als haalbaar of uitvoerbaar. De basisvorm is realistic; het is een bijvoeglijk naamwoord en geen werkwoord. Het bijwoord is realistically, bijvoorbeeld: Realistically, you need more time. = Realistisch gezien heb je meer tijd nodig. if leidt de voorwaarde in. Het patroon is if + onderwerp + werkwoord: if you build up slowly = als je langzaam opbouwt. In deze Engelse voorwaardelijke bijzin staat build in de basisvorm; bij you heeft het in de tegenwoordige tijd geen uitgang. If betekent hier als. build up is een werkwoord met partikel en betekent hier geleidelijk opbouwen of verhogen. Bij you staat het als build up; met he/she/it wordt het builds up, en in de verleden tijd built up. In deze combinatie draagt up bij aan de betekenis van toenemende opbouw. Voorbeeld: She builds up her stamina slowly. = Ze bouwt haar conditie langzaam op. slowly zegt hoe de opbouw gebeurt. Het is het bijwoord bij build up en hangt samen met het bijvoeglijk naamwoord slow: slow = langzaam, slowly = langzaam, als beschrijving van de handeling. Voorbeeld: Walk slowly. = Loop langzaam. Samen bestaat de zin uit een beoordeling en een voorwaarde: That is realistic zegt dat de bedoelde zaak haalbaar is, en if you build up slowly bepaalt onder welke voorwaarde. De volledige betekenis is daarom: Dat is haalbaar als je het langzaam opbouwt.

Grammatica

start + verb-ing

I started jogging.

ai stártid dzjoging

Ik begon met joggen.

Na start gebruiken we vaak een werkwoord op -ing voor een activiteit.

without + verb-ing

Run without stopping.

ran widhaout stóping

Ren zonder te stoppen.

Na without gebruiken we een werkwoord op -ing om aan te geven wat niet gebeurt.

Engels woordenschat

around voorzetsel
eraound rond

I usually run around the park.

goal zelfstandig naamwoord
goul doel

What goal are you working toward?

improve werkwoord
improev verbeteren improving

I am improving.

jog werkwoord
dzjog joggen jogging

I started jogging after work.

pace zelfstandig naamwoord
peis tempo

My pace is slow.

park zelfstandig naamwoord
paark park

I usually run around the park.

regular bijvoeglijk naamwoord
regjoeler vast

Do you have a regular route?

route zelfstandig naamwoord
roet route

Do you have a regular route?

run werkwoord
ran rennen

I usually run around the park.

slow bijvoeglijk naamwoord
slóu langzaam

My pace is slow.

start werkwoord
start beginnen started

I started jogging after work.

usually bijwoord
joezjoeli meestal

I usually run around the park.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.

Antwoord tonenI started jogging after work.

Hoe gaat het tot nu toe?

Antwoord tonenHow is it going so far?

Heb je een vaste route?

Antwoord tonenDo you have a regular route?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

meestal

Antwoord tonenusually

joggen

Antwoord tonenjogging

vast

Antwoord tonenregular

langzaam

Antwoord tonenslow