Excuse
In deze dialoog is "Excuse" een beleefde manier om iemands aandacht te vragen in "Excuse me". Je gebruikt het bijvoorbeeld aan het begin van een vraag aan een onbekende.
me
In "Excuse me" verwijst "me" naar de persoon die spreekt: de spreker vraagt de ander om hem of haar te verontschuldigen. Deze vaste beleefde uitdrukking gebruik je om aandacht te vragen of je te verontschuldigen.
you
In "you can go ahead of me" verwijst "you" naar de persoon die wordt aangesproken. Je gebruikt "you" als onderwerp wanneer je rechtstreeks tegen één of meer personen spreekt.
can
In "you can go ahead of me" drukt "can" hier toestemming uit: de ander mag voorgaan. Na "can" staat het werkwoord in de eenvoudige vorm, zoals "can go".
go
In "you can go ahead of me" betekent "go" dat de ander naar voren mag gaan in de rij. Na "can" gebruik je de vorm "go" zonder "to"; het patroon is "can go".
ahead
In de uitdrukking "go ahead of me" betekent "ahead" naar voren, vóór iemand in de rij. Deze vorm komt hier samen met "of" en de persoon die achterblijft.
of
In "ahead of me" verbindt "of" de positie vóór iemand met die persoon: de ander gaat vóór de spreker. Het vaste patroon is "go ahead of" iemand.
Are
Aan het begin van "Are you sure?" helpt "Are" een vraag te vormen over zekerheid. In deze vraag staat "Are" vóór "you"; je gebruikt hetzelfde vraagpatroon om te vragen of iemand zeker is.
sure
In "Are you sure?" betekent "sure" dat iemand zeker is van zijn beslissing of mening. Je kunt "Are you sure?" gebruiken wanneer je beleefd wilt controleren of iemand iets echt bedoelt.
I
In "I don't want to take your place" verwijst "I" naar de spreker. "I" staat als onderwerp vóór het werkwoord, bijvoorbeeld in het patroon "I want to ...".
don't
In "I don't want to take your place" maakt "don't" de zin ontkennend: de spreker wil de plaats niet innemen. "Don't" is de vorm van "do not" die hier vóór "want" staat.
want
In "I don't want to take your place" betekent "want" iets willen of wensen. Na "want" staat hier "to" met een handeling: "want to take".
to
In "want to take" markeert "to" de handeling die iemand wil uitvoeren. Een herbruikbaar patroon is "want to" gevolgd door een werkwoord, zoals in "I want to ...".
take
In "take your place" betekent "take" hier een plaats innemen. De volledige uitdrukking is "take your place"; na "to" staat de vorm "take".
your
In "take your place" geeft "your" aan dat de plaats bij de aangesproken persoon hoort. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in het patroon "your" plus een voorwerp of plaats.
place
In "take your place" betekent "place" de positie van de andere persoon in de rij. De vaste uitdrukking "take your place" gebruik je wanneer iemand een bepaalde positie inneemt.
It's
In "It's all right" betekent "It's" dat iets in orde is of geen probleem vormt. "It's" is hier de verkorte vorm van "It is" en staat vóór de uitdrukking "all right".
all
In de vaste uitdrukking "It's all right" versterkt "all" de betekenis van "right": alles is in orde. Je gebruikt "all right" hier om toestemming of geruststelling te geven.
right
In "It's all right" betekent "right" dat iets aanvaardbaar of geen probleem is. De vaste uitdrukking "It's all right" past bijvoorbeeld wanneer je iemand geruststelt.
bags
In "your bags look heavy" verwijst "bags" naar de tassen die de andere persoon bij zich heeft. De vorm "bags" staat hier als onderwerp vóór "look" en beschrijft meerdere tassen.
look
In "your bags look heavy" betekent "look" dat de tassen er zwaar uitzien op basis van hun uiterlijk. Na een meervoudig onderwerp zoals "your bags" staat hier "look".
heavy
In "your bags look heavy" beschrijft "heavy" het gewicht dat de tassen lijken te hebben. Na "look" geeft het aan hoe iets eruitziet of lijkt.
appreciate
In "I appreciate it" betekent "appreciate" dat de spreker de hulp of toestemming waardeert. Het werkwoord krijgt hier het voorwerp "it"; je kunt het patroon "I appreciate ..." gebruiken om dankbaarheid uit te drukken.
it
In "I appreciate it" verwijst "it" naar de gunst die de andere persoon aanbiedt, namelijk de toestemming om voor te gaan. Het staat na "appreciate" als verwijzing naar iets dat al uit de situatie bekend is.
I'll
In "I'll only be a minute" zegt de spreker wat hij of zij zal doen of hoe lang het zal duren. "I'll" is de verkorte vorm van "I will" en staat vóór het werkwoord "be".
only
In "I'll only be a minute" beperkt "only" de duur: het zal niet langer dan ongeveer één minuut duren. Het staat vóór de tijdsuitdrukking "a minute".
be
In "I'll only be a minute" gebruikt de spreker "be" om een korte verblijfsduur aan de balie uit te drukken. Na "will", hier verkort in "I'll", blijft de vorm "be" staan.
a
In "a minute" verwijst "a" naar één minuut als een bepaalde tijdsduur. Het staat vóór het enkelvoudige telbare woord "minute".
minute
In "I'll only be a minute at the counter" betekent "minute" een korte tijdsduur van één minuut. De uitdrukking "be a minute" gebruik je om te zeggen dat iets kort zal duren.
at
In "at the counter" geeft "at" de plaats aan waar de handeling plaatsvindt. Het patroon "at the" plus een locatie gebruik je om iemand of iets bij een specifieke plek te situeren.
the
In "the counter" verwijst "the" naar een specifieke balie die in de situatie bekend is. Je gebruikt "the" vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de luisteraar weet welke plek of zaak je bedoelt.
counter
In "at the counter" betekent "counter" de balie waar iemand wordt geholpen. De volledige plaatsaanduiding is "at the counter", bijvoorbeeld wanneer je zegt waar je wacht of iets regelt.
wait
In "I can wait a little longer" betekent "wait" blijven totdat de andere persoon klaar is. Na "can" staat de eenvoudige vorm "wait"; het patroon is "can wait" plus een tijdsduur.
little
In "a little longer" geeft "little" aan dat de extra tijd klein is. De combinatie "a little" gebruik je vóór een hoeveelheid of duur wanneer die beperkt is.
longer
In "I can wait a little longer" betekent "longer" gedurende meer tijd dan eerst nodig leek. Het staat na "a little" in de uitdrukking "a little longer" om extra wachttijd aan te geven.
make
In "I'll make sure I don't hold you up" maakt "make" deel uit van de vaste uitdrukking "make sure": ervoor zorgen dat iets gebeurt. Het patroon is "make sure" gevolgd door een zin of een andere informatie over wat je controleert.
hold
In "I don't hold you up" betekent "hold ... up" iemand ophouden of vertragen. Het werkwoord hoort hier bij het partikel "up"; samen beschrijven ze dat de ander niet langer hoeft te wachten door jou.
up
In "hold you up" is "up" onderdeel van het werkwoord met de betekenis iemand ophouden. Je moet de combinatie als geheel gebruiken: "hold someone up", met de persoon tussen "hold" en "up".