Reisdocumenten controleren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before leaving for a trip, two adults check travel documents, a saved reservation, and a printed copy..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Reisdocumenten controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Could you help me check the travel documents before we leave?

Koed joe help mie tsjek dhuh trevul dokjoemunts bifoor wie liev? Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?
B

Let's start with your passport and boarding pass.

Lets start widh joor paspoort un boording pes. Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.
A

My passport is in the inside pocket.

Mai paspoort iz in dhi insaid pokut. Mijn paspoort zit in het binnenvak.
B

Did you confirm the hotel reservation too?

Did joe kunferm dhuh hooteel rezurveisjun toe? Heb je de hotelreservering ook bevestigd?
A

The confirmation email is saved on my phone.

Dhi konfermeisjun iemeel iz seivd on mai foon. De bevestigingsmail staat op mijn telefoon opgeslagen.
B

Do you have a printed copy in case your phone dies?

Doe joe hev uh printid kopie in keis joor foon daiz? Heb je een afgedrukte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?
A

I printed one and put it in the folder.

Ai printid wun un poet it in dhuh fouldur. Ik heb er een uitgeprint en in de map gedaan.
B

Then we have everything we need.

Dhen wie hev evri-thing wie nied. Dan hebben we alles wat we nodig hebben.

Uitleg van de zinnen

  1. Could you help me check the travel documents before we leave?

    Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?

    Could you
    Zou je kunnen
    help
    helpen
    me
    mij
    check
    controleren
    travel documents
    reisdocumenten
    before
    voordat
    leave
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Could you is hier een beleefde vraag om hulp: “Zou je kunnen...?” Could is de verleden vorm van can, maar in dit soort verzoeken verwijst het meestal niet naar verleden tijd; het maakt de vraag beleefder. Na could komt het onderwerp you en daarna de werkwoordsvorm zonder to. Vergelijk: Can you help? = “Kun je helpen?”; Could you help? = “Zou je kunnen helpen?” help betekent hier “helpen”. Na could blijft het werkwoord in de basisvorm: could help, niet could helps of could helped. Help kan ook met to worden gevolgd, maar in deze zin staat de volgende handeling zonder to: help me check. me is de objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord I: I als onderwerp, me als voorwerp. In help me ontvangt de spreker de hulp. Voorbeeld: She helps me. = “Zij helpt mij.” check betekent hier “controleren” of “nakijken”. Na help me staat het in de basisvorm: help me check .... De constructie help someone do something betekent “iemand helpen iets te doen”; ook help someone to do something is mogelijk. Voorbeeld: Can you help me open the door? = “Kun je me helpen de deur te openen?” travel documents is een zelfstandig naamwoordelijk geheel: documenten die met reizen te maken hebben, hier vertaald als “reisdocumenten”. Travel bepaalt het soort documenten; documents is het zelfstandige meervoud van document. In het Engels staat een zelfstandig naamwoord dat het soort van een ander zelfstandig naamwoord aanduidt vaak vóór dat tweede woord, zoals in travel documents. before betekent hier “voordat” en leidt de tijdsbepalende bijzin in. De bijzin before we leave geeft aan dat het controleren eerder plaatsvindt dan het vertrek. Na before kan een volledige bijzin volgen, zoals hier met onderwerp we en werkwoord leave. leave betekent hier “vertrekken”. De vorm is de basisvorm, omdat we in de tegenwoordige tijd geen aparte uitgang krijgt: we leave. De vorm leaves hoort bijvoorbeeld bij he, she of it: She leaves early. = “Zij vertrekt vroeg.” In deze zin gaat leave over het vertrek van de personen die met we worden aangeduid; de vertaling maakt dat “we vertrekken”. De zin volgt het patroon Could you help me check X before we leave?: een beleefd verzoek (Could you), gevolgd door de hulpactie (help me check), het gecontroleerde object (the travel documents) en de tijdsgrens (before we leave). Als geheel betekent de zin: “Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?”

  2. Let's start with your passport and boarding pass.

    Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.

    Let's start
    laten we beginnen
    passport
    paspoort
    boarding pass
    instapkaart
    Uitgebreide uitleg

    Let's start is een vaste manier om een voorstel in de eerste persoon meervoud te doen: “laten we beginnen”. Let's is de verkorte vorm van let us; hier betekent die combinatie niet letterlijk dat iemand iets moet “laten”, maar introduceert ze een gezamenlijke actie. Start is het werkwoord in de basisvorm. Vergelijk: Let's start now. — “Laten we nu beginnen.” De spreker stelt dus voor om samen te beginnen, zonder te zeggen hoe lang het zal duren. passport betekent hier “paspoort”. Het is een zelfstandig naamwoord voor het officiële reisdocument. De meervoudsvorm is passports; het woord verandert niet van vorm voor mannelijk of vrouwelijk geslacht, omdat het Engels die grammaticale categorie hier niet op het zelfstandig naamwoord markeert. Voorbeeld: I need my passport. — “Ik heb mijn paspoort nodig.” boarding pass betekent “instapkaart”: het document of de kaart waarmee een reiziger voor een vlucht kan instappen. Het is een vaste samenstelling van boarding en pass; boarding specificeert welk soort pass bedoeld wordt. Het meervoud is boarding passes. Voorbeeld: Please show your boarding pass. — “Laat je instapkaart zien.” Samen vormt Let's start with ... de herbruikbare structuur “Laten we beginnen met ...”. With markeert waarmee de voorgestelde activiteit begint. De twee zelfstandige naamwoorden na with zijn verbonden door and, zodat eerst het paspoort en daarna de instapkaart worden genoemd. De volledige zin betekent daarom: “Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.” In deze reis- of luchthavencontext verwijst de zin naar het controleren of behandelen van die twee reisdocumenten, maar de Engelse zin zegt niet precies welke handeling daarna met elk document wordt uitgevoerd.

  3. My passport is in the inside pocket.

    Mijn paspoort zit in het binnenvak.

    passport
    paspoort
    is in
    zit in
    inside
    binnen-
    pocket
    vak; zak
    Uitgebreide uitleg

    passport betekent hier «paspoort». Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; het meervoud is passports. Voorbeeld: I have my passport. — «Ik heb mijn paspoort.» is in geeft hier aan waar het paspoort zich bevindt: het onderwerp my passport wordt verbonden met de plaatsaanduiding in the inside pocket. is is de vorm van be bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud; vergelijk I am in the room en they are in the room. In deze zin beschrijft is in een huidige locatie, niet een beweging naar binnen. inside staat hier vóór pocket en verduidelijkt welk soort vak bedoeld wordt: een vak aan de binnenkant. In het Engels kan inside ook zelfstandig of als plaatsaanduiding voorkomen, maar in dit fragment werkt het als bepaling bij pocket. Voorbeeld: The label is inside the bag. — «Het label zit in de tas.» pocket betekent hier «vak» of «zak», afhankelijk van het voorwerp waarin het zit. Het meervoud is pockets. In inside pocket vormen de twee woorden samen een nominale woordgroep: inside bepaalt pocket, maar het zelfstandig naamwoord blijft pocket. Voorbeeld: The ticket is in the front pocket. — «Het ticket zit in het voorvak.» Samen betekent my passport «mijn paspoort», is in dat het zich ergens bevindt, en the inside pocket «het binnenvak». De hele zin zegt dus: «Mijn paspoort zit in het binnenvak.» De bezitsbepaling my maakt duidelijk dat het om het paspoort van de spreker gaat; the verwijst naar een specifiek binnenvak dat in deze situatie herkenbaar is.

  4. Did you confirm the hotel reservation too?

    Heb je de hotelreservering ook bevestigd?

    Did you
    heb je …?
    confirm
    bevestigen
    hotel
    hotel-; van een hotel
    reservation
    reservering
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Did you opent een ja-neevraag in de simple past. Did draagt hier de verleden tijd en you is het onderwerp; daarom blijft het volgende werkwoord in de basisvorm: Did you confirm ...? Niet Did you confirmed ...?. Voorbeeld: Did you call? — Heb je gebeld? confirm betekent hier dat je een reservering definitief bevestigt. De vorm na did is de basisvorm confirm; buiten deze vraag krijg je bijvoorbeeld I confirm (tegenwoordige tijd), I confirmed (verleden tijd) en I have confirmed (voltooid tegenwoordige tijd). Voorbeeld: Please confirm the booking. — Bevestig de boeking alstublieft. hotel staat vóór reservation en specificeert om welk soort reservering het gaat: een reservering voor een hotel. In het Engels kan een zelfstandig naamwoord zo als bepaling voor een ander zelfstandig naamwoord staan, zonder dat er een voorzetsel nodig is. Voorbeeld: hotel room — hotelkamer. reservation is de reservering zelf, dus het object van confirm. Het woord kan ook in andere combinaties staan, zoals make a reservation — een reservering maken. Voorbeeld: The reservation is confirmed. — De reservering is bevestigd. too betekent hier ook. Het voegt deze hotelreservering toe aan iets anders dat al bevestigd zou kunnen zijn; het zegt niet op zichzelf wat dat andere is. Aan het einde van deze zin klinkt too natuurlijk als toevoeging. Voorbeeld: Did you save the email too? — Heb je de e-mail ook opgeslagen? Samen vormen de delen de vraag Did you confirm the hotel reservation too?: did maakt een vraag over het verleden, you is degene aan wie de vraag wordt gesteld, confirm is de handeling, the hotel reservation is wat bevestigd wordt, en too voegt dit geval toe. De vaste betekenis is: Heb je de hotelreservering ook bevestigd?

  5. The confirmation email is saved on my phone.

    De bevestigingsmail staat op mijn telefoon opgeslagen.

    confirmation email
    bevestigingsmail
    saved
    opgeslagen
    phone
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    confirmation email is hier een samengestelde woordgroep: email is de kern en confirmation beschrijft het soort e-mail. Het betekent dus een e-mail ter bevestiging, niet simpelweg elke e-mail die toevallig bevestigd is. In het Engels staat het beschrijvende zelfstandig naamwoord vóór de kern: a confirmation email. Voorbeeld: I received a booking confirmation email. — Ik ontving een bevestigingsmail voor een boeking. saved is de vorm van het werkwoord save in het voltooid deelwoord: save – saved – saved. In deze zin staat het met is in een passieve constructie: is saved betekent dat de e-mail opgeslagen is. Het is dus niet de actieve vorm I saved the email, waarin I de opslaande persoon is. Voorbeeld: The document is saved. — Het document is opgeslagen. phone betekent hier een mobiele telefoon. Het zelfstandig naamwoord heeft in het Engels in deze betekenis geen aparte vorm voor mannelijk of vrouwelijk; het meervoud is phones. In my phone geeft my aan dat de telefoon bij de spreker hoort. on beschrijft hier de plaats of het apparaat waarop iets beschikbaar is: on my phone, letterlijk ongeveer ‘op mijn telefoon’. De hele zin bestaat uit The confirmation email als onderwerp, is saved als passieve werkwoordgroep en on my phone als plaatsaanduiding. Samen betekent de zin: de bevestigingsmail is opgeslagen op de telefoon van de spreker. De tegenwoordige vorm is presenteert dit als de huidige toestand; er wordt niet gezegd wanneer of door wie het opslaan gebeurde.

  6. Do you have a printed copy in case your phone dies?

    Heb je een afgedrukte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?

    Do you have
    heb je …?
    printed
    afgedrukt
    copy
    kopie
    in case
    voor het geval dat
    phone
    telefoon
    dies
    uitvalt
    Uitgebreide uitleg

    Do you have is een vraag naar bezit of beschikbaarheid in het heden. Het patroon is Do you have + zelfstandig naamwoord?; do draagt hier de vraagvorm en have blijft de basisvorm. Voorbeeld: Do you have a pen? = Heb je een pen? printed betekent hier dat de kopie op papier is afgedrukt. Het is de vorm van print die als beschrijvend woord voor copy wordt gebruikt: print – printed. Voorbeeld: I need a printed ticket. = Ik heb een afgedrukt kaartje nodig. Dit is iets anders dan digital wanneer de informatie alleen elektronisch beschikbaar is. copy is hier één exemplaar van een document of andere informatie. Het meervoud is copies; de spelling verandert daarbij van y in i vóór -es. Voorbeeld: I made two copies. = Ik heb twee kopieën gemaakt. in case leidt een voorzorgsreden in: iets wordt gevraagd of gedaan met het oog op een mogelijke situatie. In dit patroon volgt een volledige bijzin: in case + onderwerp + werkwoord. Voorbeeld: Take an umbrella in case it rains. = Neem een paraplu mee voor het geval het regent. Dit zegt niet dat de regen zeker komt. phone is het zelfstandig naamwoord voor een telefoon. In your phone maakt your duidelijk dat het om de telefoon van de aangesprokene gaat; phone zelf verandert daardoor niet van vorm. Voorbeeld: My phone is in my bag. = Mijn telefoon zit in mijn tas. dies betekent hier dat de telefoon uitvalt of niet meer werkt, niet dat hij letterlijk sterft. De basisvorm is die; dies is de vorm bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: My battery dies quickly. = Mijn batterij valt snel uit. Na does zou de basisvorm staan: Does your phone die often? = Valt je telefoon vaak uit? Samen vormt Do you have a printed copy de vraag of de aangesprokene een afgedrukt exemplaar heeft. in case your phone dies geeft de mogelijke situatie aan waarvoor dat exemplaar nuttig kan zijn. De volledige betekenis is daarom: Heb je een afgedrukte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?

  7. I printed one and put it in the folder.

    Ik heb er een uitgeprint en in de map gedaan.

    printed
    uitgeprint
    one
    één exemplaar
    put
    deed
    it
    het
    folder
    map
    Uitgebreide uitleg

    printed betekent hier “uitgeprint” en is de verleden tijd van print (“printen/uitprinten”). In deze zin is het een zelfstandig werkwoord met I als onderwerp: I print = ik print, I printed = ik printte of, zoals in de vaste vertaling, ik heb geprint. Printed kan in andere zinnen ook een voltooid deelwoord zijn. Voorbeeld: She printed the ticket. = Zij printte het ticket. one is hier een zelfstandig gebruikt telwoord dat een eerder begrepen exemplaar vervangt. Het verwijst in deze zin naar één uitgeprint exemplaar: I printed one = ik heb er één uitgeprint. Het drukt hier dus expliciet het aantal één uit. put betekent hier “deed” en krijgt in deze zin de verleden-tijdsvorm put. Het basiswerkwoord en de verleden tijd hebben dezelfde vorm: put – put. Afhankelijk van het object en de plaats kan put ook “leggen” of “zetten” betekenen. Voorbeeld: I put the book on the table. = Ik legde het boek op tafel. it is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. Volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar het uitgeprinte exemplaar: put it = het erin doen. It is de vorm voor een enkelvoudig niet-persoonlijk referent; de vorm verandert hier niet door de verleden tijd van put. folder betekent “map”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a folder = een map, folders = mappen. In in the folder verwijst the folder naar een specifieke map die in de context als de bedoelde map is geïdentificeerd. In geeft de plaatsrelatie aan: het exemplaar wordt binnen die map gedaan. De zin bestaat uit twee handelingen met hetzelfde onderwerp I: I printed one = ik heb er één uitgeprint, en put it in the folder = ik heb het in de map gedaan. And verbindt die handelingen. Samen betekent de hele uiting: “Ik heb er één uitgeprint en in de map gedaan.”

  8. Then we have everything we need.

    Dan hebben we alles wat we nodig hebben.

    Then
    dan
    we have
    wij hebben
    everything
    alles
    need
    nodig hebben
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan als gevolgtrekking: op basis van wat eraan voorafging, volgt de conclusie dat de situatie compleet is. Het kan in andere zinnen ook een tijdsaanduiding zijn, bijvoorbeeld: Then we went home. = Toen gingen we naar huis. we have bestaat uit het onderwerp we (wij/we) en de tegenwoordige vorm have van have (hebben). Have heeft in de tegenwoordige tijd bij he, she en it de vorm has; bij I, you, we en they blijft de vorm have: They have enough time. = Zij hebben genoeg tijd. Hier drukt have uit dat we over iets beschikken of dat iets voor ons beschikbaar is. everything betekent alles: het geheel van de relevante dingen, zonder ze afzonderlijk op te sommen. Het is een onbepaald voornaamwoord en staat hier als object van have. Vergelijk everything met something (iets) en nothing (niets), maar kies die vormen alleen wanneer de betekenis dat ondersteunt. need is de basisvorm van het werkwoord need (nodig hebben). In what we need staat need bij we, waardoor de basisvorm wordt gebruikt; bij he, she of it is de tegenwoordige vorm needs: She needs help. = Zij heeft hulp nodig. De woordgroep what we need betekent hier wat we nodig hebben: what verwijst naar datgene wat nodig is, en we need zegt dat wij die behoefte hebben. Need kan ook met een zelfstandig naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld: We need water. = We hebben water nodig. Samen vormen de delen Then + we have everything + what we need de conclusie: Dan hebben we alles wat we nodig hebben. De bijzin what we need bepaalt nader welke everything bedoeld is; het gaat dus om alles wat voor ons nodig is.

Grammatica

before + subject + present simple

Check your travel documents before you leave.

Tsjek joor trevul dokjoemunts bifoor joe liev.

Controleer je reisdocumenten voordat je vertrekt.

Na before gebruik je voor een toekomstige gebeurtenis de present simple, niet will.

in case + subject + present simple

Put everything in the folder in case the phone dies.

Poet evri-thing in dhuh fouldur in keis dhuh foon daiz.

Doe alles in de map voor het geval dat de telefoon uitvalt.

In case betekent ‘voor het geval dat’ en introduceert een mogelijke situatie.

Engels woordenschat

before voegwoord
bifoor voordat
boarding pass zelfstandig naamwoord
boording pes instapkaart
check werkwoord
tsjek controleren
confirm werkwoord
kunferm bevestigen
confirmation email zelfstandig naamwoord
konfermeisjun iemeel bevestigingsmail
help werkwoord
help helpen
hotel reservation zelfstandig naamwoord
hooteel rezurveisjun hotelreservering
inside pocket zelfstandig naamwoord
insaid pokut binnenvak
leave werkwoord
liev vertrekken
passport zelfstandig naamwoord
paspoort paspoort
start werkwoord
start beginnen
travel documents zelfstandig naamwoord
trevul dokjoemunts reisdocumenten

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dan hebben we alles wat we nodig hebben.

Antwoord tonenThen we have everything we need.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

controleren

Antwoord tonencheck

vertrekken

Antwoord tonenleave

voordat

Antwoord tonenbefore

helpen

Antwoord tonenhelp