Een e-mail controleren voordat je hem verstuurt | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, one adult asks another to check an email's subject, attachment, and recipients before it is sent..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een e-mail controleren voordat je hem verstuurt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Could you check this email before I send it?

kud joe tsjek dhis iemeejl bifoor ai send it? Kun je deze e-mail controleren voordat ik hem verstuur?
B

I can check it. What should I check first?

ai ken tsjek it. wot sjud ai tsjek ferst? Ik kan hem controleren. Wat moet ik eerst controleren?
A

Please start with the subject line.

pliiz staart with dhuh sabdjekt lain. Begin alsjeblieft met de onderwerpregel.
B

The subject line is clear, but the meeting topic would help.

dhuh sabdjekt lain iz klir, but dhuh mieting topik wud help. De onderwerpregel is duidelijk, maar het onderwerp van de vergadering zou helpen.
A

Is the correct file attached?

iz dhuh kuh-rekt fail uh-tetsjt? Is het juiste bestand bijgevoegd?
B

Yes, the final version is attached.

jes, dhuh fainəl vursjen iz uh-tetsjt. Ja, de definitieve versie is bijgevoegd.
A

Did I include everyone who needs this email?

did ai inklud evriwan hoe niidz dhis iemeejl? Heb ik iedereen toegevoegd die deze e-mail nodig heeft?
B

The list looks complete.

dhuh list luks kuhmpliit. De lijst lijkt compleet.
A

Then I think it is ready to send.

dhen ai thingk it iz redi tuh send. Dan denk ik dat de e-mail klaar is om te verzenden.

Woord voor woord

Could ‘Could’ maakt hier een beleefd verzoek in ‘Could you check this email before I send it?’. Na ‘Could’ staat het werkwoord in de basisvorm, zoals in ‘Could you check...?’; je gebruikt dit bijvoorbeeld op het werk wanneer je iemand vriendelijk om hulp vraagt.
you ‘you’ verwijst in ‘Could you check this email before I send it?’ naar de persoon aan wie A iets vraagt. Het is de aangesproken persoon en staat na ‘Could’ in een beleefde vraag. Je gebruikt ‘you’ wanneer je rechtstreeks met één persoon of meerdere personen spreekt.
check ‘check’ betekent hier een e-mail nakijken of controleren. In ‘Could you check this email before I send it?’ staat het na ‘Could’ in de basisvorm; dezelfde vorm komt terug in ‘I can check it’. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een document, bericht of lijst.
this ‘this’ verwijst in ‘this email’ naar de e-mail die A aanwijst of waar A op dat moment naar verwijst. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord ‘email’. Je gebruikt ‘this’ voor iets specifieks dat dichtbij is in de situatie of in het gesprek.
email ‘email’ betekent hier een elektronisch bericht dat gecontroleerd en verstuurd wordt. In de dialoog staat het in ‘this email’ en later in ‘this email’ binnen ‘who needs this email’. Je gebruikt ‘email’ voor werk- en privéberichten die je elektronisch verzendt.
before ‘before’ geeft in ‘before I send it’ aan dat de controle eerder moet gebeuren dan het versturen. Het introduceert hier een volledige bijzin met ‘I send it’. Je gebruikt ‘before’ om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
I ‘I’ verwijst in ‘before I send it’ naar de spreker, die de e-mail zal versturen. Het is het onderwerp van ‘send’. Je gebruikt ‘I’ wanneer je jezelf als handelende persoon noemt.
send ‘send’ betekent hier de e-mail versturen. In ‘before I send it’ staat de basisvorm na het onderwerp ‘I’; het object is ‘it’. Je gebruikt ‘send’ ook met andere objecten, bijvoorbeeld in het patroon ‘send an email’.
it ‘it’ verwijst in ‘before I send it’ naar ‘this email’. Het voorkomt dat ‘email’ opnieuw genoemd moet worden. Je gebruikt ‘it’ voor een eerder genoemd ding, zoals een bericht, bestand of document.
can ‘can’ geeft in ‘I can check it’ aan dat B de e-mail kan controleren of bereid en in staat is dat te doen. Na ‘can’ staat de basisvorm ‘check’. Je gebruikt ‘can’ bijvoorbeeld om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
What ‘What’ vraagt in ‘What should I check first?’ naar de handeling of het onderdeel dat gecontroleerd moet worden. Het staat aan het begin van de vraag en verwijst niet naar een persoon. Je gebruikt ‘What’ om naar een ding, keuze of activiteit te vragen.
should ‘should’ vraagt in ‘What should I check first?’ wat volgens de situatie het beste of verstandigste is om te doen. Na ‘should’ staat de basisvorm ‘check’. Je gebruikt ‘should’ bijvoorbeeld om advies of de juiste volgende stap te bespreken.
first ‘first’ betekent in ‘What should I check first?’ dat dit de eerste controle moet zijn, vóór de andere controles. Het staat aan het einde van de vraag en bepaalt de volgorde. Je gebruikt ‘first’ om de eerste stap in een reeks aan te geven.
Please ‘Please’ maakt ‘Please start with the subject line’ tot een beleefd verzoek. Het staat aan het begin van de zin vóór de opdracht ‘start’. Je gebruikt ‘Please’ wanneer je iemand vriendelijk vraagt iets te doen.
start ‘start’ betekent hier beginnen met een controle. In ‘Please start with the subject line’ geeft A aan welk onderdeel als eerste bekeken moet worden. Je gebruikt het patroon ‘start with’ wanneer je het beginpunt van een activiteit noemt.
with ‘with’ geeft in ‘start with the subject line’ aan waarmee de controle moet beginnen. Het staat na ‘start’ en vóór het onderdeel ‘the subject line’. Je gebruikt ‘start with’ met het eerste onderwerp, onderdeel of object van een activiteit.
the ‘the’ verwijst in ‘the subject line’ naar de specifieke onderwerpregel van deze e-mail. Het staat vóór ‘subject line’ en maakt duidelijk dat het om een bekende, bepaalde zaak gaat. In de dialoog staat dezelfde vorm ook in ‘the meeting topic’ en ‘the final version’.
subject ‘subject’ betekent hier het onderwerp van een e-mail en vormt samen met ‘line’ de uitdrukking ‘subject line’. Het verwijst naar de korte tekst die de inhoud van de e-mail aanduidt. Je gebruikt ‘subject’ in een e-mailcontext vaak in ‘subject line’.
line ‘line’ is in ‘subject line’ het onderdeel van een e-mail waarin het onderwerp wordt weergegeven. De betekenis komt hier uit de volledige combinatie ‘subject line’, niet uit ‘line’ alleen. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je de titel of onderwerpregel van een e-mail bespreekt.
is ‘is’ verbindt in ‘The subject line is clear’ het onderwerp ‘The subject line’ met de beschrijving ‘clear’. In ‘Is the correct file attached?’ staat dezelfde vorm vooraan om een vraag te maken. Je gebruikt ‘is’ om een toestand of beschrijving van iets aan te geven.
clear ‘clear’ betekent in ‘The subject line is clear’ dat de onderwerpregel gemakkelijk te begrijpen is. Het beschrijft de onderwerpregel na ‘is’. Je gebruikt ‘clear’ bijvoorbeeld wanneer tekst, uitleg of instructies begrijpelijk zijn.
but ‘but’ introduceert in ‘The subject line is clear, but the meeting topic would help’ een tegenstelling of aanvulling. De onderwerpregel is duidelijk, maar extra informatie over het vergaderonderwerp zou nuttig zijn. Je gebruikt ‘but’ om twee tegengestelde of bijgestelde ideeën te verbinden.
meeting ‘meeting’ verwijst in ‘the meeting topic’ naar een georganiseerde bespreking op het werk. Samen met ‘topic’ geeft het aan waar de vergadering over gaat. Je gebruikt ‘meeting’ voor een werk- of andere bijeenkomst met een bepaald doel.
topic ‘topic’ betekent in ‘the meeting topic’ het onderwerp waar de vergadering of e-mail over gaat. Het staat na ‘meeting’ in de combinatie ‘meeting topic’. Je gebruikt ‘topic’ om te benoemen waar een gesprek, tekst of bespreking over gaat.
would ‘would’ geeft in ‘the meeting topic would help’ een mogelijk nuttig resultaat aan: het onderwerp zou de e-mail verbeteren. Het staat vóór de basisvorm ‘help’. Je gebruikt ‘would’ hier om voorzichtig te zeggen dat iets nuttig zou zijn.
help ‘help’ betekent in ‘the meeting topic would help’ dat extra informatie de e-mail duidelijker of nuttiger zou maken. Na ‘would’ staat de basisvorm ‘help’. Je gebruikt het patroon ‘would help’ om een mogelijke verbetering of nuttige toevoeging te benoemen.
correct ‘correct’ betekent in ‘the correct file’ het juiste of passende bestand voor deze e-mail. Het staat vóór ‘file’ en beschrijft welk bestand bedoeld is. Je gebruikt ‘correct’ wanneer je wilt controleren of iets aan de vereiste keuze of informatie voldoet.
file ‘file’ betekent in ‘the correct file’ een digitaal document dat bij de e-mail hoort. Het wordt in de volgende zin verder aangeduid als ‘the final version’. Je gebruikt ‘file’ bijvoorbeeld voor een document dat je aan een e-mail toevoegt.
attached ‘attached’ betekent in ‘Is the correct file attached?’ dat het bestand bij de e-mail is gevoegd. In ‘the final version is attached’ bevestigt B dezelfde toestand. Je gebruikt ‘attached’ wanneer je controleert of een bestand met een e-mail is meegestuurd.
Yes ‘Yes’ is in ‘Yes, the final version is attached’ een positief antwoord op de vraag of het juiste bestand is toegevoegd. Het staat aan het begin van de zin en wordt gevolgd door de bevestiging. Je gebruikt ‘Yes’ om instemming of een bevestigend antwoord te geven.
final ‘final’ betekent in ‘the final version’ de laatste versie die klaar is om te gebruiken of te versturen. Het staat vóór ‘version’ en specificeert om welke versie het gaat. Je gebruikt ‘final version’ bijvoorbeeld wanneer eerdere versies zijn vervangen door één afgeronde versie.
version ‘version’ betekent in ‘the final version’ een bepaalde uitvoering van een bestand of document. Samen met ‘final’ verwijst het naar de afgeronde uitvoering die als bijlage is toegevoegd. Je gebruikt ‘version’ om verschillende uitvoeringen van hetzelfde document van elkaar te onderscheiden.
Did ‘Did’ markeert in ‘Did I include everyone who needs this email?’ een vraag over een handeling die al is uitgevoerd. Na ‘Did’ staat de basisvorm ‘include’. Je gebruikt ‘Did’ om te vragen of iemand iets heeft gedaan.
include ‘include’ betekent in ‘Did I include everyone who needs this email?’ dat de spreker alle benodigde ontvangers aan de e-mail heeft toegevoegd. Na ‘Did’ blijft het werkwoord in de basisvorm staan. Je gebruikt ‘include’ met personen of zaken die onderdeel moeten zijn van een bericht, lijst of plan.
everyone ‘everyone’ betekent in ‘include everyone who needs this email’ alle mensen die voor de situatie relevant zijn. Het is het object van ‘include’ en wordt daarna nader beschreven door ‘who needs this email’. Je gebruikt ‘everyone’ wanneer je naar alle personen in een bepaalde groep verwijst.
who ‘who’ verwijst in ‘everyone who needs this email’ naar de mensen die de e-mail nodig hebben. Het verbindt ‘everyone’ met de beschrijving ‘needs this email’. Je gebruikt ‘who’ om extra informatie over een persoon of groep mensen te geven.
needs ‘needs’ betekent in ‘who needs this email’ dat de betreffende persoon de e-mail nodig heeft. De vorm staat na ‘who’ en beschrijft welke mensen tot de bedoelde groep behoren. Je gebruikt ‘needs’ met iets dat iemand nodig heeft, zoals in ‘someone needs this email’.
list ‘list’ betekent in ‘The list looks complete’ de lijst met mensen die de e-mail zullen ontvangen. Het is het onderwerp van de zin en wordt beoordeeld als compleet. Je gebruikt ‘list’ voor een geordende opsomming, bijvoorbeeld van ontvangers, taken of bestanden.
looks ‘looks’ betekent in ‘The list looks complete’ dat de lijst de indruk geeft compleet te zijn. Het beschrijft hier hoe iets lijkt op basis van wat je ziet, niet hoe iemand letterlijk kijkt. Je gebruikt het patroon ‘looks + beschrijving’, zoals in ‘looks complete’.
complete ‘complete’ betekent in ‘The list looks complete’ dat de lijst alle benodigde ontvangers lijkt te bevatten. Het staat na ‘looks’ als beschrijving van de lijst. Je gebruikt ‘complete’ wanneer niets belangrijks lijkt te ontbreken.
Then ‘Then’ betekent in ‘Then I think it is ready to send’ hier: in dat geval of na deze controles. Het verbindt de eerdere bevestiging met de conclusie dat de e-mail verzonden kan worden. Je gebruikt ‘Then’ om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
think ‘think’ betekent in ‘I think it is ready to send’ dat A een mening of conclusie geeft. Het wordt gevolgd door de bijzin ‘it is ready to send’. Je gebruikt ‘I think’ om een oordeel voorzichtig of persoonlijk te formuleren.
ready ‘ready’ betekent in ‘it is ready to send’ dat de e-mail voorbereid is voor verzending. Het staat na ‘is’ en vóór de constructie ‘to send’. Je gebruikt ‘ready to’ om aan te geven dat iemand of iets voorbereid is om een handeling uit te voeren.
to ‘to’ markeert in ‘ready to send’ de volgende handeling waarvoor de e-mail klaar is. Het staat vóór de basisvorm ‘send’. Je gebruikt het patroon ‘ready to + werkwoord’ wanneer iets of iemand voorbereid is om iets te doen.

Grammatica

Everyone + verb-s

Everyone needs the complete list.

evriwan niidz dhuh kuhmpliit list.

Iedereen heeft de volledige lijst nodig.

Na everyone krijgt een werkwoord in de tegenwoordige tijd de derde persoon enkelvoud: needs.

Engels woordenschat

attached bijvoeglijk naamwoord
uh-tetsjt bijgevoegd
check werkwoord
tsjek controleren
clear bijvoeglijk naamwoord
klir duidelijk
correct bijvoeglijk naamwoord
kuh-rekt juist
email zelfstandig naamwoord
iemeejl e-mail
file zelfstandig naamwoord
fail bestand
final version uitdrukking
fainəl vursjen definitieve versie
include werkwoord
inkloed toevoegen
meeting topic uitdrukking
mieting topik onderwerp van de vergadering
send werkwoord
send versturen
start werkwoord
staart beginnen
subject line zelfstandig naamwoord
sabdjekt lain onderwerpregel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Begin alsjeblieft met de onderwerpregel.

Antwoord tonenPlease start with the subject line.

Is het juiste bestand bijgevoegd?

Antwoord tonenIs the correct file attached?

Ja, de definitieve versie is bijgevoegd.

Antwoord tonenYes, the final version is attached.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

e-mail

Antwoord tonenemail

beginnen

Antwoord tonenstart

versturen

Antwoord tonensend

bestand

Antwoord tonenfile