Ingrediënten controleren voor het koken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults check ingredients before cooking and decide to buy onions before measuring rice..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Ingrediënten controleren voor het koken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Before we start cooking, what ingredients do we have?

Bifo(r) wie start koeking, wot ingrídiënts doe wie hev? Welke ingrediënten hebben we voordat we beginnen met koken?
B

The recipe needs onions and tomatoes.

De rèsepí niidz anjuns ən tomátooz. Voor het recept hebben we uien en tomaten nodig.
A

We have tomatoes, but we're out of onions.

Wie hev tomátooz, bət wir aut ov anjuns. We hebben tomaten, maar de uien zijn op.
B

Can we use green onions instead?

Kən wie joez griin anjuns instèd? Kunnen we in plaats daarvan lente-uitjes gebruiken?
A

Maybe, but the taste will be different.

Meebie, bət de teest wil bie dífrənt. Misschien, maar de smaak zal anders zijn.
B

Then I'll buy onions from the corner shop.

Den ail bai anjuns from de korner sjop. Dan koop ik uien bij de winkel op de hoek.
A

We still need to measure the rice.

Wie stil niid tə mezjur de rais. We moeten de rijst nog afmeten.
B

I'll measure enough rice for four people after I get back.

Ail mezjur inaf rais fer foor piepul after ai get bek. Als ik terug ben, meet ik genoeg rijst af voor vier mensen.

Woord voor woord

Before “Before” betekent hier ‘voordat’ en leidt het moment in waarop het koken nog niet begonnen is: “Before we start cooking”. Je gebruikt “Before” vóór een gebeurtenis of handeling om de volgorde aan te geven, bijvoorbeeld in deze vraag over de ingrediënten.
we “we” verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen: ‘wij’. In “we start cooking” en “we have” staat “we” als onderwerp vóór het werkwoord; je gebruikt het wanneer je over jezelf en minstens één andere persoon praat.
start “start” betekent hier ‘beginnen’, namelijk beginnen met koken in “we start cooking”. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is “start cooking”: beginnen met de activiteit koken.
cooking “cooking” verwijst hier naar de activiteit ‘koken’ in “start cooking”. Samen met “start” geeft het aan welke handeling begint; je gebruikt deze vorm wanneer je over de kookactiviteit praat.
what “what” vraagt hier welke dingen of informatie bedoeld worden: “what ingredients”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarnaar je vraagt en wordt in deze situatie gebruikt om te vragen welke ingrediënten beschikbaar zijn.
ingredients “ingredients” betekent hier ‘ingrediënten’, de producten die nodig zijn om te koken. In “what ingredients” vraagt de spreker welke ingrediënten er zijn; je gebruikt het woord bijvoorbeeld bij het controleren van een recept of voorraad.
do “do” heeft hier geen zelfstandige betekenis, maar helpt de vraag te vormen in “do we have”. De combinatie “do we have” wordt gebruikt om te vragen of iets beschikbaar is.
have “have” betekent hier ‘hebben’ of ‘beschikbaar hebben’ in “what ingredients do we have”. Het werkwoord krijgt in de dialoog ook een object in “have tomatoes”; je gebruikt het om bezit of beschikbare voorraad aan te geven.
The “The” betekent hier ‘het/de’ en verwijst in “The recipe” naar een specifiek recept dat in de situatie bekend is. Dezelfde bepaalde verwijzing staat ook in de kleine lettervorm “the” in “the taste”; je gebruikt de vorm vóór een specifiek zelfstandig naamwoord.
recipe “recipe” betekent ‘recept’, dus de instructie voor het gerecht. In “The recipe needs onions and tomatoes” bepaalt het recept welke ingrediënten nodig zijn; je gebruikt het woord bij koken en het volgen van bereidingsinstructies.
needs “needs” betekent hier ‘nodig heeft’ in “The recipe needs onions and tomatoes”. De vorm beschrijft dat het recept deze ingrediënten vereist; een bruikbaar patroon is “needs” gevolgd door de benodigde dingen, zoals in de dialoog.
onions “onions” betekent hier ‘uien’, een ingrediënt dat het recept nodig heeft en dat niet meer in huis is. Het woord komt voor in “needs onions”, “out of onions” en “buy onions”, waardoor je het kunt gebruiken bij zowel recepten als boodschappen.
and “and” verbindt hier twee ingrediënten in “onions and tomatoes”: ‘uien en tomaten’. Je gebruikt “and” om onderdelen van een opsomming of twee gelijkwaardige dingen met elkaar te verbinden.
tomatoes “tomatoes” betekent hier ‘tomaten’, een ingrediënt dat wel aanwezig is. In “onions and tomatoes” vormt het samen met “onions” een opsomming; je gebruikt het woord bij het benoemen van ingrediënten.
but “but” betekent hier ‘maar’ en maakt een tegenstelling tussen “We have tomatoes” en “we're out of onions”. Je gebruikt “but” om twee tegengestelde of onverwacht verschillende mededelingen met elkaar te verbinden.
we're “we're” drukt hier uit dat de voorraad op is in “we're out of onions”: ‘we hebben geen uien meer’. Het is een verkorte vorm waarmee de spreker een toestand van zichzelf en de ander beschrijft; deze mededeling past bij het controleren van de voorraad.
out of “out of” betekent in de hele uitdrukking “we're out of onions” dat iets niet meer beschikbaar is: de uien zijn op. “out” draagt het idee van niet meer aanwezig zijn bij en “of” verbindt dat met wat ontbreekt; een bruikbaar patroon is “be out of” gevolgd door een product of voorraad.
Can “Can” vraagt hier of iets mogelijk of toegestaan is in “Can we use green onions instead?” Het staat aan het begin van de vraag vóór “we”; je gebruikt deze vorm om een mogelijkheid of voorstel te bespreken.
use “use” betekent hier ‘gebruiken’, namelijk groene uien als alternatief gebruiken. In “use green onions” staat het object direct na het werkwoord; je gebruikt dit patroon wanneer je aangeeft welk materiaal of product je inzet.
green “green” beschrijft hier het soort uien in de combinatie “green onions”: ‘groene uien’ of ‘lente-uitjes’. Het staat vóór “onions” om aan te geven over welke uien het gaat; je gebruikt deze combinatie wanneer je dit alternatief voor gewone uien benoemt.
instead “instead” betekent hier ‘in plaats daarvan’ in “Can we use green onions instead?” Het verwijst naar het vervangen van de uien die niet meer beschikbaar zijn; je gebruikt het om een alternatief voor te stellen.
Maybe “Maybe” betekent hier ‘misschien’ en maakt het antwoord minder stellig in “Maybe, but the taste will be different”. Je gebruikt het om aan te geven dat iets mogelijk is, maar niet zeker of definitief besloten is.
taste “taste” betekent hier ‘smaak’ in “the taste will be different”. Het gaat om de smaak van het gerecht wanneer het alternatief wordt gebruikt; je gebruikt het woord om een smaakervaring of vergelijking te beschrijven.
will “will” geeft hier een verwachte toekomstige uitkomst aan in “will be different”. De spreker voorspelt dat de smaak anders zal zijn als de andere uien worden gebruikt; een bruikbaar patroon is “will be” gevolgd door een beschrijving.
be “be” verbindt in “will be different” het onderwerp “the taste” met de beschrijving “different”. Samen met “will” beschrijft het een verwachte toestand of eigenschap.
different “different” betekent hier ‘anders’ en zegt dat de smaak niet hetzelfde zal zijn wanneer het alternatief wordt gebruikt. In “the taste will be different” beschrijft het woord de verwachte verandering in smaak.
Then “Then” betekent hier ‘dan’ en kondigt de volgende beslissing aan in “Then I'll buy onions”. De spreker reageert op het ontbreken van uien met een volgende actie; je gebruikt het om een gevolg of volgende stap aan te geven.
I'll “I'll” kondigt hier aan dat de spreker zelf iets zal doen in “I'll buy onions”. De vorm drukt een toekomstige bedoeling of beslissing uit; je gebruikt “I'll” vóór een werkwoord wanneer je een eigen volgende actie aanbiedt of aankondigt.
buy “buy” betekent hier ‘kopen’, namelijk uien aanschaffen in “buy onions”. Het staat vóór het gekochte object en kan in deze dialoog worden uitgebreid met de plaats in “buy onions from the corner shop”.
from “from” geeft hier de plaats aan waar de uien vandaan komen in “from the corner shop”. In het patroon “buy onions from the corner shop” verbindt het de aankoop met de winkel waar die gebeurt.
corner “corner” maakt deel uit van de combinatie “corner shop” en verwijst naar een winkel op de hoek. Het staat vóór “shop” om deze specifieke plaats te beschrijven; in de dialoog is dit de winkel waar de spreker uien gaat kopen.
shop “shop” betekent hier ‘winkel’ in “the corner shop”. Samen met “corner” benoemt het de plaats van aankoop; je gebruikt de combinatie in de situatie waarin iemand boodschappen bij een winkel op de hoek doet.
still “still” betekent hier ‘nog’ in “We still need to measure the rice”. Het laat zien dat het meten nog niet gedaan is en nog op de takenlijst staat; je gebruikt het vóór de resterende handeling.
need “need” betekent hier ‘nodig hebben’ in “We still need to measure the rice”. De spreker zegt dat meten nog noodzakelijk is; een bruikbaar patroon uit de dialoog is “need to” gevolgd door een handeling.
to “to” markeert hier de handeling die na “need” komt in “need to measure”. Het verbindt de noodzaak met wat nog moet gebeuren; je gebruikt het in het patroon “need to” plus een werkwoord.
measure “measure” betekent hier ‘afmeten’, namelijk de hoeveelheid rijst bepalen in “measure the rice”. Het werkwoord staat vóór het object; in de dialoog gaat het later om “measure enough rice” voor vier mensen.
rice “rice” betekent hier ‘rijst’, het ingrediënt dat nog afgemeten moet worden. In “measure the rice” gaat het om de rijst die al besproken wordt; in “enough rice for four people” wordt de benodigde hoeveelheid verder bepaald.
enough “enough” betekent hier ‘genoeg’ in “enough rice”: een voldoende hoeveelheid rijst. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en wordt gebruikt om aan te geven dat de hoeveelheid toereikend is voor vier mensen.
for “for” betekent hier ‘voor’ in “for four people”. Het geeft aan voor wie de afgemeten hoeveelheid rijst bedoeld is; een bruikbaar patroon is “enough rice for” gevolgd door het aantal mensen.
people “people” betekent hier ‘mensen’ in “four people”. Het woord benoemt voor hoeveel personen de rijst bedoeld is; je gebruikt het na een aantal wanneer je het aantal personen aangeeft.
after “after” betekent hier ‘nadat’ of ‘als’ en plaatst het meten na het terugkomen in “after I get back”. Je gebruikt “after” vóór een gebeurtenis om aan te geven dat de volgende handeling later plaatsvindt.
I “I” verwijst hier naar de persoon die spreekt in “I get back”. Het is het onderwerp van de bijzin en maakt duidelijk wie terugkomt; je gebruikt het wanneer je over jezelf praat.
get back “get back” betekent hier ‘terugkomen’ of ‘terug zijn’ in “after I get back”. “get” drukt het bereiken van de eerdere plaats uit en “back” geeft de terugkeer aan; de hele uitdrukking past bij de situatie waarin de spreker eerst uien gaat kopen en daarna de rijst afmeet.

Grammatica

before + subject + verb

Before you start cooking, measure enough rice for four people.

Bifo(r) joe start koeking, mezjur inaf rais fer foor piepul.

Meet genoeg rijst af voor vier mensen voordat je begint met koken.

Na before volgt meestal een volledige bijzin met een onderwerp en werkwoord; gebruik hier geen toekomstige vorm.

be out of + noun

We are out of tomatoes.

Wie ar aut ov tomátooz.

We hebben geen tomaten meer.

Be out of betekent dat iets op is. Gebruik daarna het zelfstandig naamwoord van wat niet meer beschikbaar is.

Engels woordenschat

before voegwoord
bifo(r) voordat
green onions zelfstandig naamwoord
griin anjuns lente-uitjes
have werkwoord
hev hebben
ingredients zelfstandig naamwoord
ingrídiënts ingrediënten
instead bijwoord
instèd in plaats daarvan
needs werkwoord
niidz nodig hebben
onions zelfstandig naamwoord
anjuns uien
out of uitdrukking
aut ov geen ... meer hebben
recipe zelfstandig naamwoord
rèsepí recept
start cooking uitdrukking
start koeking beginnen met koken
tomatoes zelfstandig naamwoord
tomátooz tomaten
use werkwoord
joez gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Voor het recept hebben we uien en tomaten nodig.

Antwoord tonenThe recipe needs onions and tomatoes.

Kunnen we in plaats daarvan lente-uitjes gebruiken?

Antwoord tonenCan we use green onions instead?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

uien

Antwoord tonenonions

hebben

Antwoord tonenhave

ingrediënten

Antwoord toneningredients

recept

Antwoord tonenrecipe