Een betere kamer kiezen om te studeren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults compare the kitchen and bedroom and choose the quieter room for studying..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een betere kamer kiezen om te studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Which room should I use for studying?

Witsj roem sjoed ai joez fer stuhdie-ing? Welke kamer moet ik gebruiken om te studeren?
B

What about the bedroom or the kitchen?

Wot ebaut dhuh bedroem or dhuh kitsjen? Wat dacht je van de slaapkamer of de keuken?
A

The kitchen is brighter, but it gets noisy.

Dhuh kitsjen iz braiter, but it gets noizi. De keuken is lichter, maar het wordt er lawaaierig.
B

The bedroom is quieter and more comfortable.

Dhuh bedroem iz kwai-eter end mor kumfterbul. De slaapkamer is stiller en comfortabeler.
A

I need to focus without interruptions.

Ai niid tuh foh-kus widhaut interuhpsjenz. Ik moet me kunnen concentreren zonder onderbrekingen.
B

Then the quieter room makes more sense.

Dhen dhuh kwai-eter roem meiks mor sens. Dan is de rustigere kamer een betere keuze.
A

I'll study in the bedroom today.

Ail stuhdie in dhuh bedroem tuh-deei. Vandaag studeer ik in de slaapkamer.
B

Close the door if the hallway gets noisy.

Klooz dhuh dor if dhuh holwei gets noizi. Doe de deur dicht als het in de gang lawaaierig wordt.

Woord voor woord

Which “Which” betekent hier “welke” en vraagt om een keuze uit bepaalde kamers. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in “Which room”. Gebruik bijvoorbeeld “Which book do you want?” wanneer je uit bekende opties kiest.
room “room” betekent hier “kamer”, de ruimte die iemand voor het studeren wil gebruiken. In “Which room” volgt het op “Which” en benoemt het waaruit gekozen wordt. Gebruik bijvoorbeeld “a quiet room” voor een rustige kamer.
should “should” drukt hier uit dat iemand om advies vraagt: welke kamer zou hij of zij moeten gebruiken? In “should I use” staat het vóór het onderwerp “I” omdat het een vraag is. Gebruik “Should I call now?” om advies over een handeling te vragen.
I “I” betekent hier “ik” en verwijst naar de persoon die de kamer wil gebruiken. In “should I use” staat het na “should”. Gebruik “I” als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
use “use” betekent hier “gebruiken” en gaat over een kamer gebruiken voor het studeren. In “should I use” staat het in de basisvorm na “should”. Gebruik bijvoorbeeld “I use this desk for work” wanneer je vertelt waarvoor je iets gebruikt.
for “for” geeft in “for studying” het doel aan: de kamer gebruiken om te studeren. Het staat vóór “studying”, de activiteit waarvoor de kamer wordt gebruikt. Gebruik bijvoorbeeld “a table for eating” voor een tafel om aan te eten.
studying “studying” betekent hier “studeren” en benoemt de activiteit waarvoor de kamer gebruikt wordt. In “for studying” volgt het op “for” en vormt het samen een doelbepaling. Gebruik bijvoorbeeld “This room is good for reading” voor een andere activiteit.
What “What” betekent hier “wat” in de vraag “What about the bedroom or the kitchen?”. Samen met “about” vraagt het om een mening of voorstel over de genoemde opties. Gebruik bijvoorbeeld “What about tomorrow?” om een andere mogelijkheid voor te stellen.
about In “What about the bedroom or the kitchen?” draagt “about” bij aan de vraag naar een mening of voorstel over die kamers. De vaste combinatie “What about” wordt gevolgd door een optie of onderwerp. Gebruik bijvoorbeeld “What about the blue one?” wanneer je een andere keuze voorlegt.
the “the” is hier het bepaalde lidwoord bij een concrete, bekende kamer of ruimte, zoals in “the bedroom”, “the kitchen” en “the hallway”. De vorm blijft hetzelfde, maar kan aan het begin van een zin als “The” worden geschreven. Gebruik “the” wanneer de gesprekspartners weten welke zaak of plaats bedoeld wordt.
bedroom “bedroom” betekent hier “slaapkamer” en is een van de kamers waaruit gekozen wordt. In “the bedroom” staat het na het bepaalde lidwoord “the”. Gebruik bijvoorbeeld “I sleep in the bedroom” wanneer je de functie van de ruimte beschrijft.
or “or” betekent hier “of” en verbindt twee keuzemogelijkheden: “the bedroom or the kitchen”. Het geeft aan dat één van beide opties wordt voorgesteld. Gebruik bijvoorbeeld “tea or coffee?” wanneer je tussen twee mogelijkheden laat kiezen.
kitchen “kitchen” betekent hier “keuken”, de andere kamer die voor het studeren wordt overwogen. In “the kitchen” volgt het op “the”. Gebruik bijvoorbeeld “The kitchen is bright” om deze ruimte te beschrijven.
is “is” betekent hier “is” en verbindt “the kitchen” met de beschrijving “brighter”. In “The kitchen is brighter” beschrijft het een eigenschap van de keuken. Gebruik “is” bijvoorbeeld in “The bedroom is quiet”.
brighter “brighter” betekent hier “lichter” en vergelijkt de keuken met de slaapkamer. Het is de vergrotende vorm van “bright” en staat na “is” in “The kitchen is brighter”. Gebruik bijvoorbeeld “This room is brighter” wanneer je twee ruimtes of plaatsen vergelijkt.
but “but” betekent hier “maar” en leidt een tegenstelling in: de keuken is lichter, maar wordt lawaaierig. Het verbindt twee delen met tegengestelde informatie. Gebruik bijvoorbeeld “It is small but comfortable” voor een vergelijkbare tegenstelling.
it “it” verwijst hier naar de situatie in de keuken of de ruimte als geheel: die wordt lawaaierig. In “it gets noisy” is “it” het onderwerp van de verandering. Gebruik “it” bijvoorbeeld in “It gets cold here” wanneer je over een algemene situatie op een plaats spreekt.
gets “gets” betekent hier “wordt” in “it gets noisy” en beschrijft dat de situatie lawaaierig wordt. Het is de vorm van “get” die bij “it” hoort en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord “noisy”. Gebruik bijvoorbeeld “The room gets warm” voor een andere verandering van toestand.
noisy “noisy” betekent hier “lawaaierig” en beschrijft de toestand waarin de keuken terechtkomt. In “gets noisy” volgt het op “gets” en geeft het aan welke toestand ontstaat. Gebruik bijvoorbeeld “The street is noisy” wanneer je een lawaaierige omgeving beschrijft.
quieter “quieter” betekent hier “stiller” en vergelijkt de slaapkamer met de keuken. Het is de vergrotende vorm van “quiet” en staat in “The bedroom is quieter”. Gebruik bijvoorbeeld “This library is quieter” wanneer je een rustigere plaats aanwijst.
and “and” betekent hier “en” en verbindt twee eigenschappen van de slaapkamer: “quieter” en “more comfortable”. Het voegt informatie toe zonder tegenstelling. Gebruik bijvoorbeeld “quiet and bright” om twee eigenschappen samen te noemen.
more “more” betekent hier “meer” en vormt samen met “comfortable” de vergelijking “more comfortable”. Het staat vóór “comfortable” om een hogere mate van comfort aan te geven. Gebruik bijvoorbeeld “more useful” wanneer iets in een vergelijking nuttiger is.
comfortable “comfortable” betekent hier “comfortabel” en beschrijft de slaapkamer als aangenaam om in te verblijven of te studeren. In “more comfortable” wordt het met “more” gebruikt voor een vergelijking. Gebruik bijvoorbeeld “a comfortable chair” voor een stoel waarin je prettig zit.
need “need” betekent hier “nodig hebben” en geeft aan dat de spreker focus zonder onderbrekingen nodig heeft. In “I need to focus” staat het vóór “to focus”, de handeling die nodig is. Gebruik bijvoorbeeld “I need to rest” wanneer je zegt wat je nodig hebt.
to In “to focus” markeert “to” de handeling die na “need” volgt: focussen. Het hoort hier bij de constructie “need to” en staat vóór de basisvorm “focus”. Gebruik bijvoorbeeld “I need to study” voor een andere noodzakelijke handeling.
focus “focus” betekent hier “concentreren” in de constructie “to focus”: de aandacht gericht houden op het studeren. Na “to” staat het in de basisvorm. Gebruik bijvoorbeeld “I need to focus on this task” wanneer je aangeeft waarop je je aandacht richt.
without “without” betekent hier “zonder” en geeft aan dat de spreker wil focussen terwijl onderbrekingen ontbreken. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “interruptions”. Gebruik bijvoorbeeld “without help” of “without noise” om aan te geven wat ontbreekt.
interruptions “interruptions” betekent hier “onderbrekingen” die het focussen verstoren. De meervoudsvorm staat na “without” in “without interruptions”. Gebruik bijvoorbeeld “The meeting continued without interruptions” voor een situatie zonder verstoring.
Then “Then” betekent hier “dan” en trekt een conclusie uit de eerdere vergelijking: de rustigere kamer is de betere keuze. Het staat aan het begin van “Then the quieter room makes more sense”. Gebruik bijvoorbeeld “Then we can start” wanneer een volgende stap uit de situatie volgt.
makes In “makes more sense” betekent “makes” niet letterlijk alleen “maakt”, maar draagt het bij aan de uitdrukking dat iets logischer of verstandiger lijkt. Het is de vorm van “make” die bij “the quieter room” hoort. Gebruik bijvoorbeeld “This plan makes sense” wanneer een plan logisch lijkt.
sense In “makes more sense” verwijst “sense” naar logica of redelijkheid: de rustigere kamer is een logischere keuze. Samen met “makes” vormt het de uitdrukking “makes sense”. Gebruik bijvoorbeeld “That makes sense” om te zeggen dat je een uitleg of beslissing begrijpt.
I'll “I'll” is de samentrekking van “I will” en betekent hier “ik zal”: de spreker neemt zich voor vandaag in de slaapkamer te studeren. In “I'll study” staat het vóór de basisvorm “study”. Gebruik bijvoorbeeld “I'll call you later” voor een voornemen voor later.
study “study” betekent hier “studeren” en benoemt wat de spreker vandaag in de slaapkamer gaat doen. In “I'll study” volgt het in de basisvorm op “I'll”. Gebruik bijvoorbeeld “I'll study in the library” wanneer je de plaats van het studeren noemt.
in “in” betekent hier “in” en geeft aan dat het studeren binnen de slaapkamer plaatsvindt. In “in the bedroom” staat het vóór de ruimte. Gebruik bijvoorbeeld “study in the kitchen” wanneer je een andere kamer noemt.
today “today” betekent hier “vandaag” en geeft aan wanneer de spreker in de slaapkamer zal studeren. Het staat aan het einde van “I'll study in the bedroom today”. Gebruik bijvoorbeeld “I’m working today” om de dag van een activiteit aan te geven.
Close “Close” betekent hier “sluit” en is een directe instructie om de deur te sluiten. Als eerste woord van “Close the door” richt het bevel zich rechtstreeks tot de andere persoon. Gebruik bijvoorbeeld “Close the window” voor dezelfde instructie met een ander voorwerp.
door “door” betekent hier “deur”, het voorwerp dat gesloten moet worden. In “Close the door” staat het na het werkwoord “Close” en na het lidwoord “the”. Gebruik bijvoorbeeld “Open the door” wanneer je de tegengestelde handeling bedoelt.
if “if” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde waaronder de deur gesloten moet worden: wanneer de gang lawaaierig wordt. Het staat vóór “the hallway gets noisy”. Gebruik bijvoorbeeld “Call me if you need help” om een voorwaarde aan te geven.
hallway “hallway” betekent hier “gang” en verwijst naar de ruimte buiten de slaapkamer. In “the hallway” staat het na het bepaalde lidwoord “the” en is het onderwerp van “gets noisy”. Gebruik bijvoorbeeld “The hallway is narrow” om deze ruimte verder te beschrijven.

Grammatica

comparative adjective: brighter / quieter / more comfortable

The bedroom gets brighter today.

Dhuh bedroem gets braiter tuh-deei.

De slaapkamer wordt vandaag lichter.

Gebruik de vergrotende trap om twee situaties te vergelijken: korte bijvoeglijke naamwoorden krijgen -er; langere krijgen more.

make more sense

The kitchen makes more sense without interruptions.

Dhuh kitsjen meiks mor sens widhaut interuhpsjenz.

De keuken is logischer zonder onderbrekingen.

Na make sense gebruik je more om aan te geven dat iets logischer of begrijpelijker is.

Engels woordenschat

bedroom zelfstandig naamwoord
bedroem slaapkamer
bright bijvoeglijk naamwoord
brait licht brighter
comfortable bijvoeglijk naamwoord
kumfterbul comfortabel more comfortable
get werkwoord
get worden gets
kitchen zelfstandig naamwoord
kitsjen keuken
noisy bijvoeglijk naamwoord
noizi lawaaiig
quiet bijvoeglijk naamwoord
kwai-et stil quieter
room zelfstandig naamwoord
roem kamer
study werkwoord
stuhdie studeren studying
use werkwoord
joez gebruiken
what about uitdrukking
wot ebaut hoe zit het met
which bepaler
witsj welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik moet me kunnen concentreren zonder onderbrekingen.

Antwoord tonenI need to focus without interruptions.

Vandaag studeer ik in de slaapkamer.

Antwoord tonenI'll study in the bedroom today.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kamer

Antwoord tonenroom

worden

Antwoord tonengets

slaapkamer

Antwoord tonenbedroom

studeren

Antwoord tonenstudying