I
"I" verwijst naar de persoon die spreekt: "ik". Het staat hier als onderwerp vóór "want". Een bruikbaar patroon is "I want to choose" wanneer je zegt wat je zelf wilt kiezen.
want
"want" betekent hier dat de spreker iets wil: "wil". Na "want to" volgt in deze zin de basisvorm "choose". Gebruik het patroon "I want to choose" om een eigen wens uit te drukken.
to
"to" maakt in "want to choose" deel uit van de constructie die een gewenste handeling introduceert: "willen kiezen". Na "to" staat hier de basisvorm "choose". Het patroon "want to" is bruikbaar vóór een handeling die iemand wil uitvoeren.
choose
"choose" betekent hier "kiezen": de spreker wil één online taalcursus selecteren. In "to choose" staat het werkwoord na "to" in de basisvorm. Je kunt "choose" gebruiken voor een keuze tussen cursussen, opties of mogelijkheden.
an
"an" is hier het onbepaalde lidwoord vóór "online language course" en betekent "een". De vorm "an" staat vóór een enkelvoudige telbare woordgroep die met een klinkerklank begint, zoals in "an online". Het patroon "an online course" benoemt één online cursus zonder die al specifiek aan te wijzen.
online
"online" beschrijft hier dat de taalcursus via internet wordt gevolgd. Het staat vóór "language course" en vormt daarmee "online language course". Je kunt "online" vóór een activiteit, dienst of cursus plaatsen die via internet wordt aangeboden.
language
"language" betekent hier "taal" en beschrijft het soort cursus: "language course". Het staat vóór "course" om aan te geven dat de cursus over een taal gaat. Het patroon "language course" is bruikbaar wanneer je een taalcursus benoemt.
course
"course" verwijst hier naar de cursus die de spreker wil kiezen. In "online language course" is het het hoofdwoord van de woordgroep. Je kunt "course" gebruiken om een georganiseerde opleiding of lessenreeks aan te duiden.
Compare
"Compare" is hier een opdracht: de gesprekspartner moet verschillende kenmerken naast elkaar leggen. Het gaat om "the schedule, reviews, and teaching style". Het patroon "Compare ..." is bruikbaar wanneer je iemand vraagt twee of meer opties te beoordelen.
the
"the" verwijst hier naar een specifiek rooster: "the schedule". Het bepaalde lidwoord laat zien dat het om het rooster van de besproken cursus gaat. In dezelfde dialoog staat "the" ook vóór andere specifieke dingen, zoals in "the teacher".
schedule
"schedule" betekent hier "rooster": de planning van de lessen. Het wordt besproken als één van de kenmerken waarmee de cursussen worden vergeleken. Het patroon "the schedule" is bruikbaar wanneer beide gesprekspartners weten over welk rooster het gaat.
reviews
"reviews" verwijst hier naar beoordelingen van de cursus. De meervoudsvorm past bij meerdere beoordelingen die informatie geven over de docent en de cursus. Je kunt "reviews" gebruiken wanneer je ervaringen of meningen van eerdere cursisten bespreekt.
and
"and" verbindt hier de laatste twee punten in de opsomming: "reviews" en "teaching style". Het betekent "en". Gebruik "and" om woorden of woordgroepen in één opsomming te verbinden.
teaching
"teaching" verwijst hier naar het lesgeven, dus naar de manier waarop onderwijs wordt gegeven. Samen met "style" vormt het de uitdrukking "teaching style". Het patroon "teaching style" is bruikbaar wanneer je de aanpak van een docent of cursus beschrijft.
style
"style" betekent hier de manier of aanpak waarop de lessen worden gegeven. In "teaching style" gaat het dus om de lesgeefstijl. Je kunt "style" gebruiken om een bepaalde manier van werken of communiceren te beschrijven.
This
"This" verwijst hier naar de cursus die op dat moment wordt besproken: "This course" betekent "deze cursus". Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "course". Gebruik "This" om iets aan te wijzen dat dichtbij is in de situatie of in het gesprek.
is
"is" verbindt hier "This course" met de beschrijving "shorter". Het betekent "is" en geeft een eigenschap van de cursus aan. Het patroon "This course is shorter" beschrijft de lengte van deze cursus in vergelijking met een andere.
shorter
"shorter" betekent hier "korter" en vergelijkt deze cursus met een andere cursus. De vorm komt van "short" met de vergelijkende uitgang "-er". Je kunt "shorter" gebruiken om de duur of lengte van twee dingen te vergelijken.
but
"but" introduceert hier een tegenstelling: de cursus is korter, maar heeft ook minder lessen. Het betekent "maar". Het patroon "shorter but has fewer lessons" verbindt een voordeel met een mogelijk nadeel.
has
"has" betekent hier "heeft" en geeft aan hoeveel lessen de cursus bevat. Het staat na "This course" als vorm van "have" bij dit enkelvoudige onderwerp. Het patroon "has fewer lessons" beschrijft dat een cursus een kleiner aantal lessen bevat.
fewer
"fewer" betekent hier "minder" bij het telbare meervoud "lessons". Het geeft aan dat deze cursus een kleiner aantal lessen heeft dan de andere cursus. Gebruik het patroon "fewer lessons" wanneer je aantallen lessen of andere telbare zaken vergelijkt.
lessons
"lessons" betekent hier "lessen" en verwijst naar de afzonderlijke onderwijsbijeenkomsten in de cursus. De meervoudsvorm past bij het feit dat het om meerdere lessen gaat. Het patroon "fewer lessons" vergelijkt het aantal lessen van cursussen.
other
"other" betekent hier "andere" en onderscheidt deze cursus van de cursus die eerder werd genoemd. In "The other one" verwijst het naar de tweede optie. Dit patroon is bruikbaar wanneer je tussen twee bekende mogelijkheden onderscheid maakt.
one
"one" vervangt hier het eerder genoemde woord "course" in "The other one". Het betekent daardoor niet het getal één, maar "de andere [cursus]". Je kunt "the other one" gebruiken om een andere bekende optie te benoemen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
looks
"looks" betekent hier "lijkt" en geeft een indruk van de andere cursus. Het onderwerp is "The other one", daarom staat hier de vorm "looks". Het patroon "looks more beginner-friendly" beschrijft hoe iets op basis van de beschikbare informatie overkomt.
more
"more" maakt in "more beginner-friendly" de vergelijking sterker: de cursus lijkt meer geschikt voor beginners. Het staat vóór "beginner-friendly". Gebruik "more" vóór een langere beschrijving wanneer je twee opties met elkaar vergelijkt.
beginner-friendly
"beginner-friendly" betekent hier "geschikt voor beginners". In "looks more beginner-friendly" beschrijft het waarom de andere cursus aantrekkelijker kan zijn voor iemand die begint. Je kunt deze samenstelling gebruiken voor een cursus, uitleg of activiteit die gemakkelijk toegankelijk is voor beginners.
can
"can" betekent hier "kan" en geeft aan dat de spreker de mogelijkheid heeft om te studeren. Na "can" staat de basisvorm "study". Het patroon "I can only study" is bruikbaar wanneer je je beschikbare mogelijkheid of beperking beschrijft.
only
"only" beperkt hier de mogelijke studietijd tot de weekenden. Het betekent "alleen" en staat vóór "study" in "I can only study on weekends". Gebruik "only" om duidelijk te maken dat er geen andere genoemde mogelijkheid geldt.
study
"study" betekent hier "studeren" of leren in het kader van een cursus. Na het hulpwerkwoord "can" blijft het werkwoord in de basisvorm staan. Het patroon "study on weekends" beschrijft wanneer iemand studeert.
on
"on" hoort hier bij de tijdsaanduiding "on weekends" en betekent in deze combinatie "in/op de weekenden". Het geeft aan wanneer de studie plaatsvindt. Het vaste patroon "on weekends" is bruikbaar om terugkerende studietijd in het weekend aan te geven.
weekends
"weekends" betekent hier "weekenden" en verwijst naar de weekenden in het algemeen, niet naar één specifiek weekend. Samen met "on" vormt het de tijdsaanduiding "on weekends". Je gebruikt dit wanneer iets gewoonlijk of alleen tijdens weekenden gebeurt.
Then
"Then" betekent hier "dan" en leidt een gevolgtrekking of advies in: omdat de spreker alleen in het weekend kan studeren, volgt een passende keuze. Het staat aan het begin van "Then choose". Gebruik "Then" wanneer je een volgende stap afleidt uit wat zojuist is gezegd.
with
"with" betekent hier "met" en koppelt de cursus aan een kenmerk: "weekend classes". De cursus heeft dus lessen in het weekend. Het patroon "the course with weekend classes" is bruikbaar om een optie te kiezen op basis van een specifiek kenmerk.
classes
"classes" betekent hier "lessen" en verwijst naar de lessen die in het weekend worden aangeboden. Samen met "weekend" vormt het "weekend classes". Je kunt "classes" gebruiken voor georganiseerde lessen binnen een cursus.
say
"say" betekent hier "zeggen" en geeft aan welke informatie de beoordelingen bevatten. Het onderwerp "The reviews" is meervoud, daarom staat hier de vorm "say". Het patroon "reviews say ..." is bruikbaar om een conclusie uit beoordelingen te rapporteren.
teacher
"teacher" betekent hier "docent" en verwijst naar de persoon die de lessen geeft. In "the teacher" gaat het om een specifieke docent van de besproken cursus. Je kunt "teacher" gebruiken wanneer je over de lesgever spreekt.
explains
"explains" betekent hier "legt uit" en beschrijft wat de docent volgens de beoordelingen doet. Het onderwerp is "the teacher", daarom staat de vorm "explains". Het patroon "the teacher explains clearly" beschrijft hoe een docent iets uitlegt.
clearly
"clearly" betekent hier "duidelijk" en beschrijft de manier waarop de docent uitlegt. Het hoort bij het werkwoord "explains" in "explains clearly". Je kunt "clearly" gebruiken om aan te geven dat informatie gemakkelijk te begrijpen wordt overgebracht.
That
"That" verwijst hier terug naar de informatie dat de docent duidelijk uitlegt. Het betekent "dat" en staat als onderwerp in "That matters". Gebruik "That" om naar een eerder genoemde situatie, eigenschap of uitspraak te verwijzen.
matters
"matters" betekent hier "is belangrijk" of "doet ertoe". Het zegt dat duidelijk uitleggen belangrijker is voor de keuze dan een korte cursus. Het patroon "That matters more than ..." is bruikbaar wanneer je het belang van één factor met een andere vergelijkt.
than
"than" betekent hier "dan" en introduceert het tweede deel van de vergelijking: "a shorter course". Het hoort bij "more" in "matters more than". Gebruik het patroon "more ... than ..." om twee eigenschappen of factoren te vergelijken.
a
"a" is hier het onbepaalde lidwoord vóór de enkelvoudige woordgroep "shorter course". Het betekent "een" en verwijst naar een cursus die niet verder als specifieke cursus wordt aangewezen. Het patroon "a shorter course" benoemt één cursus die korter is dan een andere.