Een cadeau voor een collega kiezen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, two adults choose a useful personal gift and a card for a coworker..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een cadeau voor een collega kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

We need to choose a gift for our coworker.

Wie nied te tsjoez uh gift fer auer koowurkur. We moeten een cadeau voor onze collega kiezen.
B

Should it be useful or more personal?

Sjoed it bie joesful or mor pursunul? Moet het nuttig of meer persoonlijk zijn?
A

She likes tea, so a tea set might work.

Sjie laiks tie, sou uh tie set mait wurk. Ze houdt van thee, dus een theeset zou goed kunnen zijn.
B

That feels personal but still useful.

Dhet fielz pursunul bat stil joesful. Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.
A

Let's add a small card too.

Lets ed uh smol kard toe. Laten we ook een klein kaartje toevoegen.
B

Everyone can sign it before we give her the gift.

Evriwan ken sain it bifor wie giv hur dhuh gift. Iedereen kan het ondertekenen voordat we haar het cadeau geven.

Uitleg van de zinnen

  1. We need to choose a gift for our coworker.

    We moeten een cadeau voor onze collega kiezen.

    We
    wij
    need
    nodig hebben
    to choose
    kiezen
    a
    een, niet nader bepaald
    gift
    cadeau
    our
    ons/onze
    coworker
    collega
    Uitgebreide uitleg

    We betekent hier dat de spreker samen met minstens één andere persoon handelt. Het is de onderwerpsvorm; vergelijk us als voorwerpsvorm: They help us = “Zij helpen ons.” need geeft hier een noodzakelijkheid aan. De vorm is de tegenwoordige tijd voor we; bij he, she of it wordt dat needs. Voor een handeling volgt vaak need + to + werkwoord: We need to leave = “We moeten vertrekken.” In deze zin drukt need samen met to choose dus “moeten kiezen” uit. to choose is de infinitief van choose, “kiezen”. Na need staat deze vorm met to. De verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn respectievelijk chose en chosen: She chose a book = “Zij koos een boek”; She has chosen a book = “Zij heeft een boek gekozen.” a staat hier voor een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord. Het introduceert een niet nader bepaald cadeau; het legt niet op zichzelf een specifieke hoeveelheid als “één” vast. Voor een meervoud of een niet-telbare hoeveelheid gebruik je geen a: gifts en help, niet a gifts of a help. gift betekent hier “cadeau”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is gifts: They bought gifts = “Ze kochten cadeaus.” Samen met a vormt het a gift, een enkelvoudig, niet nader bepaald cadeau. our is een bezittelijk bepalend woord: het geeft aan dat iets bij we hoort. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: our plan = “ons plan”. Our verwijst naar een bezitter in het meervoud, maar verandert niet mee met het grammaticale geslacht of getal van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord: our gift en our gifts. coworker betekent “collega”, specifieker iemand met wie je samenwerkt. Het meervoud is coworkers: My coworkers are helpful = “Mijn collega’s zijn behulpzaam.” In our coworker staat het zelfstandig naamwoord na het bezittelijke our; de zin zegt niet hoeveel collega’s de groep van de spreker verder heeft. De delen worden samengevoegd als We need to choose ...: “Wij moeten ... kiezen”. a gift is het gekozen voorwerp. for our coworker geeft aan voor wie het cadeau bestemd is. De volledige betekenis is daarom: “We moeten een cadeau voor onze collega kiezen.”

  2. Should it be useful or more personal?

    Moet het nuttig of meer persoonlijk zijn?

    Should it
    moet het
    useful
    nuttig
    more personal
    persoonlijker
    Uitgebreide uitleg

    Should it staat hier aan het begin van een ja-neevraag. should drukt in deze context uit wat de gewenste of te kiezen eigenschap is; volgens de vaste vertaling is de betekenis hier “moet het”. In een vraag komt het modale werkwoord vóór het onderwerp: Should it ...? = “Moet het ... zijn?” Het onderwerp it verwijst hier naar het cadeau dat in de vorige zin genoemd wordt. In andere contexten kan should ook een verwachting of advies uitdrukken, maar die lezingen zijn hier niet nodig. useful betekent hier “nuttig” en beschrijft een eigenschap van het cadeau. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Na be staat het in de basisvorm: It should be useful. = “Het zou nuttig moeten zijn.” Bijvoeglijke naamwoorden in het Engels krijgen hier geen aparte vorm voor enkelvoud of meervoud. more personal gebruikt more om de vergrotende trap van personal te vormen: personal = “persoonlijk”, more personal = “persoonlijker”. De vergelijking is hier niet volledig uitgesproken: er wordt gevraagd of het cadeau nuttig moet zijn of een persoonlijker karakter moet hebben. More hoort bij het bijvoeglijk naamwoord personal, niet bij it. Samen vormt de zin Should it be useful or more personal? een keuzevraag over de gewenste eigenschap van het cadeau: “Moet het nuttig of persoonlijker zijn?” De twee opties staan na be en worden verbonden door or. In de vaste Nederlandse vertaling wordt more personal natuurlijk weergegeven als meer persoonlijk; in het Engels is more personal de vergrotende vorm.

  3. She likes tea, so a tea set might work.

    Ze houdt van thee, dus een theeset zou goed kunnen zijn.

    likes
    houdt van / vindt lekker
    tea
    thee
    set
    set / servies
    might work
    zou kunnen werken
    Uitgebreide uitleg

    likes betekent hier dat zij thee lekker vindt. De vorm likes is de tegenwoordige tijd van like bij she: bij he/she/it krijgt een regelmatig werkwoord in deze tijd meestal -s. Vergelijk: I like tea = ik houd van thee, maar She likes tea = zij houdt van thee. In like tea kan tea zonder lidwoord naar thee in het algemeen verwijzen. tea betekent hier thee. Het woord kan ook als eerste deel van een samenstelling staan, zoals tea set: dan specificeert het welk soort set bedoeld wordt. Voor een andere drank kun je bijvoorbeeld coffee set zeggen. set betekent hier een bij elkaar horende verzameling voor een bepaald doel; in tea set gaat het om een theeset. Het is een zelfstandig naamwoord. Een vergelijkbaar voorbeeld is dinner set = dinerset. might work drukt hier een voorzichtige mogelijkheid uit: iets zou geschikt of succesvol kunnen zijn. might is een modaal hulpwerkwoord en wordt gevolgd door de basisvorm work, niet door works of to work. Vergelijk: It might work = het zou kunnen werken. May work kan ook mogelijkheid uitdrukken, maar klinkt in veel contexten iets stelliger of formeler dan might work. De delen worden verbonden door so, dat een gevolg introduceert. She likes tea geeft de reden; a tea set is het voorgestelde onderwerp en might work zegt voorzichtig dat dit voorstel geschikt zou kunnen zijn. Het onbepaalde lidwoord a introduceert een niet nader bepaalde theeset als voorstel; het stelt op zichzelf geen expliciete numerieke telling vast. Samen betekent de zin: She likes tea, so a tea set might work. — Zij houdt van thee, dus een theeset zou goed kunnen zijn.

  4. That feels personal but still useful.

    Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.

    That
    Dat
    feels
    voelt
    personal
    persoonlijk
    but still
    maar nog steeds
    useful
    nuttig
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp: “dat”. Het verwijst naar iets dat al in de situatie genoemd of aangewezen is; de vertaling bevestigt deze lezing, zonder dat de grammaticale vorm zelf precies zegt waarnaar het verwijst. That tegenover this: this verwijst meestal naar iets dichterbij in de situatie, terwijl that meestal iets verder weg of eerder genoemd aanwijst. Voorbeeld: “This looks good, but that is cheaper.” — “Dit ziet er goed uit, maar dat is goedkoper.” feels komt van feel. In deze zin beschrijft het een indruk of beoordeling: iets “voelt” op een bepaalde manier. feels is de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoudig onderwerp; bij I, you, we en they staat de vorm feel. Voorbeeld: “The plan feels simple.” — “Het plan voelt eenvoudig aan.” Hier gaat het niet noodzakelijk om lichamelijk aanraken. personal is een bijvoeglijk naamwoord na feels en beschrijft de indruk die het onderwerp maakt: “persoonlijk”. Het zegt hier dat iets persoonlijk overkomt; het is niet hetzelfde als het zelfstandig naamwoord person (“persoon”). Voorbeeld: “Her message feels personal.” — “Haar bericht voelt persoonlijk aan.” but still verbindt een tegenstelling met een omstandigheid die blijft gelden: “maar toch” of “maar nog steeds”. but introduceert het contrast; still geeft aan dat de tweede eigenschap ondanks dat contrast blijft gelden. Voorbeeld: “It is unusual but still useful.” — “Het is ongebruikelijk, maar toch nuttig.” useful is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “nuttig” of “bruikbaar”. Het beschrijft hier opnieuw de indruk van hetzelfde onderwerp. Het vormt de onregelmatige vergelijking niet: de gebruikelijke vormen zijn useful, more useful en most useful. Voorbeeld: “This guide is useful.” — “Deze handleiding is nuttig.” Samen heeft de zin de structuur That feels + adjective, but still + adjective: het aangewezen onderwerp maakt een persoonlijke indruk, terwijl het volgens dezelfde beoordeling toch nuttig blijft. Daarom betekent de hele uiting: “Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.”

  5. Let's add a small card too.

    Laten we ook een klein kaartje toevoegen.

    Let's
    laten we
    add
    toevoegen
    small
    klein
    card
    kaartje
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt Let's + werkwoord een voorstel voor een gezamenlijke handeling: “laten we …”. Na let's volgt het werkwoord in de basisvorm, dus add, niet bijvoorbeeld een vervoegde vorm. Voorbeeld: Let's start. — “Laten we beginnen.” add betekent hier iets ergens aan toevoegen. De basisvorm is add; na let's blijft die vorm onveranderd. In een gewone tegenwoordige zin krijgt het werkwoord bij he, she of it wel vaak -s: She adds a note. — “Zij voegt een briefje toe.” a small card beschrijft het toe te voegen voorwerp. small is het bijvoeglijk naamwoord “klein” en staat vóór card, het zelfstandig naamwoord voor “kaartje” of “kaart”. De vergelijking is small — smaller — the smallest: “klein” — “kleiner” — “het kleinst”. Voorbeeld: We need a small box. — “We hebben een kleine doos nodig.” too staat hier aan het einde en betekent “ook”: er komt naast iets anders nog een kaartje bij. too kan ook vóór het bijvoeglijk naamwoord too small staan; dan betekent het “te”, niet “ook”. Voorbeeld: Let's add a note too. — “Laten we ook een briefje toevoegen.” Samen betekent Let's add a small card too.: “Laten we ook een klein kaartje toevoegen.” Let's maakt er een gezamenlijk voorstel van, add benoemt de handeling, a small card het voorwerp en too voegt de betekenis “ook” toe.

  6. Everyone can sign it before we give her the gift.

    Iedereen kan het ondertekenen voordat we haar het cadeau geven.

    Everyone
    iedereen
    can
    kan
    sign
    ondertekenen
    it
    het
    before
    voordat
    we
    we
    give
    geven
    her
    haar
    gift
    cadeau
    Uitgebreide uitleg

    Everyone betekent hier “iedereen”: het verwijst naar alle personen samen, zonder ze afzonderlijk te noemen. Ondanks de betekenis van meerdere personen gedraagt everyone zich grammaticaal als enkelvoud. Het modale werkwoord can heeft echter dezelfde vorm bij alle personen. Voorbeeld: “Everyone is ready.” = “Iedereen is klaar.” can drukt hier mogelijkheid uit: iedereen kan het doen. Na een modaal werkwoord zoals can komt het volgende werkwoord in de basisvorm, dus sign en niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: “We can help.” = “We kunnen helpen.” sign betekent hier “ondertekenen”. De basisvorm is sign; na can blijft die vorm onveranderd. Zonder modaal werkwoord krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd doorgaans signs: “She signs the card.” = “Zij ondertekent de kaart.” it is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp en betekent hier “het”. In deze context verwijst het naar de eerder genoemde kleine kaart: die kan door iedereen worden ondertekend. Voor personen gebruikt het Engels normaal andere objectsvormen, zoals him of her. before verbindt twee gebeurtenissen en betekent “voordat”. De gebeurtenis na before vindt later plaats dan de gebeurtenis in de hoofdzin. Hier wordt het ondertekenen dus vóór het geven geplaatst. Voorbeeld: “Wash your hands before you eat.” = “Was je handen voordat je eet.” we is het onderwerpelijke persoonlijk voornaamwoord voor “wij/we”: de spreker is samen met minstens één andere persoon inbegrepen. Het is de vorm voor het onderwerp; als voorwerp staat meestal us: “They help us.” = “Zij helpen ons.” give betekent “geven”. Hier is het de basisvorm na het onderwerp we; in de tegenwoordige tijd blijft die vorm bij I, you, we en they gelijk. Bij he, she of it wordt het gives: “They give her a card.” = “Zij geven haar een kaart.” her is de objectsvorm die hier de vrouwelijke ontvanger aanduidt: “haar”. In give her the gift is her de persoon die iets ontvangt. Vergelijk het onderwerpelijke she met het voorwerpelijke her: “She gives her a gift.” = “Zij geeft haar een cadeau.” Welke specifieke vrouw bedoeld is, wordt in de vaste zin niet verder benoemd. gift is een telbaar zelfstandig naamwoord en betekent “cadeau”. Het staat hier na the, dus het gaat om een bepaald cadeau dat de gesprekspartners als identificeerbaar behandelen. Het meervoud is gifts: “They give gifts.” = “Zij geven cadeaus.” Samen vormt Everyone can sign it de hoofdzin: iedereen kan de eerder genoemde kaart ondertekenen. before we give her the gift is een tijdsbepaling met before: eerst vindt het ondertekenen plaats en daarna geven we het cadeau aan her. De volledige betekenis is: “Iedereen kan het ondertekenen voordat we haar het cadeau geven.”

Grammatica

everyone + singular verb

Everyone likes the tea set.

Evriwan laiks dhuh tie set.

Iedereen vindt de theeset leuk.

Everyone is grammaticaal enkelvoud; gebruik daarom likes en niet like.

before + subject + verb

Sign the card before you give the gift.

Sain dhuh kard bifor joe giv dhuh gift.

Onderteken het kaartje voordat je het cadeau geeft.

Na before volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord.

Engels woordenschat

add werkwoord
ed toevoegen

Let's add a small card.

card zelfstandig naamwoord
kard kaartje

a small card

choose werkwoord
tsjoez kiezen

We need to choose a gift.

coworker zelfstandig naamwoord
koowurkur collega

our coworker

everyone voornaamwoord
evriwan iedereen Everyone

Everyone can sign it.

gift zelfstandig naamwoord
gift cadeau

a gift for our coworker

likes werkwoord
laiks leuk vinden

She likes tea.

need werkwoord
nied nodig hebben

We need to choose a gift.

personal bijvoeglijk naamwoord
pursunul persoonlijk

more personal

tea set zelfstandig naamwoord
tie set theeset

a tea set might work

useful bijvoeglijk naamwoord
joesful nuttig

Should it be useful?

work werkwoord
wurk werken; geschikt zijn

a tea set might work

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.

Antwoord tonenThat feels personal but still useful.

Laten we ook een klein kaartje toevoegen.

Antwoord tonenLet's add a small card too.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kiezen

Antwoord tonenchoose

cadeau

Antwoord tonengift

persoonlijk

Antwoord tonenpersonal

nuttig

Antwoord tonenuseful