Een restaurant kiezen voor een korte lunch | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During a lunch break, two adults compare nearby places and choose the closer restaurant to have more time to eat..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een restaurant kiezen voor een korte lunch oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Which place should we choose for lunch?

witsj pleejs sjud wie tsjoez fur lantsj? Welke plek zullen we kiezen voor de lunch?
B

Let's pick somewhere close and convenient.

lets pik sam-weer en kuh-VIE-nee-uhnt. Laten we een plek kiezen die dichtbij en handig is.
A

The place on this street has a simple lunch menu.

dhuh pleejs on dhis striet hez uh SIM-puhl lantsj MEN-joe. De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.
B

The cafe near the park might be quieter.

dhuh kuh-FEEJ nier dhuh paark majt bie kwaj-uh-ter. Het café bij het park is misschien rustiger.
B

But it is farther away.

buhd it iz faar-dher uh-WEEJ. Maar het is verder weg.
A

Do we need a reservation for the nearby place?

duh wie nied uh rez-uh-VEEJ-shuhn fur dhuh nier-baj pleejs? Hebben we voor de plek dichtbij een reservering nodig?
B

Probably not. Around this time, we can usually find a table.

prob-uh-bli not. uh-RAUND dhis tajm, wie kuh-n joe-zjoe-uh-li fajnd uh TEE-buhl. Waarschijnlijk niet. Rond deze tijd kunnen we meestal een tafel vinden.
A

Then let's choose the place on this street.

dhen lets tsjoez dhuh pleejs on dhis striet. Dan kiezen we de plek in deze straat.
B

That leaves us more time to eat.

dhet lievz us moor tajm tuh iet. Dan hebben we meer tijd om te eten.

Woord voor woord

Which ‘Which’ vraagt welke optie uit meerdere mogelijkheden bedoeld wordt. In ‘Which place’ bepaalt het welk restaurant of welke locatie de sprekers moeten kiezen. Gebruik het voor een keuzevraag vóór een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld bij verschillende restaurants.
place ‘Place’ betekent hier een locatie, concreet een restaurant waar de sprekers kunnen lunchen. In ‘Which place’ gaat het om één keuze uit meerdere locaties. Je kunt het gebruiken voor een locatie die je wilt kiezen, bezoeken of beschrijven.
should ‘Should’ drukt hier een voorstel of advies uit in ‘should we choose’. De spreker vraagt wat volgens hen de beste keuze is, niet wat verplicht is. Een bruikbaar patroon is should + onderwerp + werkwoord voor advies- of keuzevragen.
we ‘We’ verwijst hier naar de spreker en de gesprekspartner samen. In ‘should we choose’ zijn zij samen verantwoordelijk voor de keuze. Gebruik ‘we’ als jij en minstens één andere persoon samen handelen.
choose ‘Choose’ betekent hier een optie selecteren, namelijk een plek voor de lunch. In deze vraag kiest de groep tussen verschillende restaurants of locaties. Gebruik het met de gekozen optie als lijdend voorwerp.
for ‘For’ verbindt de gekozen plek met de gelegenheid in ‘for lunch’. Het geeft aan waarvoor of bij welke maaltijd de plek bedoeld is. Gebruik het vóór een maaltijd of andere activiteit waarvoor iets bestemd is.
lunch ‘Lunch’ betekent de middagmaaltijd. In ‘for lunch’ geeft het aan dat de sprekers een plek voor hun middagmaaltijd zoeken. Gebruik het bijvoorbeeld wanneer je over een maaltijd, afspraak of plan rond het middaguur praat.
Let's ‘Let’s’ betekent hier ‘laten we’ en introduceert een gezamenlijk voorstel. In ‘Let’s pick’ stelt de spreker voor om samen een plek te kiezen. Gebruik Let’s + werkwoord om iemand op een informele manier tot een gezamenlijke actie uit te nodigen.
pick ‘Pick’ betekent hier een keuze maken uit verschillende plekken. In ‘Let’s pick’ stelt de spreker voor om samen een restaurant te selecteren. Gebruik het met de optie die je kiest, bijvoorbeeld een plek, gerecht of tijdstip.
somewhere ‘Somewhere’ verwijst hier naar een nog niet bepaalde plaats. In ‘somewhere close’ zoeken de sprekers een willekeurige geschikte locatie die dichtbij is. Gebruik het wanneer de precieze plaats niet genoemd of nog niet gekozen is.
close ‘Close’ betekent hier dichtbij, in afstand tot de sprekers. In ‘somewhere close’ beschrijft het een plek die niet ver weg is. Gebruik het om de afstand tot een persoon of plaats aan te geven.
and ‘And’ verbindt hier twee eigenschappen in ‘close and convenient’. De plek moet zowel dichtbij als praktisch zijn. Gebruik het om woorden of beschrijvingen gelijkwaardig met elkaar te verbinden.
convenient ‘Convenient’ betekent hier praktisch of geschikt voor de situatie van een korte lunch. De plek is handig omdat ze goed past bij de beperkte tijd en de behoeften van de sprekers. Gebruik het voor iets dat praktisch uitkomt.
The ‘The’ verwijst hier naar een specifieke plek die met extra informatie wordt aangeduid. In ‘The place’ gaat het om de plek die de sprekers vervolgens omschrijven als liggend aan deze straat. Gebruik het vóór iets dat voor de gesprekspartners herkenbaar of bepaald is.
on ‘On’ geeft hier de locatie aan in ‘on this street’: de plek bevindt zich aan deze straat. Het beschrijft de relatie tussen een plaats en een straat. Gebruik het bij locaties die aan of langs een straat liggen.
this ‘This’ verwijst naar de straat die dichtbij is of op dat moment wordt bedoeld. In ‘this street’ maakt het de verwijzing specifiek voor de gesprekssituatie. Gebruik het vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord voor iets nabij of actueel.
street ‘Street’ betekent hier de straat waaraan de plek ligt. In ‘on this street’ dient het als locatieaanduiding voor het restaurant. Gebruik het wanneer je een weg in een bebouwde omgeving beschrijft.
has ‘Has’ betekent hier dat de plek een eenvoudig lunchmenu heeft of aanbiedt. Het is de vorm van have die bij ‘The place’ hoort in ‘has a simple lunch menu’. Gebruik een patroon met onderwerp + has + iets dat een persoon of plaats bezit of aanbiedt.
a ‘A’ introduceert in ‘a simple lunch menu’ één niet nader bepaald menu. Het gaat om een menu dat nog niet eerder specifiek is genoemd. Gebruik a vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer het om één niet-specifiek exemplaar gaat.
simple ‘Simple’ betekent hier eenvoudig of niet uitgebreid. In ‘a simple lunch menu’ beschrijft het een menu met een beperkte of ongecompliceerde keuze. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord om de aard of complexiteit ervan te beschrijven.
menu ‘Menu’ betekent de lijst met gerechten en keuzes die een restaurant aanbiedt. In ‘a simple lunch menu’ gaat het specifiek om het lunchaanbod van de plek. Gebruik het wanneer je over eten en beschikbare gerechten in een restaurant praat.
cafe ‘Cafe’ betekent hier een café als mogelijke plek voor de lunch. In ‘The cafe near the park’ wordt het café aangeduid aan de hand van zijn ligging. Gebruik het voor een informele eet- of drinkgelegenheid.
near ‘Near’ betekent hier dichtbij en beschrijft de ligging van het café ten opzichte van het park. In ‘near the park’ volgt na near de plaats waarmee je de afstand vergelijkt. Gebruik near + plaats om een nabije locatie aan te geven.
park ‘Park’ is hier een herkenbare plaats die als referentiepunt voor de ligging van het café dient. In ‘near the park’ ligt het café dichtbij dat park. Gebruik het wanneer je een openbare groene ruimte bedoelt.
might ‘Might’ drukt in ‘might be quieter’ een mogelijkheid uit zonder zekerheid. De spreker denkt dat het café rustiger kan zijn, maar weet dat niet zeker. Gebruik might + werkwoord wanneer iets mogelijk is maar niet vaststaat.
be ‘Be’ verbindt in ‘might be quieter’ het café met de eigenschap quieter. Na might blijft het werkwoord in deze vorm staan. Gebruik might + be + beschrijving om een mogelijke toestand of eigenschap uit te drukken.
quieter ‘Quieter’ betekent hier minder lawaaierig of rustiger dan de andere optie. De vorm past bij de vergelijking tussen het café en de plek op straat. Gebruik deze vorm wanneer je de rust van twee plaatsen of situaties met elkaar vergelijkt.
But ‘But’ introduceert hier een tegenstelling met het mogelijke voordeel dat het café rustiger is. In ‘But it is farther away’ volgt een nadeel van die optie. Gebruik But aan het begin van een zin om een tegengesteld punt toe te voegen.
it ‘It’ verwijst hier terug naar het café. In ‘it is farther away’ wordt dus gezegd dat het café verder weg ligt. Gebruik it om naar een eerder genoemd ding of een eerder genoemde plaats te verwijzen.
is ‘Is’ geeft hier een toestand of eigenschap van het café aan in ‘it is farther away’. Het verbindt it met de beschrijving van de afstand. Gebruik is bij een enkelvoudig onderwerp voor een huidige toestand of beschrijving.
farther ‘Farther’ betekent hier verder in afstand dan de andere besproken plek. In ‘farther away’ maakt het duidelijk dat de afstand groter is. Gebruik het om afstanden tussen twee plaatsen te vergelijken.
away ‘Away’ geeft in ‘farther away’ aan dat de plek op afstand van de spreker of het referentiepunt ligt. Farther voegt daaraan de vergelijking van de afstand toe. Gebruik deze combinatie wanneer je zegt dat iets verder weg ligt.
Do ‘Do’ helpt hier om een ja-neevraag te vormen in ‘Do we need’. Het draagt de vraagfunctie en staat vóór het onderwerp we. Gebruik Do + onderwerp + werkwoord voor vragen in de tegenwoordige tijd.
need ‘Need’ betekent hier nodig hebben, namelijk een reservering nodig hebben. In ‘Do we need a reservation’ vraagt de spreker of die reservering vereist is. Gebruik need met datgene wat noodzakelijk is.
reservation ‘Reservation’ betekent hier een reservering voor een tafel in een restaurant. In ‘a reservation’ vraagt de spreker of de tafel vooraf geboekt moet worden. Gebruik het wanneer je een vooraf geregelde plaats of afspraak in een restaurant bedoelt.
nearby ‘Nearby’ betekent hier dichtbij en beschrijft de plek als een nabije optie. In ‘the nearby place’ staat het vóór place als beschrijving van de locatie. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een nabije plaats of zaak aanduidt.
Probably ‘Probably’ betekent waarschijnlijk en laat zien dat de spreker een inschatting geeft, geen absolute zekerheid. In ‘Probably not’ is de inschatting dat een reservering vermoedelijk niet nodig is. Gebruik het om een waarschijnlijke conclusie of antwoord te geven.
not ‘Not’ ontkent hier het antwoord in ‘Probably not’. Samen betekent de uitdrukking dat een reservering waarschijnlijk niet nodig is. Gebruik not om een woord, zinsdeel of hele bewering te ontkennen.
Around ‘Around’ betekent hier ongeveer en verwijst naar een niet precies afgebakend tijdstip in ‘Around this time’. De spreker bedoelt de periode rond het huidige lunchmoment. Gebruik het vóór een tijdsaanduiding wanneer je een benadering geeft.
time ‘Time’ betekent hier de periode rond het huidige moment, zoals in ‘Around this time’. In deze context gaat het om het tijdstip waarop de sprekers een tafel willen vinden. Gebruik het om naar een moment, periode of beschikbare tijd te verwijzen.
can ‘Can’ drukt hier de mogelijkheid uit om een tafel te vinden. In ‘we can usually find a table’ zegt de spreker dat dit rond dit tijdstip doorgaans lukt. Gebruik can + werkwoord voor mogelijkheid of vermogen.
usually ‘Usually’ betekent meestal en beschrijft wat doorgaans gebeurt. In ‘can usually find’ maakt het de bewering minder absoluut: het lukt in de meeste gevallen. Gebruik het vaak vóór het hoofdwerkwoord om een gebruikelijke situatie aan te geven.
find ‘Find’ betekent hier een beschikbare tafel vinden of bemachtigen. In ‘find a table’ is a table datgene waarnaar de sprekers zoeken. Gebruik find met het voorwerp dat je probeert te lokaliseren of te verkrijgen.
table ‘Table’ betekent hier een tafel in het restaurant waaraan de sprekers kunnen zitten. In ‘find a table’ gaat het om een beschikbare plaats voor de lunch. Gebruik het in restaurants wanneer je naar een vrije tafel verwijst.
Then ‘Then’ betekent hier dan en leidt de volgende beslissing in na de eerdere informatie. In ‘Then let’s choose’ volgt de keuze voor de plek op straat uit het feit dat een tafel daar waarschijnlijk beschikbaar is. Gebruik Then om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
That ‘That’ verwijst hier naar de zojuist gemaakte keuze voor de plek op straat. In ‘That leaves us more time to eat’ wordt die keuze als oorzaak van het gevolg genoemd. Gebruik That als onderwerp om naar een eerder genoemde actie, beslissing of situatie te verwijzen.
leaves ‘Leaves’ geeft hier aan dat de keuze ervoor zorgt dat er meer tijd overblijft. In ‘That leaves us more time to eat’ beschrijft het dus het resultaat van de beslissing. Gebruik leave + persoon + hoeveelheid of mogelijkheid wanneer een situatie iemand iets laat overhouden.
us ‘Us’ verwijst naar de spreker en de gesprekspartner als degenen die meer tijd overhouden. In ‘leaves us more time’ is us de groep die door de keuze wordt beïnvloed. Gebruik us na een werkwoord wanneer jij en anderen het effect ondervinden.
more ‘More’ betekent hier een grotere hoeveelheid dan zonder deze keuze beschikbaar zou zijn. In ‘more time’ gaat het om extra tijd voor de maaltijd. Gebruik more vóór een hoeveelheid of zelfstandig naamwoord om een grotere hoeveelheid aan te geven.
to ‘To’ verbindt in ‘time to eat’ de beschikbare tijd met de activiteit waarvoor die tijd bedoeld is. Het leidt hier het werkwoord eat in. Gebruik time to + werkwoord om te zeggen waarvoor er tijd beschikbaar is.
eat ‘Eat’ betekent hier de maaltijd gebruiken. In ‘to eat’ benoemt het de activiteit waarvoor de sprekers door hun keuze meer tijd hebben. Gebruik het wanneer je over het nuttigen van voedsel of een maaltijd praat.

Grammatica

quieter

The park is quieter.

dhuh paark iz kwaj-uh-ter.

Het park is rustiger.

Bij korte bijvoeglijke naamwoorden vormt het Engels de vergrotende trap vaak met -er.

usually + werkwoord

We usually eat lunch.

wie joe-zjoe-uh-li iet lantsj.

We eten meestal lunch.

Usually staat meestal vóór het hoofdwerkwoord, maar na het werkwoord be.

Engels woordenschat

cafe zelfstandig naamwoord
kuh-FEEJ café
choose werkwoord
tsjoez kiezen
close bijvoeglijk naamwoord
kloos dichtbij
convenient bijvoeglijk naamwoord
kuh-VIE-nee-uhnt handig
lunch zelfstandig naamwoord
lantsj lunch
menu zelfstandig naamwoord
MEN-joe menu
pick werkwoord
pik kiezen
place zelfstandig naamwoord
pleejs plek
simple bijvoeglijk naamwoord
SIM-puhl eenvoudig
somewhere bijwoord
sam-weer ergens
street zelfstandig naamwoord
striet straat
which bepaler
witsj welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we een plek kiezen die dichtbij en handig is.

Antwoord tonenLet's pick somewhere close and convenient.

Maar het is verder weg.

Antwoord tonenBut it is farther away.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

plek

Antwoord tonenplace

handig

Antwoord tonenconvenient

welke

Antwoord tonenwhich

kiezen

Antwoord tonenchoose