Een afspraak bij de dokter maken als je ziek bent | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, one adult feels unwell and asks another how to call a clinic for an appointment..

NL → EN / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een afspraak bij de dokter maken als je ziek bent oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I have a cough and feel tired today.

aai hev uh kof en fiel taajerd tuh-dee Ik hoest en voel me vandaag moe.
B

You should call the clinic and ask for an appointment.

joe sjoed kol duh klinik en ask fer uh uh-póint-munt Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.
A

What should I say when I call?

wut sjoed aai see wen aai kol Wat moet ik zeggen als ik bel?
B

Tell them you feel unwell and would like to see a doctor.

tel dhem joe fiel un-wel en wud laik tuh sie uh dok-ter Zeg dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.
A

I also want to ask what times are available.

aai ol-sou wont tuh ask wut taaimz ur uh-vee-luh-bul Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.
B

That will help them find an appointment that works for you.

dhet wil help dhem faind uh uh-póint-munt dhet werks fer joe Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.
A

I will call the clinic now.

aai wil kol duh klinik nau Ik ga de kliniek nu bellen.
B

Write your symptoms down so you can explain them clearly.

rait yer simptumz daun sou joe ken ik-splein dhem klier-li Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

Uitleg van de zinnen

  1. I have a cough and feel tired today.

    Ik hoest en voel me vandaag moe.

    have
    hebben
    cough
    hoest
    feel
    voelen
    tired
    moe
    today
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    have staat hier in de vaste uitdrukking have a cough: iets hebben dat als een hoest wordt beschreven. De vorm have is de tegenwoordige tijd bij I; bij he, she en it wordt dat has, en de verleden tijd is had. In a cough is a een onbepaald lidwoord, niet op zichzelf een expliciete telwaarde. cough is hier een zelfstandig naamwoord: een hoest. Hetzelfde Engelse woord kan ook een werkwoord zijn, maar in deze zin is het het ding of verschijnsel dat iemand heeft. Voorbeeld: I have a cold. — Ik ben verkouden / Ik heb een verkoudheid. Dit gebruikt hetzelfde patroon have a + zelfstandig naamwoord. feel betekent hier dat iemand een bepaalde lichamelijke toestand ervaart. De vorm feel is de tegenwoordige tijd bij I; de verleden tijd is felt. Na feel kan een bijvoeglijk naamwoord staan om die toestand te beschrijven, zoals in feel tired. tired betekent moe en beschrijft de toestand van de spreker. Het is hier geen werkwoordsvorm: feel is het werkwoord en tired is het bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: I feel cold. — Ik heb het koud. today betekent vandaag en geeft aan dat de beschreven toestand op deze dag geldt. Het is een bijwoord en kan ook op een andere plaats staan, bijvoorbeeld: Today, I feel tired. — Vandaag voel ik me moe. Samen vormen de delen twee mededelingen over dezelfde spreker: I have a cough betekent dat de spreker hoest heeft, en feel tired today betekent dat de spreker zich vandaag moe voelt. De vaste vertaling geeft deze bedoeling weer als: Ik hoest en voel me vandaag moe.

  2. You should call the clinic and ask for an appointment.

    Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.

    You should
    je moet
    call
    bellen
    clinic
    kliniek
    ask for
    vragen om
    appointment
    afspraak
    Uitgebreide uitleg

    You should geeft hier aan dat de aangesprokene het advies of de verwachting krijgt om iets te doen. Should is een modaal hulpwerkwoord: het verandert niet van vorm bij he, she of it. Vergelijk: You should rest. — Je zou moeten rusten. In deze zin wordt het met call verbonden: should call, niet should to call. call betekent hier telefonisch contact opnemen. De basisvorm is call; na should blijft die basisvorm staan. Vergelijk: She calls the clinic. — Zij belt de kliniek. She should call the clinic. — Zij zou de kliniek moeten bellen. Na een modaal hulpwerkwoord gebruik je dus geen calls. clinic is een kliniek of medische behandelplek. Het meervoud is clinics. In dit voorbeeld verwijst the clinic naar een specifieke kliniek die voor de situatie bedoeld is; the maakt die bepaaldheid zichtbaar. Voor een niet nader bepaalde kliniek kun je zeggen: a clinic — een kliniek. ask for is een vaste werkwoordelijke combinatie voor iets vragen of om iets verzoeken. De basisvorm is ask; na should blijft ook hier ask staan. Het voorzetsel for hoort bij de bedoelde zaak: ask for help — om hulp vragen. Dit verschilt van ask someone a question, waarbij je iemand een vraag stelt. appointment betekent een afspraak, hier een geplande afspraak bij de kliniek. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: an appointment, two appointments. Het onbepaalde lidwoord an markeert hier een niet nader bepaalde afspraak; het is op zichzelf geen expliciete telling. Een bruikbaar contrast is cancel an appointment — een afspraak afzeggen. Samen vormen de delen: You should call the clinic = je moet of zou de kliniek moeten bellen, en ask for an appointment = om een afspraak vragen. And verbindt deze twee handelingen; de tweede handeling heeft dezelfde aangesprokene als onderwerp. De volledige betekenis is daarom: de aangesprokene krijgt het advies om de kliniek te bellen en daar om een afspraak te vragen. De formulering is neutraal en geschikt voor praktisch advies.

  3. What should I say when I call?

    Wat moet ik zeggen als ik bel?

    What should
    wat moet …
    say
    zeggen
    when
    als, wanneer
    call
    bellen
    Uitgebreide uitleg

    What should vormt hier het begin van een vraag naar de passende inhoud van een uitspraak: “wat moet ik … zeggen?”. Should drukt in deze zin uit wat iemand volgens de situatie het beste of passend vindt om te doen. In een vraag staat het vóór het onderwerp: What should I say? Na should komt de basisvorm van het werkwoord, dus say, niet een vervoegde vorm. Say betekent hier woorden uitspreken of een boodschap formuleren. De basisvorm blijft na een modaal werkwoord zoals should onveranderd: I should say, she should say. Een bruikbaar patroon is say that ..., bijvoorbeeld: I should say that I feel unwell. — “Ik zou moeten zeggen dat ik me niet goed voel.” Tell kan daarentegen informatie aan een bepaalde persoon meedelen; say legt hier de nadruk op de woorden of boodschap. When leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “als” of “wanneer”. Het verbindt de vraag met het moment waarop de andere handeling plaatsvindt: when I call = “als ik bel”. In een tijdszin met when gebruikt het Engels vaak de tegenwoordige tijd, ook wanneer de situatie naar een toekomstig moment verwijst: When I call, I will ask for an appointment. — “Als ik bel, zal ik om een afspraak vragen.” Call betekent hier “bellen”, dus telefonisch contact opnemen. In I call is het de tegenwoordige vorm die gelijk is aan de basisvorm; bij he/she/it krijgt de tegenwoordige tijd meestal -s: she calls. Andere veelgebruikte vormen zijn called (verleden tijd en voltooid deelwoord) en calling (vorm op -ing). In deze context verwijst call naar het telefoongesprek; de omliggende context maakt duidelijk dat het om het bellen van de kliniek gaat. Samen bestaat de zin uit de vraag What should I say? en de tijdsbepaling when I call. Het onderwerp I is degene die moet spreken en bellen. De volledige betekenis is daarom: “Wat moet ik zeggen als ik bel?” De zin vraagt welke boodschap passend is tijdens dat telefoongesprek, zonder die boodschap zelf al te noemen.

  4. Tell them you feel unwell and would like to see a doctor.

    Zeg dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.

    Tell them
    zeg het hun
    feel
    zich voelen
    unwell
    niet goed
    would like
    graag willen
    see
    zien
    doctor
    dokter
    Uitgebreide uitleg

    Tell them is een bevel: de spreker draagt de aangesproken persoon op iets aan anderen mee te delen. Tell is de basisvorm van het werkwoord; de bevelsvorm heeft hier geen apart zichtbaar onderwerp. Them is het objectpronomen voor meerdere personen of voor personen van wie het geslacht niet wordt gespecificeerd. Vergelijk: Tell her = “Zeg het haar” en Tell them = “Zeg het hun.” feel betekent hier dat iemand een lichamelijke of algemene toestand ervaart. De basisvorm is feel; in de tegenwoordige tijd krijgt het bij he, she of it de vorm feels: I feel tired = “Ik voel me moe”; She feels tired = “Zij voelt zich moe.” unwell is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “niet goed” of “ongesteld”. In deze zin beschrijft het de toestand die met feel wordt ervaren. Het is een wat formelere of mildere formulering dan sick in veel situaties. Voorbeeld: I feel unwell today. = “Ik voel me vandaag niet goed.” would like is een beleefde manier om een wens uit te drukken: “graag willen”. Would staat hier samen met like; het is dus niet hetzelfde als alleen het werkwoord want. Na would like kan een zelfstandig naamwoord komen (I would like some water = “Ik wil graag wat water”) of to plus een werkwoord (I would like to rest = “Ik zou graag willen rusten”). see betekent hier “zien”, in de betekenis van een arts bezoeken of door een arts laten onderzoeken. Na would like staat het in de basisvorm in de constructie would like to see. Voorbeeld: I would like to see a nurse. = “Ik zou graag een verpleegkundige willen zien.” doctor betekent “dokter” of “arts”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er in a doctor een onbepaald lidwoord. A geeft hier niet op zichzelf een specifiek aantal aan, maar introduceert een niet nader bepaalde arts. Voorbeeld: She wants to see a doctor. = “Zij wil een dokter zien.” Samen vormt Tell them de opdracht om de boodschap door te geven. De inhoud van die boodschap bestaat uit you feel unwell: de aangesprokene moet zeggen dat die persoon zich niet goed voelt. Daarna geeft and would like to see a doctor een tweede, met and verbonden wens aan: diezelfde persoon wil graag een dokter zien. De volledige betekenis is daarom: “Zeg tegen hen dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.”

  5. I also want to ask what times are available.

    Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.

    I also
    ik ook
    want
    willen
    ask
    vragen
    what times
    welke tijden
    available
    beschikbaar
    Uitgebreide uitleg

    I also betekent hier dat de spreker zichzelf toevoegt aan een al genoemde wens of handeling: “ik ook”. also staat vóór het gewone werkwoord want. Vergelijk: I also need help. — “Ik heb ook hulp nodig.” Also kan op andere plaatsen staan, maar deze positie is een veelgebruikt patroon. want is de tegenwoordige vorm van het werkwoord want; bij I blijft de vorm want, zonder uitgang. Het betekent hier “willen” of “wensen”. Na want staat vaak to plus een werkwoord: I want to learn. — “Ik wil leren.” De combinatie want to ask drukt dus één wens uit: de wens om iets te vragen. ask is het werkwoord “vragen”. De vorm na to is de basisvorm: to ask, niet een vervoegde vorm. Ask kan een vraag aan iemand aanduiden, maar ook een verzoek: I want to ask the receptionist. — “Ik wil de receptionist iets vragen.” In deze zin wordt daarna aangegeven waarover de vraag gaat. what times leidt een indirecte vraag in: “welke tijden”. What vraagt hier om een keuze of informatie binnen een bepaalde reeks; times is het meervoud van time in de betekenis “tijdstippen” of “uren”. In een directe vraag staat bijvoorbeeld What times are available? — “Welke tijden zijn beschikbaar?” In de indirecte vraag na ask blijft de betekenis behouden, maar staat de werkwoordgroep are available na het onderwerp what times. available betekent hier “beschikbaar”: vrij om gekozen of geboekt te worden. Het is een bijvoeglijk naamwoord, geen vorm van een werkwoord. Vergelijk: Is Tuesday available? — “Is dinsdag beschikbaar?” Het bijvoeglijk naamwoord kan bij enkelvoud en meervoud dezelfde vorm houden; in de bronzin wordt meervoud aangegeven door times, terwijl are daarbij past. Samen vormt I also want to ask what times are available de structuur I also want to ask [what times are available]: “Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.” De eerste hoofdzin drukt de extra wens van de spreker uit; het deel tussen haakjes is de inhoud van de vraag. De zin noemt niet één specifieke tijd, maar vraagt welke beschikbare tijdstippen er zijn.

  6. That will help them find an appointment that works for you.

    Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.

    That
    dat
    will help
    zal helpen
    them
    hen
    find
    vinden
    appointment
    afspraak
    works for you
    goed uitkomt voor jou
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier dat en staat als onderwerp van de zin. Het wijst naar iets dat in de context al bekend of aangewezen is; de aangeleverde zinnen bepalen niet precies waarnaar het verwijst. Als aanwijzend voornaamwoord staat het hier zelfstandig, dus niet vóór een zelfstandig naamwoord. will help bestaat uit will en het werkwoord help. Will plaatst de hulp in de toekomst of presenteert haar als een verwachting/toezegging. Na will krijgt het volgende werkwoord de basisvorm: will help, niet will helps. Het patroon help + persoon/voornaamwoord + basisvorm betekent dat iemand iemand anders helpt om iets te doen: They help me find a doctor. = Ze helpen me een arts te vinden. them is het objectvorm van het meervoudige persoonlijke voornaamwoord van de derde persoon. Het betekent hier hen; de specifieke personen naar wie het verwijst worden in deze ene zin niet benoemd. Vergelijk they als onderwerp met them na een werkwoord of voorzetsel: They help them. = Zij helpen hen. find is de basisvorm van find, found, found. In deze zin staat de basisvorm na help: help them find .... Het betekent hier dat de genoemde personen een afspraak opsporen of regelen, niet dat zij alleen naar een locatie zoeken. appointment is een zelfstandig naamwoord voor een geplande afspraak, bijvoorbeeld met een arts of een kliniek. Het onbepaalde lidwoord an staat ervoor omdat appointment hier als één niet nader bepaalde afspraak wordt genoemd; het lidwoord voegt geen extra telinformatie over andere afspraken toe. Een bruikbaar contrast is an appointment tegenover the appointment, wanneer de afspraak al specifiek geïdentificeerd is. works for you vormt het relevante deel van de betrekkelijke bijzin bij appointment: een afspraak die voor jou geschikt is. In deze betekenis betekent work for someone dat iets voor die persoon goed uitkomt of geschikt is. Works heeft als basisvorm work en krijgt hier -s omdat het onderwerp van deze bijzin that is, dat terugwijst naar het enkelvoudige appointment: an appointment that works .... In een meervoudige variant blijft het werkwoord in de basisvorm: appointments that work for you. you is hier het voornaamwoord na for en betekent jou; dezelfde Engelse vorm kan ook voor meervoud worden gebruikt. For you geeft aan voor wie de afspraak geschikt is. De zin kan worden opgebouwd als That will help them find an appointment + that works for you. Het onderwerp That zal de genoemde personen helpen; them is degene(n) die de afspraak vinden, en that works for you beperkt appointment tot een afspraak die jou goed uitkomt. De volledige betekenis is daarom: Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.

  7. I will call the clinic now.

    Ik ga de kliniek nu bellen.

    I will
    ik zal / ik ga
    call
    bellen
    the clinic
    de kliniek
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I will bestaat uit het onderwerp I (“ik”) en het hulpwerkwoord will. Met will vóór de basisvorm van een werkwoord spreek je over een toekomstige handeling: I will call = “ik zal bellen”. In deze zin past ook de Nederlandse vertaling “ik ga bellen”, omdat de spreker een voorgenomen actie voor de nabije toekomst aankondigt. Na will komt geen uitgang bij het werkwoord: She will call en They will call gebruiken allebei call. Voorbeeld: I will help you. = “Ik zal je helpen.” call betekent hier “bellen”, dus telefonisch contact opnemen. De basisvorm is call; belangrijke vormen zijn calls bij he/she/it, called in de verleden tijd en calling na bijvoorbeeld be. Voorbeeld: She calls the clinic every week. = “Zij belt elke week de kliniek.” In de vaste zin staat call in de basisvorm omdat het na will komt. the clinic betekent “de kliniek”. Clinic is een zelfstandig naamwoord voor een medische instelling. The is het bepaalde lidwoord: het verwijst naar een kliniek die in deze situatie als geïdentificeerd wordt behandeld. Het zelfstandig naamwoord blijft hier enkelvoud; het meervoud is clinics. Voorbeeld: The clinic is open. = “De kliniek is open.” now betekent “nu” en plaatst de aangekondigde handeling in het huidige moment of de onmiddellijke toekomst. Het kan op verschillende plaatsen in een Engelse zin staan; hier staat het aan het einde en verduidelijkt het wanneer het bellen gebeurt. Voorbeeld: I will do it now. = “Ik zal het nu doen.” Samen vormen de delen I will + call + the clinic + now de betekenis: “Ik ga de kliniek nu bellen.” De spreker is degene die zal bellen, de kliniek is de gebelde instelling en now geeft aan dat de actie meteen of zeer binnenkort plaatsvindt.

  8. Write your symptoms down so you can explain them clearly.

    Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

    Write … down
    opschrijven
    symptoms
    klachten
    so you can
    zodat je kunt
    explain
    uitleggen
    them
    ze
    clearly
    duidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Write ... down is hier een opdracht: schrijf iets op. Het werkwoord write betekent “schrijven”; in de combinatie write ... down betekent het “opschrijven”. De twee delen kunnen door het object van elkaar gescheiden worden. De vorm Write is de gebiedende wijs: het onderwerp you staat er niet bij, maar wordt wel bedoeld. Voorbeeld: Write the address down. — “Schrijf het adres op.” Symptoms betekent hier “klachten”, in de betekenis van lichamelijke of medische verschijnselen. Het is het meervoud van symptom; het enkelvoud is dus a symptom, bijvoorbeeld: A symptom can be mild. — “Een klacht kan mild zijn.” Het onbepaalde lidwoord a drukt in dat voorbeeld één niet nader bepaalde klacht uit; het meervoud symptoms doet dat niet. So you can leidt hier een bijzin van doel in: “zodat je kunt”. Can is een hulpwerkwoord dat mogelijkheid of vermogen uitdrukt; hier gaat het om de mogelijkheid om iets daarna te doen. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, dus can explain, niet een vervoegde vorm zoals can explains. Voorbeeld: Speak slowly so I can understand. — “Spreek langzaam, zodat ik het kan begrijpen.” Explain betekent “uitleggen”. Na can blijft deze vorm onveranderd: can explain. Zonder hulpwerkwoord krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd meestal explains, bijvoorbeeld: She explains the problem. — “Zij legt het probleem uit.” Them betekent hier “ze” en verwijst volgens de vaste vertaling naar de klachten. Het is de objectvorm van they: they gebruik je als onderwerp, them als object. Voorbeeld: I recorded the symptoms and described them. — “Ik noteerde de klachten en beschreef ze.” Clearly betekent “duidelijk” of “op een duidelijke manier”. Het is een bijwoord en zegt hoe het uitleggen gebeurt. Het is gevormd van het bijvoeglijke naamwoord clear (“duidelijk”), maar in deze zin beschrijft clearly het werkwoord explain, niet de klachten. Voorbeeld: Please speak clearly. — “Spreek alstublieft duidelijk.” Samen vormt de zin de opdracht Write your symptoms down, gevolgd door het doel so you can explain them clearly: “Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.” Your maakt duidelijk dat de klachten van de aangesprokene zijn; them neemt die klachten daarna weer op als object van explain. De voorafgaande context over het bellen van de kliniek past bij het praktisch opschrijven van klachten, maar verandert de grammaticale betekenis van de zin niet.

Grammatica

would like to + verb

I would like to see a doctor.

aai wud laik tuh sie uh dok-ter

Ik zou graag een dokter willen zien.

Na would like volgt to + het werkwoord. Dit is een beleefde manier om een wens te uiten.

Engels woordenschat

appointment zelfstandig naamwoord
uh-póint-munt afspraak
ask werkwoord
ask vragen
call werkwoord
kol bellen
clinic zelfstandig naamwoord
klinik kliniek
cough zelfstandig naamwoord
kof hoest
doctor zelfstandig naamwoord
dok-ter dokter
feel werkwoord
fiel zich voelen
say werkwoord
see zeggen
see werkwoord
sie zien
tired bijvoeglijk naamwoord
taajerd moe
unwell bijvoeglijk naamwoord
un-wel niet lekker
would like uitdrukking
wud laik graag willen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga de kliniek nu bellen.

Antwoord tonenI will call the clinic now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

afspraak

Antwoord tonenappointment

zich voelen

Antwoord tonenfeel

niet lekker

Antwoord tonenunwell

bellen

Antwoord tonencall