Een afspraak bij de dokter maken als je ziek bent | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, one adult feels unwell and asks another how to call a clinic for an appointment..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Een afspraak bij de dokter maken als je ziek bent oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I have a cough and feel tired today.

aai hev uh kof en fiel taajerd tuh-dee Ik hoest en voel me vandaag moe.
B

You should call the clinic and ask for an appointment.

joe sjoed kol duh klinik en ask fer uh uh-póint-munt Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.
A

What should I say when I call?

wut sjoed aai see wen aai kol Wat moet ik zeggen als ik bel?
B

Tell them you feel unwell and would like to see a doctor.

tel dhem joe fiel un-wel en wud laik tuh sie uh dok-ter Zeg dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.
A

I also want to ask what times are available.

aai ol-sou wont tuh ask wut taaimz ur uh-vee-luh-bul Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.
B

That will help them find an appointment that works for you.

dhet wil help dhem faind uh uh-póint-munt dhet werks fer joe Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.
A

I will call the clinic now.

aai wil kol duh klinik nau Ik ga de kliniek nu bellen.
B

Write your symptoms down so you can explain them clearly.

rait yer simptumz daun sou joe ken ik-splein dhem klier-li Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

Woord voor woord

I In “I have a cough” en “I will call the clinic” verwijst “I” naar de spreker zelf. Het staat vaak als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in “I feel tired”. Nieuw voorbeeld: “I need help.”
have In “I have a cough” betekent “have” dat de spreker een hoest heeft of ervaart. Het wordt hier gebruikt met een zelfstandig naamwoord: “have a cough”. Nieuw voorbeeld: “I have a headache.”
a In “a cough” verwijst “a” naar één niet nader bepaalde hoest. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in “a doctor”. Nieuw voorbeeld: “I have a fever.”
cough “Cough” betekent hier een hoest, een klacht waardoor de spreker zich ziek voelt. Het komt voor na “have” in de uitdrukking “have a cough”. Nieuw voorbeeld: “My cough is worse today.”
and In “I have a cough and feel tired today” verbindt “and” twee dingen die over de spreker worden gezegd. Het kan ook twee werkwoorden verbinden, zoals “call the clinic and ask for an appointment”. Nieuw voorbeeld: “I am tired and unwell.”
feel In “feel tired” betekent “feel” lichamelijk ervaren hoe je je voelt. Het staat hier vóór een bijvoeglijk naamwoord: “feel tired” en “feel unwell”. Nieuw voorbeeld: “I feel better now.”
tired “Tired” beschrijft in “feel tired” dat de spreker weinig energie heeft. Het wordt hier gebruikt na “feel” om een lichamelijke toestand te beschrijven. Nieuw voorbeeld: “She feels tired after work.”
today “Today” betekent op deze dag; in “feel tired today” beperkt het de vermoeidheid tot de huidige dag. Het kan meestal aan het einde van een zin staan. Nieuw voorbeeld: “I am working today.”
You In “You should call the clinic” verwijst “You” naar de persoon tegen wie de spreker praat. Dezelfde vorm verschijnt als “you” in “you feel unwell” en “you can explain them clearly”. Nieuw voorbeeld: “You need an appointment.”
should In “You should call the clinic” geeft “should” een advies of aanbeveling: de aangesprokene doet er goed aan te bellen. Het staat vóór het werkwoord in de basisvorm, zoals “should call”. Nieuw voorbeeld: “You should rest.”
call In “call the clinic” betekent “call” de kliniek telefonisch contacteren. Het staat na “should” en na “will” in “I will call the clinic now”. Nieuw voorbeeld: “Please call me later.”
the In “the clinic” verwijst “the” naar een specifieke kliniek die in deze situatie bekend is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “clinic”. Nieuw voorbeeld: “The doctor is available.”
clinic “Clinic” betekent hier de medische kliniek die gebeld moet worden voor een afspraak. In “call the clinic” is het de ontvanger van de telefonische actie. Nieuw voorbeeld: “The clinic opens at eight.”
ask In “ask for an appointment” betekent “ask” om iets verzoeken, namelijk om een afspraak. De bruikbare combinatie hier is “ask for” gevolgd door wat je vraagt. Nieuw voorbeeld: “I want to ask for help.”
for In “ask for an appointment” geeft “for” aan wat iemand vraagt. Het staat na “ask” en vóór het gevraagde ding, zoals in “ask for information”. Nieuw voorbeeld: “She asked for a doctor.”
an In “an appointment” verwijst “an” naar één niet nader bepaalde afspraak. Deze vorm van het onbepaalde lidwoord staat hier vóór “appointment”. Nieuw voorbeeld: “I need an answer.”
appointment “Appointment” betekent hier een geplande afspraak bij een dokter. De vaste combinatie in deze dialoog is “ask for an appointment”. Nieuw voorbeeld: “My appointment is tomorrow.”
What In “What should I say when I call?” vraagt “What” om specifieke informatie over de woorden die de spreker moet gebruiken. Het staat aan het begin van deze vraag vóór “should I say”. Nieuw voorbeeld: “What do you need?”
say In “What should I say” betekent “say” welke woorden de spreker moet uitspreken. Het staat na “should” in de basisvorm. Nieuw voorbeeld: “What should I say to the doctor?”
when In “when I call” introduceert “when” het moment waarop de spreker belt. De uitdrukking “when I call” kan als tijdsbepaling bij een andere zin staan. Nieuw voorbeeld: “Call me when you arrive.”
Tell In “Tell them you feel unwell” vraagt “Tell” iemand om informatie door te geven. Het staat aan het begin als directe instructie en krijgt “them” als ontvanger van de informatie. Nieuw voorbeeld: “Tell me your name.”
them In “Tell them” verwijst “them” naar de mensen van de kliniek, zoals het personeel of de dokters. Het staat na “Tell” als de personen aan wie de informatie wordt meegedeeld. Nieuw voorbeeld: “Please tell them I am sick.”
unwell In “you feel unwell” betekent “unwell” dat je je ziek of niet goed voelt. Het staat na “feel” en beschrijft de gezondheidstoestand van de aangesprokene. Nieuw voorbeeld: “He feels unwell today.”
would In “would like to see a doctor” maakt “would” een wens beleefd. Samen met “like” vormt het de beleefde uitdrukking “would like”, gevolgd door “to” en een handeling. Nieuw voorbeeld: “I would like some water.”
like In “would like to see a doctor” betekent “like” binnen “would like” iets graag willen. De gebruikelijke structuur hier is “would like to” plus een werkwoord, zoals “would like to see”. Nieuw voorbeeld: “I would like to make an appointment.”
to In “to see a doctor” markeert “to” de handeling die gewenst wordt na “would like”. Het staat direct vóór het werkwoord “see” in deze constructie. Nieuw voorbeeld: “I want to rest.”
see In “see a doctor” betekent “see” een dokter bezoeken of met een dokter spreken. De bruikbare combinatie in deze situatie is “would like to see a doctor”. Nieuw voorbeeld: “I need to see a doctor.”
doctor “Doctor” betekent hier een medische professional die de zieke persoon wil bezoeken. Het staat na “see” in “see a doctor”. Nieuw voorbeeld: “The doctor can help you.”
also In “I also want to ask” voegt “also” nog een wens of handeling toe. Het staat hier vóór “want” en betekent dat de spreker naast het bellen nog iets wil vragen. Nieuw voorbeeld: “I also need an appointment.”
want In “I want to ask” betekent “want” iets willen doen. Het staat vóór “to ask”, zodat de gewenste handeling wordt genoemd. Nieuw voorbeeld: “I want to call the clinic.”
times In “what times are available” verwijst “times” naar de verschillende tijdstippen waarop een afspraak mogelijk is. De meervoudsvorm wordt hier gebruikt omdat er meerdere opties kunnen zijn. Nieuw voorbeeld: “What times are free?”
are In “what times are available” verbindt “are” het onderwerp “times” met de beschrijving “available”. Het helpt hier om naar de toestand of beschikbaarheid van meerdere tijdstippen te vragen. Nieuw voorbeeld: “The times are suitable.”
available In “what times are available” betekent “available” dat de tijdstippen vrij zijn voor een afspraak. Het staat na “are” om de beschikbaarheid van “times” te beschrijven. Nieuw voorbeeld: “Is the doctor available?”
That In “That will help them” verwijst “That” naar de eerder genoemde handeling, namelijk vragen welke tijden beschikbaar zijn. Het staat als onderwerp vóór “will help”. Nieuw voorbeeld: “That sounds useful.”
will In “That will help them” voorspelt “will” een toekomstig gevolg van de genoemde handeling. Het staat vóór de basisvorm “help”; dezelfde functie heeft het in “I will call the clinic now”. Nieuw voorbeeld: “This will make things easier.”
help In “will help them find an appointment” betekent “help” iets gemakkelijker maken voor anderen. De constructie is “help someone find something”, met een persoon en daarna de handeling of het doel. Nieuw voorbeeld: “Can you help me find a doctor?”
find In “find an appointment” betekent “find” een geschikte afspraak vinden of regelen. Het staat na “help them” en vóór het object “an appointment”. Nieuw voorbeeld: “They can help me find a time.”
works In “an appointment that works for you” betekent “works” dat de afspraak geschikt of handig is voor jou. De uitdrukking “works for you” wordt gebruikt om te vragen of iets bij iemands planning past. Nieuw voorbeeld: “Does Tuesday work for you?”
now “Now” betekent op dit moment; in “I will call the clinic now” zegt het wanneer de spreker gaat bellen. Het staat hier aan het einde van de zin. Nieuw voorbeeld: “I need to leave now.”
Write In “Write your symptoms down” vraagt “Write” iemand om informatie op te schrijven. Samen met “down” vormt het de handeling “write ... down”, waarbij het object tussen de twee delen staat. Nieuw voorbeeld: “Write the address down.”
your In “your symptoms” geeft “your” aan dat de symptomen bij de aangesprokene horen. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord “symptoms”. Nieuw voorbeeld: “Please bring your card.”
symptoms “Symptoms” betekent hier de klachten of tekenen van ziekte die de persoon aan de kliniek moet uitleggen. Het meervoud past bij meerdere mogelijke klachten. Nieuw voorbeeld: “Tell the doctor your symptoms.”
down In “write your symptoms down” maakt “down” duidelijk dat de informatie schriftelijk wordt vastgelegd. Het hoort bij “Write” in deze uitdrukking en kan na het object staan. Nieuw voorbeeld: “I wrote the number down.”
so In “so you can explain them clearly” geeft “so” het doel van het opschrijven aan: daardoor kun je de klachten duidelijk uitleggen. Het verbindt de handeling met het gewenste resultaat. Nieuw voorbeeld: “Speak slowly so I can understand.”
can In “you can explain them clearly” betekent “can” dat je in staat bent de klachten uit te leggen. Het staat vóór het werkwoord “explain” in de basisvorm. Nieuw voorbeeld: “I can call the clinic.”
explain In “explain them clearly” betekent “explain” informatie begrijpelijk beschrijven, hier de symptomen. Het staat na “can” en krijgt “them” als datgene waarover uitleg wordt gegeven. Nieuw voorbeeld: “Please explain the problem.”
clearly In “explain them clearly” beschrijft “clearly” hoe de uitleg moet worden gegeven: op een begrijpelijke manier. Het staat hier na “explain them” en geeft de wijze van spreken aan. Nieuw voorbeeld: “Please speak clearly.”

Grammatica

would like to + verb

I would like to see a doctor.

aai wud laik tuh sie uh dok-ter

Ik zou graag een dokter willen zien.

Na would like volgt to + het werkwoord. Dit is een beleefde manier om een wens te uiten.

Engels woordenschat

appointment zelfstandig naamwoord
uh-póint-munt afspraak
ask werkwoord
ask vragen
call werkwoord
kol bellen
clinic zelfstandig naamwoord
klinik kliniek
cough zelfstandig naamwoord
kof hoest
doctor zelfstandig naamwoord
dok-ter dokter
feel werkwoord
fiel zich voelen
say werkwoord
see zeggen
see werkwoord
sie zien
tired bijvoeglijk naamwoord
taajerd moe
unwell bijvoeglijk naamwoord
un-wel niet lekker
would like uitdrukking
wud laik graag willen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga de kliniek nu bellen.

Antwoord tonenI will call the clinic now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

afspraak

Antwoord tonenappointment

zich voelen

Antwoord tonenfeel

niet lekker

Antwoord tonenunwell

bellen

Antwoord tonencall