My
‘My’ verwijst naar iets dat bij de spreker hoort; hier gaat het om de schouders van de spreker. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in ‘My shoulders’. Je gebruikt het wanneer je bezit of verbondenheid met jezelf aangeeft, bijvoorbeeld bij een lichaamsdeel of voorwerp.
shoulders
‘shoulders’ betekent hier de lichaamsdelen tussen de nek en de armen. Het is de meervoudsvorm van ‘shoulder’ en verwijst in ‘My shoulders hurt’ naar beide schouders. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je lichamelijke klachten of een houding beschrijft.
hurt
‘hurt’ betekent hier dat de schouders pijn doen. In ‘My shoulders hurt’ beschrijft het woord de lichamelijke toestand van de schouders. Je kunt ‘hurt’ gebruiken om te zeggen dat een lichaamsdeel pijn doet, zoals in ‘My back hurts’ als nieuw voorbeeld.
after
‘after’ geeft aan dat iets volgt op een tijdstip of gebeurtenis; hier volgen de pijnklachten op het werken. In ‘after working’ staat het vóór de activiteit die eerst plaatsvond. Je gebruikt het om een volgorde in de tijd aan te geven, bijvoorbeeld na een afspraak of activiteit.
working
‘working’ betekent hier werken en verwijst naar de activiteit die voorafging aan de pijn. Het is de -ing-vorm van ‘work’ in ‘after working’. Je gebruikt ‘after’ vaak vóór een -ing-vorm wanneer je naar een voorafgaande activiteit verwijst.
at
‘at’ koppelt het werken aan de plaats: de kleine tafel. In ‘working at this small table’ geeft het aan waar de activiteit plaatsvindt. Je gebruikt ‘at’ bijvoorbeeld bij een specifieke werkplek of activiteit op een bepaalde locatie.
this
‘this’ verwijst naar de tafel die in de situatie dichtbij of duidelijk aangewezen is. In ‘this small table’ staat het vóór de beschrijving van die specifieke tafel. Je gebruikt ‘this’ om naar één nabij of besproken voorwerp te verwijzen.
small
‘small’ betekent hier dat de tafel niet groot is. In ‘this small table’ beschrijft het woord het zelfstandig naamwoord ‘table’. Je gebruikt ‘small’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de beperkte grootte ervan aangeeft.
table
‘table’ betekent hier een meubel met een vlak oppervlak waaraan de spreker werkt. In ‘this small table’ is het de concrete werkplek in de situatie. Je gebruikt het woord voor tafels thuis, op kantoor of op andere plaatsen.
all
‘all’ geeft hier de volledige periode aan. Samen met ‘day’ betekent ‘all day’ de hele dag, zonder onderbreking van de genoemde periode. Je gebruikt ‘all’ vóór een tijdsduur om de volledige hoeveelheid of periode te bedoelen.
day
‘day’ verwijst hier naar een volledige dag als tijdsperiode. In ‘all day’ geeft het aan hoe lang de spreker aan tafel werkte. Je gebruikt het bijvoorbeeld met ‘all’ om een activiteit gedurende de hele dag te beschrijven.
Your
‘Your’ verwijst naar iets dat bij de aangesprokene hoort; hier gaat het om diens werkplek. In ‘Your setup’ staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het wanneer je bezit of verbondenheid met de andere persoon aangeeft.
setup
‘setup’ betekent hier de opstelling van de werkplek, met onder andere de tafel en monitor. In ‘Your setup’ gaat het om de manier waarop de apparatuur en meubels zijn ingericht. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een werkplek, computeropstelling of andere inrichting bespreekt.
is
‘is’ verbindt het onderwerp met een toestand of beschrijving: de werkplek is belastend voor het lichaam. Het is hier een vorm van ‘be’ in ‘Your setup is hard on your body’. Je gebruikt deze vorm om een enkelvoudig onderwerp te beschrijven of ermee te verbinden.
hard
‘hard’ betekent hier niet fysiek hard, maar belastend of zwaar voor het lichaam. In ‘hard on your body’ draagt het woord het idee van inspanning of nadelige belasting bij. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iets lichamelijk of soms emotioneel zwaar is.
on
‘on’ geeft in ‘hard on your body’ aan waarop de belasting werkt: het lichaam. Het voorzetsel maakt duidelijk wie of wat door de situatie wordt geraakt. Je gebruikt ‘on’ in dit patroon vóór de persoon of het lichaamsdeel waarop een effect merkbaar is.
body
‘body’ betekent hier het fysieke lichaam van de aangesprokene. In ‘hard on your body’ is het lichaam dat door de werkplek wordt belast. Je gebruikt het woord wanneer je over het fysieke lichaam of de lichamelijke gevolgen van iets praat.
especially
‘especially’ betekent hier vooral en benadrukt één bijzonder belangrijk aspect van de situatie. In de zin wijst het op de lage monitor als extra probleem. Je gebruikt het om één punt binnen een bredere situatie extra nadruk te geven.
with
‘with’ introduceert hier de begeleidende omstandigheid dat de monitor zo laag staat. In ‘with the monitor so low’ beschrijft het een toestand die de werkplek extra belastend maakt. Je gebruikt ‘with’ in zo’n patroon vóór een voorwerp en de daarbij genoemde toestand.
the
‘the’ verwijst naar een specifieke monitor die in deze werkplek bekend is. In ‘the monitor’ maakt het duidelijk dat niet zomaar een monitor wordt bedoeld. Je gebruikt ‘the’ vóór een concreet of al bekend zelfstandig naamwoord.
monitor
‘monitor’ betekent hier het computerscherm van de werkplek. In ‘the monitor so low’ gaat het om de hoogte van dat scherm. Je gebruikt het woord wanneer je een computermonitor of het scherm als onderdeel van een werkplek bespreekt.
so
‘so’ versterkt hier de mate waarin de monitor laag staat. In ‘so low’ betekent het dat de monitor zó laag staat dat dit relevant is voor het probleem. Je gebruikt ‘so’ vóór een bijvoeglijk naamwoord om een hoge of opvallende mate aan te geven.
low
‘low’ betekent hier dat de monitor zich op een geringe hoogte bevindt. In ‘the monitor so low’ beschrijft het de positie van de monitor. Je gebruikt ‘low’ bijvoorbeeld voor de hoogte van een scherm, tafel of ander voorwerp.
I
‘I’ verwijst naar de spreker zelf. In ‘I could raise it’ is de spreker degene die de voorgestelde handeling kan uitvoeren. Je gebruikt ‘I’ als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
could
‘could’ geeft hier een mogelijke oplossing of voorzichtige suggestie aan. In ‘I could raise it’ zegt de spreker dat het verhogen van de monitor een optie is. Je gebruikt ‘could’ vóór een werkwoord om een mogelijkheid of voorstel uit te drukken.
raise
‘raise’ betekent hier iets naar een hogere positie brengen. In ‘raise it’ verwijst ‘it’ naar de monitor die hoger moet komen te staan. Je gebruikt ‘raise’ met het voorwerp dat je optilt of hoger plaatst.
it
‘it’ verwijst hier terug naar de monitor. In ‘raise it’ voorkomt het dat ‘the monitor’ opnieuw moet worden genoemd. Je gebruikt ‘it’ voor een eerder genoemd enkelvoudig voorwerp.
books
‘books’ betekent hier boeken die tijdelijk als ondersteuning onder de monitor worden gelegd. Het is de meervoudsvorm van ‘book’ en staat in ‘with books’. Je gebruikt het woord voor meerdere boeken of, zoals hier, voorwerpen die praktisch worden ingezet.
until
‘until’ geeft de grens aan tot wanneer de tijdelijke oplossing wordt gebruikt. In ‘until I buy a proper stand’ duurt de situatie voort tot het moment van aankoop. Je gebruikt ‘until’ vóór een tijdstip of bijzin die het eindpunt aangeeft.
buy
‘buy’ betekent hier iets verkrijgen door ervoor te betalen. In ‘I buy a proper stand’ gaat het om de toekomstige aankoop van een geschikte standaard. Je gebruikt ‘buy’ vóór het voorwerp dat je wilt aanschaffen.
a
‘a’ verwijst naar één niet nader bepaalde standaard. In ‘a proper stand’ wordt voor het eerst naar die standaard verwezen. Je gebruikt ‘a’ vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer het niet om een al bekende specifieke zaak gaat.
proper
‘proper’ betekent hier geschikt of speciaal bedoeld voor de functie. In ‘a proper stand’ contrasteert het met de tijdelijke oplossing met boeken, zonder dat een specifieke standaard wordt genoemd. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om geschiktheid of passendheid te benadrukken.
stand
‘stand’ betekent hier een steun die de monitor omhoog kan houden. In ‘a proper stand’ gaat het om een hulpmiddel voor de werkplek. Je gebruikt het woord voor een steun of houder die iets op zijn plaats of op een bepaalde hoogte houdt.
That
‘That’ verwijst hier naar de voorgestelde handeling: de monitor met boeken verhogen. In ‘That would help your posture’ staat het als onderwerp voor die eerder genoemde suggestie. Je gebruikt ‘that’ om naar een eerder genoemde actie, situatie of mogelijkheid te verwijzen.
would
‘would’ geeft hier het verwachte of mogelijke gevolg van de voorgestelde aanpassing aan. In ‘That would help your posture’ wordt voorzichtig gezegd dat de houding daardoor zou verbeteren. Je gebruikt ‘would’ vaak om een gevolg van een voorstel of voorwaarde uit te drukken.
help
‘help’ betekent hier een situatie verbeteren of gemakkelijker maken. In ‘help your posture’ is de houding datgene wat baat heeft bij de aanpassing. Je gebruikt ‘help’ met de persoon of zaak die door een handeling verbetert.
posture
‘posture’ betekent hier de manier waarop het lichaam wordt gehouden. In ‘help your posture’ gaat het om de lichaamshouding tijdens het werken. Je gebruikt het woord wanneer je een houding of ergonomische werkpositie bespreekt.
You
‘You’ verwijst naar de persoon tegen wie de spreker praat. In ‘You should also check’ krijgt die persoon advies over de werkplek. Je gebruikt ‘you’ als onderwerp wanneer je één of meer aangesproken personen bedoelt.
should
‘should’ geeft hier een aanbeveling of advies aan. In ‘You should also check’ zegt de spreker wat verstandig zou zijn om te doen. Je gebruikt ‘should’ vóór een werkwoord om advies of een passende volgende stap te formuleren.
also
‘also’ betekent hier bovendien en voegt een tweede advies toe. In ‘should also check’ komt naast het aanpassen van de hoogte nog een controle van de schittering. Je gebruikt ‘also’ om extra informatie of een extra handeling aan een zin toe te voegen.
check
‘check’ betekent hier iets onderzoeken of nagaan. In ‘check whether glare from the window is affecting the screen’ gaat het om het vaststellen van een mogelijk effect. Je gebruikt ‘check whether’ vóór een bijzin wanneer je wilt nagaan of iets het geval is.
whether
‘whether’ leidt hier een bijzin in over de mogelijkheid dat de schittering het scherm beïnvloedt. Het betekent ongeveer of dat inderdaad zo is of niet. Je gebruikt ‘whether’ bijvoorbeeld na ‘check’ wanneer je een onzekere situatie onderzoekt.
glare
‘glare’ betekent hier sterke, ongewenste schittering die het scherm moeilijker zichtbaar kan maken. In ‘glare from the window’ wordt de schittering aan het raam gekoppeld. Je gebruikt het woord bij hinderlijk fel of weerkaatst licht.
from
‘from’ geeft hier de bron van de schittering aan: het raam. In ‘glare from the window’ staat het vóór de plaats of bron waar iets vandaan komt. Je gebruikt ‘from’ om de herkomst van licht, geluid, informatie of een voorwerp aan te geven.
window
‘window’ betekent hier het raam waardoor het licht binnenkomt. In ‘from the window’ is het raam de bron van de schittering. Je gebruikt het woord voor een opening met glas in een muur.
affecting
‘affecting’ betekent hier invloed hebben op de leesbaarheid van het scherm. Het is de -ing-vorm van ‘affect’ in ‘is affecting the screen’, waarmee een lopend effect wordt beschreven. Je gebruikt ‘affect’ met het voorwerp of de persoon die door iets wordt beïnvloed.
screen
‘screen’ betekent hier het zichtbare oppervlak van de computer waarop de informatie staat. In ‘affecting the screen’ gaat het om het scherm dat door de schittering wordt gehinderd. Je gebruikt het woord bijvoorbeeld bij het lezen, bekijken of aanpassen van een computerscherm.
afternoon
‘afternoon’ verwijst hier naar het deel van de dag na het middaguur. In ‘afternoon sunlight’ beschrijft het wanneer het zonlicht op het scherm valt. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een tijd in de namiddag aan te geven.
sunlight
‘sunlight’ betekent hier licht dat van de zon komt en op het scherm valt. In ‘afternoon sunlight’ wordt het licht gekoppeld aan het tijdstip van de dag. Je gebruikt het woord wanneer natuurlijk zonlicht relevant is voor een ruimte of activiteit.
makes sense
‘makes sense’ betekent als geheel dat iets begrijpelijk, logisch of redelijk is. In deze uitdrukking geeft ‘makes’ aan dat iets een bepaald effect heeft en verwijst ‘sense’ naar begrijpelijkheid; samen vormen ze de vaste betekenis ‘logisch zijn’. Je gebruikt ‘That makes sense’ wanneer je instemt met een uitleg, reden of voorgestelde oplossing.
difficult
‘difficult’ betekent hier dat iets niet gemakkelijk is. In ‘difficult to read’ beschrijft het woord hoe lastig het is om de informatie op het scherm te lezen. Je gebruikt ‘difficult to’ vóór een werkwoord om aan te geven dat een handeling moeilijk is.
to
‘to’ markeert hier het werkwoord dat volgt op ‘difficult’. In ‘to read’ vormt het samen met ‘read’ de handeling die moeilijk is. Je gebruikt ‘to’ in het patroon ‘difficult to + werkwoord’ om een infinitief aan te kondigen.
read
‘read’ betekent hier geschreven informatie op het scherm bekijken en begrijpen. In ‘difficult to read’ gaat het om de tekst of inhoud die door het licht slecht zichtbaar is. Je gebruikt ‘read’ bijvoorbeeld wanneer je tekst op een scherm of pagina probeert te begrijpen.
Try
‘Try’ is hier een aansporing om een voorgestelde oplossing uit te proberen. In ‘Try moving the desk slightly’ volgt de handeling die men kan testen. Je gebruikt ‘Try’ aan het begin van een advies of instructie.
moving
‘moving’ betekent hier het bureau van plaats veranderen. Het is de -ing-vorm van ‘move’ in ‘Try moving the desk slightly’. Je gebruikt ‘try’ gevolgd door een -ing-vorm wanneer iemand een handeling als mogelijke oplossing test.
desk
‘desk’ betekent hier een tafel die voor werk wordt gebruikt. In ‘moving the desk’ is het bureau het voorwerp dat iets wordt verplaatst. Je gebruikt het woord voor een werktafel thuis, op kantoor of in een andere werkruimte.
slightly
‘slightly’ betekent hier een beetje of slechts in kleine mate. In ‘moving the desk slightly’ beperkt het de omvang van de verplaatsing. Je gebruikt het om aan te geven dat een verandering klein is.
or
‘or’ introduceert hier een alternatief voor het verplaatsen van het bureau. In ‘or use the curtain’ wordt een tweede mogelijke handeling genoemd. Je gebruikt ‘or’ om opties of alternatieven met elkaar te verbinden.
use
‘use’ betekent hier iets inzetten voor een bepaald doel. In ‘use the curtain during calls’ wordt het gordijn gebruikt om waarschijnlijk het licht te beperken. Je gebruikt ‘use’ vóór het voorwerp dat je als hulpmiddel inzet.
curtain
‘curtain’ betekent hier het stoffen gordijn waarmee het raam kan worden afgedekt. In ‘use the curtain during calls’ is het een hulpmiddel om de omstandigheden tijdens gesprekken te verbeteren. Je gebruikt het woord voor raambekleding van stof.
during
‘during’ betekent hier gedurende de periode waarin de gesprekken plaatsvinden. In ‘during calls’ geeft het aan wanneer het gordijn wordt gebruikt. Je gebruikt ‘during’ vóór een gebeurtenis of periode om aan te geven dat iets daarin gebeurt.
calls
‘calls’ betekent hier telefoon- of onlinegesprekken, waarschijnlijk tijdens het werk. Het is de meervoudsvorm van ‘call’ in ‘during calls’. Je gebruikt het woord voor meerdere geplande of gevoerde gesprekken op afstand.
If
‘If’ introduceert hier een voorwaarde. In ‘If I feel more comfortable’ wordt een aangenamere lichamelijke toestand genoemd als voorwaarde voor beter werken. Je gebruikt ‘if’ vóór een situatie waarvan het gevolg ervan afhangt.
feel
‘feel’ betekent hier een lichamelijke toestand ervaren. In ‘feel more comfortable’ beschrijft de spreker hoe de werkplek voor hem of haar aanvoelt. Je gebruikt ‘feel’ bijvoorbeeld vóór een bijvoeglijk naamwoord om een ervaren toestand te beschrijven.
more
‘more’ geeft hier een hogere mate aan dan eerder. In ‘more comfortable’ versterkt het de vergelijking: de spreker wil zich comfortabeler voelen. Je gebruikt ‘more’ vóór een bijvoeglijk naamwoord om een grotere mate aan te geven.
comfortable
‘comfortable’ betekent hier lichamelijk op het gemak zijn tijdens het werken. In ‘feel more comfortable’ gaat het om een aangenamere werkhouding of werkplek. Je gebruikt het na ‘feel’ om te beschrijven hoe iemand zich lichamelijk voelt.
be
‘be’ maakt hier samen met ‘able’ de uitdrukking ‘be able to’, die aangeeft dat iemand iets kan doen. In ‘should be able to work’ verbindt ‘be’ de spreker met diens vermogen om te werken. Je gebruikt dit patroon vóór ‘able to’ en daarna een werkwoord.
able
‘able’ betekent hier in staat zijn om iets te doen. In ‘be able to work’ vormt het samen met ‘be’ en ‘to work’ een uitdrukking voor vermogen of mogelijkheid. Je gebruikt ‘able to + werkwoord’ wanneer je zegt dat iemand iets kan uitvoeren.
work
‘work’ betekent hier de eigen werkzaamheden uitvoeren. In ‘be able to work better’ gaat het om beter kunnen werken nadat de werkplek comfortabeler is gemaakt. Je gebruikt ‘work’ bijvoorbeeld voor een baan, taak of werkactiviteit.
better
‘better’ betekent hier effectiever of met een beter resultaat dan daarvoor. Het is de vergrotende vorm van ‘good’ en staat in ‘work better’. Je gebruikt het om een verbetering in prestaties, werking of resultaat aan te geven.
too
‘too’ betekent hier ook en voegt een extra gevolg toe aan de comfortabelere werkplek. In ‘work better too’ staat het aan het einde van de zin. Je gebruikt ‘too’ vaak aan het einde om aan te geven dat iets eveneens geldt.
adjustments
‘adjustments’ betekent hier kleine veranderingen aan de werkplek. Het is de meervoudsvorm van ‘adjustment’ in ‘Small adjustments’. Je gebruikt het woord voor praktische wijzigingen die iets beter passend of bruikbaar maken.
matter
‘matter’ betekent hier belangrijk zijn of verschil maken. In ‘adjustments matter’ zegt de spreker dat kleine veranderingen wel degelijk effect hebben. Je gebruikt ‘matter’ wanneer je het belang van iets wilt benadrukken.
when
‘when’ verwijst hier naar het moment of de situatie waarin iemand urenlang dezelfde houding aanhoudt. In ‘when you repeat the same position for hours’ leidt het de tijdsbijzin in. Je gebruikt ‘when’ om een handeling aan een bepaald moment of terugkerende situatie te koppelen.
repeat
‘repeat’ betekent hier steeds opnieuw dezelfde positie aannemen of ervaren. In ‘repeat the same position’ staat het vóór wat opnieuw voorkomt. Je gebruikt ‘repeat’ wanneer een handeling, patroon of ervaring opnieuw plaatsvindt.
same
‘same’ betekent hier identiek of onveranderd. In ‘the same position’ verwijst het naar precies dezelfde lichaamshouding als eerder. Je gebruikt ‘the same’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je gelijkheid of onverandering benadrukt.
position
‘position’ betekent hier de manier waarop het lichaam wordt gehouden. In ‘the same position for hours’ gaat het om een werkhouding die lange tijd gelijk blijft. Je gebruikt het woord voor de plaatsing of houding van een persoon of voorwerp.
for
‘for’ geeft hier aan hoelang de situatie duurt. In ‘for hours’ markeert het de duur van het in dezelfde positie zitten. Je gebruikt ‘for’ vóór een tijdsduur, zoals uren, dagen of een bepaalde periode.
hours
‘hours’ betekent hier meerdere perioden van zestig minuten. Het is de meervoudsvorm van ‘hour’ in ‘for hours’, dat een lange duur uitdrukt. Je gebruikt het om aan te geven dat iets gedurende meerdere uren gebeurt.
can
‘can’ geeft hier aan dat de spreker de mogelijkheid of het vermogen heeft om iets te proberen. In ‘I can try this layout’ staat het vóór de handeling. Je gebruikt ‘can’ vóór een werkwoord om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
layout
‘layout’ betekent hier de ruimtelijke opstelling van de tafel, monitor en andere onderdelen. In ‘this layout’ verwijst het naar de voorgestelde inrichting van de werkplek. Je gebruikt het woord wanneer je bespreekt hoe onderdelen in een ruimte zijn geplaatst.
first
‘first’ betekent hier voordat er iets anders wordt gedaan. In ‘try this layout first’ wil de spreker deze opstelling testen vóór er iets wordt gekocht. Je gebruikt ‘first’ om de eerste stap of volgorde in een plan aan te geven.
before
‘before’ geeft aan dat het proberen eerder gebeurt dan de aankoop. In ‘before buying anything’ staat het vóór de activiteit die later zou plaatsvinden. Je gebruikt ‘before’ vóór een tijdstip, gebeurtenis of -ing-vorm om de volgorde aan te geven.
buying
‘buying’ betekent hier iets aanschaffen door ervoor te betalen. Het is de -ing-vorm van ‘buy’ in ‘before buying anything’. Je gebruikt ‘before’ vaak vóór een -ing-vorm wanneer je een eerdere handeling beschrijft.
anything
‘anything’ verwijst hier naar geen specifiek gekozen voorwerp. In ‘before buying anything’ bedoelt de spreker dat er eerst niets aangeschaft hoeft te worden. Je gebruikt het om naar een willekeurig of niet nader genoemd ding te verwijzen.
because
‘because’ introduceert hier de reden voor de instemming met de voorgestelde aanpak. In ‘because the cheapest solution may be enough’ wordt uitgelegd waarom eerst proberen verstandig is. Je gebruikt ‘because’ vóór een bijzin die de oorzaak of reden geeft.
cheapest
‘cheapest’ betekent hier de optie die het minst kost. Het is de overtreffende vorm van ‘cheap’ in ‘the cheapest solution’, dus er wordt tussen oplossingen vergeleken. Je gebruikt ‘the cheapest’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de laagste prijs binnen een groep bedoelt.
solution
‘solution’ betekent hier een manier om het probleem met de werkplek op te lossen. In ‘the cheapest solution’ gaat het om de aanpak die voldoende kan zijn. Je gebruikt het woord voor een antwoord of praktische aanpak bij een probleem.
may
‘may’ drukt hier een mogelijkheid uit zonder zekerheid. In ‘may be enough’ zegt de spreker dat de goedkoopste oplossing misschien volstaat. Je gebruikt ‘may’ vóór een werkwoord om een mogelijke situatie of uitkomst aan te geven.
enough
‘enough’ betekent hier voldoende voor het beoogde doel. In ‘may be enough’ gaat het erom dat de goedkoopste oplossing misschien al voldoende verbetering biedt. Je gebruikt ‘enough’ na ‘be’ om aan te geven dat iets volstaat.