My
“My” geeft aan dat de nicht bij de spreker hoort: het is de nicht van de spreker. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “My cousin”, en is bruikbaar wanneer je bezit of een persoonlijke relatie aangeeft.
cousin
“Cousin” betekent hier een neef of nicht, dus een kind van een oom of tante. Het staat in “My cousin” vóór de rest van de zin; je gebruikt het om over zo’n familielid te spreken.
is
In “is coming” helpt “is” om aan te geven wat de nicht op dit moment of volgens de afspraak gaat doen. De vorm “is” hoort bij “she” of een andere derde persoon enkelvoud; in nieuwe zinnen staat hij vaak vóór een vorm op -ing.
coming
“Coming” betekent hier dat de nicht naar de spreker toe komt om te logeren. In “is coming” staat het na “is”; je gebruikt deze vorm om een lopende of afgesproken komst te beschrijven.
to
In “to stay” leidt “to” het werkwoord in dat uitlegt waarvoor ze komt: om te logeren. Het patroon is “to” gevolgd door de basisvorm van een werkwoord, zoals in “to stay”.
stay
“Stay” betekent hier ergens blijven en er gedurende een periode logeren. In “to stay with us” volgt het op “to” en krijgt het de combinatie “stay with” voor blijven bij bepaalde mensen of op een bepaalde plaats.
with
“With” betekent hier samen met of bij de spreker en anderen. In “stay with us” staat het vóór de persoon of groep bij wie iemand verblijft; dezelfde combinatie kan ook in andere verblijfsituaties worden gebruikt.
us
“Us” verwijst hier naar de spreker en de anderen met wie de nicht zal logeren. Het is de vorm die na “with” wordt gebruikt; “stay with us” betekent bij ons verblijven.
for
“For” geeft hier de duur van het bezoek aan: het bezoek duurt kort. Het patroon “for” + een tijdsduur, zoals in “for a short visit”, wordt gebruikt om aan te geven hoelang iets duurt.
a
“A” maakt van “short visit” één niet nader bepaald bezoek; in “A short note” leidt het ook een enkel, niet nader bepaald briefje in. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer dat nog niet specifiek is geïdentificeerd.
short
“Short” betekent hier dat het bezoek weinig tijd duurt. In “a short visit” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je kunt het op dezelfde manier gebruiken om een beperkte duur te beschrijven.
visit
“Visit” betekent hier een periode waarin iemand bij anderen verblijft. In “for a short visit” volgt het op de beschrijving van de duur; je gebruikt het voor een bezoek aan personen of een plaats.
We
“We” verwijst hier naar de spreker en de andere volwassene die samen de kamer klaarmaken. Het is het onderwerp van “We should”; je gebruikt het wanneer de spreker zichzelf en minstens één andere persoon bedoelt.
should
“Should” drukt hier een advies of goed idee uit: het zou verstandig zijn de kamer comfortabeler te maken. Het patroon “should” + werkwoord in de basisvorm, zoals “should make”, wordt gebruikt om een aanbeveling te doen.
make
In “make the spare room more comfortable” betekent “make” ervoor zorgen dat de kamer comfortabeler wordt. Het verbindt de handeling met het resultaat “more comfortable”; na “should” blijft het de basisvorm “make”.
the
“The” verwijst hier naar de specifieke logeerkamer die de gesprekspartners kennen. In “the spare room” staat het vóór de beschrijving van die kamer; je gebruikt het wanneer duidelijk is over welke persoon of zaak het gaat.
spare
“Spare” betekent hier beschikbaar voor extra gebruik, dus een kamer die niet de gewone slaapkamer van iemand is. In “the spare room” staat het vóór “room” en beschrijft het de functie van die kamer.
room
“Room” betekent hier een afzonderlijke ruimte in het huis. In “the spare room” verwijst het naar de kamer die voor de nicht wordt klaargemaakt; het kan ook na andere beschrijvingen van een ruimte staan.
more
“More” geeft hier een grotere mate aan: de kamer moet comfortabeler worden dan nu. In “more comfortable” staat het vóór een bijvoeglijk naamwoord om een vergelijking of verandering in graad uit te drukken.
comfortable
“Comfortable” betekent hier prettig om in te verblijven en te gebruiken. In “more comfortable” beschrijft het de toestand die de kamer na de voorbereiding moet hebben.
before
“Before” geeft aan dat het klaarmaken eerder moet gebeuren dan haar aankomst. In “before she arrives” leidt het een tijdsbepaling met een gebeurtenis in.
she
“She” verwijst hier naar de vrouwelijke nicht die eerder is genoemd. Het is het onderwerp van “she arrives” en wordt gebruikt om opnieuw naar die persoon te verwijzen.
arrives
“Arrives” betekent hier dat zij op de plaats aankomt. De vorm staat in “before she arrives” na het onderwerp “she”; je gebruikt deze vorm om de aankomst van die persoon te beschrijven.
Let
In “Let me clear the desk” gebruikt de spreker “Let” om aan te bieden zelf iets te doen. Het patroon “Let me” + werkwoord is een praktische manier om voor te stellen dat de spreker de handeling uitvoert.
me
“Me” verwijst naar de spreker als degene die het bureau zal opruimen. In “Let me clear” staat het na “Let” en vóór de handeling; “Let me” wordt gebruikt bij een aanbod of voorstel.
clear
“Clear” betekent hier dingen van het bureau verwijderen zodat het leeg genoeg wordt. In “clear the desk” staat het vóór het voorwerp van de handeling; je gebruikt het patroon “clear” + plaats of oppervlak.
desk
“Desk” betekent hier een tafel of werkplek waarop de laptop kan staan. In “clear the desk” is het de plaats waarvan spullen worden verwijderd; het kan ook een werk- of studieplek aanduiden.
so
“So” leidt hier het doel of gevolg van het opruimen in: zij krijgt ruimte voor haar laptop. In “so she has space” verbindt het een handeling met wat daardoor mogelijk wordt.
has
“Has” betekent hier dat zij ruimte beschikbaar heeft voor haar laptop. In “she has space for her laptop” staat het na “she”; het patroon “has” + iets beschrijft wat iemand bezit of tot zijn beschikking heeft.
space
“Space” betekent hier een vrij gebied op of rond het bureau dat voor de laptop beschikbaar is. In “space for her laptop” staat het vóór “for” om aan te geven waarvoor die ruimte bedoeld is.
her
“Her” geeft aan dat de laptop bij de genoemde nicht hoort. In “her laptop” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om naar iets van een vrouwelijke persoon te verwijzen.
laptop
“Laptop” betekent hier een draagbare computer die de nicht op het bureau kan gebruiken. In “her laptop” wordt het voorafgegaan door een bezitsvorm; het woord is bruikbaar voor een draagbare computer.
Leave
“Leave” betekent hier de internetinstructies op hun plaats laten liggen en ze niet meenemen. In de gebiedende zin “Leave the internet instructions where...” staat het vóór het voorwerp en de plaats waar dat moet blijven.
internet
“Internet” verwijst hier naar het wereldwijde computernetwerk waarvan de gast de toegangsgegevens of uitleg nodig heeft. In “internet instructions” staat het vóór “instructions” en specificeert het waar de instructies over gaan.
instructions
“Instructions” betekent hier geschreven uitleg over hoe de internetverbinding gebruikt kan worden. In “the internet instructions” verwijst het naar de specifieke uitleg die de gast moet kunnen vinden.
where
“Where” leidt hier de plaatsbepaling in waar de gast de instructies kan vinden. In “where she can find them easily” verbindt het een plaats met de handeling die daar mogelijk is.
can
“Can” drukt hier de mogelijkheid of het vermogen uit om de instructies te vinden. Het patroon “can” + werkwoord in de basisvorm, zoals “can find”, wordt gebruikt om te zeggen wat iemand kan doen.
find
“Find” betekent hier de instructies lokaliseren of terugvinden. In “can find them” staat het na “can” en vóór het voornaamwoord “them”; het patroon is “find” + het voorwerp dat iemand lokaliseert.
them
“Them” verwijst hier naar de meervoudige internetinstructies. In “find them easily” staat het als voorwerp na “find”; je gebruikt het om naar eerder genoemde meervoudige zaken te verwijzen.
easily
“Easily” betekent hier zonder moeite of zoeken. In “find them easily” beschrijft het hoe de gast de instructies kan vinden; het staat hier na het werkwoord en voorwerp.
put
“Put” betekent hier de extra handdoeken ergens neerleggen. In de instructie “Put them in the room” staat het patroon “put” + voorwerp + “in” + plaats.
extra
“Extra” betekent hier bijkomend, boven op de handdoeken die er al zijn of normaal nodig zijn. In “extra towels” staat het vóór het zelfstandig naamwoord om de aanvulling aan te geven.
towels
“Towels” betekent hier handdoeken om zich af te drogen. In “extra towels” is het een meervoudig voorwerp dat in de kamer wordt gelegd.
in
“In” geeft hier aan dat de handdoeken zich binnen de kamer moeten bevinden. In “in the room” staat het vóór de plaats; deze combinatie wordt gebruikt om een positie binnen een ruimte te beschrijven.
or
“Or” verbindt hier twee alternatieven: de handdoeken in de kamer leggen of de kast tonen. Het staat tussen de twee voorgestelde handelingen in een keuzevraag.
show
“Show” betekent hier de kast aan haar laten zien of haar ernaartoe leiden. In “show her the cupboard” staat het patroon “show” + persoon + zaak; dat gebruik past bij uitleg geven over waar iets is.
cupboard
“Cupboard” betekent hier een kast met deuren waarin de handdoeken liggen. In “the cupboard” verwijst “the” naar de specifieke kast die de gast kan gebruiken.
It
“It” verwijst hier naar het voorstel om de handdoeken in de kamer te leggen. In “It gives guests more privacy” neemt het die eerder genoemde handeling als onderwerp op, zodat die niet opnieuw hoeft te worden herhaald.
gives
“Gives” betekent hier dat de gekozen plaatsing gasten meer privacy biedt. In “gives guests more privacy” staat het patroon “gives” + ontvanger + wat die ontvangt; de vorm hoort hier bij “It”.
guests
“Guests” betekent hier mensen die in het huis van iemand anders verblijven. In “gives guests more privacy” is het de groep die door de handeling meer privacy krijgt.
privacy
“Privacy” betekent hier ruimte en rust zonder dat anderen voortdurend meekijken of storen. In “more privacy” beschrijft het wat gasten door de handdoeken in hun kamer extra krijgen.
I
“I” verwijst naar de spreker zelf. Het is het onderwerp van “I want”; je gebruikt het wanneer de spreker over zichzelf spreekt.
want
“Want” betekent hier iets wensen of graag iets willen: de spreker wil een ontspannen gastheer zijn. Het patroon “want to be” wordt gebruikt om een gewenste rol of toestand uit te drukken.
be
“Be” betekent hier een bepaalde rol of toestand hebben, namelijk gastheer zijn. In “want to be” staat het als basisvorm na “to”; het patroon wordt gebruikt om te zeggen wat iemand wil zijn.
relaxed
“Relaxed” betekent hier kalm en niet overdreven bezorgd of controlerend tegenover de gast. In “a relaxed host” beschrijft het het soort gastheer dat de spreker wil zijn.
host
“Host” betekent hier iemand die gasten ontvangt en voor hen zorgt in zijn of haar huis. In “a relaxed host” benoemt het de rol die de spreker tijdens het bezoek wil hebben.
not
“Not” ontkent hier de daaropvolgende beschrijving: de spreker wil niet iemand zijn die elk detail uitlegt. In “not someone who...” staat het vóór de persoon of eigenschap die wordt uitgesloten.
someone
“Someone” betekent hier een niet nader genoemde persoon. In “someone who explains every detail” verwijst het naar een bepaald type persoon dat door de relatieve bijzin wordt beschreven.
who
“Who” verwijst hier naar “someone” en leidt de informatie over die persoon in. In “someone who explains...” staat het vóór het werkwoord van de relatieve bijzin.
explains
“Explains” betekent hier informatie duidelijk maken door elk detail te beschrijven. In “who explains every detail” staat het bij het onderwerp “someone”; de vorm beschrijft wat die persoon doet.
every
“Every” betekent hier elk afzonderlijk detail, zonder er één over te slaan. In “every detail” staat het vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord om alle leden één voor één aan te wijzen.
detail
“Detail” betekent hier een klein afzonderlijk stukje informatie over bijvoorbeeld sleutels, verlichting of ontbijt. In “every detail” gaat het om elk van zulke informatiestukjes.
note
“Note” betekent hier een kort geschreven bericht met de belangrijkste praktische informatie. In “A short note” wordt het als eenvoudige schriftelijke uitleg voor de gast voorgesteld.
enough
“Enough” betekent hier dat een kort briefje voldoende is voor wat de gast moet weten. In “A short note is enough” staat het na “is” om aan te geven dat er niet meer nodig is.
especially
“Especially” betekent hier vooral of in het bijzonder. In “especially for keys, lights, and breakfast” benadrukt het welke onderwerpen in het briefje het belangrijkst zijn.
keys
“Keys” betekent hier de voorwerpen waarmee de gast deuren of sloten kan openen. In “for keys, lights, and breakfast” noemt het een van de praktische onderwerpen waarover het briefje informatie kan geven.
lights
“Lights” verwijst hier naar de lampen of verlichting in de kamer. In “for keys, lights, and breakfast” is het een van de onderwerpen waarover de gast korte aanwijzingen kan krijgen.
and
“And” verbindt hier de drie onderwerpen “keys”, “lights” en “breakfast”. Je gebruikt het om woorden of onderdelen van één opsomming met elkaar te verbinden.
breakfast
“Breakfast” betekent hier de eerste maaltijd van de dag die de gast moet kunnen vinden of waarvan de tijd duidelijk moet zijn. In de opsomming “keys, lights, and breakfast” is het een praktisch onderwerp voor het briefje.
Preparing
“Preparing” betekent hier de gastenkamer vooraf klaarmaken. In “Preparing it ahead of time” functioneert het als de handeling waarover de zin gaat; het patroon “preparing” + voorwerp kan worden gebruikt om een voorbereiding te benoemen.
ahead of time
“Ahead of time” betekent als geheel “van tevoren”, dus vóór het moment waarop iets nodig is. In deze uitdrukking geeft “ahead” het vooruit zijn aan, verbindt “of” dit met “time”, en benoemt “time” het tijdstip; de uitdrukking wordt gebruikt voor vooraf plannen of uitvoeren.
would
“Would” geeft hier een verwachte of voorgestelde uitkomst aan: vooraf klaarmaken zou later haast voorkomen. In “would keep us...” staat het vóór het werkwoord en maakt het gevolg minder direct of afhankelijk van de voorgestelde voorbereiding.
keep
In “keep us from rushing” betekent “keep” ervoor zorgen dat iets niet gebeurt. Het patroon is “keep” + persoon of groep + “from” + activiteit op -ing, bijvoorbeeld om iemand van een handeling af te houden.
from
In “keep us from rushing” markeert “from” de handeling die wordt voorkomen. Het patroon “keep someone from” + activiteit op -ing is bruikbaar wanneer je zegt dat iemand een persoon ervan weerhoudt iets te doen.
rushing
“Rushing” betekent hier gehaast handelen omdat er later weinig tijd overblijft. In “from rushing” staat het na “from” als de activiteit die door de voorbereiding wordt voorkomen.
later
“Later” betekent hier op een later moment, wanneer de nicht komt of het bezoek bezig is. In “rushing later” geeft het aan wanneer de haast anders zou plaatsvinden.
That
“That” verwijst hier naar de eerder genoemde voorbereiding van de kamer. In “That will make her feel welcome” neemt het die hele voorafgaande handeling als onderwerp over.
will
“Will” drukt hier een toekomstig gevolg uit: de voorbereiding zal ervoor zorgen dat zij zich welkom voelt. In “will make” staat het vóór de basisvorm van het werkwoord om een verwacht resultaat aan te geven.
feel
“Feel” betekent hier een bepaalde emotionele toestand ervaren, namelijk zich welkom voelen. In “make her feel welcome” volgt het na “her” en vóór de beschrijving “welcome”; dat patroon beschrijft welk gevoel een handeling bij iemand veroorzaakt.
welcome
“Welcome” betekent hier geaccepteerd en op haar gemak als gast. In “feel welcome” beschrijft het de toestand die de nicht door de voorbereiding zal ervaren.
without
“Without” betekent hier dat iets gebeurt zonder een andere handeling of uitkomst te veroorzaken. In “without making the visit too formal” staat het vóór een vorm op -ing om de omstandigheid uit te sluiten.
making
In “making the visit too formal” betekent “making” ervoor zorgen dat het bezoek te formeel wordt. Het volgt op “without” en neemt “the visit” als voorwerp; het patroon “make” + voorwerp + beschrijving kan een veroorzaakt resultaat uitdrukken.
too
“Too” betekent hier in overdreven mate: het bezoek mag niet té formeel worden. In “too formal” staat het vóór het bijvoeglijk naamwoord om aan te geven dat de graad ongewenst hoog is.
formal
“Formal” betekent hier officieel of strak van sfeer, in plaats van ontspannen en informeel. In “too formal” beschrijft het de ongewenste sfeer van het bezoek; je gebruikt het om de mate van ceremonie of sociale strengheid aan te geven.