The
In “The recipe” is “The” het bepaalde lidwoord bij een specifiek recept. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “the sauce”.
recipe
In “The recipe” betekent “recipe” ‘recept’: de instructies voor het gerecht. Je gebruikt het bijvoorbeeld met “follow a recipe” wanneer je een recept volgt.
needs
In “The recipe needs fresh basil” betekent “needs” dat iets noodzakelijk is voor het recept. Dit is de vorm die bij “the recipe” hoort; de basisvorm is “need”.
fresh
In “fresh basil” betekent “fresh” dat de basilicum niet gedroogd is. Het staat vóór het ingrediënt dat het beschrijft, zoals in “fresh vegetables”.
basil
In “fresh basil” is “basil” het kruid basilicum. Je gebruikt het als naam van een ingrediënt, bijvoorbeeld in “add basil”.
but
In “but we only have dried herbs” verbindt “but” twee tegengestelde feiten: het recept vraagt om iets, maar er is iets anders beschikbaar. Het kan ook twee korte zinnen met een tegenstelling verbinden.
we
In “we only have dried herbs” en “We can still make it” verwijst “we” naar de twee mensen die samen koken. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord.
only
In “we only have dried herbs” beperkt “only” wat beschikbaar is: er zijn uitsluitend gedroogde kruiden. Het staat hier vóór “have” om de beperking aan te geven.
have
In “we only have dried herbs” betekent “have” dat de koks over iets beschikken. De vorm “have” wordt hier gebruikt met “we”, bijvoorbeeld in “we have enough time”.
dried
In “dried herbs” beschrijft “dried” kruiden waaruit vocht is verwijderd. Het staat vóór “herbs” en geeft aan in welke vorm het ingrediënt is.
herbs
In “dried herbs” betekent “herbs” kruiden die voor smaak aan eten worden toegevoegd. Het woord kan in een recept bijvoorbeeld na “add” komen, zoals in “add the herbs”.
can
In “We can still make it” drukt “can” uit dat iets mogelijk is. Na “can” volgt de werkwoordsvorm “make”, zonder “to”.
still
In “We can still make it” betekent “still” hier ‘toch’: ondanks het ontbreken van verse basilicum blijft het mogelijk. Een bruikbaar patroon is “can still” gevolgd door een werkwoord.
make
In “make it” betekent “make” het gerecht bereiden of klaarmaken. Na “can” staat de basisvorm “make”; “it” is hier het gerecht.
it
In “We can still make it” verwijst “it” naar het gerecht dat in de context wordt bereid. Het staat als object na “make”.
flavor
In “the flavor will just be a little different” betekent “flavor” de smaak van het gerecht. Je gebruikt het bijvoorbeeld met “the flavor of” om aan te geven waarvan de smaak is.
will
In “the flavor will just be a little different” verwijst “will” naar een verwachte toestand in de toekomst. Na “will” staat de basisvorm “be”.
just
In “will just be a little different” verzacht “just” de mededeling: het verschil is slechts beperkt. Het benadrukt hier niet dat iets exact of onmiddellijk gebeurt.
be
In “will just be a little different” verbindt “be” het onderwerp met de beschrijving “a little different”. Na “will” blijft deze vorm onveranderd.
a
In “a little different” vormt “a” samen met “little” een kleine hoeveelheid of graad. Het gaat hier om een klein verschil, niet om een los voorwerp.
little
In “a little different” geeft “little” aan dat het verschil klein is. De vaste combinatie “a little” kan vóór een bijvoeglijk naamwoord staan, zoals hier vóór “different”.
different
In “a little different” betekent “different” dat de smaak niet precies hetzelfde zal zijn. Het staat na “be” als beschrijving van de smaak.
Should
In “Should we add the dried herbs earlier” gebruikt de spreker “Should” om een voorstel of advies als vraag te formuleren. Het patroon is “Should we” gevolgd door de basisvorm van een werkwoord.
add
In “add the dried herbs earlier” betekent “add” een ingrediënt aan het gerecht toevoegen. In “Should we add...” volgt de basisvorm na “should”; in “Add them earlier” is het een directe instructie.
earlier
In “add the dried herbs earlier” betekent “earlier” op een vroeger moment tijdens het koken. Het staat hier bij het werkwoord om het tijdstip van toevoegen te bepalen.
so
In “so they soften in the sauce” leidt “so” een doel of verwacht gevolg in: de kruiden worden eerder toegevoegd zodat ze zachter worden. Daarna volgt een volledige bijzin met “they” als onderwerp.
they
In “so they soften in the sauce” verwijst “they” naar “the dried herbs”. Het staat als onderwerp van “soften”.
soften
In “they soften in the sauce” betekent “soften” dat de kruiden zachter worden. Het beschrijft hier een verandering tijdens het koken; “in the sauce” geeft aan waar dat gebeurt.
in
In “in the sauce” geeft “in” aan dat het zachter worden binnen de saus plaatsvindt. Het staat vóór “the sauce” om de plaats of omgeving aan te geven.
sauce
In “the sauce” betekent “sauce” de saus van het gerecht. Het kan bijvoorbeeld volgen op “in” om de vloeistof aan te geven waarin een ingrediënt wordt gemengd.
them
In “Add them earlier” verwijst “them” naar de gedroogde kruiden. Het staat als object na “add”, zodat herhaling van “the dried herbs” niet nodig is.
and
In “Add them earlier and use less” verbindt “and” twee kookinstructies. Het kan twee werkwoordgroepen met dezelfde aangesproken persoon verbinden.
use
In “use less” betekent “use” een bepaalde hoeveelheid van een ingrediënt gebruiken. Het kan direct gevolgd worden door het ingrediënt of, zoals hier, door een hoeveelheid.
less
In “use less” verwijst “less” naar een kleinere hoeveelheid gedroogde kruiden dan normaal of dan eerst genoemd. De combinatie kan een hoeveelheid beperken zonder het ingrediënt opnieuw te noemen.
because
In “because dried herbs can taste stronger” geeft “because” de reden voor de instructie. Daarna volgt een volledige bijzin die uitlegt waarom er minder nodig is.
taste
In “dried herbs can taste stronger” betekent “taste” hier ‘een bepaalde smaak hebben’. Het staat vóór “stronger” in het patroon “taste” plus een beschrijving van de smaak.
stronger
In “taste stronger” betekent “stronger” dat de smaak intenser is. Het vergelijkt de smaak van gedroogde kruiden met de verwachte smaak van verse kruiden in deze context.
also
In “The recipe also says” voegt “also” nog een extra onderdeel van het recept toe. Het staat hier vóór “says” en betekent ‘ook’.
says
In “The recipe also says to use cream” betekent “says” dat het recept deze instructie vermeldt. Dit is de vorm van “say” die bij “the recipe” hoort; daarna volgt “to use”.
to
In “says to use cream” markeert “to” de werkwoordsvorm “use” in de instructie die het recept vermeldt. Het patroon is hier “say” of “says” gevolgd door “to” en een werkwoord.
cream
In “use cream for a smooth texture” betekent “cream” room als ingrediënt. Het staat na “use” als het ingrediënt dat volgens het recept moet worden toegevoegd.
for
In “for a smooth texture” geeft “for” het beoogde doel aan: room wordt gebruikt om een gladde textuur te krijgen. Het staat vóór het doel of gewenste resultaat.
smooth
In “a smooth texture” beschrijft “smooth” een glad en gelijkmatig mondgevoel. Het staat vóór “texture” om de gewenste eigenschap van de saus te benoemen.
texture
In “a smooth texture” betekent “texture” de structuur of het mondgevoel van het gerecht. Je kunt het gebruiken met een bijvoeglijk naamwoord om dat mondgevoel te beschrijven.
If
In “If we use yogurt instead” introduceert “If” een voorwaarde. De hoofdzin beschrijft wat er moet gebeuren wanneer die voorwaarde geldt.
yogurt
In “use yogurt instead” betekent “yogurt” yoghurt als vervangend ingrediënt voor de room. Het staat na “use” als het ingrediënt dat wordt gekozen.
instead
In “use yogurt instead” betekent “instead” ‘in plaats daarvan’: yoghurt vervangt de eerder genoemde room. Een bruikbaar patroon is “use X instead” wanneer je een alternatief kiest.
lower
In “lower the heat” betekent “lower” het vuur of de warmte verminderen. Het staat na “should” in “we should lower...” en vóór het object “the heat”.
heat
In “lower the heat” betekent “heat” de warmte of kooktemperatuur van het vuur. De vaste combinatie “lower the heat” geeft aan dat je zachter moet verwarmen.
Otherwise
In “Otherwise the sauce might separate” betekent “Otherwise” dat het volgende kan gebeuren als de vorige instructie niet wordt opgevolgd. Het leidt dus een mogelijke negatieve uitkomst in.
might
In “the sauce might separate” drukt “might” een mogelijkheid uit, geen zekerheid. Na “might” staat de basisvorm “separate”.
separate
In “the sauce might separate” betekent “separate” dat de saus uit elkaar kan vallen of schiften. Het beschrijft hier een mogelijke verandering van de saus tijdens het verwarmen.
look
In “look strange” betekent “look” ‘eruitzien’ of een bepaalde indruk maken. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord “strange” in het patroon “look” plus een beschrijving.
strange
In “look strange” betekent “strange” dat de saus er ongewoon of niet goed uitziet. Het beschrijft hoe de saus eruitziet na een mogelijke verandering.
Stirring
In “Stirring it in slowly near the end” is “Stirring” de handeling van iets langzaam door de saus roeren. De hele handeling vormt het onderwerp van “should help”; “it” verwijst naar het vervangende ingrediënt.
slowly
In “Stirring it in slowly” beschrijft “slowly” de manier waarop je het ingrediënt door de saus roert. Het staat bij de handeling om een rustig tempo aan te geven.
near
In “near the end” betekent “near” dat iets kort vóór het einde gebeurt. Het wordt hier gebruikt met “the end” om het moment tijdens het koken aan te geven.
end
In “near the end” betekent “end” het laatste deel of moment van het kookproces. De combinatie “near the end” is bruikbaar voor handelingen die bijna aan het einde gebeuren.
help
In “should help” betekent “help” dat de voorgestelde handeling waarschijnlijk bijdraagt aan een beter resultaat. Na “should” staat de basisvorm “help”, hier zonder genoemd object.
result
In “If the result turns out well” betekent “result” de uiteindelijke uitkomst van het aangepaste recept. Het staat als onderwerp van “turns out”.
turns out
In “the result turns out well” beschrijven “turns” en “out” samen hoe iets uiteindelijk blijkt of uitpakt. “Turns” is de vorm die bij “the result” hoort, en “out” maakt de uitdrukking compleet; het betekent hier niet letterlijk dat iets naar buiten draait.
well
In “turns out well” betekent “well” dat het resultaat goed uitpakt. Het beschrijft de uitkomst van het aangepaste recept.
I
In “I will write down the substitution” verwijst “I” naar de persoon die de vervanging zal noteren. Het staat als onderwerp vóór “will”.
write down
In “I will write down the substitution” vormen “write” en “down” samen de uitdrukking ‘opschrijven’. “Write” verwijst naar schrijven en “down” maakt duidelijk dat de informatie wordt vastgelegd; het patroon is “write down” plus de informatie, zoals “the substitution”.
substitution
In “write down the substitution” betekent “substitution” de vervanging van het ene ingrediënt door het andere. Het staat als object na “write down”.
Then
In “Then next time we will not need to guess” verwijst “Then” naar het gevolg van het opschrijven. Het betekent hier ‘dan’ en verbindt de eerdere voorwaarde met wat er later gebeurt.
next
In “next time” betekent “next” de eerstvolgende keer. Het staat vóór “time” om naar een toekomstige gelegenheid te verwijzen.
time
In “next time” betekent “time” een gelegenheid waarop het recept opnieuw wordt gemaakt. De combinatie “next time” verwijst naar de eerstvolgende keer.
not
In “will not need to guess” maakt “not” de noodzaak ongedaan: raden zal niet nodig zijn. Het staat na “will” en vóór “need”.
need
In “will not need to guess” betekent “need” nodig hebben of noodzakelijk zijn. Na “will” staat de basisvorm “need”, gevolgd door “to guess”.
guess
In “need to guess” betekent “guess” proberen het antwoord te bepalen zonder de informatie zeker te weten. Het staat na “to” in het patroon “need to” plus een werkwoord.