I
“I” verwijst naar de persoon die spreekt en betekent hier “ik”. In “I like this desk” staat het voor de spreker die een mening geeft. Gebruik “I” als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
like
“like” betekent hier “leuk vinden” in “I like this desk”. Het verbindt de spreker met iets waarover die een positieve mening geeft. Een bruikbaar patroon is “I like” gevolgd door een voorwerp of activiteit.
this
“this” wijst in “this desk” naar het bureau dat dichtbij is of waar de spreker op dat moment naar verwijst. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “this” om één concreet, aangewezen voorwerp te benoemen.
desk
“desk” betekent hier “bureau”, het meubelstuk dat de klant wil kopen. In “this desk” wordt het specifieke bureau in de winkel bedoeld. Je gebruikt “desk” wanneer je over dit type werkmeubel spreekt.
but
“but” verbindt twee delen met een tegenstelling: de klant vindt het bureau mooi, maar kan het niet zelf meenemen. Het tweede deel beperkt of corrigeert de verwachting uit het eerste deel. Gebruik “but” om zo’n tegenstelling in één zin te verbinden.
can't
“can't” betekent hier dat de spreker iets niet kan: “I can't carry it home by myself.” Het is de verkorte ontkenning van “can” en staat vóór de handeling. Gebruik “can't” om een onmogelijkheid of gebrek aan vermogen uit te drukken.
carry
“carry” betekent hier een voorwerp fysiek dragen of meenemen, zoals in “carry it home by myself”. Na “can't” staat deze handeling in deze vorm. Een bruikbaar patroon is “carry” plus een voorwerp en eventueel een bestemming.
it
“it” verwijst hier naar het bureau dat eerder is genoemd, in “carry it home”. Het vervangt het zelfstandig naamwoord zodat dat niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Gebruik “it” voor een eerder genoemd voorwerp.
home
“home” geeft in “carry it home by myself” de bestemming “naar huis” aan. Na “carry” wordt hier geen extra voorzetsel vóór “home” gebruikt. Gebruik “home” in een vergelijkbaar patroon wanneer iets naar iemands huis wordt gebracht of gedragen.
by
“by” maakt samen met “myself” de uitdrukking “by myself”, hier met de betekenis “zonder hulp”. Het gaat dus niet om de bestemming, maar om de manier waarop de handeling gebeurt. Gebruik “by” in deze vaste combinatie om zelfstandigheid te benadrukken.
myself
“myself” benadrukt in “by myself” dat de spreker het alleen doet. In deze dialoog betekent de combinatie “zonder hulp van iemand anders”. Gebruik “myself” in een vergelijkbare situatie wanneer je je eigen betrokkenheid of zelfstandigheid wilt benadrukken.
We
“We” verwijst naar de winkelmedewerkers als groep en betekent hier “wij”. In “We can arrange delivery” spreekt de medewerker namens de winkel. Gebruik “we” als onderwerp wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
can
“can” geeft in “We can arrange delivery” aan dat de winkel de mogelijkheid heeft om de bezorging te regelen. Daarna volgt de handeling “arrange” in deze vorm. Gebruik “can” gevolgd door een handeling om een mogelijkheid of bevoegdheid uit te drukken.
arrange
“arrange” betekent hier iets praktisch organiseren, namelijk “arrange delivery”. Het krijgt in deze context “delivery” als datgene wat wordt geregeld. Gebruik een patroon als “arrange” plus een dienst, afspraak of andere praktische zaak.
delivery
“delivery” betekent hier de bezorging van het bureau naar het huis van de klant. In “arrange delivery” is het de dienst die de winkel organiseert. Gebruik “delivery” wanneer je over het bezorgen van goederen spreekt.
if
“if” leidt een voorwaarde in: de winkel kan de bezorging regelen als het bureau nog beschikbaar is. In de dialoog staat het in “if it's still in stock” en ook als “If” aan het begin van een zin. Gebruik “if” om te zeggen onder welke voorwaarde iets geldt.
it's
“it's” betekent hier “het is” in “if it's still in stock”. Het is de verkorte vorm van “it is” en verwijst naar het bureau. Gebruik deze vorm in een voorwaardelijke zin wanneer je de toestand van een voorwerp beschrijft.
still
“still” betekent hier “nog” in “still in stock”: de vraag is of het bureau op dit moment nog steeds beschikbaar is. Het benadrukt dat de toestand mogelijk is voortgezet. Gebruik “still” om aan te geven dat iets tot nu toe voortduurt.
in
“in” hoort in deze dialoog bij de vaste uitdrukking “in stock” en helpt de beschikbaarheid van een product te beschrijven. Samen betekent de uitdrukking dat het product voorradig is. Gebruik “in” in deze combinatie wanneer je naar voorraadbeschikbaarheid verwijst.
stock
“stock” betekent hier “voorraad”, zoals in “in stock” en “stock record”. In “in stock” gaat het om de vraag of een artikel beschikbaar is; in “stock record” om de registratie daarvan. Gebruik “stock” bij producten die een winkel beschikbaar heeft.
Could
“Could” maakt “Could you check whether the warehouse has one available?” tot een beleefd verzoek. Het verzoek is gericht aan de medewerker en vraagt om een controle. Gebruik “Could you” gevolgd door een handeling wanneer je iemand beleefd iets wilt vragen.
you
“you” verwijst in “Could you check” naar de aangesproken medewerker. Het kan in het Engels zowel één persoon als meerdere personen aanduiden; hier wordt de winkelmedewerker aangesproken. Gebruik “you” voor de persoon of personen tot wie je spreekt.
check
“check” betekent hier informatie nagaan, namelijk of het magazijn nog een bureau beschikbaar heeft. In “Could you check whether” leidt het de gevraagde controle in. Gebruik “check” wanneer je een voorraad, gegeven of situatie wilt verifiëren.
whether
“whether” betekent hier “of” in de indirecte vraag “check whether the warehouse has one available”. Het introduceert wat de medewerker moet nagaan. Gebruik “whether” na werkwoorden zoals “check” wanneer je een onzeker feit wilt laten controleren.
the
“the” verwijst naar iets specifieks dat in de context herkenbaar is, zoals “the warehouse”, “the door” of “the order”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “the” wanneer de gesprekspartners weten welke zaak of plaats wordt bedoeld.
warehouse
“warehouse” betekent hier “magazijn”, de plaats waar de winkel voorraad bewaart. In “the warehouse has one available” wordt nagegaan of daar nog een bureau is. Gebruik “warehouse” voor een opslaglocatie van goederen.
has
“has” beschrijft in “the warehouse has one available” wat het magazijn beschikbaar heeft. Het koppelt “the warehouse” aan het beschikbare exemplaar. Gebruik “has” om bezit, aanwezigheid of beschikbaarheid bij een genoemde zaak te beschrijven.
one
“one” verwijst in “has one available” naar één exemplaar van het eerder besproken bureau. Het voorkomt dat “desk” opnieuw moet worden herhaald. Gebruik “one” op dezelfde manier wanneer je naar één exemplaar van een al genoemd voorwerp verwijst.
available
“available” betekent hier dat één bureau beschikbaar is om te worden geleverd of gekocht. In “one available” beschrijft het de status van het exemplaar. Gebruik “available” wanneer iets voor gebruik, aankoop of levering beschikbaar is.
I'll
“I'll” kondigt in “I'll check the stock record now” aan dat de spreker zelf de controle gaat uitvoeren. Het is de verkorte vorm van “I will”. Gebruik “I'll” om een eigen voorgenomen of direct aangeboden handeling aan te kondigen.
record
“record” betekent hier een registratie of bestand met voorraadgegevens, in de uitdrukking “the stock record”. De medewerker kijkt daarin om de voorraad te controleren. Gebruik “record” voor een vastgelegde verzameling informatie.
now
“now” betekent hier “nu” en geeft aan dat de medewerker onmiddellijk de voorraad gaat controleren. Het plaatst de handeling op het huidige moment. Gebruik “now” om te benadrukken dat iets op dit moment gebeurt of begint.
is
“is” verbindt in “If it is available” het bureau met de eigenschap “available”. Het beschrijft dus de beschikbaarheid van het bureau. Gebruik “is” om een toestand of eigenschap van een genoemd onderwerp te beschrijven.
what
“what” vraagt in “what delivery options” om informatie over de soort of keuze van bezorging. Het staat vóór “delivery options” in de vraag. Gebruik “what” wanneer je wilt weten welke zaak, keuze of informatie bedoeld wordt.
options
“options” betekent hier verschillende mogelijkheden voor bezorging, zoals de genoemde standaardbezorging. Het meervoud laat zien dat de klant naar beschikbare keuzes vraagt. Gebruik “options” wanneer iemand tussen meerdere mogelijkheden kan kiezen.
do
“do” is in “what delivery options do you offer?” een hulpwerkwoord dat de vraag vormt. Hier betekent het niet zelfstandig “doen”. Gebruik “do” in dit soort vragen vóór het onderwerp en de hoofdhandeling.
offer
“offer” betekent hier “aanbieden”: de klant vraagt welke bezorgmogelijkheden de winkel aanbiedt. In de vraag volgt “offer” na “you”. Gebruik “offer” voor producten, diensten of mogelijkheden die iemand beschikbaar stelt.
Standard
“Standard” beschrijft in “Standard delivery” de gewone of standaardvariant van de bezorgdienst. Het staat vóór “delivery” om het type bezorging aan te geven. Gebruik “standard” vóór een dienst of optie wanneer je de gebruikelijke variant bedoelt.
would
“would” geeft in “Standard delivery would bring it to your home” een voorwaardelijke of verwachte uitkomst van deze bezorgoptie aan. De medewerker beschrijft wat de standaardbezorging voor de klant zou doen. Gebruik “would” om een gevolg of aanbod voorzichtig en niet-absoluut te formuleren.
bring
“bring” betekent hier het bureau naar de klant brengen, in “bring it to your home”. Het heeft een voorwerp en een bestemming bij zich. Een bruikbaar patroon is “bring” plus een voorwerp en “to” plus de bestemming.
to
“to” geeft in “to your home” de bestemming van het bureau aan en in “to the door” het bezorgpunt. Het verbindt de beweging met de plaats waar het bureau terechtkomt. Gebruik “to” vóór een bestemming of eindpunt.
your
“your” verwijst in “your home” naar het huis van de aangesproken klant. Het geeft aan wie bij de bestemming hoort. Gebruik “your” vóór een zelfstandig naamwoord dat met de aangesproken persoon verbonden is.
Does
“Does” vormt in “Does that include assembly?” het begin van een vraag over wat de bezorging omvat. Hier draagt het niet de zelfstandige betekenis “doen”. Gebruik “Does” in dit soort vragen vóór het onderwerp en de hoofdhandeling.
that
“that” verwijst in “Does that include assembly?” naar de zojuist besproken standaardbezorging. Het maakt duidelijk welke dienst de klant bedoelt. Gebruik “that” om naar een eerder genoemde zaak of optie te verwijzen.
include
“include” betekent hier “inbegrepen hebben” in “include assembly”. De klant vraagt of montage onderdeel is van de bezorging. Gebruik “include” wanneer je wilt weten of een dienst of onderdeel binnen een aanbod valt.
assembly
“assembly” betekent hier “montage”, het in elkaar zetten van het bureau. In “Does that include assembly?” vraagt de klant of deze dienst bij de bezorging hoort; later is “Assembly” een “separate request”. Gebruik “assembly” voor het monteren van een product.
or
“or” verbindt in “assembly, or only delivery to the door?” twee alternatieven. De klant vraagt of montage inbegrepen is, of dat alleen bezorging tot aan de deur plaatsvindt. Gebruik “or” om mogelijkheden of keuzes tegenover elkaar te zetten.
only
“only” beperkt in “only delivery to the door” wat de dienst omvat: uitsluitend bezorging tot aan de deur. Het sluit andere onderdelen, zoals montage, uit binnen deze vraag. Gebruik “only” vóór het onderdeel dat je wilt beperken.
door
“door” betekent hier “deur” en geeft in “delivery to the door” het bezorgpunt aan. Het bureau wordt volgens deze formulering tot aan de deur gebracht. Gebruik “door” wanneer je over een fysieke toegang of een bezorgpunt bij een gebouw spreekt.
a
“a” introduceert in “a separate request” één niet eerder gespecificeerd verzoek. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “request”. Gebruik “a” wanneer je een afzonderlijk, nog niet bepaald exemplaar of geval noemt.
separate
“separate” betekent hier dat het verzoek voor montage losstaat van de standaardbezorging, in “a separate request”. Het beschrijft dus een afzonderlijk geregeld onderdeel. Gebruik “separate” wanneer iets niet samenvalt met een andere dienst of handeling.
request
“request” betekent hier een verzoek om een extra dienst, namelijk montage, in “a separate request”. Later verwijst “the delivery request” naar het verzoek om bezorging. Gebruik “request” voor iets dat een klant of andere persoon officieel of praktisch vraagt.
upstairs
“upstairs” geeft in “carrying it upstairs” de richting naar een hogere verdieping aan. Het beschrijft waarheen het bureau wordt gedragen. Gebruik “upstairs” wanneer een persoon of voorwerp naar boven in een gebouw gaat.
included
“included” betekent hier dat het naar boven dragen onderdeel is van de aangeboden bezorging, in “carrying it upstairs is included”. Het beschrijft wat binnen de dienst valt. Gebruik “included” om aan te geven dat een onderdeel bij een aanbod of regeling hoort.
Please
“Please” maakt “Please add delivery” tot een beleefd verzoek. De klant vraagt de medewerker om bezorging aan de bestelling toe te voegen. Gebruik “Please” om een verzoek vriendelijk en beleefd te formuleren.
add
“add” betekent hier iets aan een bestelling of verzoek toevoegen, in “add delivery”. Later wordt ook “add the delivery request” gebruikt. Een bruikbaar patroon is “add” plus het onderdeel dat aan een lijst, bestelling of regeling moet worden toegevoegd.
assemble
“assemble” betekent hier het bureau monteren of in elkaar zetten, in “I can assemble it myself”. Het object “it” verwijst naar het bureau. Gebruik “assemble” wanneer je een meubel of ander product zelf in elkaar zet.
confirm
“confirm” betekent hier de voorraadstatus verifiëren en bevestigen, in “confirm the stock”. De medewerker doet dit voordat de bestelling wordt verwerkt. Gebruik “confirm” wanneer je informatie of een afspraak controleert en definitief bevestigt.
and
“and” verbindt in “confirm the stock and add the delivery request” twee handelingen van de medewerker. Beide handelingen horen bij dezelfde vervolgstap. Gebruik “and” om gelijkwaardige acties of zaken aan elkaar te koppelen.
before
“before” geeft in “before processing the order” aan dat het toevoegen van het bezorgverzoek eerst gebeurt en het verwerken van de bestelling daarna. Het markeert dus de volgorde van twee handelingen. Gebruik “before” om te zeggen dat iets eerder plaatsvindt dan een andere activiteit.
processing
“processing” betekent hier het behandelen en verwerken van de bestelling, in “processing the order”. Het beschrijft de handeling die pas na het toevoegen van het bezorgverzoek plaatsvindt. Gebruik “processing” bij het afhandelen van een bestelling of andere aanvraag.
order
“order” betekent hier de bestelling van de klant, in “processing the order”. De medewerker verwerkt deze nadat de voorraad is bevestigd en het bezorgverzoek is toegevoegd. Gebruik “order” voor een aankoopverzoek dat een winkel moet afhandelen.