Een route vinden na een geannuleerde trein | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a transport station, a passenger asks staff for another route after a cancelled train threatens a connection..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Een route vinden na een geannuleerde trein oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My train has been cancelled.

mai treen hez bin kenseld Mijn trein is geannuleerd.
A

I need to catch a connecting train soon.

ai niid tuh ketsj uh kənekting treen soen Ik moet binnenkort een aansluitende trein halen.
B

I can help you find another route.

ai kən help joe faind uhnudher roet Ik kan je helpen een andere route te vinden.
A

The board shows an express train leaving from a different platform.

dhuh boord sjooz uh ikspres treen lieving frum uh difrunt plètfoorm Op het bord staat dat er vanaf een ander perron een sneltrein vertrekt.
B

That could work, but I'll check whether your ticket is valid for it.

dhet kud wurk, but ail tsjek wedhuh(r) jor tikit iz vèlid fur it Dat kan werken, maar ik controleer of je ticket daarvoor geldig is.
A

Should I stay with this ticket or get a new one?

sjoed ai stee widh dhis tikit ur get uh nuw wun Moet ik dit ticket houden of een nieuw ticket kopen?
B

You can use this ticket because your original train was cancelled.

joe kən joez dhis tikit bikoz jor uh-ridjunuhl treen wuz kenseld Je kunt dit ticket gebruiken, omdat je oorspronkelijke trein is geannuleerd.
A

Will I still make my connection at the next station?

wil ai stil meik mai kəneksjun uh dhuh nekst steesjun Haal ik mijn aansluiting op het volgende station nog?
B

You should, but head to the platform now and check again when you arrive.

joe sjoed, but hed tuh dhuh plètfoorm nau ən tsjek uhgen wen joe uhraiv Dat zou moeten lukken, maar ga nu naar het perron en controleer het nog eens als je aankomt.

Woord voor woord

My “My” geeft aan dat de trein van de spreker is in “My train has been cancelled.” Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en kan opnieuw worden gebruikt in een patroon als “my + zelfstandig naamwoord”.
train “Train” betekent hier de trein waarmee de spreker zou reizen in “My train has been cancelled.” Het woord wordt gebruikt voor een voertuig dat over het spoor rijdt, bijvoorbeeld in “catch a connecting train”.
has “Has” helpt in “My train has been cancelled” om een voltooide gebeurtenis met huidige gevolgen uit te drukken. Het staat samen met “been cancelled” en kan in dezelfde constructie vóór een voltooid deelwoord staan.
been “Been” is in “My train has been cancelled” onderdeel van de voltooide passieve constructie. Samen met “has” en “cancelled” laat het zien dat de annulering al heeft plaatsgevonden en nu relevant is.
cancelled “Cancelled” betekent in “My train has been cancelled” dat de trein niet meer rijdt zoals gepland. Het is het deel dat de geannuleerde gebeurtenis benoemt; een vergelijkbaar nieuw voorbeeld is “The meeting was cancelled”.
I “I” verwijst in “I need to catch a connecting train soon” naar de spreker. Het is de vorm die je gebruikt wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in “I can help you”.
need “Need” geeft in “I need to catch a connecting train soon” aan dat de spreker iets noodzakelijk vindt. Het wordt hier gevolgd door “to” en een handeling, in het patroon “need to + werkwoord”.
to “To” markeert in “I need to catch a connecting train soon” de handeling die nodig is. De combinatie “to catch” volgt op “need” en benoemt wat de spreker moet doen.
catch “Catch” betekent in “catch a connecting train” een trein op tijd halen of nemen. In het openbaar vervoer wordt het vaak gebruikt in het patroon “catch + a/the + train”.
a “A” introduceert in “a connecting train” één niet nader bepaalde aansluitende trein. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer de luisteraar nog niet weet om welke trein het precies gaat.
connecting “Connecting” beschrijft in “a connecting train” een trein die aansluit op het verdere traject van de reiziger. Het vormt samen met “train” een uitdrukking voor een trein die je na een eerdere reis nodig hebt.
soon “Soon” betekent in “I need to catch a connecting train soon” dat er binnen korte tijd iets moet gebeuren. Je gebruikt het om aan te geven dat er weinig tijd is, zoals in “Please come soon” als nieuw voorbeeld.
can “Can” drukt in “I can help you find another route” het vermogen of de mogelijkheid van de spreker uit. Na “can” volgt direct een werkwoord zonder “to”, zoals in “can help”.
help “Help” betekent in “I can help you find another route” iemand bijstaan. Het staat hier in het patroon “help + persoon + werkwoord”, waarbij “you” de persoon is die hulp krijgt.
you “You” verwijst in “I can help you find another route” naar de aangesproken reiziger. Het is de vorm voor één of meer personen die rechtstreeks worden aangesproken.
find “Find” betekent in “help you find another route” een geschikte andere route vinden. Na “help you” staat het werkwoord hier zonder “to”; het benoemt de handeling waarbij de reiziger geholpen wordt.
another “Another” betekent in “another route” een andere route dan de oorspronkelijke route. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en helpt een vervangende optie aan te wijzen.
route “Route” betekent in “find another route” de manier waarop de reiziger verder kan reizen. Het woord kan worden gebruikt na “find” of met een aanduiding van bestemming, zoals “find a route to the airport” als nieuw voorbeeld.
The “The” verwijst in “The board shows an express train” naar een specifiek informatiebord op het station. Het wordt gebruikt wanneer de gesprekspartners weten welk bord bedoeld is; dezelfde vorm verschijnt ook als “the” in “from a different platform”.
board “Board” betekent in “The board shows an express train leaving from a different platform” het informatiebord waarop vertrektijden of trein­informatie staat. In een station kun je het gebruiken in het patroon “the board shows + informatie”.
shows “Shows” betekent in “The board shows an express train” dat het bord informatie weergeeft of aangeeft. Het kan worden gevolgd door wat zichtbaar of vermeld is, zoals in “The screen shows the time” als nieuw voorbeeld.
an “An” introduceert in “an express train” één niet eerder genoemde express­trein. Deze vorm staat vóór “express” omdat dat woord met een klinkerklank begint.
express “Express” beschrijft in “an express train” een trein die als snelle dienst wordt aangeboden. Samen met “train” verwijst het hier naar de alternatieve trein op het informatiebord.
leaving “Leaving” betekent in “an express train leaving from a different platform” dat de trein vanaf daar vertrekt. Het beschrijft wat de trein doet en staat direct na “train” om die vertrekkende trein aan te duiden.
from “From” geeft in “leaving from a different platform” de plaats aan waar de trein vertrekt. Het wordt gebruikt in het patroon “leave from + plaats”, bijvoorbeeld “leave from platform four” als nieuw voorbeeld.
different “Different” betekent in “a different platform” dat het perron niet hetzelfde is als het eerder verwachte perron. Het staat vóór “platform” om een alternatief aan te wijzen.
platform “Platform” betekent in “a different platform” het perron waar reizigers op een trein stappen. Het kan na een voorzetsel van plaats staan, zoals in “from the platform” als nieuw voorbeeld.
That “That” verwijst in “That could work” naar de voorgestelde trein of route uit de vorige zin. Het wordt gebruikt om naar een eerder genoemde mogelijkheid te verwijzen zonder die opnieuw volledig te benoemen.
could “Could” geeft in “That could work” aan dat de voorgestelde oplossing mogelijk geschikt is, maar nog niet zeker. Het wordt vaak gebruikt om een voorzichtige mogelijkheid te bespreken.
work “Work” betekent in “That could work” dat de voorgestelde trein of route succesvol of geschikt zou kunnen zijn. In deze betekenis gebruik je het voor een plan of oplossing, zoals in “This solution could work” als nieuw voorbeeld.
but “But” verbindt in “That could work, but I’ll check” twee delen met een tegenstelling: de optie lijkt mogelijk, maar moet nog worden gecontroleerd. Het introduceert vaak een beperking of voorbehoud.
I'll “I’ll” is in “I’ll check whether your ticket is valid for it” de verkorte vorm die aangeeft dat de spreker iets zal doen. Het wordt hier gebruikt voor een beslissing of toezegging op dat moment.
check “Check” betekent in “I’ll check whether your ticket is valid for it” controleren of iets klopt of toegestaan is. Het kan worden gevolgd door “whether” en een ja-neevraag, zoals in deze zin.
whether “Whether” leidt in “whether your ticket is valid for it” een indirecte ja-neevraag in. Het verbindt “check” met de kwestie die gecontroleerd moet worden.
your “Your” geeft in “your ticket” aan dat het ticket van de aangesproken reiziger is. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord en kan opnieuw worden gebruikt in een patroon als “your + zelfstandig naamwoord”.
ticket “Ticket” betekent in “your ticket” het vervoersbewijs van de reiziger. In deze dialoog wordt het gebruikt met “valid for it” en “use this ticket” om te bespreken waarvoor het bewijs geldig is.
is “Is” verbindt in “your ticket is valid for it” het ticket met de toestand dat het geldig is. Het staat vóór een beschrijving van de status van het ticket.
valid “Valid” betekent in “your ticket is valid for it” dat het ticket voor de betreffende trein geaccepteerd wordt. Het wordt vaak gebruikt in het patroon “be valid for + vervoermiddel of gebruik”.
for “For” geeft in “valid for it” aan waarvoor het ticket geldig is. Het koppelt “valid” aan het vervoermiddel waarnaar “it” verwijst.
it “It” verwijst in “your ticket is valid for it” naar de express­trein die eerder werd genoemd. Het voorkomt dat “the express train” opnieuw moet worden herhaald.
Should “Should” vraagt in “Should I stay with this ticket or get a new one?” welke keuze verstandig of aanbevolen is. In “You should” later in de dialoog geeft “should” aan dat iets waarschijnlijk of raadzaam is.
stay “Stay” betekent in “stay with this ticket” dat de reiziger dit ticket blijft behouden of gebruiken. De combinatie “stay with + optie” kan worden gebruikt wanneer iemand vraagt of hij bij een bestaande keuze moet blijven.
with “With” maakt in “stay with this ticket” duidelijk aan welke optie de reiziger vasthoudt. Het staat hier na “stay” en wordt gevolgd door het ticket dat behouden blijft.
this “This” verwijst in “this ticket” naar het ticket dat op dat moment wordt besproken of vastgehouden. Het staat vóór “ticket” om de huidige, concrete optie aan te wijzen.
or “Or” verbindt in “stay with this ticket or get a new one?” de twee keuzemogelijkheden. Het wordt gebruikt wanneer de spreker tussen opties laat kiezen.
get “Get” betekent in “get a new one” een nieuw ticket verkrijgen of kopen. Het staat hier in een keuzeconstructie naast “stay with this ticket” en wordt gevolgd door wat de reiziger wil verkrijgen.
new “New” beschrijft in “a new one” een vervangend ticket dat niet het huidige ticket is. Het geeft aan dat de reiziger een ander vervoersbewijs zou nemen.
one “One” verwijst in “a new one” terug naar “ticket”, zodat het woord “ticket” niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Het staat na “new” in het patroon “a + bijvoeglijke bepaling + one”.
use “Use” betekent in “You can use this ticket” dat de reiziger met dit ticket mag reizen. Het wordt gebruikt met het vervoersbewijs als object, in het patroon “use + ticket”.
because “Because” introduceert in “because your original train was cancelled” de reden waarom het ticket gebruikt mag worden. Het wordt gevolgd door een volledige redengevende zin.
original “Original” betekent in “your original train” de eerst geplande trein, vóór de wijziging in de reis. Het staat vóór “train” om die oorspronkelijke verbinding te onderscheiden van de alternatieve trein.
was “Was” is in “your original train was cancelled” het hulpwerkwoord voor een passieve gebeurtenis in het verleden. Samen met “cancelled” vermeldt het dat de oorspronkelijke trein werd geannuleerd.
Will “Will” opent in “Will I still make my connection at the next station?” een vraag over een mogelijk toekomstig resultaat. Het staat vóór “I” in deze vraagvorm.
still “Still” betekent in “Will I still make my connection” dat de verbinding misschien ondanks de geannuleerde trein nog gehaald kan worden. Het benadrukt dat de eerdere verwachting opnieuw wordt beoordeeld na een verandering.
make “Make” betekent in “make my connection” een aansluiting succesvol halen. Deze betekenis hoort bij de hele uitdrukking “make my connection”, niet bij “make” als los maken; een nieuw voorbeeld is “I hope we make the connection”.
connection “Connection” betekent in “make my connection” de volgende treinverbinding die de reiziger moet halen. Het wordt gebruikt met “make” om aan te geven dat je een aansluitende dienst op tijd bereikt.
at “At” geeft in “at the next station” de plaats aan waar de aansluiting moet worden gehaald. Het staat vóór een specifieke locatie, zoals in “at the station” als nieuw voorbeeld.
next “Next” betekent in “the next station” het station dat volgt in de reis. Het staat vóór “station” om de eerstvolgende halte aan te wijzen.
station “Station” betekent in “the next station” de plaats waar de trein stopt en waar de reiziger de aansluiting kan halen. Het wordt hier gecombineerd met “next” om de volgende halte te benoemen.
head “Head” betekent in “head to the platform now” naar het perron gaan. Het wordt als aansporing gebruikt in het patroon “head to + plaats”.
now “Now” betekent in “head to the platform now” dat de reiziger onmiddellijk naar het perron moet gaan. Het plaatst de actie op het huidige moment.
and “And” verbindt in “head to the platform now and check again” twee acties die de reiziger moet uitvoeren. Het kan twee werkwoorden of volledige zinsdelen met elkaar verbinden.
again “Again” betekent in “check again” dat de reiziger opnieuw moet controleren. Het geeft aan dat er al eerder is gecontroleerd of informatie is bekeken.
when “When” leidt in “when you arrive” een tijdsbepaling in. Het verbindt de controle met het moment waarop de reiziger aankomt.
arrive “Arrive” betekent in “when you arrive” aankomen op de plaats waar de reiziger naartoe gaat. Het wordt hier gebruikt na “when you” om het tijdstip van de volgende controle aan te geven.

Grammatica

whether + subject + verb

Check whether the connection is valid.

tsjek wedhuh(r) dhuh kəneksjun iz vèlid

Controleer of de aansluiting geldig is.

Whether betekent hier ‘of’ in een indirecte ja/nee-vraag. Na whether volgt een gewone zinvolgorde.

another + enkelvoudig zelfstandig naamwoord

Find another route.

faind uhnudher roet

Vind een andere route.

Another betekent ‘een andere’ en staat direct voor een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.

Engels woordenschat

another route uitdrukking
uhnudher roet een andere route
board zelfstandig naamwoord
boord informatiebord
cancelled werkwoord
kenseld geannuleerd
catch werkwoord
ketsj halen
connecting train uitdrukking
kənekting treen aansluitende trein
different platform uitdrukking
difrunt plètfoorm ander perron
express train uitdrukking
ikspres treen sneltrein
find werkwoord
faind vinden
help werkwoord
help helpen
leaving werkwoord
lieving vertrekkend
shows werkwoord
sjooz toont
soon bijwoord
soen binnenkort

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn trein is geannuleerd.

Antwoord tonenMy train has been cancelled.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

geannuleerd

Antwoord tonencancelled

halen

Antwoord tonencatch

toont

Antwoord tonenshows

vinden

Antwoord tonenfind