De juiste woon-werkpas kiezen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After a work schedule changes, two adults compare commuter pass options and choose one that matches actual travel habits..

NL → EN / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De juiste woon-werkpas kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My work schedule has changed, so I may need a commuter pass.

mai wørk skedzjoel hèz tsjeindzjd, sou ai mee niid uh kuh-mjoeter pas. Mijn werkschema is veranderd, dus misschien heb ik een woon-werkpas nodig.
B

A pass only helps if it matches how often you travel.

uh pas ounlie helps if it mètsjiz hau offən joe trèvul. Een pas helpt alleen als die past bij hoe vaak je reist.
A

Buying single tickets feels inconvenient now that I travel more often.

bai-ing singgəl tikits fiilz inkənvíniejənt nau dæt ai trèvul moor offən. Het voelt nu onhandig om losse kaartjes te kopen, nu ik vaker reis.
B

Then compare the flexible pass with the regular one.

dhen kəmpeer dhə fleksubul pas widh dhə regjoeler wan. Vergelijk dan de flexibele pas met de gewone pas.
A

If my work pattern keeps changing, the flexible pass may suit me better.

if mai wørk pètərn kiips tsjeindzjing, dhə fleksubul pas mee soet mie better. Als mijn werkpatroon blijft veranderen, past de flexibele pas misschien beter bij mij.
B

That sounds useful if you sometimes work from home.

dhæt saundz joesful if joe samtàimz wørk frəm hoom. Dat klinkt handig als je soms thuis werkt.
A

I'll compare both options in the transport app after work.

ail kəmpeer bouth opsjənz in dhə trensport èp èftər wørk. Ik ga beide opties na het werk vergelijken in de vervoersapp.
B

Choose the pass that matches your actual week, not an ideal schedule.

tsjoez dhə pas dhæt mètsjiz jor èktsjoeəl wiik, not ən aidiəl skedzjoel. Kies de pas die past bij je echte week, niet bij een ideaal werkschema.

Uitleg van de zinnen

  1. My work schedule has changed, so I may need a commuter pass.

    Mijn werkschema is veranderd, dus misschien heb ik een woon-werkpas nodig.

    work schedule
    werkschema
    changed
    veranderd
    may
    misschien
    need
    nodig hebben
    commuter pass
    woon-werkpas
    Uitgebreide uitleg

    work schedule betekent hier het werkschema: de planning van iemands werkuren. Het is een samenstelling van work en schedule; vergelijk bijvoorbeeld: “My work schedule is flexible.” — “Mijn werkschema is flexibel.” Het zelfstandig naamwoord schedule kan ook algemener een planning of tijdschema aanduiden. changed komt van het werkwoord change en heeft hier de vorm van het voltooid deelwoord in has changed. has maakt duidelijk dat een verandering in het verleden heeft plaatsgevonden en nu relevant is. De verleden tijd en het voltooid deelwoord van change hebben dezelfde vorm: changed. Voorbeeld: “The timetable changed.” — “Het tijdschema veranderde.” may is een modaal werkwoord dat hier mogelijkheid uitdrukt: het is mogelijk dat de spreker iets nodig heeft. Na may staat de basisvorm van het werkwoord, dus may need, niet een vervoegde vorm zoals may needs. Voorbeeld: “She may arrive late.” — “Misschien komt ze laat aan.” need betekent hier ‘nodig hebben’. Na may blijft het need; zonder modaal werkwoord krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd wel needs: “He needs a pass.” — “Hij heeft een pas nodig.” commuter pass is een samenstelling voor een pas die bedoeld is voor woon-werkreizen. pass kan in andere contexten ook een toegangsbewijs of vergunning zijn, maar hier gaat het volgens de vertaling om een woon-werkpas. Voorbeeld: “I bought a commuter pass.” — “Ik heb een woon-werkpas gekocht.” Samen vormen de delen: My work schedule has changed geeft de aanleiding, so verbindt die aanleiding met het gevolg, en I may need a commuter pass drukt een mogelijke behoefte van de spreker uit. De volledige betekenis is: “Mijn werkschema is veranderd, dus misschien heb ik een woon-werkpas nodig.”

  2. A pass only helps if it matches how often you travel.

    Een pas helpt alleen als die past bij hoe vaak je reist.

    pass
    pas
    helps
    helpt
    matches
    past bij
    how often
    hoe vaak
    travel
    reizen
    Uitgebreide uitleg

    pass betekent hier een pas of abonnement dat toegang tot reizen geeft. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a pass betekent één pas, maar het lidwoord a benadrukt hier niet noodzakelijk een concreet aantal in de boodschap. Voorbeelden: a bus pass = een buspas; a commuter pass = een woon-werkpas. helps is de tegenwoordige tijd van help bij he, she of it: help → helps. In deze zin is A pass het onderwerp, dus staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: This card helps me. = Deze kaart helpt me. matches komt van match en betekent hier dat iets goed aansluit bij of overeenkomt met iets anders. Ook dit is de vorm voor de derde persoon enkelvoud: match → matches. De vorm matches hoort bij a pass, niet bij het zelfstandig naamwoord travel. Voorbeeld: The plan matches my needs. = Het plan sluit aan bij mijn behoeften. how often vraagt naar de frequentie: hoe vaak iets gebeurt. De woordgroep leidt hier de bijzin how often you travel in. Vergelijk how long voor duur en how far voor afstand. Voorbeeld: Tell me how often you go. = Zeg me hoe vaak je gaat. travel betekent reizen. Hier is het de basisvorm na het onderwerp you; bij he, she of it wordt dat in de tegenwoordige tijd travels. Voorbeeld: You travel by train. = Je reist met de trein. Samen vormt if it matches how often you travel de voorwaarde: als de pas aansluit bij de frequentie waarmee je reist. In A pass only helps if ... beperkt only de bewering: de pas helpt alleen onder die voorwaarde. De hele zin betekent dus: een pas is alleen nuttig als die past bij hoe vaak je reist.

  3. Buying single tickets feels inconvenient now that I travel more often.

    Het voelt nu onhandig om losse kaartjes te kopen, nu ik vaker reis.

    Buying
    het kopen
    single
    los
    tickets
    kaartjes
    feels
    voelt
    inconvenient
    onhandig
    now that
    nu dat
    travel
    reizen
    more often
    vaker
    Uitgebreide uitleg

    Buying staat hier aan het begin als onderwerp. De vorm op -ing maakt van buy (“kopen”) een activiteit: “losse kaartjes kopen”. Als werkwoord in de tegenwoordige tijd betekent buy bij I/you/we/they “kopen”; bij he/she/it wordt het buys. Voorbeeld: Buying online saves time. — Online kopen bespaart tijd. single betekent hier dat de kaartjes afzonderlijk worden gekocht, in tegenstelling tot een pas of een bundel. Het is een bijvoeglijk naamwoord en beschrijft tickets; het betekent hier niet simpelweg “één” als getal. Voorbeeld: I prefer single tickets. — Ik geef de voorkeur aan losse kaartjes. Tickets is het meervoud van ticket. Het enkelvoud is ticket, het meervoud tickets. In deze zin gaat het om kaartjes als afzonderlijke rit- of toegangskaartjes. Voorbeeld: These tickets are valid today. — Deze kaartjes zijn vandaag geldig. Feels betekent hier dat iets een bepaalde indruk of ervaring geeft. De basisvorm is feel; feels is de vorm voor een derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is de hele activiteit Buying single tickets, niet alleen tickets, en daarom staat er feels. Voorbeeld: The plan feels simple. — Het plan voelt eenvoudig aan. Inconvenient beschrijft iets dat lastig of onpraktisch is. Na feel kan een bijvoeglijk naamwoord de ervaren toestand beschrijven: feel inconvenient. Het bijwoord is inconveniently, maar dat heeft hier niet dezelfde functie. Voorbeeld: Changing trains feels inconvenient. — Overstappen voelt onhandig aan. Now that leidt hier een redengevende tijdsbijzin in: de situatie is veranderd doordat de spreker nu vaker reist. Het is dus meer dan alleen een losse verwijzing naar het huidige moment. Voorbeeld: Now that I work nearby, I walk there. — Nu ik dichtbij werk, loop ik daarheen. Travel betekent “reizen”. In I travel is dit de tegenwoordige tijd; bij I blijft de vorm travel, terwijl de derde persoon enkelvoud travels krijgt. Voorbeeld: I travel by train. — Ik reis met de trein. More often betekent “vaker”. Often betekent “vaak”; more often is de vergelijkende vorm en geeft een hogere frequentie aan, zonder precies te zeggen hoe vaak. Voorbeeld: She visits us more often now. — Ze bezoekt ons nu vaker. Samen vormt Buying single tickets het onderwerp: losse kaartjes kopen. feels inconvenient zegt dat die activiteit onhandig aanvoelt. now that I travel more often geeft de redengevende omstandigheid: de spreker reist nu vaker. De volledige betekenis is daarom: losse kaartjes kopen voelt nu onhandig, nu ik vaker reis.

  4. Then compare the flexible pass with the regular one.

    Vergelijk dan de flexibele pas met de gewone pas.

    Then
    dan
    compare
    vergelijken
    flexible
    flexibel
    pass
    pas
    regular
    gewoon
    one
    vervangend woord voor de gewone pas
    Uitgebreide uitleg

    Then geeft hier de volgorde aan: eerst gebeurde of werd iets besproken, daarna volgt deze handeling. In deze zin betekent het dan, niet een voorwaarde. Het staat vooraan en verbindt deze opdracht met de voorafgaande context. compare is de basisvorm van het werkwoord to compare; hier is het een opdracht in de gebiedende wijs. Het onderwerp you wordt in zo'n Engelse opdracht meestal niet uitgesproken. Een bruikbaar patroon is compare A with B: vergelijk A met B. Voorbeeld: Compare these two plans with each other. — Vergelijk deze twee plannen met elkaar. flexible is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis flexibel of aanpasbaar. Het beschrijft hier pass, dus het is niet zelf de naam van het vervoersproduct. Het woord verandert in het Engels niet mee met enkelvoud of meervoud: a flexible pass en flexible passes. pass is hier een zelfstandig naamwoord voor een pas of abonnement waarmee iemand kan reizen. In deze zin staat het in het enkelvoud en wordt het voorafgegaan door the, omdat het om een bepaald, in de context geïdentificeerd exemplaar gaat. Het kan in andere contexten ook een andere soort pas of toegangsbewijs aanduiden; hier ondersteunt de vertaling de betekenis pas. regular is een bijvoeglijk naamwoord dat hier de gewone of reguliere variant aanduidt. Het beschrijft de tweede pas, net zoals flexible de eerste pas beschrijft. regular verandert in het Engels niet mee met het zelfstandig naamwoord: a regular pass en regular passes. one staat hier zelfstandig en neemt de eerder genoemde soortnaam pass over. Daardoor hoeft pass niet opnieuw te worden gezegd: the regular one betekent hier de gewone pas, waarbij one naar dat bedoelde exemplaar verwijst. In deze zin is one dus geen telwoord met de betekenis één, maar een vervangend woord voor een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord. Het patroon is the + adjective + one, bijvoorbeeld I chose the cheaper one. — Ik koos de goedkopere. Samen vormt the flexible pass de eerste optie en the regular one de tweede optie; one voorkomt herhaling van pass. with verbindt de twee opties in het vergelijkingspatroon. De hele zin is daarom: Vergelijk dan de flexibele pas met de gewone pas. De formulering is een directe opdracht.

  5. If my work pattern keeps changing, the flexible pass may suit me better.

    Als mijn werkpatroon blijft veranderen, past de flexibele pas misschien beter bij mij.

    If
    als
    my
    mijn
    work pattern
    werkpatroon
    keeps changing
    blijft veranderen
    flexible
    flexibel
    pass
    pas
    may
    misschien
    suit
    passen bij
    me
    mij
    better
    beter
    Uitgebreide uitleg

    If leidt een voorwaarde in: “als …”. Het deel na if beschrijft de situatie waaronder de hoofdzin geldt. Voorbeeld: If I have time, I walk home. = “Als ik tijd heb, loop ik naar huis.” my is het bezittelijke woord bij de spreker: “mijn”. Het staat vóór work pattern en geeft aan dat het werkpatroon met de spreker verbonden is. my verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud; vergelijk my pattern en my patterns. work pattern is een samenstelling: work bepaalt hier het soort pattern, namelijk een patroon in iemands werk. pattern betekent “patroon” of een terugkerende manier waarop iets verloopt. Als geheel betekent work pattern hier “werkpatroon”. Een nieuw voorbeeld: Her work pattern is irregular. = “Haar werkpatroon is onregelmatig.” keeps changing drukt uit dat iets blijft veranderen of herhaaldelijk verandert. keeps is de vorm van keep bij he, she en it; na keep staat hier de vorm op -ing: keep changing. In my work pattern keeps changing is my work pattern het onderwerp en krijgt keep daarom de enkelvoudsvorm keeps. Vergelijk My hours keep changing. = “Mijn werktijden blijven veranderen.” flexible betekent hier “flexibel”: aanpasbaar aan verschillende situaties of tijdstippen. Het beschrijft pass; het is geen vorm van flexibility. In de voorafgaande zin wordt flexible tegenover de regular pass geplaatst; regular betekent daar “gewone” of “reguliere”. pass is hier een zelfstandig naamwoord voor een pas of toegangsbewijs. Het gaat dus niet om het werkwoord pass in de betekenis “passeren” of “slagen”. De combinatie flexible pass betekent “flexibele pas”. may is een modaal hulpwerkwoord dat hier mogelijkheid uitdrukt: de pas kan voor de spreker geschikter zijn. Na may komt het werkwoord in de basisvorm, dus may suit, niet may suits of may to suit. Voorbeeld: This option may help. = “Deze optie kan misschien helpen.” suit betekent in suit me “bij mij passen” of “geschikt zijn voor mij”. Het onderwerp van suit is the flexible pass; me is degene voor wie die optie geschikt is. suit verschilt hier van fit: fit kan nadruk leggen op passendheid of afmetingen, terwijl suit ook geschiktheid voor iemands omstandigheden of voorkeuren uitdrukt. me is de objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. Na het werkwoord staat me, zoals in The schedule suits me. = “Het schema past bij mij.” De onderwerpsvorm is I, bijvoorbeeld in I prefer this schedule. better is de vergrotende trap van good: good – better – best. Hier vergelijkt better de flexibele pas met een andere, in de context relevante optie, zoals de gewone pas. suit me better betekent dus “beter bij mij passen”, niet simpelweg “goed zijn”. Samen vormt de zin: If my work pattern keeps changing = “Als mijn werkpatroon blijft veranderen”; the flexible pass may suit me better = “dan past de flexibele pas misschien beter bij mij”. De eerste deelzin geeft de voorwaarde en de tweede noemt de mogelijke geschiktheid van de flexibele pas voor de spreker.

  6. That sounds useful if you sometimes work from home.

    Dat klinkt handig als je soms thuis werkt.

    That
    Dat
    sounds
    klinkt
    useful
    handig
    if
    als
    you
    je
    sometimes
    soms
    work
    werken
    home
    thuis; huis
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier naar iets dat al ter sprake is gekomen en staat als onderwerp van de zin. In deze context betekent het dat; het precieze antecedent wordt door de vaste zin niet verder benoemd. sounds is de tegenwoordige tijd van sound bij that (derde persoon enkelvoud): sound → sounds. Hier betekent het niet letterlijk een geluid maken, maar “de indruk geven” of “klinken”. Voorbeeld: That sounds good. = “Dat klinkt goed.” useful is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “handig” of “nuttig”. De combinatie sound(s) + adjective beschrijft hoe iets overkomt: It sounds expensive. = “Het klinkt duur.” if leidt de voorwaardelijke bijzin in: de bruikbaarheid geldt onder de genoemde voorwaarde. Het is hier een voorwaardelijk voegwoord, niet een vraagwoord. you is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de aangesproken persoon of personen. Het maakt in het Engels geen onderscheid tussen enkelvoud en meervoud en verandert hier niet van vorm als onderwerp. In deze zin is de Nederlandse vertaling je. sometimes is een bijwoord van frequentie: “af en toe” of “soms”. Het geeft aan dat het werken vanuit huis niet voortdurend gebeurt. work is hier het werkwoord work, in de tegenwoordige tijd na you: you work. De vorm blijft bij you gelijk aan de basisvorm; alleen bij he, she of it krijgt het werkwoord doorgaans -s: she works. Voorbeeld: You sometimes work from home. = “Je werkt soms thuis.” home betekent hier “thuis” en duidt de plaats aan waar je werkt. In de vaste zin staat het na from in de uitdrukking work from home; Engels gebruikt daarbij geen lidwoord. Home kan in andere zinnen ook een zelfstandig naamwoord zijn, bijvoorbeeld I am at home. = “Ik ben thuis.” Samen vormt That sounds useful de beoordeling “Dat klinkt handig”. if you sometimes work from home voegt de voorwaarde toe: “als je soms thuis werkt”. De hele utterance betekent dus: “Dat klinkt handig als je soms thuis werkt.”

  7. I'll compare both options in the transport app after work.

    Ik ga beide opties na het werk vergelijken in de vervoersapp.

    I'll
    ik zal / ik ga
    compare
    vergelijken
    both
    beide
    options
    opties
    transport app
    vervoersapp
    after work
    na het werk
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: het onderwerp is de spreker en will plaatst de handeling in de toekomst. In deze zin drukt de vorm een voorgenomen handeling uit. In alledaags Engels komt I'll vaak voor bij plannen of beslissingen die de spreker als toekomstig presenteert. compare betekent hier twee mogelijkheden naast elkaar beoordelen om verschillen of overeenkomsten te zien. Het is de basisvorm van het werkwoord; na will blijft die vorm onveranderd: I will compare. Een veelgebruikt patroon is compare A and B of compare A with B. Voorbeeld: Compare these prices before you decide. — Vergelijk deze prijzen voordat je beslist. both verwijst hier naar precies de twee opties die samen worden genoemd. Het kan vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord staan, zoals in both options, en benadrukt dat de twee als geheel worden genomen. Het is niet hetzelfde als either: both betekent de twee samen, terwijl either één van de twee bedoelt. options is het meervoud van option, een keuze of mogelijkheid waaruit je kunt kiezen. Het meervoud is gevormd met -s. In deze zin zijn het de twee mogelijkheden die in de app met elkaar worden vergeleken. Voorbeeld: We have three options. — We hebben drie mogelijkheden. transport app is een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden: transport bepaalt het soort app, en app is het hoofdwoord. Samen betekent dit een app voor vervoer of verplaatsingen. In het Engels staat het bepalende deel vóór het hoofdwoord; vergelijk travel app met app for travel als een andere, explicietere formulering. after work geeft aan wanneer de geplande vergelijking plaatsvindt: nadat het werk is afgelopen. After kan hier een tijdsrelatie inleiden, en work wordt als een algemene activiteit gebruikt, zonder lidwoord. Het betekent dus niet noodzakelijk na één specifiek benoemde werktaak. Samen vormt de zin een plan van de spreker: na afloop van het werk zal die persoon in een vervoersapp precies twee opties naast elkaar beoordelen. De tijdsbepaling bepaalt wanneer het vergelijken gebeurt; both options bepaalt welke twee zaken worden vergeleken.

  8. Choose the pass that matches your actual week, not an ideal schedule.

    Kies de pas die past bij je echte week, niet bij een ideaal werkschema.

    Choose
    kies
    pass
    pas
    matches
    past bij
    actual
    echt
    week
    week
    ideal
    ideaal
    schedule
    werkschema
    Uitgebreide uitleg

    Choose is de gebiedende wijs van choose (“kiezen”). De vorm is gelijk aan de basisvorm en heeft hier een niet-uitgesproken onderwerp you: “Kies”. In een gewone mededeling is het verleden chose en het voltooid deelwoord chosen: I chose it = “Ik koos het”; I have chosen it = “Ik heb het gekozen”. pass betekent hier “pas”, in de context van vervoer. Het is een zelfstandig naamwoord. Het kan in andere contexten ook “doorgang” of “slagen” betekenen, maar die betekenissen passen hier niet bij de vaste vertaling. Een bruikbaar voorbeeld is Show your pass. — “Laat je pas zien.” matches betekent hier “past bij”. De basisvorm is match; de -s staat er omdat het onderwerp van deze bijzin that is, dat hier verwijst naar the pass: the pass matches .... Vergelijk The pass matches my needs met The passes match my needs; alleen bij een derde persoon enkelvoud krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd deze -s. actual betekent “echt” of “werkelijk”. Het beschrijft week en benadrukt de week zoals die werkelijk is, niet een gewenste of voorgestelde versie. Het is niet hetzelfde als current: actual legt de nadruk op werkelijkheid, terwijl current vooral “huidig” betekent. week betekent “week” en is hier het zelfstandig naamwoord dat door actual wordt beschreven. Het meervoud is weeks: two weeks = “twee weken”. ideal betekent “ideaal”. Het beschrijft schedule en staat tegenover de werkelijkheid van de actual week in deze zin. Een vergelijkbaar voorbeeld is an ideal plan — “een ideaal plan”. schedule betekent hier “werkschema” of “planning”. Het is een zelfstandig naamwoord voor een plan van tijden of activiteiten. Het meervoud is schedules: different schedules = “verschillende schema’s”. De structuur is Choose the pass that matches your actual week, not an ideal schedule. Eerst geeft Choose de opdracht. the pass is wat gekozen moet worden. De bijzin that matches your actual week beperkt welke pas bedoeld is: het is de pas die bij je werkelijke week past. not an ideal schedule vormt de tegenstelling: kies op basis van de echte week, en niet op basis van een ideaal werkschema. Samen betekent de zin dus: “Kies de pas die past bij je echte week, niet bij een ideaal werkschema.”

Grammatica

keep + verb-ing

My work pattern keeps changing.

mai wørk pètərn kiips tsjeindzjing.

Mijn werkpatroon blijft veranderen.

Na keep gebruik je een werkwoord met -ing om aan te geven dat iets steeds doorgaat of opnieuw gebeurt.

Engels woordenschat

change werkwoord
tsjeindzj veranderen changed
commuter pass uitdrukking
kuh-mjoeter pas woon-werkpas
compare werkwoord
kəmpeer vergelijken
flexible bijvoeglijk naamwoord
fleksubul flexibel
how often uitdrukking
hau offən hoe vaak
inconvenient bijvoeglijk naamwoord
inkənvíniejənt onhandig; ongemakkelijk
match werkwoord
mètsj passen bij; overeenkomen met matches
more often bijwoord
moor offən vaker
need werkwoord
niid nodig hebben
single tickets uitdrukking
singgəl tikits losse kaartjes
travel werkwoord
trèvul reizen
work schedule uitdrukking
wørk skedzjoel werkschema

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

reizen

Antwoord tonentravel

onhandig; ongemakkelijk

Antwoord toneninconvenient

passen bij; overeenkomen met

Antwoord tonenmatches

nodig hebben

Antwoord tonenneed