Excuse me
“Excuse me” is hier een beleefde manier om iemands aandacht te vragen voordat je iets vraagt. “Excuse” drukt het verzoek om verontschuldiging uit en “me” verwijst naar de spreker. Je kunt “Excuse me” bijvoorbeeld gebruiken om een medewerker op straat of in een station aan te spreken.
is
“is” vormt hier samen met “there” de vraag of iets bestaat of aanwezig is: “is there an accessible way”. Het is de vorm die bij “there” en het enkelvoudige “way” hoort. Deze combinatie gebruik je om beleefd te vragen of er een bepaalde mogelijkheid of voorziening is.
there
“there” betekent hier niet simpelweg een plaats, maar maakt deel uit van de constructie “is there”, waarmee je vraagt of iets bestaat of beschikbaar is. In “is there an accessible way” gaat het om de aanwezigheid van een toegankelijke route. Een vergelijkbaar nieuw voorbeeld is: “Is there a restroom nearby?”
an
“an” is hier het onbepaalde lidwoord voor “accessible way”. Het staat voor een woord dat met een klinkerklank begint. Je gebruikt dezelfde combinatie in een nieuw voorbeeld als “an easy route”.
accessible
“accessible” betekent hier dat de route bruikbaar en bereikbaar is voor iemand die mogelijk extra toegankelijkheid nodig heeft. Het beschrijft “way” en staat er direct voor. Je kunt “accessible” ook gebruiken voor bijvoorbeeld een gebouw of ingang.
way
“way” betekent hier een route of manier om de bestemming te bereiken. In “an accessible way to reach the correct platform” verwijst het naar de praktische route naar het perron. Een bruikbaar patroon is “a way to reach a place”.
to
“to” is hier de infinitiefmarkeerder in “to reach”, niet het losse voorzetsel voor een richting. Samen met “reach” geeft het aan wat je met de route kunt doen. Een vergelijkbaar nieuw patroon is “a way to enter the building”.
reach
“reach” betekent hier een bestemming bereiken, namelijk het juiste perron. In de constructie “a way to reach” volgt het op “to” en krijgt het geen extra uitgang. Je kunt “reach” gebruiken met een plaats of bestemming, zoals in “reach the station”.
the
“the” is hier het bepaalde lidwoord voor “correct platform”. Het verwijst naar een specifiek perron dat voor deze reiziger de juiste bestemming is. Je gebruikt “the” wanneer de gesprekspartners weten over welke plaats of zaak het gaat.
correct
“correct” betekent hier het juiste perron, dus het perron dat bij de reis hoort. Het staat direct voor “platform” en beperkt welke bestemming bedoeld wordt. Je kunt “correct” ook voor een antwoord, nummer of route gebruiken.
platform
“platform” betekent hier het perron waar de trein vertrekt. Het hoort bij “the correct platform” als de specifieke bestemming van de reiziger. Een veelgebruikt patroon is “wait on the platform”.
closest
“closest” betekent hier de lift die het dichtst bij is. Het staat voor “elevator” en vergelijkt deze lift met andere liften op afstand. Je kunt “the closest” gebruiken voor de meest nabije ingang, halte of uitgang.
elevator
“elevator” betekent hier lift, de voorziening waarmee de reiziger naar een ander niveau kan gaan. In deze dialoog is juist deze lift tijdelijk niet beschikbaar. Je kunt “elevator” gebruiken in patronen als “take the elevator” of “the elevator is closed”.
closed
“closed” betekent hier dat de lift niet beschikbaar is voor gebruik. Het beschrijft de toestand van “the closest elevator”, omdat die wegens onderhoud gesloten is. Je kunt “closed” ook gebruiken voor een ingang, winkel of loket.
for
“for” geeft hier de reden of het doel van de sluiting aan in “for maintenance”. De lift is gesloten om onderhoud mogelijk te maken. Een vergelijkbaar patroon is “closed for repairs” in een nieuw voorbeeld.
maintenance
“maintenance” betekent hier onderhoud aan de lift. In “closed for maintenance” verklaart het waarom de lift gesloten is. Je kunt “maintenance” gebruiken bij machines, gebouwen of andere voorzieningen die nagekeken worden.
at
“at” maakt hier samen met “the moment” de tijdsaanduiding “at the moment”, dus nu of momenteel. Het verwijst niet naar een fysieke plaats. “At the moment” is een vast bruikbaar patroon om een huidige situatie te beschrijven.
moment
“moment” betekent hier het huidige tijdstip in de uitdrukking “at the moment”. Samen geeft de uitdrukking aan dat de lift nu gesloten is. Je kunt “at the moment” ook gebruiken wanneer een andere tijdelijke situatie nu geldt.
That
“That” verwijst hier naar de zojuist genoemde alternatieve route of het probleem met de lift. Het introduceert de reactie van de reiziger op die informatie. Je kunt “That” op dezelfde manier gebruiken om naar een eerder genoemde situatie te verwijzen.
might
“might” geeft hier een mogelijkheid aan: de situatie kan moeilijk worden met een zware koffer. Het maakt de uitspraak voorzichtiger dan een stellige bewering. Je gebruikt “might” vaak voor iets dat mogelijk is maar niet zeker.
be
“be” betekent hier “zijn” in “might be difficult”. Na “might” staat deze werkwoordsvorm zonder extra uitgang. Een bruikbaar patroon is “might be difficult” wanneer je een mogelijke moeilijkheid voorzichtig beschrijft.
difficult
“difficult” betekent hier moeilijk om uit te voeren, gezien de zware koffer. Het beschrijft de situatie in “That might be difficult”. Je kunt “difficult” gebruiken voor een route, taak, beslissing of situatie.
with
“with” geeft hier de omstandigheid aan: de route kan moeilijk zijn terwijl de spreker zijn zware koffer bij zich heeft. Het verbindt “difficult” met “my heavy suitcase”. Een bruikbaar patroon is “difficult with a heavy bag”.
my
“my” geeft aan dat de koffer van de spreker is. Het staat direct voor “heavy suitcase” en maakt de bezitsrelatie duidelijk. Je kunt “my” op dezelfde manier voor andere persoonlijke bezittingen zetten.
heavy
“heavy” betekent hier dat de koffer veel weegt en daardoor lastig mee te nemen kan zijn. Het staat voor “suitcase” en beschrijft die koffer. Je kunt “heavy” ook gebruiken voor een tas, doos of andere last.
suitcase
“suitcase” betekent hier de koffer die de reiziger bij zich heeft. Het woord vormt samen met “my heavy” de beschrijving van die bagage. Je kunt bijvoorbeeld zeggen “carry a suitcase” wanneer je een koffer draagt.
Use
“Use” is hier een directe instructie om de lift bij de noordelijke ingang te nemen. De gebiedende vorm staat aan het begin van de instructie en heeft geen onderwerp nodig. Je kunt “Use” gebruiken om iemand naar een beschikbare voorziening of route te sturen.
by
“by” geeft hier de locatie van de lift aan: de lift staat bij de noordelijke ingang. Het verbindt “elevator” met een herkenbaar punt. Een vergelijkbaar patroon is “the desk by the entrance”.
north
“north” geeft hier de richting aan van de ingang bij de lift. In “the north entrance” beschrijft het welke ingang bedoeld wordt. Je kunt “north” ook gebruiken voor een stationdeel, uitgang of perron.
entrance
“entrance” betekent hier ingang, namelijk de noordelijke ingang van het station. Het vormt samen met “north” de plaatsaanduiding “the north entrance”. Je kunt “entrance” gebruiken wanneer je iemand naar een gebouw of gebied verwijst.
It
“It” verwijst hier naar de keuze om de lift bij de noordelijke ingang te gebruiken en de route die daarbij hoort. In “It adds a short walk” is dat de oorzaak van de extra loopafstand. Je gebruikt “It” vaak om naar een eerder genoemde zaak, route of situatie terug te verwijzen.
adds
“adds” betekent hier dat de alternatieve route een korte extra wandeling met zich meebrengt. Het onderwerp “It” krijgt deze vorm in de zin “It adds a short walk”. Een bruikbaar patroon is “It adds a few minutes” wanneer iets extra tijd veroorzaakt.
a
“a” is hier het onbepaalde lidwoord voor “short walk”. Het introduceert één korte wandeling als extra gevolg van de route. Je kunt hetzelfde patroon gebruiken in “a short delay”.
short
“short” betekent hier dat de extra wandeling niet lang is. Het staat direct voor “walk” en beschrijft de lengte ervan. Je kunt “short” ook gebruiken voor een afstand, wachttijd of omweg.
walk
“walk” betekent hier een stuk dat je te voet moet afleggen, niet de handeling als werkwoord. In “a short walk” verwijst het naar de extra loopafstand. Een bruikbaar patroon is “a short walk from the entrance”.
Could
“Could” maakt hier een beleefd verzoek: de spreker vraagt of de ander de richting kan aanwijzen. Het staat aan het begin van de vraag en verzacht de vraag. Je kunt “Could you ...?” gebruiken wanneer je een medewerker of onbekende om hulp vraagt.
you
“you” verwijst hier naar de aangesproken medewerker. In “Could you point me toward it” is die persoon degene aan wie het verzoek gericht is. “You” kan in het Engels zowel één persoon als meerdere aangesproken personen aanduiden.
point
“point” betekent hier de richting aanwijzen waar de lift is. In de vraag hoort het bij het patroon “point me toward it”, met de persoon die hulp krijgt en de richting die wordt aangewezen. Je kunt iemand bijvoorbeeld “point me toward the exit” vragen.
toward
“toward” geeft hier de richting aan waarin de medewerker de reiziger moet wijzen. Het hoort bij “point me toward it” en verwijst naar de eerder genoemde lift. Je kunt “toward” gebruiken voor een richting, plaats of herkenningspunt.
or
“or” verbindt hier twee mogelijkheden in één vraag: de medewerker kan de richting aanwijzen, of de borden zijn misschien eenvoudig te volgen. Het introduceert dus het alternatief na de komma. Je gebruikt “or” om opties of alternatieve vragen te verbinden.
are
“are” betekent hier “zijn” in de vraag of de borden gemakkelijk te volgen zijn. Het hoort bij het meervoudige onderwerp “the signs”. Je gebruikt “are” ook in vragen over meerdere personen, dingen of eigenschappen.
signs
“signs” betekent hier de informatieborden die de route naar de lift aangeven. Het meervoud past bij meerdere borden langs de weg. Je kunt “follow the signs” gebruiken wanneer borden of aanwijzingen je naar een bestemming leiden.
easy
“easy” betekent hier dat de borden eenvoudig te volgen zijn. Het staat na “are” en beschrijft hoe moeilijk de route met behulp van de borden is. Je kunt “easy to follow” ook gebruiken voor instructies of een route.
follow
“follow” betekent hier de borden volgen om de juiste route te nemen. In “easy to follow” beschrijft het wat de reiziger met de borden moet doen. Een bruikbaar patroon is “follow the signs to the platform”.
Go
“Go” is hier een directe instructie om langs de kaartautomaten te lopen. Als gebiedende vorm staat het zonder onderwerp aan het begin van de routebeschrijving. Je kunt “Go past ...” gebruiken om iemand een herkenbaar punt te laten passeren.
past
“past” betekent hier langs of voorbij de kaartautomaten. In “Go past the ticket machines” beschrijft het welk punt de reiziger onderweg passeert. Een vergelijkbaar patroon is “walk past the entrance”.
ticket
“ticket” betekent hier kaartje of ticket en beschrijft de machines die tickets verkopen of verwerken. Het staat voor “machines” in “ticket machines”. Je kunt “ticket” ook gebruiken voor een ticket, loket of controle in een reissituatie.
machines
“machines” betekent hier de kaartautomaten in het station. Het meervoud verwijst naar de meerdere automaten waar de reiziger langs moet lopen. Je kunt “ticket machines” als vaste combinatie gebruiken voor zulke automaten.
then
“then” betekent hier daarna en geeft de volgorde van de route-instructies aan. Eerst moet de reiziger langs de kaartautomaten gaan en vervolgens de blauwe borden volgen. Je gebruikt “then” vaak om de volgende stap in instructies te markeren.
blue
“blue” betekent hier blauw en beschrijft de kleur van de borden die de route aangeven. Het staat voor “signs” in “the blue signs”. Je kunt een kleur zoals “blue” voor een herkenningspunt of bewegwijzering gebruiken.
Will
“Will” maakt hier een vraag over wat er later zal gebeuren: de reiziger wil weten of hij de trein nog op tijd bereikt. Het staat vooraan omdat het een vraag is. Je kunt “Will I ...?” gebruiken om naar een toekomstige mogelijkheid of uitkomst te vragen.
I
“I” verwijst hier naar de reiziger die vraagt of hij de trein nog zal bereiken. Het is het onderwerp van “Will I still reach”. In het Engels wordt “I” altijd met een hoofdletter geschreven.
still
“still” betekent hier nog, ondanks de gesloten dichtstbijzijnde lift en de extra wandeling. Het drukt uit dat het bereiken van de trein misschien nog steeds mogelijk is. Je kunt “still” gebruiken wanneer een eerdere mogelijkheid blijft bestaan ondanks een verandering of probleem.
train
“train” betekent hier de trein die de reiziger wil halen voordat hij vertrekt. Het is het doel van “reach”. Je kunt “catch the train” ook gebruiken wanneer je bedoelt dat je een trein nog op tijd haalt.
before
“before” betekent hier voordat en geeft aan dat het bereiken van de trein eerder moet gebeuren dan het vertrek ervan. Het verbindt “reach the train” met “it leaves”. Je kunt “before” gebruiken om twee gebeurtenissen in de tijd te ordenen.
leaves
“leaves” betekent hier vertrekt, met de trein als onderwerp. In “before it leaves” gaat het om het vertrek dat nog niet mag hebben plaatsgevonden. Je kunt “the train leaves at six” gebruiken om een vertrektijd te noemen.
If
“If” introduceert hier de voorwaarde waaronder de reiziger genoeg tijd zou moeten hebben: hij moet nu vertrekken. Het opent de voorwaardelijke bijzin “If you leave now”. Je gebruikt “if” om een voorwaarde en het verwachte gevolg met elkaar te verbinden.
leave
“leave” betekent hier vertrekken van de huidige plaats. In “If you leave now” beschrijft het de actie die de reiziger meteen moet uitvoeren. Een bruikbaar patroon is “leave now to get there on time”.
now
“now” betekent hier op dit moment en benadrukt dat de reiziger meteen moet vertrekken. Het hoort bij “leave now” in de voorwaarde. Je kunt “now” gebruiken om aan te geven dat een actie onmiddellijk moet gebeuren.
should
“should” geeft hier een verwachting aan: als de reiziger nu vertrekt, zal hij waarschijnlijk op tijd aankomen. Het maakt de uitspraak minder absoluut dan een zekerheid. Je kunt “should” gebruiken voor een redelijke verwachting of een praktisch advies.
get
“get” betekent hier aankomen in de constructie “get there”. Het krijgt zijn betekenis door de bestemming “there” en verwijst naar het bereiken van de lift of het perron. Een bruikbaar patroon is “get there on time”.
time
“time” betekent hier tijd die beschikbaar blijft voordat de trein vertrekt. Het staat in de vaste uitdrukking “with time to spare”. Je kunt deze combinatie gebruiken wanneer iemand eerder aankomt dan strikt noodzakelijk is.
spare
“spare” betekent hier extra of overgebleven in “with time to spare”. De reiziger zou dus aankomen met nog tijd beschikbaar. “With time to spare” is een bruikbare uitdrukking voor op tijd aankomen zonder haast op het laatste moment.
I'll
“I'll” is de verkorte vorm van “I will” en betekent hier dat de spreker nu die kant op zal gaan. “I” verwijst naar de reiziger en “‘ll” voegt de toekomstige beslissing of intentie toe. Je gebruikt “I'll” vaak om direct een plan of beslissing aan te kondigen.
head
“head” betekent hier zich in een bepaalde richting begeven, in “head that way”. Het gaat dus om vertrekken naar de route die de medewerker heeft aangewezen. Een bruikbaar patroon is “head toward the entrance”.
Ask
“Ask” is hier een instructie om het personeel bij de poort om hulp te vragen. Als gebiedende vorm staat het aan het begin van de zin. Je kunt “Ask the staff if you need help” gebruiken als praktische aanwijzing tijdens een reis.
gate
“gate” betekent hier de poort of toegang bij het station waar personeel aanwezig is. Het staat voor “staff” in de combinatie “gate staff”. Je kunt “gate” in een station gebruiken voor de plek waar reizigers toegang krijgen of gecontroleerd worden.
staff
“staff” betekent hier het personeel dat bij de poort werkt en hulp kan bieden. In “gate staff” verwijst het naar medewerkers op die specifieke plaats. Je kunt “ask the staff” gebruiken wanneer je hulp of informatie van medewerkers nodig hebt.
need
“need” betekent hier nodig hebben in “if you need help”. Het beschrijft de voorwaarde waaronder de reiziger het personeel moet aanspreken. Een bruikbaar patroon is “need help with your luggage”.
help
“help” betekent hier hulp die het personeel onderweg kan geven. In “need help” is het datgene wat de reiziger mogelijk nodig heeft. Je kunt “ask for help” of “need help” gebruiken wanneer je ondersteuning nodig hebt.
on
“on” maakt hier deel uit van de uitdrukking “on the way”, die onderweg betekent. Het verwijst naar de periode of route tijdens het gaan naar de bestemming, niet naar een oppervlak. “On the way” is een veelgebruikte combinatie voor iets dat onderweg gebeurt.